Prioriteit: 🟢 Laag
In 1 van de 6 onderzochte examenjaren (2024 tijdvak 2), en dan indirect.
Wat moet je kunnen?
- Absolute en relatieve omvang onderscheiden.
- Het marktaandeel berekenen.
De kern
- Absoluut: omzet, aantal werknemers, balanstotaal.
- Relatief: marktaandeel. Een bedrijf met €10 miljoen omzet is groot in een markt van €20 miljoen (50%), maar klein in een markt van €1 miljard (1%).
- Organisaties verschillen ook in doel: commercieel (winstoogmerk) of niet-commercieel.
Valkuilen
- Een marktaandeel op basis van afzet vergelijken met een marktaandeel op basis van omzet.
- Een groeiende omzet zien als groeiend marktaandeel, terwijl de markt harder groeit.
Test jezelf
Eigen afzet 12.000 stuks, markt 80.000 stuks. Marktaandeel?
.
De omzet stijgt 5%, de markt groeit 10%. Wat gebeurt er met het marktaandeel?
Het daalt.
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 1 van de 6 onderzochte examenjaren (2021-2026) — 16,7%.
- 2024 tijdvak 2: vraag 2
Ondersteunende onderwerpen
- (geen)
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)