2022 tijdvak 1 — digest
Bron: examenbundel p.269-314 (opgaven, informatieboekje/bijlage, uitwerkbijlage, correctievoorschrift + 2 aanvullingen). 30 vragen, 63 punten.
Tarief berekenen dienstverlenende organisatie
- Vraag 2 (3p): kostprijs basic/comfort hypotheekadvies berekenen via C/N-opslag op normale bezetting (uren) + variabele kosten per advies. Vraagformat: “bereken de kostprijs van elk van de adviezen.”
- 1x. Gewicht: zwaar (kernberekening opgave 1).
Verschillenanalyse
- Vraag 3 (2p, verkoopresultaat), vraag 4 (2p, gerealiseerd bezettingsresultaat). Vraagformat: “bereken het gerealiseerde verkoopresultaat/bezettingsresultaat… geef aan of voordelig/nadelig.”
- 2x. Gewicht: zwaar.
Marketingmix 4P
- Vraag 5 (3p): gedifferentieerde marketing herkennen aan de hand van twee P’s (product, plaats, promotie) uit een bedrijfsmodel-canvas. Vraagformat: “licht het antwoord toe met twee P’s van de marketingmix.”
- 1x. Gewicht: gemiddeld.
Gewogen en ongewogen gemiddelde
- Vraag 6 (2p, redenering ondersteunen met verhoudingsgetallen wijk West/Engelen), vraag 7 (3p, verwachte wekelijkse opbrengst berekenen op basis van percentages en gemiddeld bestelbedrag).
- 2x. Gewicht: gemiddeld.
Balans opbouw
- Vraag 8 (3p): openingsbalans opstellen op basis van gegeven investeringen/financieringsvoorwaarde (solvabiliteit tv/vv ≥ 2,25). Vraagformat: “stel de openingsbalans op.”
- 1x. Gewicht: zwaar.
Solvabiliteitsratio’s
- Vraag 8 (impliciet, via tv/vv-eis van 2,25 als financieringsvoorwaarde voor de onderhandse lening). Gewicht: gemiddeld (onderdeel van vraag 8-berekening).
Afschrijvingssysteem en waarderingsgrondslag
- Vraag 9 (1p): jaarlijkse afschrijvingskosten Goupils berekenen (aanschafwaarde – restwaarde + verwijderingskosten, gedeeld door afschrijvingsduur). Vraag 25 (1p, meerkeuze: gevolg van hogere/lagere restwaarde en kortere/langere afschrijvingstermijn op afschrijvingskosten).
- 2x. Gewicht: gemiddeld.
Constante en variabele kosten
- Vraag 10 (2p): variabele kosten Goupils afleiden uit een kostenverschilgrafiek (constant + variabel deel scheiden). Vraag 24 (2p): uitleggen dat relatief veel constante kosten het bedrijfsrisico vergroot.
- 2x. Gewicht: zwaar.
Liquiditeitsbegroting en exploitatiebegroting
- Vraag 11 (4p, zwaarste vraag van dit tijdvak): volledige exploitatiebegroting opstellen (opbrengsten, kosten, EBITDA, resultaat voor belasting) op basis van 7 gegeven onderdelen.
- 1x. Gewicht: zeer zwaar.
Winst- en verliesrekening opbouw
- Vraag 11 (EBITDA-tussentotaal als onderdeel van de exploitatiebegroting-indeling).
- Gewicht: gemiddeld (structuuronderdeel van vraag 11).
Resultaatverdeling
- Vraag 12 (2p): uitleggen waarom resultaat voor belasting niet gelijk is aan inkomen van de DGA’s (vennootschapsbelasting, dividendbelasting, reservering). Vraagformat: “onderbouw met twee argumenten.”
- 1x. Gewicht: gemiddeld.
Beleggen — vermogenstitels
- Vraag 13 (1p): andere vermogenstitel noemen naast aandelen en opties (antwoord: obligatie).
- 1x. Gewicht: licht.
Opties (call en put)
- Vraag 14 (3p): put-optie/longpositie/hedgen invullen (meerkeuze + open begrip). Vraag 15 (2p): uitoefenprijs en optiepremie afleiden uit een rendementsgrafiek, met motivatie. Vraag 16 (2p): rendement in procenten berekenen op een combinatie aandelen + putopties.
- 3x. Gewicht: zeer zwaar (7p totaal, hele opgave 3 draait hierom). Let op: onderwerp geschrapt in syllabus 2027 — zie waarschuwing in de conceptnotitie.
