CE Economie VWO 2022 – Tijdvak II — Digest

Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p. 216–244 (opgaven + erratumblad + correctievoorschrift, incl. beoordelingsmodel). 29 vragen, 60 punten, 6 opgaven. Geen aparte uitwerkbijlage nodig (alle grafieken/tabellen stonden inline met de vraagtekst in de tekstlaag). Erratum: bij vraag 28 vervalt het “argument tegen” — kandidaten hoefden alleen een argument vóór het plan te geven (getelde punten/scores in het correctievoorschrift zijn hier al op aangepast).


Opgave 1 — Zelfstandigen zonder personeel

Vraag 1 (2p) — vraag Concept: Inkomensongelijkheid (Gini en percentielenratio) Format: “Leg uit hoe de Lorenzcurve van de primaire inkomens kan worden gecorrigeerd” — zzp’ers met te laag (verlieslatend) uurtarief geven een negatief primair inkomen, curve moet onder de horizontale as komen. Gewicht: gemiddeld (klassieke Lorenzcurve-correctie, keert terug in vraag 2).

Vraag 2 (2p) — vraag Concept: Inkomensongelijkheid (Gini en percentielenratio) + Nivelleren en denivelleren + Belastingstelsel (progressief stelsel, heffingskorting) Format: “Beargumenteer hoe de Lorenzcurve van de secundaire inkomens zal verschuiven” door verlaging heffingskorting bij progressief tarief. Gewicht: gemiddeld (combineert Lorenzcurve-verschuiving met denivellering-redenering).

Vraag 3 (2p) — vraag Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag Format: “Leg uit dat het invoeren van een wettelijk minimumuurtarief voor zzp’ers kan leiden tot een hogere cao-loonstijging” — substitutie tussen zzp-markt en markt voor werknemers in loondienst. Gewicht: gemiddeld.

Vraag 4 (2p) — vraag Concept: Marktvormen Format: “Verklaar de stelling” dat het model van volledige mededinging alleen voor laaggeschoolde (homogene) arbeid geldt en niet voor hooggeschoolde (heterogene) arbeid. Gewicht: gemiddeld (kernkenmerk homogeen product/volledige mededinging expliciet bevraagd).

Vraag 5 (2p) — vraag Concept: Prijsregulering (min- en maximumprijzen), met Marktevenwicht als rekenbasis Format: “Toon met een berekening aan of het armoedeprobleem… wordt verminderd” — minimumtarief (prijsvloer) boven evenwichtsprijs, feitelijk verhandelde hoeveelheid wordt bepaald door de vraaglijn. Gewicht: zwaar (kernberekening met twee marktvergelijkingen: zonder/met prijsvloer).

Vraag 6 (2p) — vraag Concept: In- en uitverdieneffecten Format: “Verklaar dat de totale werkgelegenheid op korte termijn negatief en op lange termijn positief kan worden beïnvloed” door invoering minimumuurtarief. Gewicht: zwaar (letterlijk de kern van dit concept: kostenstijging/zwart werk op korte termijn vs. bestedingseffect op lange termijn).


Opgave 2 — CO2 ondergronds

Vraag 7 (1p) — vraag Concept: Rekenvaardigheden economie Format: “Toon met een berekening aan dat de aanleg van een afvanginstallatie per bedrijf € 39 miljoen bedraagt” — eenvoudige deel- en vermenigvuldigsom, geen dieper economisch concept. Gewicht: licht.

Vraag 8 (3p) — vraag Concept: Berovingsprobleem en verzonken kosten + Zelfbinding en geloofwaardige dreigingen Format: “Verklaar de conclusies van Dumas” — (i) Leport kan te maken krijgen met een berovingsprobleem door specifieke investering in de pijpleiding; (ii) de dreiging tot opzegging door de deelnemende bedrijven is niet geloofwaardig omdat zijzelf ook verzonken kosten hebben. Gewicht: zwaar voor beide concepten (3p, expliciete tweeledige vraag die letterlijk beide notities dekt).

