Digest — VWO Bedrijfseconomie, 2021 tijdvak 1 (VW-0400-a-21-1)

31 vragen, 72 punten, 6 opgaven. Bronbestand: pagina’s 400-444 van de examenbundel (opgaven + bijlage/uitwerkbijlage + correctievoorschrift).


Samenwonen, trouwen en scheiden

  • Vraagnummer(s): 1
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Noem een verschil tussen trouwen op huwelijkse voorwaarden en trouwen in gemeenschap van goederen. Betrek beide vormen van huwelijk in het antwoord.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p)

Samengestelde interest — contante waarde en eindwaarde

  • Vraagnummer(s): 2
  • Waar: vraag / formuleblad (bijlage, somformule meetkundige reeks) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken per [datum] de contante waarde van alle partneralimentatieverplichtingen (zie formuleblad).” Maandelijkse termijnen tegen samengestelde interest, contant gemaakt met de somformule meetkundige reeks.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Contante waarde en eindwaarde van een reeks gelijke bedragen

  • Vraagnummer(s): 2
  • Waar: formuleblad (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, zelfde vraag als hierboven
  • Typisch vraagformat: toepassing van de somformule meetkundige reeks op een reeks gelijke maandelijkse alimentatiebetalingen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p, gedeeld met Samengestelde interest)

Erven

  • Vraagnummer(s): 3, 4
  • Waar: vraag (vrijstellingen- en tarieventabel erfbelasting) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de erfenis na erfbelasting van elk kind… Gebruik hierbij informatie uit onderstaande tabel” (vrijstelling + schijventarief); “Wat is de juridische term voor het onder deze voorwaarde aanvaarden van een erfenis?” (antwoord: beneficiair aanvaarden).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p + 1p = 3p)

Ondernemingsplan

  • Vraagnummer(s): 5
  • Waar: vraag (SWOT-analyse, informatiebron 1) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Welk punt uit informatiebron 1 hoort bij de O van de SWOT-analyse? Vermeld het bijbehorende nummer en onderbouw het antwoord met twee argumenten.” Geen aparte SWOT-notitie in de vault; losjes gekoppeld aan Ondernemingsplan (verkennend onderzoek/externe analyse-onderdeel).
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (2p)

Gewogen en ongewogen gemiddelde

  • Vraagnummer(s): 6
  • Waar: vraag / informatiebron 2 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken op basis van het marktonderzoek het verwachte aantal klanten per dag.” Gewogen combinatie van respons-percentage × verwacht-aantal-bezoeken per leeftijdsklasse, gedeeld door het aantal dagen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Balans opbouw

  • Vraagnummer(s): 8
  • Waar: vraag / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Stel de verwachte openingsbalans per [datum] op. Vul hiervoor de uitwerkbijlage bij deze vraag verder in.” Sluitpost (rekening-courantkrediet) afleiden uit gegeven activa/passiva-posten.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p)

Beloningsvormen

  • Vraagnummer(s): 9
  • Waar: vraag / informatiebron 3 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken het totaal van de beloningen die [ondernemer] in [jaar] via privé-opnames wil onttrekken.” Vaste beloning + percentage van eigen vermogen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Rechtsvormen

  • Vraagnummer(s): 10
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Motiveer waarom deze voorwaarde [start als eenmanszaak, niet bv] door de bank wordt gesteld. Betrek beide rechtsvormen in het antwoord.” Aansprakelijkheid/risico voor de bank bij faillissement.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Constante en variabele kosten

  • Vraagnummer(s): 11
  • Waar: vraag / informatiebron 5 (bijlage) / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de verwachte constante kosten over [jaar].” Personeelskosten + interestkosten (uit annuïteit-lening) + afschrijvingskosten + overige constante kosten optellen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p)

Afschrijvingssysteem en waarderingsgrondslag

  • Vraagnummer(s): 11
  • Waar: informatiebron 5 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, deelberekening binnen de constante-kostenvraag
  • Typisch vraagformat: lineaire afschrijving inventaris ((aanschafprijs − restwaarde)/levensduur) + vaste afschrijvingskosten bestelauto, als onderdeel van vraag 11.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (deel van 3p)

Vormen van lang vreemd vermogen

  • Vraagnummer(s): 11, 16
  • Waar: informatiebron 4/5 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: interestkosten van een annuïtaire hypothecaire lening berekenen (vraag 11, deel); mutaties op de balans bij aflossen van een hypothecaire lening en het uitschrijven van een converteerbare obligatielening (vraag 16).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 3p + deel van 5p)

Winst- en verliesrekening opbouw

  • Vraagnummer(s): 12, 20
  • Waar: vraag / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de verwachte EBIT over [jaar]” (omzet − inkoopwaarde − variabele kosten − constante kosten − afschrijvingen, via EBITDA); verkopen en onderhoudskosten toerekenen aan de winst- en verliesrekening van een kwartaal (vraag 20).
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p + deel van 5p)

Periodetoerekeningstelsel en kasstelsel

  • Vraagnummer(s): 20, 21
  • Waar: vraag / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x — kernconcept van opgave 4
  • Typisch vraagformat: “Bereken als gevolg van [financieel feit] de bedragen die op de winst- en verliesrekening of op het liquiditeitsoverzicht of op beide moeten worden opgenomen.” Onderscheid tussen het moment van leveren/verbruiken (W&V, toerekeningsstelsel) en het moment van betalen/ontvangen (liquiditeitsoverzicht, kasstelsel), toegepast op verkopen op rekening, onderhoudsvoorziening en resultaatverdeling.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (5p + 2p — samen bijna 10% van het examen)

