CE Economie VWO 2022 – Tijdvak I — Digest
Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p. 190–214 (opgaven + correctievoorschrift, incl. beoordelingsmodel; ToC-pagina 189 + offset 1). 29 vragen, 61 punten, 6 opgaven.
Opgave 1 — Sociaal gamen (computerspel-abonnementen, duopolie)
Vraag 1 (2p) — Concept: Individuele en collectieve vraaglijn Format: “Bepaal met behulp van een berekening of het doel van uitgeverij Amador wordt bereikt” (marktaandeel 45% bij prijs €12, invullen in vraagvergelijking). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 2 (1p) — Concept: Kruislingse elasticiteit Format: “Verklaar op basis van de vraagvergelijking(en) of beide spellen complementaire of substitueerbare goederen zijn” (teken van de kruisterm bepaalt substituut/complement). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 3 (2p) — Concept: Speltheorie pay-off matrix en spelboom Format: “Toon met een berekening aan dat het getal bij x in figuur 1 gelijk is aan afgerond 103,8” (indexcijfer omzet als uitkomst in een prijsreactie-matrix). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 4 (2p) — Concept: Zelfbinding en geloofwaardige dreigingen, met Gevangenendilemma als kader Format: “Leg de stelling van de analist uit” (“de dreiging van Badlands is geloofwaardig, waardoor er een suboptimale situatie ontstaat”). Gewicht: zwaar (letterlijke kernbegrippen “geloofwaardige dreiging” en “suboptimale situatie”).
Vraag 5 (2p) — Concept: Prijsdiscriminatie, met Prijselasticiteit van de vraag als rekenbasis Format: “Leg uit dat de waarden van de prijselasticiteiten uit tabel 1 het advies van de analist ondersteunen” (elasticiteit daalt naarmate spelers langer spelen → prijsdifferentiatie naar speelduur). Gewicht: zwaar.
Opgave 2 — Een eigen huis (hypotheekrente, risico, conjunctuur)
Vraag 6 (2p) — Concept: Intertemporele ruil Format: “Leg uit dat er bij de aankoop van een eigen huis met een hypothecaire lening sprake is van ruilen over de tijd.” Gewicht: licht.
Vraag 7 (2p) — Concept: Risico en risicoaversie Format: “Leg uit waarom de hypotheekrente stijgt bij een toenemende H/A-verhouding” (hoger risico op restschuld bij hogere lening-t.o.v.-waarde). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 8 (2p) — Concept: Rente als prijs van tijd Format: “Leg uit waarom het risico op inflatie leidt tot een positief verband tussen de rentevaste periode en de hypotheekrente” (langere rentevastperiode = groter inflatierisico voor de bank = hogere risicopremie). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 9 (2p) — Concept: Conjunctuur en output gap, met Marktvormen (toetreding pensioenfondsen/buitenlandse banken) als tweede factor Format: “Leg bij elk van beide ontwikkelingen uit of een rentevaste periode van 1 jaar verstandiger is dan 10 jaar” (aanhoudende hoogconjunctuur vs. toenemend aanbod van hypotheekverstrekkers). Gewicht: zwaar (2 deelvragen, 2 verschillende concepten).
Opgave 3 — Importheffing (handelsbalans, protectionisme, wisselkoers)
Vraag 10 (2p) — Concept: Betalingsbalans Format: “Leg beide stellingen uit. Motiveer het antwoord met behulp van relevante getallen uit tabel 1” (concurrentiepositie en afhankelijkheid o.b.v. export-/importcijfers). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 11 (2p) — Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies Format: “Toon met een berekening aan dat VU na invoering van de importheffing geen batterijen uit Cinai zal importeren” (wereldmarktprijs + heffing vs. binnenlandse evenwichtsprijs vergelijken). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern van protectionistische maatregel).
Vraag 12 (2p) — Concept: Betalingsbalans Format: “Bereken met hoeveel miljard VU$ het saldo lopende rekening van de VU met Cinai zal verbeteren als gevolg van de importheffing.” Gewicht: zwaar.
