2026 tijdvak 2 — digest

Bron: los gedownloade CE 2026-bestanden (examenblad.nl), volledig gelezen: opgaven, bijlage/informatieboekje (incl. formuleblad), correctievoorschrift. 29 vragen, 58 punten. Let op: dit examen valt nog onder de OUDE (2026-)syllabus, niet onder syllabus 2027 — bevat expliciet putopties (opgave 3), dus opties zijn hier nog gewoon examenstof.

Arbeidsovereenkomst

  • Vraag 1 (2p): type arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd invullen + uitleggen hoe dit bijdraagt aan personeelsbinding.
  • 1x. Gewicht: gemiddeld.

Cao

  • Vraag 2 (1p): nadelig gevolg voor de werkgever van een cao met korte looptijd (vaker onderhandelen, risico op hogere looneisen/onrust).
  • 1x. Gewicht: licht.

Loonkosten per eenheid product

  • Vraag 3 (3p): verschil in maandelijkse loonkosten berekenen tussen looneis vakbonden (13%) en aanbod directie (4,2% met minimum), inclusief sociale lasten-opslag.
  • 1x. Gewicht: zwaar.

Constante en variabele kosten

  • Vraag 4 (1p): verklaren waarom loonkosten van gedetacheerde docenten tot de constante kosten gerekend worden (vast uitbetaald, ongeacht daadwerkelijke inzet).
  • 1x. Gewicht: licht.

Tarief berekenen dienstverlenende organisatie

  • Vraag 5 (3p): kostprijs per gedetacheerd uur berekenen via C/N-opslagmethode (normale bezetting 414.720 uur).
  • 1x. Gewicht: zwaar.

Verschillenanalyse

  • Vraag 6 (2p): grafieklijnen koppelen aan type voorcalculatorisch resultaat (bedrijfsresultaat/bezettingsresultaat/verkoopresultaat). Vraag 7 (4p): gerealiseerd verkoopresultaat, bezettingsresultaat en prijsresultaat berekenen (voordelig/nadelig aangeven).
  • 2x. Gewicht: zeer zwaar (6p totaal).

Ondernemingsraad en vakbond

  • Vraag 8 (2p): drie andere bevoegdheden van de OR noemen (naast advies) — instemmingsrecht, initiatiefrecht, informatierecht.
  • 1x. Gewicht: gemiddeld.

Instroom- doorstroom- en uitstroomfase

  • Vraag 9 (2p): fte-berekening bij personeelsinkrimping (uitstroomfase, natuurlijk verloop en vrijwillig vertrek aftrekken van totale besparingsdoel).
  • 1x. Gewicht: gemiddeld.

Contante waarde en eindwaarde van een reeks gelijke bedragen

  • Vraag 10 (4p, zwaarste vraag): contante waarde van wekelijkse loonbetalingen (reeks) plus transitievergoeding vergelijken met drempelbedrag, met de somformule van de meetkundige reeks (formuleblad).
  • 1x. Gewicht: zeer zwaar.

Erven

  • Vraag 11 (2p): erfenis na erfbelasting berekenen (vrijstelling + schijventarief), verdeeld tussen twee erfgenamen.
  • 1x. Gewicht: gemiddeld.

Opties (call en put)

  • Vraag 12 (1p, toezichthouder effectenbeurs — AFM), vraag 13 (2p, uitleggen dat putoptiekoers stijgt bij dalende aandelenkoers), vraag 14 (1p, uitleggen dat putoptiekoers daalt naarmate expiratiedatum nadert bij stabiele aandelenkoers), vraag 15 (2p, resultaat op combinatie aandelen + putopties berekenen, deels uitgeoefend/verkocht/aangehouden).
  • 4x. Gewicht: zeer zwaar (opgave 3 draait hier vrijwel volledig om, 6p). Let op: onderwerp geschrapt in syllabus 2027 — dit examen (nog oude syllabus) bevestigt dat opties tot en met CE 2026 nog volwaardige examenstof zijn.

