CE Economie VWO 2021 – Tijdvak II — Digest
Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p. 300–330 (pdftotext -f 301 -l 331). Opgaven + correctievoorschrift (incl. beoordelingsmodel) + aanvulling op het correctievoorschrift (2021-2). 28 vragen, 60 punten, 6 opgaven. Geen aparte uitwerkbijlage; opgave 6 heeft wel een gegevensoverzicht/tabellenbijlage (tabel 1–3, p. 311) die bij vraag 26 gebruikt moet worden. Bij opgave 4 staan twee grafische figuren (GV/GA-model) zonder tekstlaag — de bijbehorende vraagteksten en het correctievoorschrift zijn wel volledig als tekst beschikbaar en gebruikt voor deze digest.
Opgave 1 — Een gewenste prijsstijging van friet? (heffing, elasticiteit, speltheorie, fiscale prikkels)
Vraag 1 (2p) — vraag Concept: Kruislingse elasticiteit Format: “Zijn de andere producten uit het assortiment… gemiddeld genomen vooral complementaire goederen of vooral substitutiegoederen van friet? Leg uit met behulp van de matrix.” — conceptuele toepassing (omzet van andere producten daalt mee met frietomzet → complementair), geen expliciete kruislingse-elasticiteitsberekening. Gewicht: gemiddeld.
Vraag 2 (3p) — vraag Concept: Prijselasticiteit van de vraag, met Prijs, afzet en totale opbrengst als rekenbasis (TO/prijs → afzet afleiden, netto prijs na heffing) Format: “Toon dit aan door middel van een berekening van de prijselasticiteit van de vraag naar friet van Willem’s cafetaria.” Gewicht: zwaar (3p, kernberekening PED); gemiddeld voor Prijs, afzet en totale opbrengst (nodig om afzet uit TO en prijs te herleiden).
Vraag 3 (2p) — vraag Concept: Speltheorie pay-off matrix en spelboom Format: “Zal op basis van de gegeven matrix de consumptie van friet afnemen als gevolg van de heffing? Licht je antwoord toe aan de hand van de getallen uit de matrix.” — antwoordmodel redeneert expliciet via de dominante strategie van beide cafetaria’s. Gewicht: zwaar.
Vraag 4 (2p) — vraag Concept: Betalingsbereidheid, met Verschuiving van de vraaglijn en Winstmaximalisatie en break-even (verlies zodra kostprijs > verkoopprijs) Format: “De onderzoekers stellen dat een succesvolle bewustwordingscampagne de betalingsbereidheid voor friet zodanig kan veranderen dat… beide cafetaria’s op termijn geen winst meer kunnen maken. Leg de stelling… uit.” Gewicht: zwaar (Betalingsbereidheid, letterlijke kernvraag); licht (Verschuiving van de vraaglijn, Winstmaximalisatie en break-even — afgeleide gevolgen in het antwoordmodel).
Vraag 5 (2p) — vraag Concept: Belastingstelsel Format: “Leg uit welke van beide fiscale prikkels [vaste aftrekpost of heffingskorting] het beste stuurt richting de gewenste verandering van het assortiment.” Gewicht: zwaar.
Opgave 2 — Verzekeren op maat (autoverzekering, risicogroepen, moral hazard)
Vraag 6 (1p) — vraag Concept: Risico en risicoaversie Format: “Zijn de potentiële verzekerden volgens de aannames risico-zoekend, risiconeutraal of risico-avers? Licht je antwoord toe.” Gewicht: zwaar (klassieke definitievraag, direct kernconcept).
Vraag 7 (2p) — vraag Concept: Verzekeren, met Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) als rekenbasis (TO = p×q, TK = GVK×q + TCK) Format: “Bereken het resultaat bij stelling ii [uniforme premie verlaagd tot betalingsbereidheid van groep B].” Gewicht: zwaar (Verzekeren); gemiddeld (Kostensoorten, nodig voor de winst-/verliesberekening).
Vraag 8 (3p) — vraag Concept: Averechtse selectie en moral hazard, met Asymmetrische informatie als achterliggend kader Format: “Moral hazard zal afnemen door dit plan voor premiedifferentiatie. Hierdoor veranderen twee gegevens in de tabel… Verklaar de conclusie van de onderzoeker en leg uit welke gegevens zullen veranderen.” Gewicht: zwaar (3p, expliciet moral hazard-mechanisme); licht (Asymmetrische informatie, decor).
