2021 tijdvak I — Economie VWO — digest
Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p.271–299 (opgaven VW-1022-a-21-1-o, correctievoorschrift VW-1022-a-21-1-c, plus aanvulling op het correctievoorschrift VW-1022-a-21-1-c-A). Geen uitwerkbijlage aangetroffen in dit bereik (geen tekenopdrachten/tabellen om in te vullen). 29 vragen, 6 opgaven, max. 60 punten.
Opgave 1 — AnyWay van de grond (fusie luchtvaartmaatschappijen, cao-onderhandeling)
- Vraag 1 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Rekenvaardigheden economie (samengestelde groei/indexcijfer-berekening over meerdere jaren) — “Toon met een berekening aan dat de afzet van EAC in 2016 ten opzichte van 2012 met meer dan 20% is gedaald” — gewicht: licht.
- Vraag 2 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) (gedeelde constante kosten over meer eenheden → lagere gemiddelde constante kosten) — “Verklaar de stelling van de directie” (gemiddelde winst per vlucht omhoog door gedeelde voorzieningen) — gewicht: gemiddeld. Aanvulling correctievoorschrift verduidelijkt dat het begrip constante kosten “verwoord” i.p.v. letterlijk “vermeld” moet worden.
- Vraag 3 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Rekenvaardigheden economie (gewogen gemiddelde loonstijging berekenen) — “Bereken hoeveel procent de lonen op vluchten van EAC dan moeten stijgen” — gewicht: licht.
- Vraag 4 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Beleggen — rendement en risico (verwachte winst/dividend/koers bepaalt beleggersinteresse bij aandelenuitgifte) — “Leg uit dat een te sterke loonsverhoging het succes van een aandelenuitgifte van CAS in gevaar kan brengen” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 5 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Strategisch inzicht (dominante strategie vergelijken zonder gegeven matrix/spelboom) — “Zullen beide vakbonden … akkoord gaan? Licht je antwoord toe door strategieën van beide vakbonden te vergelijken” — gewicht: zwaar (kernvraag, expliciet dominante-strategieredenering in antwoordmodel).
Opgave 2 — Groene bussen (concessie elektrisch busvervoer)
- Vraag 6 (1p) — vraag + antwoordmodel — concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) — “Bereken hoeveel euro de variabele kosten per kilometer van het rijden met een elektrische bus lager zijn” — gewicht: licht.
- Vraag 7 (1p) — vraag + antwoordmodel — concept: Winstmaximalisatie en break-even (break-even-afstand tussen twee kostenstructuren) — “Bepaal met een berekening hoelang de concessieperiode minimaal moet zijn voordat het rijden met elektrische bussen goedkoper is” — gewicht: licht.
- Vraag 8 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Externe effecten (lagere maatschappelijke kosten door minder uitlaatgassen/geluidshinder wegen op tegen subsidie) — “Leg de bewering van de wethouder uit” (maatschappelijk voordeel ondanks subsidie) — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 9 (4p, zwaarste vraag tijdvak) — vraag + antwoordmodel — concepten: Principaal-agentrelatie en Asymmetrische informatie — “Leg uit dat een principaal-agentprobleem tussen de gemeente en de busonderneming kan optreden, en leg uit welke twee voorwaarden uit de overeenkomst dit probleem kunnen verminderen” — gewicht: zwaar.
Opgave 3 — Op weg naar het pensioen (doorsneepremie vs. leeftijdsafhankelijke premie)
- Vraag 10 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Intertemporele ruil (tijdsvoorkeur bepaalt keuze tussen nu sparen/later consumeren) — “Leg uit voor welke premiebetaling een jonge werknemer zal kiezen met een relatief lage tijdsvoorkeur” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 11 (2p) — vraag + antwoordmodel — geen directe match met een bestaande Stap 1-notitie aangetroffen (specifiek over verschuiving van de doorsneepremielijn bij stijgende levensverwachting; raakt losjes Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel), maar dat concept behandelt vooral het onderscheid omslag/kapitaaldekking, niet premiedifferentiatie binnen kapitaaldekking) — “Leg uit hoe de lijn van de doorsneepremie zal verschuiven indien de levensverwachting … stijgt” — gewicht: licht (als raakvlak met Pensioenstelsels geteld).
