Prioriteit: 🟢 Laag
In 1 van de 6 onderzochte examenjaren (2024 tijdvak 1), als berekening van de totale interestkosten.
Wat moet je kunnen?
- De vormen onderscheiden, vooral op het moment van eigendom.
- Interest, aflossing en schuldrest berekenen, en de totale kosten van een krediet.
De kern
| Vorm | Eigendom | Kenmerk |
|---|---|---|
| persoonlijke lening | (n.v.t., je krijgt geld) | vast bedrag, vaste looptijd en termijnen |
| koop op afbetaling | direct | betalen in termijnen |
| huurkoop | na de laatste termijn | |
| private lease | nooit | vast bedrag per maand voor gebruik |
| doorlopend krediet, creditcard | (n.v.t.) | flexibel opnemen tot een limiet |
- Kosten van het krediet = totaal betaald − contante prijs. Voorbeeld: contant €2.500, of 12 termijnen van €250: kosten .
- Het BKR registreert kredieten en betalingsachterstanden; dat telt mee bij een latere hypotheekaanvraag.
- Interestberekening: zie Enkelvoudige interest.
Valkuilen
- Huurkoop en koop op afbetaling verwarren.
- Vergeten dat private lease nooit tot eigendom leidt.
Test jezelf
Bij welke vorm word je pas eigenaar na de laatste termijn?
Huurkoop.
Waarom kan een doorlopend krediet een hypotheekaanvraag bemoeilijken?
Het staat bij het BKR en verlaagt het bedrag dat je mag lenen.
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 1 van de 6 onderzochte examenjaren (2021-2026) — 16,7%.
- 2024 tijdvak 1: vraag 30, 31
Ondersteunende onderwerpen
- (geen)