Resultaatverdeling

  • Vraagnummer(s): 21
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: verdeling van het resultaat na belasting over cash-/stockdividend en algemene reserve, en de gevolgen daarvan voor W&V en liquiditeitsoverzicht.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p, gedeeld met Periodetoerekeningstelsel en kasstelsel)

Maatschappelijk en geplaatst aandelenkapitaal

  • Vraagnummer(s): 15
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken het aantal geplaatste aandelen [bedrijf] per [datum].” Maatschappelijk aandelenkapitaal minus aandelen in portefeuille, gedeeld door nominale waarde (of via intrinsieke waarde en eigen vermogen).
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Waarde van een obligatie — agio en disagio

  • Vraagnummer(s): 16, 17, 18
  • Waar: vraag / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 3x — grootste concept-cluster van opgave 3
  • Typisch vraagformat: mutaties op de balans bij emissie van een converteerbare obligatielening tegen een emissiekoers boven pari verwerken (agio op obligaties); “Bij (1) moet staan…” (conversiekoers vs. beurskoers, meerkeuzevraag); “Bereken met welk bedrag de agioreserve toeneemt als [n] obligaties worden ingewisseld [tegen aandelen].”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (5p + 2p + 2p = 9p, ruim een achtste van het examen)

Gevolgen van financiële feiten voor balans en resultatenrekening

  • Vraagnummer(s): 16
  • Waar: vraag / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, zelfde vraag als hierboven
  • Typisch vraagformat: meerdere gelijktijdige financiële feiten (bedrijfspand verkopen, hypotheek aflossen, obligatie-emissie ontvangen, nieuw pand kopen) als balansmutaties met +/- verwerken.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (5p, gedeeld met Waarde van een obligatie)

Marketingmix 4P

  • Vraagnummer(s): 19
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Tot welk onderdeel van de marketingmix behoort de mogelijkheid tot aankoop via de webshop?” Antwoord: plaats (distributie).
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Vermogensmarkt en toezichthouders

  • Vraagnummer(s): 22
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Noem een instelling die toezicht houdt op financiële markten.” Antwoord: AFM / DNB.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Koersbepalende factoren

  • Vraagnummer(s): 23
  • Waar: vraag / informatiebron 6 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Noem de aandelen die voldoen aan beide criteria [lage volatiliteit, lage koers/winstverhouding]. Motiveer het antwoord.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Beleggen — vermogenstitels

  • Vraagnummer(s): 24, 27
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Noem twee rechten die een aandeelhouder wel heeft en een optiehouder niet” (zeggenschap/stemrecht, dividend); “Leg uit dat uit de grafiek de volgende algemene financiële regel blijkt: ‘hoe hoger het risico van effecten, des te hoger de potentiële winsten en verliezen’.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p + 2p = 4p)

Opties (call en put)

  • Vraagnummer(s): 24, 25, 26
  • Waar: vraag / informatiebron 7 (bijlage) / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 3x — kernconcept van opgave 5
  • Typisch vraagformat: rechten aandeelhouder vs. optiehouder; “Leg dit antwoord van de professionele belegger uit” (optiepremie stijgt naarmate de afloopdatum verder in de toekomst ligt); “Bereken het verwachte resultaat over [jaar]” met en zonder putoptie, bij een stijgende en een dalende beurskoers (scenario-berekening met koersresultaat, dividend en optiepremie).
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p + 1p + 5p = 8p)

Arbeidsovereenkomst

  • Vraagnummer(s): 28
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Noem voor [werkgever] een voordeel en een nadeel van een nul-urencontract, vergeleken met een contract voor onbepaalde tijd.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Loonkosten per eenheid product

  • Vraagnummer(s): 29, 30
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: alternatieve manier om indirecte loonkosten (van een opzichter) door te berekenen in een uurtarief; “Bereken het uurtarief dat [bedrijf] per [werknemer] hanteert in de voorcalculatie” (loonkosten per gewerkt en doorbelast uur, rekening houdend met vakantieweken).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1p + 2p = 3p)

Tarief berekenen dienstverlenende organisatie

  • Vraagnummer(s): 29, 30, 31
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 3x, deels overlappend met Loonkosten per eenheid product
  • Typisch vraagformat: uurtarief opbouwen uit loonkosten + opslag voor indirect personeel; offerteprijs berekenen uit materiaal, arbeid, resultaatopslag en btw (twee verschillende btw-tarieven).
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (1p + 2p + 3p = 6p)

Verkoopprijs berekenen

  • Vraagnummer(s): 31
  • Waar: vraag / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, zelfde vraag als hierboven
  • Typisch vraagformat: “Bereken de offerteprijs inclusief btw die [bedrijf] voor [opdracht] calculeert.” Kostprijs opbouwen (materiaal + arbeid), resultaatopslag als percentage van het offertebedrag exclusief btw, twee btw-tarieven toepassen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p, gedeeld met Tarief berekenen dienstverlenende organisatie)

Niet-gematchte onderwerpen

  • Vraag 7 (2p) — Redenen waarom het werkelijke aantal klanten kan afwijken van het berekende verwachte aantal (betrouwbaarheid van marktonderzoek). Geen aparte conceptnotitie over onderzoeksbetrouwbaarheid; Soorten onderzoeksvragen.md gaat over typen onderzoeksvragen, niet over deze beperkingen-van-marktonderzoek-redenering.
  • Vraag 5, 14 (2p + 2p) — SWOT-analyse (kans/bedreiging, sterkte/zwakte). Geen aparte SWOT-notitie in de vault; raakt losjes Ondernemingsplan.md, maar die gaat over de onderdelen van een ondernemingsplan, niet over de SWOT-analysetechniek zelf.
  • Correctievoorschrift, secties 1-3 en 5 (Regels voor de beoordeling, Algemene regels, Vakspecifieke regels, Aanleveren scores) — procedureel/administratief, geen vakinhoud om te matchen.