Erven
- Vraag 17 (1p, meerkeuze wettelijke erfgenamen zonder testament), vraag 21 (1p, meerkeuze + berekening: aanspraak als erfgenaam na eerdere schenking die als voorschot op erfenis geldt).
- 2x. Gewicht: gemiddeld.
Schenken
- Vraag 18 (2p): vergelijking schenk- vs. erfbelastingvrijstelling (redenering beoordelen, zonder berekening). Vraag 19 (1p): waarom gespreide schenking fiscaal aantrekkelijker is (jaarlijkse vrijstelling herhaald benutten).
- 2x. Gewicht: gemiddeld.
Contante waarde en eindwaarde van een reeks gelijke bedragen
- Vraag 20 (3p): contante waarde van 10 jaarlijkse schenkingstermijnen (na schenkbelasting) berekenen met de somformule van de meetkundige reeks, vergelijken met eenmalige schenking.
- 1x. Gewicht: zwaar. (Formuleblad met somformule expliciet bijgevoegd.)
Financiële en niet-financiële informatie
- Vraag 22 (2p): klantwaarde (opbrengsten- en kostenkant) van een app beschrijven met voorbeeld.
- 1x. Gewicht: gemiddeld. (Zwak/indirect verband — gaat eigenlijk over klantwaardepropositie/4C, zie hieronder.)
Marketingmix 4C
- Vraag 22 (klantwaarde met “opbrengstenkant” en “kostenkant” voor de klant) — sterkere match dan Financiële en niet-financiële informatie; sluit aan bij customer solution/customer cost to satisfy.
- 1x. Gewicht: gemiddeld. 2027-divergentie: 4C is nieuw in syllabus 2027, maar dit examen (2022) toetst het onderliggende idee (klantwaarde kosten/baten) al impliciet zonder de 4C-terminologie te gebruiken — geen directe evidentie voor het 4C-model zelf.
Break-even analyse
- Vraag 23 (3p): break-evenafzet berekenen (opbrengst/variabele kosten per klus, dekkingsbijdrage, totale constante kosten) en aantonen dat resultaat positief is.
- 1x. Gewicht: zwaar.
Winst en cashflow
- Vraag 26 (2p): gevolg van lagere afschrijvingskosten voor cashflow na belasting uitleggen (hoger resultaat → hogere belasting → per saldo cashflow-verslechtering). Correctievoorschrift bevat expliciete waarschuwing tegen een simplistisch fout antwoord.
- 1x. Gewicht: gemiddeld.
Resultaatverdeling / Financieringsmogelijkheden eenmanszaak en vof
- Vraag 27 (2p): andere vormen van “zakelijke inbreng” bij winstverdeling in een vof noemen (tijd, kennis/diploma’s naast vermogen).
- 1x. Gewicht: licht. Raakt ook “Rechtsvormen.md” (vof-winstverdeling op zakelijke gronden).
Hefboomformule
- Vraag 28 (3p): RTV berekenen en aantonen dat sprake is van een positief hefboomeffect (IVV < RTV). Vraag 29 (2p): uitleggen dat hoogte IVV beïnvloed wordt door hefboomfactor (vv/ev-verhouding en wanbetalingsrisico). Vraag 30 (1p): verklaring voor verschil werkelijk interesttarief (4%) en IVV (2%) — samenstelling vreemd vermogen (ook rentevrije posten zoals crediteuren/vooruitontvangen bedragen).
- 3x. Gewicht: zeer zwaar (hele opgave 6, 6p).
Vormen van kort vreemd vermogen
- Vraag 30 (crediteuren en vooruitontvangen bedragen als renteloos vreemd vermogen, verklaring verschil IVV/werkelijk tarief).
- Gewicht: gemiddeld (indirect, als onderdeel van vraag 30).
Niet-gematchte onderwerpen
- Vraag 1 (2p) — argument geven voor vaste salarisregeling i.p.v. betaling per advies (kwaliteit, werksfeer). Grenst aan Beloningsvormen, maar die notitie gaat over vormen (geld/aandelen), niet over dit type argumentatie tegen prestatiebeloning. Zwakke match, niet apart opgenomen.
- Aanvulling correctievoorschrift (2x, identieke tekst): corrigeert scoretoekenning bij vraag 1 (2p per antwoord i.p.v. 1p), vraag 20 (plaatsing scorepunt) en vraag 23 (conclusie-vereiste versoepeld). Procedureel, geen apart begrip.