Prioriteit: 🟢 Laag

In 1 van de 6 onderzochte examenjaren (2024 tijdvak 2), en dan indirect.

Wat moet je kunnen?

  • Absolute en relatieve omvang onderscheiden.
  • Het marktaandeel berekenen.

De kern

  • Absoluut: omzet, aantal werknemers, balanstotaal.
  • Relatief: marktaandeel. Een bedrijf met €10 miljoen omzet is groot in een markt van €20 miljoen (50%), maar klein in een markt van €1 miljard (1%).
  • Organisaties verschillen ook in doel: commercieel (winstoogmerk) of niet-commercieel.

Valkuilen

  • Een marktaandeel op basis van afzet vergelijken met een marktaandeel op basis van omzet.
  • Een groeiende omzet zien als groeiend marktaandeel, terwijl de markt harder groeit.

Test jezelf


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen)
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)