Digest — VWO Bedrijfseconomie, 2023 tijdvak 2 (VW-0400-a-23-2)

32 vragen, 67 punten, 6 opgaven. Bronbestand: pagina’s 229-268 van de examenbundel (opgaven + bijlage/uitwerkbijlage + correctievoorschrift).


Beleggen — vermogenstitels

  • Vraagnummer(s): 1
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Noem twee mogelijke redenen voor een lager rendement bij zelf beleggen voor het opbouwen van het pensioen vergeleken met deelname in een pensioenfonds” (spreiding/schaalvoordeel/kosten van professioneel beheer).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Ontslagrecht en Arbowetgeving

  • Vraagnummer(s): 3
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Leg uit of deze twee uitgangspunten van [werknemer] juist zijn” (vergoeding bij vrijwillig ontslag/directe uitkering opgebouwd pensioen — beide veelal onjuist).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Marketingmix 4P

  • Vraagnummer(s): 4
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Van welke drie onderdelen van de marketingmix maakt [ondernemer] op basis van bovenstaande veronderstellingen gebruik? Leg je antwoord uit” (product, plaats, promotie afleiden uit een beschrijving).
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p)

Rechtsvormen

  • Vraagnummer(s): 5, 19, 22
  • Waar: vraag / informatiebron 2 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 3x
  • Typisch vraagformat: “Leg uit dat de bank gezien de rechtsvorm… borgstellingen eist” (beperkte aansprakelijkheid bv); “Leg uit wat de rechtsvorm is waaronder [bedrijf] staat ingeschreven”; “Leg uit of de aandelenovername gevolgen heeft voor de rechtsvorm.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (2p + 2p + 1p = 5p)

Financieringsmogelijkheden bv en nv

  • Vraagnummer(s): 5, 15
  • Waar: vraag / informatiebron 1-5 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: vergelijking tussen een bancaire lening met borgstelling en een combinatie van aandelenemissie plus onderhandse lening als financieringsvormen voor een bv.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (2p + deel van 5p)

Niet uit de balans blijkende verplichtingen en risico’s

  • Vraagnummer(s): 6
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Behoren de borgstellingen van [eigenaren] tot de ‘niet uit de balans blijkende verplichtingen en risico’s’ van [bedrijf]? Motiveer het antwoord.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Afschrijvingssysteem en waarderingsgrondslag

  • Vraagnummer(s): 7
  • Waar: vraag / informatiebron 3-4 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de totale jaarlijkse afschrijvingen (zie informatiebron 3 en 4).” Lineaire afschrijving op pand en licenties optellen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Solvabiliteitsratio’s

  • Vraagnummer(s): 8, 16
  • Waar: vraag / informatiebron 1, 3 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Toon met een berekening… aan dat… de bankborgstelling na zes jaar kan komen te vervallen” (solvabiliteit TV/VV boven een grenswaarde); “Leg uit dat het streven naar een maximaal cashdividend met behoud van een gezonde solvabiliteit tegenstrijdig kan zijn.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p + 2p = 5p)

Winst- en verliesrekening opbouw

  • Vraagnummer(s): 9
  • Waar: vraag / informatiebron 4 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de hoogte van het begrote resultaat over [jaar] na aftrek van vennootschapsbelasting.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Resultaatverdeling

  • Vraagnummer(s): 10, 16
  • Waar: vraag / informatiebron 3-4 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Toon aan dat het begrote resultaat na winstbelasting… hoog genoeg is om het dividend… te kunnen uitkeren” (reservering aftrekken, restant vergelijken met gewenst dividend).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (3p, gedeeld met Solvabiliteitsratio’s bij vraag 16)

Agio op aandelen

  • Vraagnummer(s): 11
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken het totale agio op aandelen als gevolg van deze emissie (zie informatiebron 3).” Emissiekoers (intrinsieke waarde + opslag) minus nominale waarde, maal aantal aandelen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Winst en cashflow

  • Vraagnummer(s): 12, 13
  • Waar: vraag / informatiebron 5 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Geef aan waarom de cashflow bij het verstrekken van een lening een betere maatstaf is dan het resultaat. Betrek in het antwoord zowel de cashflow als het resultaat”; “Toon aan dat [bedrijf] voldoet aan de cashflow-eis van [kredietverstrekker].”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p + 1p = 3p)

