Digest — VWO Bedrijfseconomie, 2021 tijdvak 2 (VW-0400-a-21-2)
29 vragen, 63 punten, 6 opgaven. Bronbestand: pagina’s 446-493 van de examenbundel (opgaven + bijlage/uitwerkbijlage + correctievoorschrift).
Waarde van een aandeel — nominale waarde, beurskoers, emissiekoers en intrinsieke waarde
- Vraagnummer(s): 1
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x
- Typisch vraagformat: “Geef een mogelijke oorzaak dat de beurskoers van een aandeel afwijkt van de intrinsieke waarde per aandeel. Betrek in het antwoord zowel de beurskoers als de intrinsieke waarde.”
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Resultaatverdeling
- Vraagnummer(s): 2, 3
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 2x — kernconcept van opgave 1
- Typisch vraagformat: getrapte resultaatverdeling over meerdere jaren met een nieuw ingestelde Dividendreserve als tussenstap: “Bereken het bedrag dat als gevolg van de verdeling van het resultaat over [jaar] aan de Dividendreserve wordt toegevoegd”; “Bereken de grootte van de Dividendreserve nadat de uitkeringen… verwerkt zijn.”
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p + 2p = 5p)
Contante waarde en eindwaarde van een reeks gelijke bedragen
- Vraagnummer(s): 6
- Waar: vraag / formuleblad (bijlage, somformule meetkundige reeks) / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x
- Typisch vraagformat: “Toon met behulp van een berekening aan dat… de contante waarde van de toekomstige betalingen… € [bedrag] is (zie formuleblad).” Combinatie van een reeks gelijke maandelijkse termijnen én losse eenmalige bedragen, allemaal contant gemaakt naar één datum.
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p)
Samengestelde interest — contante waarde en eindwaarde
- Vraagnummer(s): 6
- Waar: formuleblad (bijlage) / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x, zelfde vraag als hierboven
- Typisch vraagformat: contant maken tegen een maandelijkse samengestelde rekenrente.
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p, gedeeld met Contante waarde en eindwaarde van een reeks gelijke bedragen)
Waarde van een obligatie — agio en disagio
- Vraagnummer(s): 7, 8
- Waar: vraag / informatiebron 3 (bijlage) / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 2x
- Typisch vraagformat: “Geef twee bedrijfseconomische redenen waarom beleggers bereid zijn voor een converteerbare obligatie meer dan de nominale waarde te betalen” (emissiekoers 125%); “Leg uit waarom de uitgifte van een converteerbare obligatielening… als een compromis van vreemd vermogen en eigen vermogen kan worden gezien.”
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (2p + 2p = 4p)
Vormen van lang vreemd vermogen
- Vraagnummer(s): 8
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x, zelfde vraag als hierboven
- Typisch vraagformat: een converteerbare obligatielening als financieringsvorm tussen puur eigen en puur vreemd vermogen in positioneren.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p, gedeeld met Waarde van een obligatie)
Voorwaarden vermogensverschaffers
- Vraagnummer(s): 9, 10, 11
- Waar: vraag / informatiebron 3 (bijlage) / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 3x — kernconcept van opgave 2
- Typisch vraagformat: “Geef twee bedrijfseconomische redenen waarom de aandeelhouders een eis stellen aan het maximumaantal uit te geven aandelen” (verwatering zeggenschap/winst per aandeel); bank stelt een solvabiliteitseis die de maximale vreemd-vermogen-opname begrenst; eindconclusie of een investeringsplan met de gestelde voorwaarden van zowel aandeelhouders als bank kan doorgaan.
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p + 2p + 6p = 10p, met afstand het zwaarste onderdeel van het examen)
Solvabiliteitsratio’s
- Vraagnummer(s): 10, 11
- Waar: vraag / informatiebron 3-4 (bijlage) / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 2x, overlappend met Voorwaarden vermogensverschaffers
- Typisch vraagformat: “Bereken de maximale hoogte van het totale vreemd vermogen… na het aantrekken van € [bedrag]” op basis van een solvabiliteitseis (totaalvermogen/vreemd vermogen-verhouding).
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p + deel van 6p)
Marketingmix 4P
- Vraagnummer(s): 12
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x
- Typisch vraagformat: “Tot welke P van de marketingmix behoort de toevoeging van [element]?” (ondertitel bij bedrijfsnaam → promotie).
- Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)
Verkoopprijs berekenen
- Vraagnummer(s): 13
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x
- Typisch vraagformat: “Bereken de voorgecalculeerde verkoopprijs inclusief btw per [product].” Kostprijs uit ingrediëntkosten opbouwen, resultaatopslag als percentage van de verkoopprijs exclusief btw, btw toevoegen.
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p)
Verschillenanalyse
- Vraagnummer(s): 14, 15
- Waar: vraag / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 2x
- Typisch vraagformat: “Bereken met behulp van het voorcalculatorisch verkoopresultaat en het voorcalculatorisch bezettingsresultaat het voorcalculatorisch bedrijfsresultaat. Geef aan of het voordelige of nadelige resultaten betreft”; grafisch het verband tekenen tussen productie/afzet en bezettingsresultaat.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (2p + 2p = 4p)
Liquiditeitsratio’s
- Vraagnummer(s): 16, 19
- Waar: vraag / informatiebron (tabel kengetallen) / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 2x
- Typisch vraagformat: invulzin over de current ratio t.o.v. de branche (financiering met kort vreemd vermogen vs. overig vermogen); “Welk gevolg heeft de verkoop met korting voor de current ratio? Motiveer het antwoord en betrek in het antwoord zowel het teller- als het noemereffect.”
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1p + 2p = 3p)
Hefboomformule
- Vraagnummer(s): 17
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x
- Typisch vraagformat: meerkeuze-invulzin over de samenhang tussen dalende kapitaalmarktrente, IVV, RTV, het hefboomeffect en de solvabiliteit.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
DuPont-schema
- Vraagnummer(s): 18
- Waar: vraag / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x
- Typisch vraagformat: “Bereken de rentabiliteit van het totaalvermogen (RTV)… met behulp van het Dupontschema. Vul hiertoe het Dupontschema in de uitwerkbijlage volledig in” (EBIT-marge × omloopsnelheid GTV).
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p)
Faillissement en surseance van betaling
- Vraagnummer(s): 20
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x
- Typisch vraagformat: meerkeuzevraag “Wie kan deze surseance van betaling aanvragen?” (het bedrijf zelf, niet een crediteur/curator).
- Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)
Winst- en verliesrekening opbouw
- Vraagnummer(s): 21
- Waar: vraag / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x
- Typisch vraagformat: “Bereken of [ondernemer] op basis van een gemiddelde oogst tegen de gemiddelde prijs het minimaal gewenste resultaat kan behalen.” Omzet minus variabele en constante kosten optellen tot een resultaat.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (3p)
Vermogensmarkt en toezichthouders
- Vraagnummer(s): 22
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 1x
- Typisch vraagformat: “Noem een instantie die in Nederland toezicht houdt op de financiële markten.”
- Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)
Opties (call en put)
- Vraagnummer(s): 23, 24, 25, 26
- Waar: vraag / informatiebron 6-8 (bijlage) / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
- Frequentie dit tijdvak: 4x — kernconcept van opgave 5, uitgewerkt via termijncontracten in plaats van beursopties
- Typisch vraagformat: “Dit termijncontract kan het beste vergeleken worden met [A putoptie/B calloptie/plicht-of-recht]” (meerkeuze); scenario-resultaatberekening bij een gekocht én een verkocht termijncontract (long/short hedge-combinatie) bij verschillende marktprijzen, incl. het tekenen van de resultaatlijn.
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (1p + 4p + 2p + 2p = 9p)
Niet-gematchte onderwerpen
- Vraag 4 (2p) — Het concurrentiemodel van Porter (vijf krachten) toepassen op de dreiging van webwinkels. Geen aparte Porter/concurrentiemodel-notitie in de vault.
- Vraag 5 (2p) — Verwacht marktaandeel op basis van omzet berekenen om een vestigingskeuze te onderbouwen. Zuiver rekentechnisch (aandeel = eigen omzet / totale marktomzet); geen aparte marktaandeel-notitie.
- Vraag 27 (1p) — Relatie tussen bedrijfseconomische doelstelling, kernwaarden en personeelsbeleid (causale keten) invullen. Geen aparte notitie over deze specifieke organisatiestructuur-keten.
- Vraag 28 (2p) — Formele naam en kenmerk van een functioneringsgesprek. Geen aparte HR-gesprekkennotitie; raakt losjes
Arbeidsovereenkomst.mdenCao.mdzonder deze specifieke gesprekvorm te dekken. - Correctievoorschrift, secties 1-3, 5-6 (Regels voor de beoordeling, Algemene regels, Vakspecifieke regels, Aanleveren scores, Bronvermeldingen) — procedureel/administratief, geen vakinhoud om te matchen.