Vraag 9 (3p) — vraag Concept: Principaal-agentrelatie, met Asymmetrische informatie expliciet in het antwoordmodel Format: “Verklaar het principaal-agentprobleem en geef een mogelijke contractclausule die het oplost.” Gewicht: zwaar (Principaal-agentrelatie, 3p kernvraag), gemiddeld (Asymmetrische informatie).

Vraag 10 (2p) — vraag Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies, met Externe effecten (emissierechten/CO2) als context Format: “Bereken het bedrag van de subsidie” — verschil tussen kosten met/zonder afvang, incl. vermeden emissierechten. Gewicht: gemiddeld (Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies), licht (Externe effecten).

Vraag 11 (2p) — vraag Concept: Externe effecten + Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) Format: “Leg beide argumenten van de milieuorganisaties uit” — (1) eindige opslagcapaciteit lost het CO2-probleem niet structureel op; (2) subsidie onnodig omdat MK van afvangen (€10) lager is dan MK van uitstoten (€25). Gewicht: gemiddeld (Externe effecten), gemiddeld (Kostensoorten — marginale-kostenvergelijking is de kern van het tweede argument).


Opgave 3 — Drie pensioenscenario’s

Vraag 12 (2p) — vraag Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) Format: “Geef twee argumenten voor de uitspraak” dat de verplichte solidariteit tussen generaties door het omslagstelsel onder druk komt te staan. Gewicht: zwaar (kernvraag over omslagstelsel-mechaniek, keert terug in vraag 13 en 16).

Vraag 13 (2p) — vraag Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) + Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact Format: “Bereken of het begrotingstekort… wordt gedicht met scenario 1” (AOW verlagen naar bijstandsniveau). Gewicht: gemiddeld/zwaar (rekenvraag die direct op het begrotingstekort-doel van de opgave aansluit).

Vraag 14 (2p) — vraag Concept: Nivelleren en denivelleren + Belastingstelsel Format: “Leidt scenario 2 tot nivellering of denivellering… ? Beargumenteer je keuze” — fiscalisering AOW, hoger tarief eerste schijf raakt lage pensioeninkomens relatief harder. Gewicht: zwaar (Nivelleren en denivelleren — expliciete redeneervraag), gemiddeld (Belastingstelsel).

Vraag 15 (2p) — vraag Concept: Belastingstelsel + Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact Format: “Bereken of het begrotingstekort… wordt gedicht met scenario 2” — herberekening tarief eerste schijf (premietarief omlaag, totaaltarief gelijk). Gewicht: zwaar (Belastingstelsel — schijvenberekening), gemiddeld (Begrotingssaldo).

Vraag 16 (3p) — vraag Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag + Structurele economische groei Format: “Leg beide conclusies van de econoom uit” — AOW-leeftijd verhogen in hoogconjunctuur met krappe arbeidsmarkt vergroot werkgelegenheid, en drukt op termijn via lager loonniveau de kostprijs/concurrentiepositie. Gewicht: zwaar (3p, combineert arbeidsmarktaanbod-redenering met structurele-groei/concurrentiepositie-argument).


Opgave 4 — Strijd om startups

Vraag 17 (2p) — vraag Concept: Externe effecten Format: “Verklaar de verwachting van de gemeente” dat op lange termijn geen verlies wordt geleden vanwege positieve externe effecten (extra bedrijvigheid, OZB-inkomsten). Gewicht: zwaar (kernvraag, letterlijke toepassing van het concept).

Vraag 18 (2p) — vraag Concept: Prijs, afzet en totale opbrengst + Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) Format: “Bereken het verlies van de gemeente bij voorstel A” — TO uit prijsafzetfunctie, TK = variabele + constante kosten, winst = TO – TK. Gewicht: zwaar voor beide (kernberekening met prijsafzetfunctie en kostensoorten samen).