- Vraag 12 (3p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Beleggen — rendement en risico en Risico en risicoaversie (levenscyclusbeleggen: eerst aandelen, later obligaties → hoog rendement/laag risico over hele periode) — “Leg de argumentatie van de financieel directeur uit” — gewicht: zwaar (3p, kernredenering rendement-risicoafweging).
- Vraag 13 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Nominale versus reële grootheden (koopkracht/nettoloon vs. inflatie en carrièregroei) — “Leg de stelling van de financieel directeur uit” (koopkracht op oudere leeftijd niet nadelig beïnvloed) — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 14 (2p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Rente als prijs van tijd en Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) (lager rendement op belegd vermogen bij kapitaaldekking → hogere premies nodig) — “Leg uit dat een lage rente op de vermogensmarkt een oorzaak kan zijn voor het verhogen van de pensioenpremies” — gewicht: gemiddeld.
Opgave 4 — Prijsbeleid in de verf gezet (duopolie, prijsafzetfunctie, speltheorie)
- Vraag 15 (3p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Prijs, afzet en totale opbrengst (prijsafzetfunctie → TO/MO afleiden) en Winstmaximalisatie en break-even (MO=MK-regel) — “Toon met behulp van een berekening aan dat IC 11 euro vraagt voor een liter verf” — gewicht: zwaar (3p, meerstaps kernberekening).
- Vraag 16 (2p) — vraag (spelboom) + antwoordmodel — concept: Speltheorie pay-off matrix en spelboom — “Verklaar met behulp van de spelboom dat het voor IC … niet zinvol is om de prijs … aan te passen” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 17 (2p) — vraag (pay-off matrix) + antwoordmodel — concepten: Nash-evenwicht en Speltheorie pay-off matrix en spelboom — “Beargumenteer of het spel volgens deze matrix voor beide spelers een optimaal resultaat kan opleveren. Benoem daarbij beide Nash-evenwichten” — gewicht: zwaar (expliciete Nash-evenwicht-identificatie, prisoner’s-dilemma-achtige structuur).
- Vraag 18 (2p) — vraag (vier prijsafzetfuncties) + antwoordmodel — concepten: Prijselasticiteit van de vraag en Kruislingse elasticiteit (klantenbinding = lagere eigen-prijselasticiteit; klanten van Farbo aantrekken = hogere kruislingse elasticiteit) — “Welke van de vier prijsafzetfuncties laat zien dat de bedoelde effecten van de marketingcampagne kunnen zijn bereikt?” — gewicht: gemiddeld.
Opgave 5 — Devaluatie van de wal in de sloot (vaste wisselkoers, betalingsbalans)
- Vraag 19 (1p) — vraag + antwoordmodel — concept: Prijselasticiteit van de vraag (variant export-/importprijselasticiteit, noemer in vreemde vs. eigen valuta) — “Verklaar dit verschil in de noemers” — gewicht: licht. Raakt ook Betalingsbalans.
- Vraag 20 (3p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Prijselasticiteit van de vraag en Betalingsbalans (devaluatie-effect op im-/exportwaarde in eigen valuta) — “Toon met een berekening … aan dat een devaluatie van 20% leidt tot een sterkere toename van de importwaarde dan van de exportwaarde” — gewicht: zwaar (3p, kernberekening Marshall-Lerner-achtig effect).
- Vraag 21 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Prijselasticiteit van de vraag (substituten vinden op langere termijn → elastischer) — “Geef een verklaring voor de stelling van Paulus dat op langere termijn de import elastischer is dan op korte termijn” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 22 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Betalingsbalans (devaluatie → inflatie → loonstijging → concurrentiepositie/export → werkloosheid) — “Verklaar de door Paulus genoemde verbanden tussen devaluatie, binnenlands loonniveau en werkloosheid” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 23 (2p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Economische kringloop en Betalingsbalans (identiteit S−I = (E−M)+(B−O)) — “Bereken de omvang van de particuliere besparingen in 2019 in procenten van het bbp” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 24 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid (bezuinigen = procyclisch bij laagconjunctuur → lagere bestedingen/productie → werkloosheid) — “Leg uit dat het voorstel van Liman om de overheid te laten bezuinigen kan leiden tot toename van de werkloosheid” — gewicht: gemiddeld.