Vermogensmarkt en toezichthouders

  • Vraag 12 (1p, AFM als toezichthouder effectenbeurs) — sterkere match dan alleen Opties.
  • Gewicht: licht (gedeeld met vraag 12 hierboven).

Organen binnen een organisatie

  • Vraag 16 (2p): andere bevoegdheden van de AVA noemen (naast structuurwijziging) — bv. vaststellen jaarrekening, benoemen/ontslaan bestuurder, winstverdeling.
  • 1x. Gewicht: gemiddeld.

Transfer pricing

  • Vraag 17 (1p): uitleggen waarom een groepsstructuur met meerdere bv’s (elk met eigen laag vpb-schijf) belastingvoordeel oplevert.
  • 1x. Gewicht: gemiddeld.

Break-even analyse

  • Vraag 18 (2p): break-evenomzet berekenen (variabele kosten als percentage van omzet afleiden, dan constante kosten delen door dekkingsbijdragepercentage).
  • 1x. Gewicht: gemiddeld.

Resultaatverdeling

  • Vraag 19 (3p): stijging totale resultaat voor winstbelasting berekenen bij omzetstijging 20% en kostenstijging 5% over drie dochterondernemingen (geconsolideerd resultaat).
  • 1x. Gewicht: zwaar.

Netto contante waarde

  • Vraag 20 (1p): uitleggen hoe investering in zonnepanelen wordt terugverdiend (besparing op energiekosten als toekomstige kasstroom).
  • 1x. Gewicht: licht.

Marketingmix 4P

  • Vraag 21 (1p): instrument van de marketingmix waaronder parkuitbreiding valt (product/plaatsbeleid).
  • 1x. Gewicht: licht.

Liquiditeitsratio’s

  • Vraag 22 (2p): current ratio berekenen op basis van balansgegevens. Vraag 23 (2p): twee verklaringen waarom current ratio <1 geen automatisch betalingsprobleem betekent (vooruitontvangen bedragen zijn geen echte verplichting, timing van crediteurenbetaling, voorraad hoger waard dan boekwaarde).
  • 2x. Gewicht: zwaar.

Solvabiliteitsratio’s

  • Vraag 24 (1p): solvabiliteit (EV/TV) berekenen en vergelijken met vorig jaar (verbetering aantonen).
  • 1x. Gewicht: gemiddeld.

Hefboomformule

  • Vraag 25 (2p): uitleggen hoe een verbeterde solvabiliteit het toekomstige resultaat positief kan beïnvloeden (lager interestpercentage door lager risico voor de bank).
  • 1x. Gewicht: gemiddeld.

Rentabiliteitsratio’s

  • Vraag 26 (3p): REV na belasting berekenen op basis van gemiddeld eigen vermogen, en eindconclusie trekken (aan twee van drie eisen voldaan → investering goedgekeurd).
  • 1x. Gewicht: zwaar.

Hypotheekvormen — lineaire hypotheek en annuïteitenhypotheek

  • Vraag 27 (2p): interestkosten jaar 13 lineaire hypotheek berekenen uit restschuld. Vraag 28 (1p): aflossing jaar 13 annuïteitenhypotheek berekenen (annuïteit – interest). Vraag 29 (2p): zonder berekening uitleggen waarom hypotheekuitgaven na belastingvoordeel bij annuïteitenhypotheek jaarlijks stijgen (dalend renteaftrekvoordeel bij gelijkblijvende annuïteit).
  • 3x. Gewicht: zeer zwaar (opgave 6 volledig hierop gericht, 5p).

Niet-gematchte onderwerpen

  • Geen substantiële niet-gematchte examenonderdelen aangetroffen dit tijdvak — alle 29 vragen raken minimaal één van de bovenstaande concepten, al is bij enkele vragen (bv. vraag 2, vraag 20) de match indirect/zwak.