CE Economie VWO 2022 – Tijdvak III — Digest
Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p. 245–269 (opgaven + correctievoorschrift, incl. beoordelingsmodel; ToC-pagina 244 + offset 1). 30 vragen, 60 punten, 6 opgaven.
Opgave 1 — Insectenburgers, niet voor de poes (marktonderzoek, winst/omzet, subsidie)
Vraag 1 (2p) — Concept: Individuele en collectieve vraaglijn Format: “Leg de stelling van de onderzoeker uit” (een niet-representatieve steekproef kan de geschatte autonome vraag zowel over- als onderschatten). Gewicht: licht.
Vraag 2 (3p) — Concept: Winstmaximalisatie en break-even Format: “Bereken op basis van de gegevens in tabel 1 bij welke prijs sprake zou zijn geweest van minimaal verlies” (TO−TK maximaliseren/verlies minimaliseren via de gegeven vraag- en kostenfuncties). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).
Vraag 3 (2p) — Concept: Winstmaximalisatie en break-even Format: “Geef een argument voor de directie om in het eerste jaar te kiezen voor het streven naar maximale omzet in plaats van maximale winst” (marktaandeel/positie opbouwen). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 4 (2p) — Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies Format: “Geef op basis van aspecten a en b een argument tegen het voorstel. Licht het antwoord toe met behulp van een berekening” (subsidiekosten vs. winstgevendheidseffect). Gewicht: zwaar (rekenkundig onderbouwd argument).
Vraag 5 (2p) — Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies, met Externe effecten als tweede aspect Format: “Geef op basis van aspecten c en d een argument vóór en een argument tegen het voorstel” (concurrentiebewaking vs. beperken van negatieve externe effecten). Gewicht: gemiddeld.
Opgave 2 — Noorwegen leert van Nederland (staatsfonds, intertemporele afweging, beleggen)
Vraag 6 (2p) — Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer Format: “Leg uit dat volgens Van Zijl de export van gas tot werkloosheid heeft kunnen leiden” (gasexport → appreciatie gulden → concurrentiepositie exportsector verslechtert — “Dutch disease”-mechanisme). Gewicht: zwaar.
Vraag 7 (1p) — Concept: Beleggen — rendement en risico Format: “Bereken het rendement van het Noorse staatsfonds in 2016” (gewogen gemiddelde van rendement op aandelen/vastgoed/obligaties naar portefeuilleaandeel). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 8 (2p) — Concept: Betalingsbalans Format: “Licht de eerste stelling toe” (het staatsfonds voorkomt dat de Noorse betalingsbalans te veel uit evenwicht raakt — kapitaalexport compenseert het lopende-rekeningoverschot). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 9 (1p) — Concept: Intertemporele ruil Format: “Leg uit aan de hand van de tweede stelling welk land een hoge tijdsvoorkeur heeft” (Nederland besteedde gasbaten direct, Noorwegen spaart ze voor de toekomst). Gewicht: gemiddeld (kernbegrip “tijdsvoorkeur” letterlijk bevraagd).
Vraag 10 (3p) — Concept: Beleggen — rendement en risico, met Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) als toepassing Format: “Schrijf het vervolg van de uitspraak” (hogere aandelenweging → conjunctuurgevoeliger portefeuille → risico voor de betaalbaarheid van vergrijzingslasten bij een laagconjunctuur). Gewicht: zwaar (3p, open schrijfopdracht met twee vereiste deelaspecten).
Opgave 3 — Vasthouden aan de parto (begrotingsregels EMG, wisselkoersmechanisme)
Vraag 11 (2p) — Concept: Automatische stabilisatoren Format: “Leg uit waarom bij de preventieve arm voor de beperking van overheidsuitgaven een uitzondering geldt voor werkloosheidsuitkeringen” (automatisch anticyclisch effect van uitkeringen). Gewicht: zwaar (letterlijke kernvraag).
Vraag 12 (2p) — Concept: Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact Format: “Toon met een berekening aan dat voor Drostland in 2017 de correctieve arm van toepassing is” (financieringstekort 2017 berekenen en toetsen aan de 2,5%-norm). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).
