CE Economie VWO 2019 – Tijdvak II — Digest

Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p. 384–408 (opgaven + correctievoorschrift, incl. beoordelingsmodel; ToC-pagina 383 + offset 1). 27 vragen, 57 punten, 6 opgaven.


Opgave 1 — Rookremmers (accijns, MKBA, winstmaximalisatie)

Vraag 1 (2p) — Concept: Externe effecten Format: “Leg uit waarom de gegeven voorbeelden van maatschappelijke kosten als negatieve externe effecten van roken worden gezien.” Gewicht: gemiddeld.

Vraag 2 (1p) — Concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) Format: “Is er bij Mores sprake van proportioneel variabele kosten of progressief variabele kosten? Licht je keuze toe.” Gewicht: gemiddeld.

Vraag 3 (3p) — Concept: Winstmaximalisatie en break-even Format: “Toon met een berekening aan dat Mores in scenario 2 maximale totale winst behaalt bij een productie van 10 miljoen pakjes” (MO=MK). Gewicht: zwaar (3p, kernberekening).

Vraag 4 (2p) — Concept: Winstmaximalisatie en break-even Format: “Bereken de maximale totale winst voor Mores in scenario 2.” Gewicht: zwaar.

Vraag 5 (1p) — Concept: Winstmaximalisatie en break-even Format: “Bereken hoeveel procent van de accijnsverhoging door Mores wordt doorberekend in de verkoopprijs” (belastingincidentie bij winstmaximalisatie). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 6 (2p) — Concept: Winstmaximalisatie en break-even Format: “Zal het accijnsbedrag dat Mores bij scenario 3 zou moeten afdragen hoger of lager zijn dan bij scenario 2? Licht je keuze toe zonder berekening.” Gewicht: gemiddeld (vierde/vijfde vraag over dit concept — dominant in deze opgave).


Opgave 2 — Eigen duit in zakje van de zorg (verzekeringsplicht, eigen risico, solidariteit)

Vraag 7 (2p) — Concept: Averechtse selectie en moral hazard Format: “Leg uit dat zonder verzekeringsplicht… averechtse selectie” kan ontstaan. Gewicht: zwaar.

Vraag 8 (2p) — Concept: Averechtse selectie en moral hazard Format: “Leg uit dat het instellen van een eigen risico kan bijdragen aan een beperking van de toename van de zorgkosten” (moral hazard-remmend effect). Gewicht: zwaar.

Vraag 9 (2p) — Concept: Averechtse selectie en moral hazard Format: “Laat met een berekening zien dat de verwachting van de econome juist is” (zorgkostendaling 44% van het eigen risico + eigen bijdrage doorrekenen naar premiedaling). Gewicht: zwaar (rekenkundige toepassing, derde vraag over dit concept).

Vraag 10 (2p) — Concept: Risico en risicoaversie Format: “Ga met een berekening na of verzekerden in groep III ook een financieel voordeel zullen hebben” (verwachte zorgkosten per risicogroep vergelijken met premiekorting). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).

Vraag 11 (2p) — Concept: Averechtse selectie en moral hazard Format: “Leg de stelling van de directeur uit” (uniforme premies bevorderen solidariteit meer dan een vrijwillig eigen risico — risicoselectie ondermijnt de solidariteit). Gewicht: zwaar (vierde vraag over dit concept, dominant in deze opgave).


Opgave 3 — Drukte in de spits (staatsmonopolie, prijselasticiteit, consumentensurplus)

Vraag 12 (3p) — Concept: Principaal-agentrelatie Format: “Leg uit dat een principaal-agentprobleem tussen de overheid en Trains kan optreden, en leg uit hoe de overeenkomst dit probleem vermindert” (verantwoordingsplicht bij prijsstijging). Gewicht: zwaar (3p, kernvraag).

Vraag 13 (3p) — Concept: Prijselasticiteit van de vraag, met Kruislingse elasticiteit als tweede component Format: “Bereken aan de hand van tabel 2 de bezettingsgraad tijdens de spits als gevolg van het prijsvoorstel” (eigen-prijselasticiteit −0,2 + kruislingse elasticiteit +0,3 combineren). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern, combineert twee elasticiteitsbegrippen).

Vraag 14 (2p) — Concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) Format: “Verklaar deze verwachting” (totale kosten blijven ~gelijk, kosten per reiziger dalen door herverdeling van reizigers over dal-/spitsuren). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 15 (2p) — Concept: Consumenten- en producentensurplus Format: “Verklaar de stelling van de woordvoerder” (consumentensurplus van recreatieve daluurreizigers kan toenemen ondanks hogere spitsprijs elders). Gewicht: gemiddeld.


Opgave 4 — Zorgen om bezorgen (marktconcentratie HHI, pakketbezorging)

Vraag 16 (2p) — Concept: Marktvormen Format: “Toon de conclusie van de NCA aan met een berekening” (Herfindahl-Hirschman Index berekenen uit marktaandelen en toetsen aan de 2.000-grens). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern van marktconcentratiemeting).

Vraag 17 (3p) — Concept: Prijsdiscriminatie Format: “Bereken hoeveel procent het gemiddelde tarief dat NetShop betaalt bij Rapservice lager is dan het gemiddelde tarief bij Rapservice” (gewogen gemiddelde terugrekenen uit omzetaandeel). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).

