2024 tijdvak I — Economie VWO — digest
Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p.75–105 (opgaven VW-1022-a-24-1-o, uitwerkbijlage VW-1022-a-24-1-u, correctievoorschrift VW-1022-a-24-1-c). Geen aparte aanvulling correctievoorschrift aangetroffen in dit bereik. 29 vragen, 6 opgaven, max. 59 punten.
Opgave 1 — Duurzaamheid stimuleren (heffing markt A, subsidie markt B)
- Vraag 1 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Externe effecten — frasering “Leg uit dat de productie leidt tot negatieve externe effecten en maatschappelijke kosten. Geef een voorbeeld” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 2 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies — “Bereken hoeveel procent van de heffing wordt doorberekend in de prijs” (aflezen prijsstijging/heffing uit grafiek) — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Marktevenwicht (aflezen evenwichtsprijs uit vraag/aanbodlijnen).
- Vraag 3 (4p, zwaarste vraag) — vraag + antwoordmodel — concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies — meerstaps berekening CO2-effect van heffing (markt A) én subsidie (markt B) met vraag-/aanbodvergelijkingen — gewicht: zwaar. Raakt ook Marktevenwicht (nieuwe evenwicht oplossen via Qv=Qa na subsidieverschuiving).
- Vraag 4 (2p) — vraag + uitwerkbijlage (arceren) + antwoordmodel — concepten: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies (heffingsopbrengst arceren) en Marktmacht en welvaartsverlies (Harberger-driehoek) (welvaartsverlies subsidie arceren) — frasering “Arceer in de uitwerkbijlage: de heffingsopbrengst … het verlies aan economische doelmatigheid” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 5 (2p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) (constante/proportioneel variabele kosten per product) en Winstmaximalisatie en break-even (P vs. GVK-afweging doorgaan/stoppen) — “Leg met behulp van getallen uit of bedrijf … door zal gaan met de productie” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 6 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Kruislingse elasticiteit — “Leg met behulp van de kruislingse prijselasticiteit uit of de verwachte CO2-uitstoot … toeneemt of afneemt bij een prijsdaling” — gewicht: gemiddeld.
Opgave 2 — Staat van de schulden (staatsschuldquote, rente, uitverdieneffect)
- Vraag 7 (1p) — vraag + antwoordmodel — concept: Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) — “Geef … een verklaring voor de ontwikkeling van het nominale rentepercentage op staatsobligaties” (verband staatsschuldquote/rente via risico-opslag/vraag naar vermogen) — gewicht: licht.
- Vraag 8 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) — rekenvraag “Bereken of de dienstverlening … onder druk komt te staan” (rente-uitgaven als % bbp/overheidsuitgaven) — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Rekenvaardigheden economie (geen puntenaftrek bij rekenfout, wel bij niet-schatten/controleren).
- Vraag 9 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: In- en uitverdieneffecten — “Leg uit dat een verhoging van de inkomstenbelasting door het uitverdieneffect, een beperkt effect heeft op de staatsschuld” — gewicht: zwaar (kernvraag over uitverdieneffect zelf).
- Vraag 10 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Belastingstelsel (belastingwig) — “Leg uit dat een verhoging van de inkomstenbelasting leidt tot een grotere belastingwig en dat daardoor het bbp kan dalen” — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Arbeidsmarkt aanbod en vraag (effect wig op arbeidsaanbod/-prikkel).
- Vraag 11 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Investeringen en kapitaalvorming (publiek kapitaal) — “Leg de stelling … uit. Geef daarbij een voorbeeld van publiek kapitaal” — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) (effect op staatsschuldquote via bbp) en Structurele economische groei.
- Vraag 12 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Rente als prijs van tijd — “Leg uit dat een positief overheidssaldo via de vermogensmarkt kan leiden tot toenemende binnenlandse bestedingen” (vraag/aanbod op vermogensmarkt → rente → investeringen/consumptie) — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld).
Opgave 3 — Valutaverzekering (export, wisselkoersrisico, verzekeringsmarkt)
- Vraag 13 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer — “Leg uit dat een betaling in vreemde valuta … nadelig uitpakt bij een tussentijdse appreciatie van de euro” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 14 (2p) — vraag (met tabel voorwaarden) + antwoordmodel — concept: Averechtse selectie en moral hazard — “Leg uit of het hanteren van verschillende variabele premies ervoor zorgt dat averechtse selectie … wordt verminderd” — gewicht: zwaar. Raakt ook Verzekeren en Asymmetrische informatie.
- Vraag 15 (1p) — vraag + antwoordmodel — concept: Averechtse selectie en moral hazard — “Verklaar of Tradesure rekening moet houden met de aanwezigheid van moral hazard” — gewicht: licht/gemiddeld.