Vraag 19 (2p) — vraag Concept: Winstmaximalisatie en break-even, met Prijs, afzet en totale opbrengst en Kostensoorten als rekenbasis Format: “Laat aan de hand van een berekening zien of voorstel B mogelijk is” — MO = MK bepaalt verliesminimaliserende afzet, getoetst aan de bezettingseis van 80%. Gewicht: zwaar (klassieke MO=MK-verliesminimalisatie, derde keer kostenrekenwerk in deze opgave).

Vraag 20 (2p) — vraag Concept: Betalingsbereidheid + Asymmetrische informatie + Risico en risicoaversie Format: “Leg uit waarom de ondernemers hun maximale betalingsbereidheid… zullen aangeven. Ga in op asymmetrische informatie en risicoaversie.” Gewicht: zwaar (Betalingsbereidheid en Risico en risicoaversie — beide expliciet in de vraagstelling geëist), gemiddeld (Asymmetrische informatie).

Vraag 21 (2p) — vraag Concept: Consumenten- en producentensurplus + Prijsdiscriminatie Format: “Leg de gevolgen uit… voor het consumentensurplus van de startups” na een veiling met gesloten bod (= perfecte prijsdiscriminatie, consumentensurplus wordt nul). Gewicht: zwaar (Consumenten- en producentensurplus), gemiddeld (Prijsdiscriminatie).


Opgave 5 — Een teken van conjunctuur

Vraag 22 (2p) — vraag Concept: Conjunctuur en output gap, met Economische kringloop (netto-uitvoer als bestedingscomponent) Format: “Heeft het buitenland… een negatieve of positieve invloed gehad op de conjunctuur? Motiveer je keuze” — export omhoog, import omlaag ⇒ netto-uitvoer positief. Gewicht: gemiddeld (Conjunctuur en output gap), licht (Economische kringloop).

Vraag 23 (2p) — vraag Concept: Conjunctuur en output gap Format: “Noem twee conjunctuurindicatoren die een aanwijzing geven voor een mogelijke daling… Geef hiervoor een verklaring” — voorlopende indicatoren (orderportefeuille, producentenvertrouwen). Gewicht: zwaar (directe kernvraag over voorlopende indicatoren).

Vraag 24 (2p) — vraag Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer Format: “Leg uit hoe de wisselkoers van de euro is veranderd ten opzichte van de dollar waardoor er een relatief hoge inflatie is ontstaan” — depreciatie euro ⇒ hogere importprijzen (bv. olie) ⇒ inflatie. Gewicht: zwaar (kernvraag, wisselkoers-inflatie-mechanisme).

Vraag 25 (2p) — vraag Concept: Conjunctuur en output gap, met Economische kringloop (Duitse import/Nederlandse export-koppeling) Format: “Verklaar de bewering van econoom Paridons” — krimp Duits bbp ⇒ lagere Duitse import ⇒ lagere Nederlandse export ⇒ Nederlandse groei verder onder trend. Gewicht: gemiddeld (Conjunctuur en output gap), licht (Economische kringloop).


Opgave 6 — Zoet gedronken zuur betaald

Vraag 26 (2p) — vraag Concept: Externe effecten Format: “Verklaar dat de consumptie van suikerhoudende frisdranken kan leiden tot negatieve externe effecten” — hogere zorgkosten die niet (volledig) door de consument zelf worden gedragen. Gewicht: zwaar (kernvraag, klassieke definitie-toepassing).

Vraag 27 (2p) — vraag Concept: Inkomenselasticiteit van de vraag, met Prijselasticiteit van de vraag als tabelcontext Format: “Toon met een berekening aan dat het aandeel van de uitgaven voor frisdrank in het vierde kwintiel lager is dan in het tweede kwintiel” — vergelijking van procentuele inkomensgroei versus procentuele consumptiegroei tussen kwintielen (bestedingsaandeel daalt naarmate inkomen stijgt ⇒ necessary/normaal goed met inkomenselasticiteit < 1). Gewicht: gemiddeld (Inkomenselasticiteit van de vraag), licht (Prijselasticiteit van de vraag — de elasticiteiten uit tabel 1 zijn decor, niet zelf berekend in deze deelvraag).

