CE Economie VWO 2018 – Tijdvak II — Digest

Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p. 435–456 (opgaven + correctievoorschrift, incl. beoordelingsmodel; ToC-pagina 434 + offset 1). 30 vragen, 57 punten, 5 opgaven.


Opgave 1 — Hoe verdelen we de zorgkosten? (vergrijzing, solidariteit, eigen risico)

Vraag 1 (2p) — Concept: Structurele economische groei Format: “Toon met een berekening aan dat de totale zorgkosten in 2040 meer dan 14% van het bbp zullen bedragen” (cumulatieve groeivergelijking zorgkosten vs. bbp). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).

Vraag 2 (2p) — Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel), met Intertemporele ruil als levensloopperspectief Format: “Leg deze veronderstelling van de journaliste uit” (jongeren nu kunnen later, als oudere, alsnog een positief nettozorgprofijt hebben door de stijgende zorgkosten). Gewicht: zwaar.

Vraag 3 (2p) — Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) Format: “Leg deze stelling van de journaliste uit” (twee leeftijdsgebonden verzekeringen verminderen intergenerationele solidariteit, met gevolgen voor de eigen toekomstige premie). Gewicht: zwaar (tweede vraag over dit concept).

Vraag 4 (2p) — Concept: Marktvormen Format: “Leg deze stelling uit. Betrek alle drie de partijen uit figuur 1 in het antwoord” (marktwerking tussen verzekerden, verzekeraars en zorgaanbieders matigt de kostenstijging). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 5 (1p) — Concept: Nivelleren en denivelleren Format: “Leg deze stelling van de journaliste uit” (een eigen risico raakt lage inkomens relatief harder → denivellering van het besteedbaar inkomen). Gewicht: gemiddeld.


Opgave 2 — Arbeidsproductiviteit in de lift (loonkosten, AIQ, arbeidsmarkt)

Vraag 6 (2p) — Concept: Categoriale inkomensverdeling en AIQ Format: “Bereken de procentuele verandering van de reële loonkosten per eenheid product in 2014 ten opzichte van 2009” (indexcijfers uit figuur 1 aflezen en herrekenen). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).

Vraag 7 (2p) — Concept: Categoriale inkomensverdeling en AIQ Format: “Leg uit onder welke voorwaarde een daling van de reële loonkosten per eenheid product kan leiden tot vergroting van de reële winst per eenheid product.” Gewicht: zwaar (tweede vraag over dit concept).

Vraag 8 (2p) — Concept: Totale factorproductiviteit Format: “Bereken voor welk deel de stijging van de arbeidsproductiviteit in 2014 ten opzichte van 2003 werd veroorzaakt door ICT.” Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).

Vraag 9 (2p) — Concept: Totale factorproductiviteit Format: “Noem de gegevens uit figuur 1 en tabel 2 waarop de econoom zich baseert en leg uit hoe hij daarmee tot zijn conclusie is gekomen” (gewerkte uren daalden minder dan de productie in 2009). Gewicht: zwaar (tweede vraag over dit concept).

Vraag 10 (2p) — Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag Format: “Noem twee motieven die werkgevers kunnen hebben gehad om de inzet van arbeid minder te verlagen dan de daling van de productie” (labour hoarding: opleidingskosten behouden, verwachte spoedige opleving). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 11 (2p) — Concept: Totale factorproductiviteit, met Categoriale inkomensverdeling en AIQ als uitkomst Format: “Leg uit dat deze veronderstelling kan worden gebaseerd op gegevens in tabel 1” (scholing droeg in 2009 nauwelijks bij aan productiviteitsgroei → geen loonstijging). Gewicht: zwaar (derde vraag over dit concept, sluit de opgave af).


Opgave 3 — Huizenmarkt als financiële zeepbel (hypotheken, procycliciteit, risico)

Vraag 12 (2p) — Concept: Rente als prijs van tijd Format: “Leg bevinding b van Estate uit” (neergaande conjunctuur → lagere rente op de vermogensmarkt → kopen eigen huis aantrekkelijker ondanks recessie). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 13 (1p) — Concept: Financiële sector en risicoverschuiving Format: “Toon met een berekening aan dat bevinding c juist is” (totale hypothecaire schuld vergelijken met het bbp van €450 miljard). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 14 (2p) — Concept: Conjunctuur en output gap, met Financiële sector en risicoverschuiving als mechanisme Format: “Verklaar waarom een te grote verhouding tussen de totale hypothecaire leenschuld en het bbp in geval van een conjuncturele neergang procyclisch kan uitwerken.” Gewicht: zwaar.

Vraag 15 (2p) — Concept: Risico en risicoaversie Format: “Laat met een berekening zien dat gegevens uit tabel 3 deze bevinding ondersteunen” (verhouding hypotheeklening/aankoopprijs stijgt over de jaren, wijst op afnemende risicoperceptie). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).

Vraag 16 (2p) — Concept: Belastingstelsel Format: “Leg uit dat door deze maatregel mensen ertoe worden aangezet om minder hypothecair krediet aan te gaan” (maximum aan de hypotheekrenteaftrek verkleint het fiscale voordeel van extra lenen). Gewicht: gemiddeld.


Opgave 4 — Armer door muntunie (EMU, concurrentiepositie, arbeidsmigratie)

Vraag 17 (1p) — Concept: Structurele economische groei Format: “Bereken de procentuele toename van de verhouding tussen het reële bbp van Duitsland en het reële bbp van Griekenland in de periode 2007-2015” (cumulatieve groeicijfers uit figuur 1 combineren). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 18 (2p) — Concept: Totale factorproductiviteit, met Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer (internationale concurrentiepositie) als gevolg Format: “Verklaar waarom een achterblijvende groei van de arbeidsproductiviteit in het Zuiden kan leiden tot een verslechtering van de internationale concurrentiepositie.” Gewicht: zwaar.

Vraag 19 (2p) — Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer Format: “Verklaar dat, vóórdat de muntunie werd ingesteld, een verslechtering van de concurrentiepositie… via een verandering van de wisselkoers, in zekere mate kon worden tegengegaan” (devaluatie als aanpassingsmechanisme). Gewicht: zwaar (tweede vraag over dit concept).

Vraag 20 (2p) — Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag Format: “Leg uit dat in een land, bij achterblijvende groei van de arbeidsproductiviteit, een langdurig aanpassingsproces via de arbeidsmarkt tot hogere groei van het bbp kan leiden” (interne devaluatie: looninlevering herstelt concurrentiepositie). Gewicht: zwaar.

Vraag 21 (2p) — Concept: Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact Format: “Leg uit dat door het Groei- en Stabiliteitspact landen met een krimpend bbp nauwelijks mogelijkheden hebben om de structuurontwikkeling te stimuleren” (3%-tekortnorm beperkt begrotingsruimte). Gewicht: zwaar (letterlijke kernvraag).

Vraag 22 (2p) — Concept: Monetair beleid en de ECB, met EMU en optimale valutagebieden als kader Format: “Leg uit dat als de ECB het rentebeleid vooral richt op het belang van het Noorden… dit kan leiden tot een nog sterkere daling van de groeipercentages in het Zuiden” (one-size-fits-all-rentebeleid past niet bij asymmetrische conjunctuur). Gewicht: zwaar.

Vraag 23 (2p) — Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag, met EMU en optimale valutagebieden als kader Format: “Leg uit dat er arbeidsmigratie binnen de Eurozone kan optreden en dat die ertoe zou kunnen leiden dat de economische groeipercentages… nog meer uiteen zullen lopen” (braindrain van hoogopgeleiden uit het Zuiden). Gewicht: zwaar (sluit de opgave af).


Opgave 5 — Inperken van de uitstoot (emissiehandel, asymmetrische informatie, kostenvergelijking)

Vraag 24 (2p) — Concept: Externe effecten, met Asymmetrische informatie als complicatie Format: “Leg uit dat als gevolg van een dergelijke informatieachterstand het effect van een bepaalde heffing op de CO2-uitstoot onzeker is” (overheid kent de werkelijke kostenstructuur van bedrijven niet). Gewicht: zwaar.

Vraag 25 (2p) — Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies Format: “Beargumenteer de veronderstelling van de econoom” (conjuncturele opgang verhoogt de vraag naar emissierechten bij een vast aanbod/plafond). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 26 (2p) — Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies Format: “Leg de bewering van de politicus uit” (een lager emissieplafond zou de CO2-uitstoot sterker hebben teruggedrongen). Gewicht: gemiddeld (tweede vraag over dit concept).

Vraag 27 (2p) — Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies Format: “Geeft pijl A in figuur 1 een positief of een negatief verband weer? Licht je keuze toe” (aanbod/emissieplafond vs. kosten van uitstootloze energieopwekking). Gewicht: gemiddeld (derde vraag over dit concept).

Vraag 28 (2p) — Concept: Investeringen en kapitaalvorming Format: “Leg deze stelling uit” (ondernemingen baseren investeringsbeslissingen op de verwachte toekomstige prijs van een emissierecht, niet de huidige prijs). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 29 (2p) — Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies Format: “Leg uit dat deze werkwijze de overheid financieel voordeel kan bieden” (fonds koopt goedkoop bij laagconjunctuur, verkoopt duurder na herstel — anticyclisch prijsstabilisatiefonds). Gewicht: gemiddeld (vierde vraag over dit concept).

Vraag 30 (2p) — Concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) Format: “Bereken vanaf welke hoogte van de prijs van een emissierecht de onderneming zal overstappen op de alternatieve productiewijze” (totale kosten van beide productiewijzen, inclusief emissiekosten, gelijkstellen). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern, sluit het examen af).


Correctievoorschrift — vakspecifieke regel

Locatie: correctievoorschrift (sectie 3, Vakspecifieke regels) Concept: Rekenvaardigheden economie Relevant voor alle rekenvragen dit tijdvak: 1, 6, 8, 13, 15, 17, 30. Gewicht: gemiddeld.


Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, dit tijdvak)

Concept# vragenVraagnummersGewicht
Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies425, 26, 27, 29gemiddeld
Totale factorproductiviteit48, 9, 11, 18zwaar
Arbeidsmarkt aanbod en vraag410, 20, 23zwaar/gemiddeld
Categoriale inkomensverdeling en AIQ36, 7, 11zwaar
Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel)22, 3zwaar
Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer218, 19zwaar
EMU en optimale valutagebieden222, 23zwaar
Financiële sector en risicoverschuiving213, 14gemiddeld
Structurele economische groei21, 17zwaar/gemiddeld
Intertemporele ruil12 (kader)licht
Marktvormen14gemiddeld
Nivelleren en denivelleren15gemiddeld
Rente als prijs van tijd112gemiddeld
Conjunctuur en output gap114zwaar
Risico en risicoaversie115zwaar
Belastingstelsel116gemiddeld
Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact121zwaar
Monetair beleid en de ECB122zwaar
Externe effecten124zwaar
Asymmetrische informatie124 (complicatie)licht
Investeringen en kapitaalvorming128gemiddeld
Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK)130zwaar
Rekenvaardigheden economie1correctievoorschrift (relevant bij 1, 6, 8, 13, 15, 17, 30)gemiddeld

22 van de ~78 Stap 1-concepten geraakt in dit tijdvak (macro-economisch zwaargewicht tijdvak, vergelijkbaar met 2022-III: EMU/arbeidsmarkt/productiviteit domineren).