Opgave 6 — Gelijkheid en groei (primaire/secundaire inkomensverdeling, Gini, groei)
- Vraag 25 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Inkomensongelijkheid (Gini en percentielenratio) — “Is de Ginicoëfficiënt in dit land lager bij de primaire of bij de secundaire inkomensverdeling? Geef twee argumenten” — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Nivelleren en denivelleren (heffingskorting/bijstand als nivellerend instrument).
- Vraag 26 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Belastingstelsel (algemeen tarief + heffingskorting vs. bijstandsuitkering) — “Bereken onder welke hoogte van het primaire jaarinkomen iemand … minder ontvangt dan een bijstandsuitkering” — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Nivelleren en denivelleren (armoedeval-achtige situatie).
- Vraag 27 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Structurele economische groei (leerplicht → arbeidsproductiviteit → productie/groei) — “Leg uit hoe het invoeren van de leerplicht heeft geleid tot een toename van de economische groei” — gewicht: gemiddeld. Aanvulling correctievoorschrift schrapt de eis dat het begrip “arbeidsproductiviteit” expliciet genoemd moet worden.
- Vraag 28 (2p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer en Betalingsbalans (wisselkoersverandering → export-/importvolume → lopende rekening → nationaal inkomen) — “Is op basis van deze vooronderstelling de valuta van Alpha … gestegen of gedaald?” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 29 (2p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid en Nivelleren en denivelleren (verschillende spaarquotes naar inkomen bepalen effectiviteit van belastingmaatregel op bestedingen) — “Welke maatregel is volgens de aanname van Pikets het meest effectief in de bestrijding van de neergaande conjunctuur?” — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Keynesiaans kruis (bestedingseffect/multiplier-redenering).
Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, incl. secundaire raakvlakken)
| Concept | # vragen | Vraagnummers |
|---|---|---|
| Betalingsbalans | 5 | 19(sec), 20, 22, 23(sec), 28(sec) |
| Prijselasticiteit van de vraag | 4 | 18, 19, 20, 21 |
| Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid | 2 | 24, 29 |
| Nivelleren en denivelleren | 3 | 25(sec), 26(sec), 29(sec) |
| Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) | 2 | 2, 6 |
| Beleggen — rendement en risico | 2 | 4, 12 |
| Winstmaximalisatie en break-even | 2 | 7, 15 |
| Speltheorie pay-off matrix en spelboom | 2 | 16, 17(sec) |
| Nash-evenwicht | 1 | 17 |
| Rekenvaardigheden economie | 2 | 1, 3 |
| Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer | 1 | 28 |
| Economische kringloop | 1 | 23 |
| Rente als prijs van tijd | 1 | 14 |
| Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) | 2 | 11(sec, zwak), 14(sec) |
| Intertemporele ruil | 1 | 10 |
| Risico en risicoaversie | 1 | 12(sec) |
| Nominale versus reële grootheden | 1 | 13 |
| Prijs, afzet en totale opbrengst | 1 | 15 |
| Kruislingse elasticiteit | 1 | 18(sec) |
| Externe effecten | 1 | 8 |
| Principaal-agentrelatie | 1 | 9 |
| Asymmetrische informatie | 1 | 9(sec) |
| Strategisch inzicht | 1 | 5 |
| Inkomensongelijkheid (Gini en percentielenratio) | 1 | 25 |
| Belastingstelsel | 1 | 26 |
| Structurele economische groei | 1 | 27 |
| Keynesiaans kruis | 1 | 29(sec) |
Meest bevraagde concepten dit tijdvak (zwaar/veelvuldig): Betalingsbalans (dominant thema in opgave 5+6, incl. de zwaarste vraag 20 over devaluatie-elasticiteiten), Prijselasticiteit van de vraag (kern van opgave 5), Principaal-agentrelatie/Asymmetrische informatie (zwaarste vraag van het tijdvak, vraag 9, 4p), Winstmaximalisatie en break-even en Speltheorie pay-off matrix en spelboom/Nash-evenwicht (kern van opgave 4).
Bijzonderheden: geen uitwerkbijlage in dit tijdvak. Twee aanvullingen op het correctievoorschrift (VW-1022-a-21-1-c-A): verduidelijking bij vraag 2 (verwoorden i.p.v. letterlijk vermelden van “constante kosten”) en schrapping van een te strenge eis bij vraag 27 (verplicht noemen van “arbeidsproductiviteit”).