Vraag 9 (2p) — vraag Concept: Totaal surplus en Pareto-efficiëntie, met Consumenten- en producentensurplus en Averechtse selectie en moral hazard (afname averechtse selectie door instroom laag-risicogroep) Format: “Als mensen met een laag risico zich verzekeren, heeft dit een positief effect op het totale surplus op dit deel van de verzekeringsmarkt. Leg de stelling… uit.” Gewicht: zwaar (Totaal surplus en Pareto-efficiëntie); gemiddeld (Consumenten- en producentensurplus, expliciet genoemd in het antwoordmodel); licht (Averechtse selectie en moral hazard, context).
Vraag 10 (2p) — vraag; antwoordmodel gewijzigd via aanvulling op het correctievoorschrift (2021-2) Concept: Asymmetrische informatie Format: “Leg uit hoe de transactiekosten van potentiële verzekerden kunnen toenemen door onvolledige informatie.” — het oorspronkelijke antwoordmodel vroeg (ten onrechte) ook een verklaring van de oorzaak van de onvolledige informatie; de aanvulling schrapt dat: “de vraagstelling vraagt geen uitleg van de oorzaak van onvolledige informatie.” Gewicht: zwaar.
Opgave 3 — Groei op de klippen (Turkije: wisselkoers, staatsschuld, betalingsbalans)
Vraag 11 (2p) — vraag Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer Format: “Leg uit dat de daling van de lira, via de kredietkosten van bedrijven, een negatief effect heeft op de winstgevendheid van Turkse bedrijven.” Gewicht: zwaar.
Vraag 12 (2p) — vraag Concept: Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) Format: “Verklaar de bewering van de analist dat de Turkse overheid op termijn de belastingen zal moeten verhogen.” — garantstelling voor bedrijfskredieten → overname aflossingsverplichting → hogere overheidsuitgaven → belastingverhoging om begrotingsevenwicht te behouden. Gewicht: zwaar.
Vraag 13 (2p) — vraag Concept: Financiële sector en risicoverschuiving, met Betalingsbalans (handelskanaal via export van handelspartners) Format: “Leg voor beide landengroepen uit welke gevolgen de Turkse recessie heeft voor hun bbp” (handelspartners Bulgarije/Iran/Georgië vs. eurolanden via het bankwezen). Gewicht: zwaar (Financiële sector en risicoverschuiving, bankkanaal expliciet uitgewerkt in het antwoordmodel); gemiddeld (Betalingsbalans, handelskanaal).
Vraag 14 (3p) — vraag Concept: Betalingsbalans, met Prijselasticiteit van de vraag (gegeven importvolume-elasticiteit toegepast) Format: “Bereken de verandering van de importwaarde in eigen valuta en toon aan dat het saldo lopende rekening is verbeterd.” Gewicht: zwaar (Betalingsbalans, saldo lopende rekening is de kernuitkomst); gemiddeld (Prijselasticiteit van de vraag, toegepast op importvolume).
Vraag 15 (3p) — vraag Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer Format: “Een verhoging van de rente kan, via de valutamarkt, een recessie zowel verergeren als afzwakken. Onderbouw de conclusie van de analist.” Gewicht: zwaar (3p, meerdere transmissiekanalen rente → wisselkoers → bbp in één antwoord).
Opgave 4 — Recessie door het buurland (GV/GA-model, aanbodschok, conjunctuurbeleid)
Vraag 16 (2p) — vraag (verwijst naar figuur 1, grafisch, geen tekstlaag) Concept: IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse, met GA-curve als deelkader (prijspeil blijft op korte termijn gelijk) Format: “Welke instantie moet, gezien de eigen doelstelling, in de nieuwe situatie in actie komen? Beargumenteer je keuze.” (overheid: werkloosheidsbestrijding; centrale bank: prijsstabiliteit). Gewicht: zwaar.
Vraag 17 (1p) — vraag Concept: GA-curve Format: “Verklaar waarom bedrijven op korte termijn de prijzen niet verlagen.” — starre lonen/menukosten, korte-termijn-GA is niet volledig prijsflexibel. Gewicht: zwaar (kernredenering korte-termijn-GA).
Vraag 18 (2p) — vraag Concept: MB-curve, met IS-curve (doorwerking rente naar bestedingen/productie) Format: “Leg uit hoe een toename van de geldhoeveelheid via de vermogensmarkt op korte termijn leidt tot een hogere productie op de goederenmarkt.” Gewicht: zwaar (MB-curve, geldhoeveelheid/rente-mechanisme); gemiddeld (IS-curve, rente → bestedingen → productie).
Vraag 19 (2p) — vraag (verwijst naar figuur 2, grafisch, geen tekstlaag) Concept: GA-curve Format: “Leg uit hoe hogere inflatieverwachtingen leiden tot een verdere stijging van het prijspeil.” (stagflatie na aanbodschok). Gewicht: zwaar.