Vraag 28 (2p, na erratum) — vraag Concept: Prijselasticiteit van de vraag Format: “Geef op basis van tabel 1 een argument voor het plan van de onderzoekers” (eigen bijdrage zorgkosten progressiever maken) — hogere kwintielen zijn prijsinelastischer maar consumeren ook meer, dus reageren wel op de prikkel. Gewicht: gemiddeld.

Vraag 29 (2p) — vraag Concept: Prijselasticiteit van de vraag Format: “Welke vraaglijn hoort bij kwintiel 1 en welke bij kwintiel 5? Geef twee argumenten en betrek de prijselasticiteit in je antwoord” — koppelen van hoeveelheid/ligging van de vraaglijn aan de elasticiteitswaarden uit tabel 1. Gewicht: zwaar (directe, expliciete elasticiteit-identificatievraag).


Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, dit tijdvak)

Concept# vragenVraagnummersGewicht
Externe effecten410, 11, 17, 26zwaar
Belastingstelsel32, 14, 15gemiddeld/zwaar
Arbeidsmarkt aanbod en vraag33, 6, 16gemiddeld/zwaar
Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel)312, 13, 16zwaar
Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK)311, 18, 19gemiddeld/zwaar
Conjunctuur en output gap322, 23, 25gemiddeld/zwaar
Prijselasticiteit van de vraag327, 28, 29gemiddeld/zwaar
Inkomensongelijkheid (Gini en percentielenratio)21, 2gemiddeld
Nivelleren en denivelleren22, 14gemiddeld/zwaar
Asymmetrische informatie29, 20gemiddeld
Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact213, 15gemiddeld
Prijs, afzet en totale opbrengst218, 19zwaar
Winstmaximalisatie en break-even218, 19zwaar
Economische kringloop222, 25licht
Marktvormen14gemiddeld
Prijsregulering (min- en maximumprijzen)15zwaar
Marktevenwicht15gemiddeld
In- en uitverdieneffecten16zwaar
Rekenvaardigheden economie17licht
Berovingsprobleem en verzonken kosten18zwaar
Zelfbinding en geloofwaardige dreigingen18zwaar
Principaal-agentrelatie19zwaar
Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies110gemiddeld
Structurele economische groei116gemiddeld
Betalingsbereidheid120zwaar
Risico en risicoaversie120zwaar
Consumenten- en producentensurplus121zwaar
Prijsdiscriminatie121gemiddeld
Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer124zwaar
Inkomenselasticiteit van de vraag127gemiddeld

30 van de ~78 Stap 1-concepten geraakt in dit tijdvak. Niet geraakte, veelvoorkomende hoofdstuktitels (steekproef): Bbp en berekeningsmethoden, Groen bbp, Brede welvaart en maatschappelijke welvaart, Categoriale inkomensverdeling en AIQ, Werkloosheidsoorten, Geldschepping, Monetair beleid en de ECB, Collectieve goederen en meeliftersgedrag, Averechtse selectie en moral hazard, Verzekeren, Financiële sector en risicoverschuiving, Prijs- en afzetbepaling per marktvorm, Kruislingse elasticiteit, Individuele en collectieve aan-/vraaglijn, Verschuiving van de aanbod-/vraaglijn, Productiefunctie, Totale factorproductiviteit, Keynesiaans kruis, IS-curve, GA-curve, MB-curve, IS-MB-GA-model, Economische scholen — Keynesianen, monetaristen en klassieken, EMU en optimale valutagebieden, Trilemma van het monetair beleid, Herhaalde spelen en reputatie, Gevangenendilemma, Nash-evenwicht, Speltheorie pay-off matrix en spelboom, Strategisch inzicht, Rente als prijs van tijd, Beleggen — rendement en risico, Belastingspreiding in de tijd, Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld), Intertemporele ruil, Marktmacht en welvaartsverlies (Harberger-driehoek), Totaal surplus en Pareto-efficiëntie, Automatische stabilisatoren, Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid, Octrooien en patenten, Voorraad- en stroomgrootheden, Nominale versus reële grootheden, Betalingsbalans.