Vraag 13 (3p) — Concept: Betalingsbalans, met Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer (directe investeringen) als mechanisme Format: “Leg beide beweringen van de economen uit” (heffing omzeilen via directe investeringen in de VU; effect op saldo lopende rekening kan zowel verslechteren als verbeteren). Gewicht: zwaar (3p, tweeledige redenering).
Vraag 14 (3p) — Concept: Speltheorie pay-off matrix en spelboom (sequentieel spel), met Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) als uitkomst Format: “Geef een verklaring voor de mening van de economen” (protectionisme als sequentieel spel kan tot een hoger financieringstekort leiden, bijv. door retaliatie). Gewicht: zwaar.
Opgave 4 — Loonquote onder de loep (AIQ, arbeidsmarkt, conjunctuur)
Vraag 15 (2p) — Concept: Totale factorproductiviteit Format: “Verklaar met behulp van figuur 1 dat een lagere groei van de lonen kan leiden tot een lagere groei van de arbeidsproductiviteit” (minder prikkel tot investeren in arbeidsbesparende technologie). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 16 (2p) — Concept: Categoriale inkomensverdeling en AIQ Format: “Verklaar met behulp van figuur 1 dat globalisering een negatieve invloed kan hebben op de loonquote” (internationale concurrentie drukt de arbeidsinkomensquote). Gewicht: zwaar.
Vraag 17 (2p) — Concept: Categoriale inkomensverdeling en AIQ Format: “Bereken de procentuele stijging van de loonquote in 2019 ten opzichte van 2018” (loonsom-groei minus bbp-/productiegroei via gegeven macrocijfers). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern, tweede vraag over dit concept in dezelfde opgave).
Vraag 18 (2p) — Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag Format: “Leg uit dat de flexibele schil ervoor zorgt dat de loongroei minder afneemt in een laagconjunctuur en minder toeneemt in een hoogconjunctuur” (flexibele schil als schokdemper). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 19 (2p) — Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag Format: “Onderbouw de mening van econoom Van Houtven” (loonstarheid verandert de vraag/aanbod-verhouding op de arbeidsmarkt tijdens een laagconjunctuur). Gewicht: gemiddeld (tweede vraag over dit concept in dezelfde opgave).
Opgave 5 — Uitvaartverzekering (dekkingsgraad, principaal-agent, rente)
Vraag 20 (3p) — Concept: Principaal-agentrelatie Format: “Leg uit dat er een principaal-agentprobleem is tussen verzekeraar en verzekerden… en leg uit hoe toezicht hierop door DNB dit kan verminderen.” Gewicht: zwaar (3p, kernvraag met toezichtcomponent).
Vraag 21 (2p) — Concept: Financiële sector en risicoverschuiving Format: “Bereken met welk bedrag de afkoopsom verhoogd moet worden om te voldoen aan de vereiste dekkingsgraad” (contante waarde van toekomstige uitvaartkosten tegen 1,5% rente, gedeeld door de vereiste dekkingsgraad van 130%). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).
Vraag 22 (2p) — Concept: Beleggen — rendement en risico Format: “Leg uit dat de koersen van staatsobligaties stijgen als gevolg van een dalende rente” (vaste coupon wordt relatief aantrekkelijker bij dalende marktrente). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 23 (2p) — Concept: Verschuiving van de vraaglijn Format: “Beargumenteer de stelling van DNB” (vergrijzing + hogere risicoaversie ouderen verschuift de vraaglijn naar rechts, dus hogere omzet ondanks hogere premie). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 24 (2p) — Concept: Financiële sector en risicoverschuiving Format: “Verklaar dat een overname van Funus door LADE een positief effect kan hebben op de winstgevendheid van verzekeringspolissen van LADE” (grotere risicopool/schaalvoordelen na overname). Gewicht: gemiddeld.