Vraag 13 (2p) — Concept: EMU en optimale valutagebieden Format: “Bereken de bandbreedte in procenten van de spilkoers” (interventiekoersen aflezen uit figuur 2, verschil als percentage van de spilkoers). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 14 (2p) — Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer Format: “Leg uit dat het gevoerde conjunctuurbeleid heeft geleid tot een koersdaling van de droste” (belastingverlaging → lopende rekening → aanbod droste stijgt). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 15 (2p) — Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer Format: “Leg uit dat een renteaanpassing niet geschikt is als instrument om de koersdaling tegen te gaan, met het oog op de laagconjunctuur” (rente verhogen ter verdediging van de munt zou de laagconjunctuur juist verergeren — beleidsconflict). Gewicht: zwaar.
Vraag 16 (2p) — Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer Format: “Bereken het minimale bedrag in parto’s van de benodigde steunaankopen door de CB van Drostland op de valutamarkt” (vraag-aanbodoverschot bij de ondergrens van de bandbreedte). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern, derde vraag over dit concept in deze opgave).
Opgave 4 — Wijzer van de conjunctuurklok (indicatoren, beleggingsadvies)
Vraag 17 (2p) — Concept: Conjunctuur en output gap Format: “Leg uit waarom de werkloosheid een achterlopende indicator is.” Gewicht: gemiddeld.
Vraag 18 (1p) — Concept: Conjunctuur en output gap Format: “Is de werkloosheid gedaald of gestegen…? Licht je antwoord toe met behulp van figuur 1” (aflezen uit de conjunctuurklok). Gewicht: licht.
Vraag 19 (2p) — Concept: Conjunctuur en output gap Format: “Bereken met behulp van figuur 1 de procentuele stijging van het reële bbp in het vierde kwartaal ten opzichte van het tweede kwartaal van 2017” (cumulatie van kwartaalafwijkingen t.o.v. de trend). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern, derde vraag over dit concept).
Vraag 20 (2p) — Concept: Investeringen en kapitaalvorming Format: “Geef een argument voor de verwachting van Hans over de investeringen” (gebaseerd op een andere indicator in de conjunctuurklok). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 21 (2p) — Concept: Beleggen — rendement en risico Format: “Onderbouw de voorspelling van Hans in het advies” (dalend consumentenvertrouwen ondanks hoogconjunctuur → voorzichtige koersverwachting). Gewicht: gemiddeld.
Opgave 5 — Activerend arbeidsmarktbeleid (i/a-ratio, vergrijzing, belastingstelsel)
Vraag 22 (3p) — Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) Format: “Geef een verklaring voor conclusie b en verklaar de grotere druk op de solidariteit binnen generaties en tussen generaties” (omslagstelsel onder druk door stijgende i/a-ratio). Gewicht: zwaar (3p, kernvraag met dubbele solidariteits-uitleg).
Vraag 23 (2p) — Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel), met Arbeidsmarkt aanbod en vraag als mechanisme Format: “Geef twee verklaringen hoe de i/a-ratio verlaagd zal worden als de pensioenleeftijd wordt verhoogd” (langer actief blijven + later een uitkering ontvangen). Gewicht: zwaar.
Vraag 24 (2p) — Concept: Belastingstelsel Format: “Noem twee aspecten van de voorgestelde belastingaanpassing die de genoemde doelgroepen eerder kunnen activeren” (lager instaptarief + hogere arbeidskorting voor lage inkomens). Gewicht: zwaar.
Vraag 25 (3p) — Concept: Belastingstelsel Format: “Bereken het belastingvoordeel door de stelselherziening voor de modale werknemer” (oud vs. nieuw schijvenstelsel + arbeidskorting doorrekenen bij €38.500). Gewicht: zwaar (3p, volledige schijvenberekening, derde vraag over dit concept).