Vraag 20 (2p) — vraag Concept: IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse (GV-lijn verschuift door verlaging IB-tarieven), met GA-curve (GAkt-lijn verschuift door verlaging milieuheffingen) Format: “Beargumenteer hoe beide maatregelen leiden tot herstel van de economie. Benoem het effect op de relevante lijnen in figuur 2.” Gewicht: gemiddeld voor beide concepten (twee deelmaatregelen, elk een aparte lijnverschuiving).
Opgave 5 — Dividendbelasting (belastingstelsel, aandelenmarkt, AIQ, Gini)
Vraag 21 (2p) — vraag Concept: Belastingstelsel Format: “Is de dividendbelasting in 2019 een voorbeeld van een degressieve, een progressieve of een proportionele belasting? Motiveer je keuze.” (vast tarief + vrijstelling → progressief effectief tarief). Gewicht: zwaar.
Vraag 22 (2p) — vraag; antwoordmodel gewijzigd via aanvulling op het correctievoorschrift (2021-2) Concept: Beleggen — rendement en risico, met Betalingsbereidheid en Individuele en collectieve vraaglijn / Individuele en collectieve aanbodlijn (verschuiving van de collectieve vraag-/aanbodvergelijking voor aandeel X) Format: “Verklaar de verandering van de betalingsbereidheid in vergelijking (1) én de verandering van de verkoopbereidheid van beleggers in vergelijking (2).” — de aanvulling corrigeert het tweede voorbeeldantwoord bij vergelijking (2): prijsgevoeligheid van aanbieders is “toegenomen” (niet “afgenomen”); koerselasticiteit van het aanbod neemt toe. Gewicht: gemiddeld voor alle vier concepten (samengesteld antwoord over vraag- én aanbodzijde van de aandelenmarkt, geen enkel concept dominant).
Vraag 23 (2p) — vraag Concept: Marktevenwicht, met Beleggen — rendement en risico (koerswinst = rendement) Format: “Toon met een berekening aan dat de verwachte koerswinst meer dan 10% zal zijn.” (Qv = Qa oplossen voor K, vóór en na afschaffing van de dividendbelasting). Gewicht: zwaar (Marktevenwicht, kernberekening); gemiddeld (Beleggen — rendement en risico).
Vraag 24 (2p) — vraag Concept: In- en uitverdieneffecten Format: “Leg uit dat bij afschaffing van de dividendbelasting inverdieneffecten kunnen optreden.” Gewicht: zwaar (letterlijke kernvraag, exacte terminologie uit de notitie).
Vraag 25 (4p) — vraag Concept: Categoriale inkomensverdeling en AIQ, Inkomensongelijkheid (Gini en percentielenratio) en Nivelleren en denivelleren, met Standpuntbepaling en argumentatie als schrijfformat Format: “Minister Dams schrijft een reactie aan haar collega van Financiën om haar twee beweringen… uit te leggen. Schrijf de reactie namens minister Dams.” — combineert AIQ-trend (winstquote/aantrekkelijkheid beleggen) met Gini-trend (denivellering als ongewenst gevolg). Gewicht: zwaar voor alle drie inhoudelijke concepten (4p, grootste vraag van het tijdvak, twee expliciete tabellen als bewijsmateriaal); licht voor Standpuntbepaling en argumentatie (formatvereiste: geschreven reactie/brief namens een bewindspersoon).
Opgave 6 — Afvalwater, een schone zaak (heffing, berovingsprobleem, externe effecten)
Vraag 26 (2p) — vraag + bijlage (gegevensoverzicht met tabel 1–3, p. 311) Concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK), met Externe effecten als decor (heffing per vervuilingseenheid) Format: “Bereken hoe hoog de korting op de heffing per VE minimaal moet zijn.” (TK = 25·VEtot + 300.000, gemiddelde kosten per VE vergelijken met de bestaande heffing van € 70). Gewicht: zwaar (Kostensoorten, kernberekening); licht (Externe effecten, context van de vervuilingsheffing).
Vraag 27 (2p) — vraag Concept: Berovingsprobleem en verzonken kosten Format: “Verklaar dat ZW bij de onderhandelingen te maken heeft met een berovingsprobleem.” — exacte terminologie, specifieke investering + dreiging van overstap door de G4. Gewicht: zwaar (letterlijke kernvraag).
