Prioriteit: 🟠 Midden

In 3 van de 6 onderzochte examenjaren: korte kennisvragen (1p) en salarisberekeningen met een cao-tabel.

Wat moet je kunnen?

  • Uitleggen wat een cao is en wie de partijen zijn.
  • Weten wanneer een individuele overeenkomst mag afwijken.
  • Een salaris berekenen uit een cao-tabel (schaal, arbeidsduur).

De kern

  • Partijen: werkgever of werkgeversorganisatie tegenover een of meer vakbonden (zie Ondernemingsraad en vakbond).
  • Inhoud: loonschalen, werktijden, vakantie, secundaire voorwaarden.
  • Afwijken: een individuele arbeidsovereenkomst (zie Arbeidsovereenkomst) mag alleen in het voordeel van de werknemer afwijken.
  • Korte looptijd: vaker onderhandelen, meer onzekerheid voor de werkgever.
  • Deeltijd: het salaris naar rato van het aantal uren: .

Zo wordt het gevraagd

  • Mag een individuele arbeidsovereenkomst afwijken van de cao? (2026-1 vraag 9, 1p).
  • Een nadelig gevolg voor de werkgever van een cao met korte looptijd (2026-2 vraag 2, 1p).
  • “Toon met een berekening aan dat [salaris] hoger i[s]…” met een cao-tabel (2023-1 vraag 14).

Uitgewerkt voorbeeld

Deeltijdsalaris (examenstijl, vergelijk 2023-1 vraag 14)

Volgens de cao hoort bij de schaal €3.200 per maand bij 38 uur per week. Een werknemer werkt 32 uur. Salaris: €2.694,74 per maand

Valkuilen

  • Denken dat een werkgever in een individueel contract lager mag gaan dan de cao.
  • De ondernemingsraad als cao-partij noemen (dat is de vakbond).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt