Digest — VWO Bedrijfseconomie, 2024 tijdvak 2 (VW-0400-a-24-2)

32 vragen, 63 punten, 6 opgaven. Bronbestand: pagina’s 133-169 van de examenbundel (opgaven + bijlage/uitwerkbijlage + correctievoorschrift).


Marketingmix 4P

  • Vraagnummer(s): 3
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Leg uit welke twee instrumenten van de marketingmix [ondernemer] heeft veranderd.” — koppelen van concrete bedrijfsacties (YouTube-kanaal, alleen op afspraak) aan promotie/product.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (2p / 63p)

Causation en effectuation

  • Vraagnummer(s): 4
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Leg uit dat [persoon] als ondernemer kenmerken van effectuation vertoont. Maak gebruik van de gegeven informatie.” — trefwoorden in modelantwoord: stakeholder / crazy quilts / strategische partners.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p)

Gevolgen van financiële feiten voor balans en resultatenrekening

  • Vraagnummer(s): 5
  • Waar: vraag / uitwerkbijlage (mutatiebalans-invulformulier) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, maar met verplichte uitwerkbijlage
  • Typisch vraagformat: “Bereken de verandering van de balansposten door dit financieel feit en vul de mutatiebalans in.” Verkoop op rekening incl. btw, winstmarge op inkoopwaarde — mutaties op debiteuren, te betalen btw, voorraad, eigen vermogen/resultaat.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p), relatief belangrijk door de bijlage-vorm

Constante en variabele kosten

  • Vraagnummer(s): 6, 7
  • Waar: vraag / informatiebron 1 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de totale constante kosten van [dienst] over [jaar].” Optellen van afschrijving, loonkosten, verzekering, overige kosten per eenheid × aantal eenheden.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (3p + 2p = 5p)

Afschrijvingssysteem en waarderingsgrondslag

  • Vraagnummer(s): 6
  • Waar: vraag / informatiebron 1 (bijlage)
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, als deelberekening binnen vraag 6 (lineaire afschrijving per maand, aanschafprijs incl. btw, restwaarde excl. btw)
  • Typisch vraagformat: onderdeel van een grotere kostprijsberekening, geen losse vraag.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (deelscore van een 3p-vraag)

Integrale kostprijs en variabele kostprijs

  • Vraagnummer(s): 7
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de kostprijs per bezorging. Rond af op eurocenten.” Constante kosten/normale bezetting + variabele kosten per eenheid.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (2p)

Verschillenanalyse

  • Vraagnummer(s): 8, 9, 10, 11, 12, 14
  • Waar: vraag / informatiebron 1 en 2 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 6x — grootste concept-cluster van dit examen, vormt de kern van opgave 2
  • Typisch vraagformat: “Bereken het gerealiseerde [bezettings-/prijs-/efficiency]resultaat op [kostensoort]. Geef aan of het een voordelig/nadelig (positief/negatief) resultaat betreft.” Ook: bedrijfsresultaat opbouwen uit verkoopresultaat + budgetresultaat; kwalitatief redeneren zonder berekening (vraag 14) over het teken van resultaten.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (1+2+1+1+2+2 = 9p, bijna 15% van het examen)

Voorcalculatorische en nacalculatorische resultatenrekening

  • Vraagnummer(s): 8
  • Waar: vraag (inleiding “nacalculatorische gegevens over 2022”) / informatiebron 2
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, zijdelings (context voor de verschillenanalyse-vragen 8-12)
  • Typisch vraagformat: geen losse rekenvraag, alleen introductietekst die het onderscheid voor- / nacalculatorisch benoemt.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Financieringsmogelijkheden bv en nv

  • Vraagnummer(s): 13
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, zwakke/indirecte match (leasen vs. kopen van bedrijfsmiddelen, geen aandelen/obligaties-vraag)
  • Typisch vraagformat: “Leg uit waarom leasen vanuit liquiditeitsoogpunt in het eerste jaar voordeliger is dan kopen.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

  • Vraagnummer(s): 15
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Leg voor twee groepen stakeholders, anders dan [aandeelhouders], het belang van mvo uit.” Werknemers, overheid, omwonenden als voorbeeldstakeholders.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Rentabiliteitsratio’s

  • Vraagnummer(s): 16
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken de rentabiliteit van het totale vermogen in [jaar].” EBIT / gemiddeld totaal vermogen (balans + resultaat corrigeren voor gemiddelde).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Resultaatverdeling

  • Vraagnummer(s): 17
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Bereken welk bedrag van het resultaat (EBT), gegeven het dividendvoorstel, zal worden gereserveerd.” Resultaat na belasting minus totaal dividend (dividend per aandeel × aantal aandelen).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Waarde van een aandeel — nominale waarde, beurskoers, emissiekoers en intrinsieke waarde

  • Vraagnummer(s): 17
  • Waar: vraag (nominale waarde € 25 per aandeel, gebruikt om aantal aandelen af te leiden uit aandelenkapitaal)
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, zijdelings — geen losse vraag over aandeelwaarde-soorten, alleen nominale waarde als rekengegeven
  • Typisch vraagformat: impliciet, als tussenstap in een resultaatverdelingsberekening.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Vormen van lang vreemd vermogen

  • Vraagnummer(s): 18
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Leg voor [herfinancieren obligatielening] en voor [investering] uit dat dit op lange termijn gunstig kan zijn voor het resultaat.” Aflossen/herfinancieren obligatielening tegen lagere interest.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (2p, gedeeld met een niet-matchend onderdeel over duurzame investering)