Vraag 28 (2p) — vraag Concept: Externe effecten, met Winstmaximalisatie en break-even (break-evendoelstelling van ZW als transmissiemechanisme) Format: “Leg uit dat de overige bedrijven bij beide uitkomsten van de onderhandelingen een sterkere prikkel hebben gekregen om illegaal afvalwater te lozen. Betrek de bedrijfsdoelstelling van ZW in je antwoord.” Gewicht: zwaar (Externe effecten, illegale lozing als negatieve externaliteit); gemiddeld (Winstmaximalisatie en break-even, mechanisme via heffingsverhoging om break-even te blijven).
Correctievoorschrift — aanvulling (2021-2)
Locatie: aanvulling op het correctievoorschrift, na de oorspronkelijke publicatie verspreid Twee inhoudelijke wijzigingen:
- Vraag 10 (Asymmetrische informatie): antwoordmodel ingekort — geen uitleg van de oorzaak van onvolledige informatie vereist, alleen het gevolg (hogere transactiekosten).
- Vraag 22 (Beleggen — rendement en risico / Individuele en collectieve aanbodlijn): tweede voorbeeldantwoord bij vergelijking (2) gecorrigeerd van “afgenomen” naar “toegenomen” (prijsgevoeligheid/koerselasticiteit van het aanbod van aandeel X). Relevant voor: vraag 10, vraag 22. Gewicht: licht als zelfstandig concept, maar scoringsrelevant — een kandidaat die het ongewijzigde antwoordmodel als referentie gebruikt, redeneert bij vraag 22 met de verkeerde richting van de aanbodverschuiving.
Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, dit tijdvak)
| Concept | # vragen | Vraagnummers | Gewicht |
|---|---|---|---|
| GA-curve | 4 | 16, 17, 19, 20 | zwaar |
| Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer | 2 | 11, 15 | zwaar |
| Belastingstelsel | 2 | 5, 21 | zwaar |
| Betalingsbalans | 2 | 13, 14 | zwaar/gemiddeld |
| Prijselasticiteit van de vraag | 2 | 2, 14 | zwaar/gemiddeld |
| Betalingsbereidheid | 2 | 4, 22 | zwaar/gemiddeld |
| Winstmaximalisatie en break-even | 2 | 4, 28 | licht/gemiddeld |
| Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) | 2 | 7, 26 | gemiddeld/zwaar |
| Averechtse selectie en moral hazard | 2 | 8, 9 | zwaar/licht |
| Asymmetrische informatie | 2 | 8, 10 | licht/zwaar |
| IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse | 2 | 16, 20 | zwaar/gemiddeld |
| Beleggen — rendement en risico | 2 | 22, 23 | gemiddeld |
| Externe effecten | 2 | 26, 28 | licht/zwaar |
| Kruislingse elasticiteit | 1 | 1 | gemiddeld |
| Prijs, afzet en totale opbrengst | 1 | 2 | gemiddeld |
| Speltheorie pay-off matrix en spelboom | 1 | 3 | zwaar |
| Verschuiving van de vraaglijn | 1 | 4 | licht |
| Risico en risicoaversie | 1 | 6 | zwaar |
| Verzekeren | 1 | 7 | zwaar |
| Totaal surplus en Pareto-efficiëntie | 1 | 9 | zwaar |
| Consumenten- en producentensurplus | 1 | 9 | gemiddeld |
| Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) | 1 | 12 | zwaar |
| Financiële sector en risicoverschuiving | 1 | 13 | zwaar |
| MB-curve | 1 | 18 | zwaar |
| IS-curve | 1 | 18 | gemiddeld |
| Individuele en collectieve vraaglijn | 1 | 22 | gemiddeld |
| Individuele en collectieve aanbodlijn | 1 | 22 | gemiddeld |
| Marktevenwicht | 1 | 23 | zwaar |
| In- en uitverdieneffecten | 1 | 24 | zwaar |
| Categoriale inkomensverdeling en AIQ | 1 | 25 | zwaar |
| Inkomensongelijkheid (Gini en percentielenratio) | 1 | 25 | zwaar |
| Nivelleren en denivelleren | 1 | 25 | zwaar |
| Standpuntbepaling en argumentatie | 1 | 25 | licht |
| Berovingsprobleem en verzonken kosten | 1 | 27 | zwaar |
34 van de ~78 Stap 1-concepten geraakt in dit tijdvak. Opvallend zwaartepunt op het macro-conjunctuurblok (GA-curve 4×, plus MB-curve, IS-curve en IS-MB-GA-model in dezelfde opgave 4) en op internationale/monetaire economie (Rente-wisselkoers-kapitaalverkeer, Betalingsbalans, Financiële sector en risicoverschuiving, Overheid en intertemporele ruil — allemaal in opgave 3). Alle 28 vragen van dit tijdvak raken minstens één Stap 1-concept; geen enkele vraag bleef ongekoppeld.