Vraag 26 (2p) — Concept: Belastingstelsel, met Arbeidsmarkt aanbod en vraag als gevolg Format: “Leg de verwachting van de minister uit” (actieven bieden zich minder aan door hogere marginale druk/afbouw arbeidskorting bij hogere inkomens). Gewicht: zwaar (vierde vraag over dit concept, sluit de opgave af).
Opgave 6 — Monetair geschut tegen de recessie (bankencrisis, verkeersvergelijking van Fisher)
Vraag 27 (2p) — Concept: Financiële sector en risicoverschuiving Format: “Verklaar via de vermogensmarkt dat onvoldoende dekkingsmiddelen op de bankbalansen een aanleiding kunnen zijn tot een recessie” (vertrouwenscrisis → kredietverlening stokt). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 28 (1p) — Concept: Geldschepping Format: “Toon met een berekening aan dat de omloopsnelheid nauwelijks is veranderd” (verkeersvergelijking van Fisher, M·V=P·T, oplossen naar V met M en nationaal inkomen als proxy voor P·T). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 29 (2p) — Concept: Geldschepping, met Monetair beleid en de ECB als beleidscontext Format: “Verklaar via de verkeersvergelijking van Fisher dat een ruimgeldpolitiek conjunctureel herstel kan bespoedigen” (M omhoog → bij gelijke V meer T mogelijk bij gelijke P). Gewicht: zwaar (tweede vraag over dit concept, expliciete formule-toepassing).
Vraag 30 (2p) — Concept: Monetair beleid en de ECB Format: “Leg uit dat door de daling van het consumentenvertrouwen op korte termijn de ruimgeldpolitiek de recessie niet zou kunnen bestrijden” (liquiditeitsval-achtig mechanisme: extra geld wordt opgepot, niet besteed). Gewicht: zwaar (sluit het examen af).
Correctievoorschrift — vakspecifieke regel
Locatie: correctievoorschrift (sectie 3, Vakspecifieke regels) Concept: Rekenvaardigheden economie Relevant voor alle rekenvragen dit tijdvak: 2, 4, 7, 12, 13, 16, 19, 25, 28. Gewicht: gemiddeld.
Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, dit tijdvak)
| Concept | # vragen | Vraagnummers | Gewicht |
|---|---|---|---|
| Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer | 5 | 6, 14, 15, 16 | zwaar |
| Conjunctuur en output gap | 3 | 17, 18, 19 | gemiddeld/zwaar |
| Belastingstelsel | 4 | 24, 25, 26 | zwaar |
| Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) | 3 | 10, 22, 23 | zwaar |
| Beleggen — rendement en risico | 3 | 7, 10, 21 | gemiddeld |
| Winstmaximalisatie en break-even | 2 | 2, 3 | zwaar/gemiddeld |
| Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies | 2 | 4, 5 | zwaar/gemiddeld |
| Geldschepping | 2 | 28, 29 | gemiddeld/zwaar |
| Arbeidsmarkt aanbod en vraag | 2 | 23, 26 (mechanisme) | gemiddeld |
| Monetair beleid en de ECB | 2 | 29 (context), 30 | zwaar |
| Betalingsbalans | 1 | 8 | gemiddeld |
| Intertemporele ruil | 1 | 9 | gemiddeld |
| Automatische stabilisatoren | 1 | 11 | zwaar |
| Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact | 1 | 12 | zwaar |
| EMU en optimale valutagebieden | 1 | 13 | gemiddeld |
| Investeringen en kapitaalvorming | 1 | 20 | gemiddeld |
| Financiële sector en risicoverschuiving | 1 | 27 | gemiddeld |
| Externe effecten | 1 | 5 (deelaspect) | licht |
| Individuele en collectieve vraaglijn | 1 | 1 | licht |
| Rekenvaardigheden economie | 1 | correctievoorschrift (relevant bij 2, 4, 7, 12, 13, 16, 19, 25, 28) | gemiddeld |
19 van de ~78 Stap 1-concepten geraakt in dit tijdvak (macro-economisch zwaargewicht tijdvak: rente/wisselkoers, conjunctuur en belastingstelsel domineren).