Liquiditeitsbegroting en exploitatiebegroting

  • Vraagnummer(s): 19
  • Waar: vraag / uitwerkbijlage (in te vullen liquiditeitsbegroting-tabel) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, maar de zwaarste losse vraag van het examen (4p)
  • Typisch vraagformat: “Bereken het bedrag waarmee het rekening-courantkrediet verhoogd zou moeten worden op [datum] om uit de liquiditeitsproblemen te blijven. Vul hiervoor de uitwerkbijlage in.” Contante/op-rekening ontvangsten en uitgaven incl. btw, kredietplafond.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p)

Liquiditeitsratio’s

  • Vraagnummer(s): 20
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Geef twee verschillende argumenten waarom de current ratio maar beperkte informatie geeft over de liquiditeitspositie.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Solvabiliteitsratio’s

  • Vraagnummer(s): 21
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Leg uit waarom de bank naar de solvabiliteit kijkt bij verhoging van het rekening-courantkrediet.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Faillissement en surseance van betaling

  • Vraagnummer(s): 22
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Wat is het gevolg voor de leveranciers bij toekenning van surseance van betaling?” (betalingen worden opgeschort/uitgesteld)
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Hefboomformule

  • Vraagnummer(s): 24
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Wanneer is er bij de beleggingen sprake van een positief hefboomeffect?” — rendement op beleggingen (RTV) hoger dan interestkosten geleend geld (IVV).
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Samengestelde interest — contante waarde en eindwaarde

  • Vraagnummer(s): 25
  • Waar: vraag / informatiebron 3 en 4 (bijlage) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Toon met een berekening aan dat de totale studieschuld per [datum] € … bedraagt.” Maandelijks lenen × looptijd × samengestelde interest tot op datum.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Contante waarde en eindwaarde van een reeks gelijke bedragen

  • Vraagnummer(s): 26, 28
  • Waar: vraag / formuleblad (bijlage, somformule meetkundige reeks) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Bereken of de maandelijkse betaling van € … voldoet om de schuld in [n] jaar af te lossen” (somformule meetkundige reeks); “Bereken de omvang van de resterende schuld op [datum]” via totale interest/aflossing-opsplitsing.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p + 3p = 6p)

Hypotheekvormen — lineaire hypotheek en annuïteitenhypotheek

  • Vraagnummer(s): 27 (conceptueel ook relevant bij 26/28, annuïtaire aflossing)
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x direct
  • Typisch vraagformat: “Leg uit of er bij een annuïtaire of bij een lineaire hypothecaire lening een hoger bedrag aan interest wordt betaald over de gehele looptijd, bij gelijke looptijd en interestpercentage.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Voorwaarden vermogensverschaffers

  • Vraagnummer(s): 29
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, zwakke match (bank-overwegingen bij leningverstrekking na vervroegde aflossing studieschuld)
  • Typisch vraagformat: “Leg uit dat de bank vanwege deze vervroegde aflossing bereid zal zijn een hoger bedrag uit te lenen.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (2p)

Arbeidsovereenkomst

  • Vraagnummer(s): 30, 31
  • Waar: vraag / uitwerkbijlage (tabel wettelijke eisen) / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 2x
  • Typisch vraagformat: “Geef twee bedrijfseconomische redenen waarom [werkgever] een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aanbiedt”; “Hoe blijkt uit de vacaturetekst dat wordt voldaan aan de drie wettelijke eisen (arbeidsverplichting, loon, gezagsverhouding)?”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p + 3p = 5p)

B2C, B2B, C2B en C2C-marketing

  • Vraagnummer(s): 32
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x
  • Typisch vraagformat: “Leg uit wat het verschil in relatiemanagement is tussen b2b-marketing en b2c-marketing. Betrek beide begrippen in het antwoord.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Absolute en relatieve omvang van een organisatie

  • Vraagnummer(s): 2
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie dit tijdvak: 1x, zwakke/indirecte match (kostenbesparingen door specialisatie: minder opslag-, financierings- en personeelskosten — raakt schaal-/omvangredenering, geen expliciete schaalvoordelen-vraag)
  • Typisch vraagformat: “Noem twee kostenbesparingen die het gevolg kunnen zijn van de verandering in het bedrijfsmodel. Licht toe.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p)

Niet-gematchte examenonderdelen

  • Vraag 1 — SWOT-analyse (strategische keuze indelen als Strength/Weakness/Opportunity/Threat, incl. uitwerkbijlage-formulier). Geen dedicated vault-notitie over SWOT-analyse gevonden. (2p)
  • Vraag 23 — Studie en het starten van een eigen bedrijf als investering (kosten gaan voor de baten uit). Geen dedicated vault-notitie over het algemene investeringsbegrip; raakt losjes concepten als contante waarde maar dekt de vraag niet. (1p)
  • Formuleblad / bijlage-toelichtingen — het formuleblad zelf (somformule meetkundige reeks) is puur een hulpmiddel, geen apart te oefenen concept los van vraag 26/28 (al meegenomen bij “Contante waarde en eindwaarde van een reeks gelijke bedragen”).
  • Correctievoorschrift, secties 1-3 en 5-6 (Regels voor de beoordeling, Algemene regels, Vakspecifieke regels, Aanleveren scores, Bronvermeldingen) — procedureel/administratief, geen vakinhoud om te matchen.