Vraag 18 (2p) — Concept: Marktvormen Format: “Verklaar deze bezorgdheid van de NCA. Maak hierbij gebruik van fragment 1” (dominante positie via netwerk/kwaliteit versterkt marktmacht, ondanks groeiende markt). Gewicht: gemiddeld.


Opgave 5 — Rentebeleid geeft onvoldoende wind in de zeilen (monetair beleid, inflatie, zero lower bound)

Vraag 19 (3p) — Concept: Monetair beleid en de ECB Format: “Leg uit dat een renteverlaging door de CB kan leiden tot toename van de inflatie. Maak hierbij een onderscheid tussen bestedingsinflatie en loonkosteninflatie.” Gewicht: zwaar (3p, kern-transmissiemechanisme).

Vraag 20 (2p) — Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag, met Totale factorproductiviteit als mechanisme Format: “Verklaar via de arbeidsmarkt dat technologische ontwikkelingen kunnen hebben bijgedragen aan het laag blijven van de inflatie” (hogere productiviteit dempt loonkosten per eenheid product). Gewicht: gemiddeld.

Vraag 21 (2p) — Concept: Marktvormen Format: “Verklaar de opmerking van de econoom over de invloed van de internationale handel op het laag blijven van de inflatie” (meer importconcurrentie beperkt prijszettingsmacht van binnenlandse bedrijven). Gewicht: licht.

Vraag 22 (3p) — Concept: Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid, met In- en uitverdieneffecten als tweede deelvraag Format: “Licht beide stellingen van de econoom toe” (begrotingsbeleid als alternatief voor renteverlaging bij de zero lower bound; inverdieneffecten beperken de toekomstige lastendruk van een tekort). Gewicht: zwaar (3p, tweeledige redenering met expliciete kernbegrippen).


Opgave 6 — Gedeelde vreugd … (inkomensherverdeling en economische groei)

Vraag 23 (2p) — Concept: Structurele economische groei Format: “Bereken op basis van de schatting hoeveel procent het bbp, in geval van de herverdeling, na vijf jaar hoger zal zijn dan bij ongewijzigd beleid” (cumulatieve groei met verhoogd jaarlijks groeipercentage). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).

Vraag 24 (2p) — Concept: Nivelleren en denivelleren Format: “Leg argument a uit” (herverdeling stimuleert groei via de vraagzijde van de goederenmarkt — hogere consumptiequote bij lage inkomens). Gewicht: zwaar.

Vraag 25 (2p) — Concept: Nivelleren en denivelleren, met Totale factorproductiviteit (menselijk kapitaal) als mechanisme Format: “Leg argument c uit” (meer opleidingskansen voor kinderen uit arme gezinnen → hoger opleidingsniveau bevolking → hogere toekomstige groei). Gewicht: zwaar.

Vraag 26 (2p) — Concept: Nivelleren en denivelleren, met Investeringen en kapitaalvorming als mechanisme Format: “Leg argument I uit” (hogere inkomens sparen relatief meer → via de vermogensmarkt grotere productiecapaciteit). Gewicht: zwaar (derde vraag over dit concept).

Vraag 27 (1p) — Concept: Nivelleren en denivelleren Format: “Leg bewering II uit” (beloningsverschillen gekoppeld aan arbeidsproductiviteit bevorderen economische groei — prestatieprikkel). Gewicht: gemiddeld (vierde en laatste vraag over dit concept, sluit het examen af).


Correctievoorschrift — vakspecifieke regel

Locatie: correctievoorschrift (sectie 3, Vakspecifieke regels) Concept: Rekenvaardigheden economie Relevant voor alle rekenvragen dit tijdvak: 3, 4, 5, 9, 10, 13, 16, 17, 23. Gewicht: gemiddeld.


Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, dit tijdvak)

Concept# vragenVraagnummersGewicht
Winstmaximalisatie en break-even43, 4, 5, 6zwaar
Averechtse selectie en moral hazard47, 8, 9, 11zwaar
Nivelleren en denivelleren424, 25, 26, 27zwaar
Marktvormen316, 18, 21gemiddeld
Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK)22, 14gemiddeld
Externe effecten11gemiddeld
Risico en risicoaversie110zwaar
Principaal-agentrelatie112zwaar
Prijselasticiteit van de vraag113zwaar
Kruislingse elasticiteit113 (deelconcept)gemiddeld
Consumenten- en producentensurplus115gemiddeld
Prijsdiscriminatie117zwaar
Monetair beleid en de ECB119zwaar
Arbeidsmarkt aanbod en vraag120gemiddeld
Totale factorproductiviteit220, 25 (mechanisme)gemiddeld
Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid122zwaar
In- en uitverdieneffecten122zwaar
Structurele economische groei123zwaar
Investeringen en kapitaalvorming126 (mechanisme)gemiddeld
Rekenvaardigheden economie1correctievoorschrift (relevant bij 3, 4, 5, 9, 10, 13, 16, 17, 23)gemiddeld

19 van de ~78 Stap 1-concepten geraakt in dit tijdvak (opvallend geconcentreerd: winstmaximalisatie, moral hazard en nivelleren domineren elk met 4 hits).