Vormen van lang vreemd vermogen

  • Vraagnummer(s): 14, 15
  • Waar: vraag / informatiebron 3-5 (bijlage) / uitwerkbijlage / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de hoogte van de aanvullende onderhandse lening van [kredietverstrekker]… Rond het bedrag af op duizendtallen”; totale financieringsuitgaven (aflossing, interest, dividend) van twee financieringsmogelijkheden over twee jaar vergelijken.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p + 5p = 7p, zwaarste losse vraag van het examen)

Koersbepalende factoren

  • Vraagnummer(s): 17
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Leg uit dat een gezonde solvabiliteit op langere termijn een positief effect kan hebben op de koers van het aandeel [bedrijf].”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Liquiditeitsratio’s

  • Vraagnummer(s): 20
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Leg uit dat de voorwaarde van de bank [verplichte jaarlijkse reservering] als een liquiditeitseis beschouwd kan worden.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Samengestelde interest — contante waarde en eindwaarde

  • Vraagnummer(s): 21
  • Waar: vraag / formuleblad (bijlage, somformule meetkundige reeks) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken het bedrag dat [partner] op [datum] aan [uittredende partner] zal moeten betalen om deze uit te kopen (zie formuleblad).” Eindwaarde van ingebracht eigen vermogen én van jaarlijkse reserveringen, allemaal verhoogd met samengestelde interest naar de uitkoopdatum.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (5p, zwaarste losse vraag van opgave 4)

Push- en pullstrategie

  • Vraagnummer(s): 24
  • Waar: vraag / informatiebron 6 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Is er bij de distributie van [product] sprake van een push- of pull-strategie? Licht je antwoord toe.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Integrale kostprijs en variabele kostprijs

  • Vraagnummer(s): 26
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de kostprijs van een [product].” Directe materiaalkosten plus opslag voor loonkosten en constante kosten per eenheid bij normale bezetting.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p)

Verschillenanalyse

  • Vraagnummer(s): 27, 28, 29, 30
  • Waar: vraag / informatiebron 7 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 4x — kernconcept van de tweede helft van opgave 5
  • Typisch vraagformat: “Bereken bij deze verwachtingen het verkoopresultaat… Geef aan of er sprake is van positief of van negatief resultaat”; “Leg uit dat door het doorberekenen van deze kostenstijging in de verkoopprijs het bezettingsresultaat kan dalen”; “Bereken de werkelijke hoeveelheid verbruikt [materiaal]” uit een gegeven efficiencyresultaat; “Bereken het gerealiseerde prijsresultaat op het [materiaal]. Geef aan of er sprake is van voordelig of van nadelig resultaat.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p + 2p + 2p + 2p = 8p)

Arbeidsovereenkomst

  • Vraagnummer(s): 31, 32
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Aan welke drie wettelijke eisen moet voldaan worden opdat er sprake is van een individuele arbeidsovereenkomst en niet van een zzp-overeenkomst?” (arbeid, loon, gezag); “Citeer de zin uit de bron waaruit blijkt dat deze werknemer… een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p + 1p = 3p)

Niet-gematchte onderwerpen

  • Vraag 2 (2p) — Financiële voordelen die je opgeeft bij het overstappen van werknemer naar ondernemer benoemen. Geen aparte notitie over deze werknemer-vs-ondernemer-afweging.
  • Vraag 18 (2p) — Belangenconflict tussen werknemers en aandeelhouders toelichten. Geen aparte stakeholderconflict-notitie.
  • Vraag 23 (2p) — Prestatie-indicatoren voor klantloyaliteit en werknemerstevredenheid benoemen. Geen aparte KPI-notitie (zie ook eerdere tijdvakken).
  • Vraag 25 (1p) — Groep vaste activa waaronder ontwikkelingskosten vallen (immateriële vaste activa) classificeren. Geen aparte activa-classificatienotitie; raakt losjes Afschrijvingssysteem en waarderingsgrondslag.md zonder deze indeling te dekken.
  • Correctievoorschrift, secties 1-3, 5-6 (Regels voor de beoordeling, Algemene regels, Vakspecifieke regels, Aanleveren scores, Bronvermeldingen) — procedureel/administratief, geen vakinhoud om te matchen.