Opgave 6 — Leasefiets (moral hazard, prijsdiscriminatie, externe effecten)
Vraag 25 (2p) — Concept: Averechtse selectie en moral hazard Format: “Leg de bewering van Daphne uit” (eigen bijdrage van €5 per reparatie als onvolledige maatregel tegen moral hazard bij leasefietsgebruik). Gewicht: zwaar (letterlijke kernvraag over dit concept).
Vraag 26 (2p) — Concept: Prijsdiscriminatie Format: “Geef voor beide stellingen een verklaring” (verschil in betalingsbereidheid tussen groepen vs. de voorwaarde die niet vervuld is — geen doorverkoop-afbakening mogelijk). Gewicht: zwaar.
Vraag 27 (3p) — Concept: Winstmaximalisatie en break-even Format: “Toon met een berekening aan dat Bike Mobility maximale winst behaalt bij een leasetarief van €32,50 per maand” (MO=MK op basis van de collectieve vraagfunctie en kostenstructuur). Gewicht: zwaar (3p, kernberekening).
Vraag 28 (2p) — Concept: Marktvormen Format: “Verklaar het voorstel van Ellen” (lagere prijs dan winstmaximaliserend voor groep 1, om toetreding van concurrenten af te schrikken en winst op lange termijn te beschermen — limit pricing). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 29 (2p) — Concept: Externe effecten Format: “Leg de stelling van het gemeenteraadslid uit” (leasefietsen verminderen het aantal verwaarloosde/weggegooide fietsen → prikkel tegen negatieve externe effecten, lagere maatschappelijke kosten). Gewicht: gemiddeld.
Correctievoorschrift — vakspecifieke regel
Locatie: correctievoorschrift (sectie 3, Vakspecifieke regels) Concept: Rekenvaardigheden economie Relevant voor alle rekenvragen dit tijdvak: 1, 3, 11, 12, 17, 21, 27. Gewicht: gemiddeld.
Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, dit tijdvak)
| Concept | # vragen | Vraagnummers | Gewicht |
|---|---|---|---|
| Betalingsbalans | 3 | 10, 12, 13 | zwaar |
| Speltheorie pay-off matrix en spelboom | 2 | 3, 14 | gemiddeld/zwaar |
| Categoriale inkomensverdeling en AIQ | 2 | 16, 17 | zwaar |
| Arbeidsmarkt aanbod en vraag | 2 | 18, 19 | gemiddeld |
| Financiële sector en risicoverschuiving | 2 | 21, 24 | zwaar/gemiddeld |
| Prijsdiscriminatie | 2 | 5, 26 | zwaar |
| Marktvormen | 2 | 9, 28 | gemiddeld |
| Individuele en collectieve vraaglijn | 1 | 1 | gemiddeld |
| Kruislingse elasticiteit | 1 | 2 | gemiddeld |
| Zelfbinding en geloofwaardige dreigingen | 1 | 4 | zwaar |
| Gevangenendilemma | 1 | 4 (kader) | licht |
| Prijselasticiteit van de vraag | 1 | 5 | zwaar |
| Intertemporele ruil | 1 | 6 | licht |
| Risico en risicoaversie | 1 | 7 | gemiddeld |
| Rente als prijs van tijd | 1 | 8 | gemiddeld |
| Conjunctuur en output gap | 1 | 9 | zwaar |
| Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies | 1 | 11 | zwaar |
| Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer | 1 | 13 (mechanisme) | licht |
| Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) | 1 | 14 | zwaar |
| Totale factorproductiviteit | 1 | 15 | gemiddeld |
| Principaal-agentrelatie | 1 | 20 | zwaar |
| Beleggen — rendement en risico | 1 | 22 | gemiddeld |
| Verschuiving van de vraaglijn | 1 | 23 | gemiddeld |
| Averechtse selectie en moral hazard | 1 | 25 | zwaar |
| Winstmaximalisatie en break-even | 1 | 27 | zwaar |
| Externe effecten | 1 | 29 | gemiddeld |
| Rekenvaardigheden economie | 1 | correctievoorschrift (relevant bij 1, 3, 11, 12, 17, 21, 27) | gemiddeld |
26 van de ~78 Stap 1-concepten geraakt in dit tijdvak.