- Vraag 16 (1p) — vraag + antwoordmodel — concept: Berovingsprobleem en verzonken kosten — “Beargumenteer of de onderhandelingskosten van Arco verzonken kosten zijn” — gewicht: gemiddeld.
- Vraag 17 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer (wisselkoersberekening bij export) — “Bereken of Arco voordeel heeft gehad van het afsluiten van de valutaverzekering” — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Verzekeren (premieberekening vast+variabel deel) en Rekenvaardigheden economie.
Opgave 4 — Onder de motorkap (IS-MB-GA-model)
- Vraag 18 (2p) — vraag (met figuren IS-MB-GA) + antwoordmodel — concept: GA-curve — “Leg met behulp van de GA-curve uit dat de reële productie … zal stijgen” na IS-verschuiving — gewicht: gemiddeld. Raakt ook IS-curve en IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse.
- Vraag 19 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: MB-curve — “Leg uit of de verschuiving van de MB-curve … duidt op een lagere of hogere inflatiedoelstelling” — gewicht: gemiddeld. Raakt ook IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse.
- Vraag 20 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: IS-curve — “Leg uit dat het dalend verband van de IS-curve aantoont dat huishoudens ruilen over de tijd” — gewicht: zwaar (directe theoretische kernvraag). Raakt ook Intertemporele ruil.
- Vraag 21 (3p, zwaarste vraag opgave 4) — vraag + uitwerkbijlage (tekenen figuur 3) + antwoordmodel — concept: IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse — “Teken de curven … na terugkeer naar Y*. Benoem de reële rente en inflatie in het nieuwe evenwicht” — gewicht: zwaar. Raakt ook GA-curve en MB-curve.
Opgave 5 — Vissen naar winst (marktvormen, speltheorie)
- Vraag 22 (3p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Winstmaximalisatie en break-even (MO=MK-regel) en Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) (marginale kosten afleiden uit TK) — “Bereken hoeveel vissers er actief zijn op de middeleeuwse vismarkt” — gewicht: zwaar.
- Vraag 23 (2p) — vraag + antwoordmodel — concepten: Prijselasticiteit van de vraag (i) en Marktvormen (ii, ontstaan monopolistische concurrentie) — “Leg beide beweringen van de econoom uit” — gewicht: gemiddeld voor beide concepten.
- Vraag 24 (2p) — vraag (pay-off matrix) + antwoordmodel — concepten: Gevangenendilemma en Speltheorie pay-off matrix en spelboom — “Leg met behulp van getallen uit matrix 1 uit of er sprake is van een gevangenendilemma” — gewicht: zwaar. Raakt ook Nash-evenwicht.
- Vraag 25 (2p) — vraag (spelboom) + antwoordmodel — concepten: Speltheorie pay-off matrix en spelboom en Nash-evenwicht — “Leg uit of Syrap toetreedt met een kartelprijs of een lagere prijs” (backward induction) — gewicht: gemiddeld.
Opgave 6 — Groeien tot de top (kringloop, Keynesiaans model, productiefunctie)
- Vraag 26 (2p) — vraag (figuur economische kringloop) + antwoordmodel — concepten: Economische kringloop en Economische scholen — Keynesianen, monetaristen en klassieken — “Leg uit of er … sprake is van een Keynesiaans model of een Nieuw klassiek model” — gewicht: gemiddeld voor beide.
- Vraag 27 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Keynesiaans kruis (bestedingsmultiplier, weglek via import) — “Leg uit welke optie het sterkste effect heeft op de groei van het nationaal inkomen” — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Economische kringloop.
- Vraag 28 (2p) — vraag (productiefunctie) + antwoordmodel — concept: Productiefunctie (afnemende meeropbrengsten) — “Leg … uit dat de marginale winst van extra productie zal afnemen, als de inzet van arbeid toeneemt” — gewicht: gemiddeld. Raakt ook Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) (marginale kosten/opbrengst-redenering).
- Vraag 29 (2p) — vraag + antwoordmodel — concept: Totale factorproductiviteit — “Leg de conclusie van de econoom uit” (R&D → factorproductiviteit → verschuiving productiefunctie Y1→Y2) — gewicht: zwaar. Raakt ook Productiefunctie en Structurele economische groei.
Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, incl. secundaire raakvlakken)
| Concept | # vragen | Vraagnummers |
|---|---|---|
| Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies | 3 | 2, 3, 4 |
| Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) | 3 | 7, 8, 11(sec), 12(sec) |
| IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse | 3 | 18(sec), 19(sec), 21 |
| Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) | 3 | 5, 22, 28(sec) |
| Averechtse selectie en moral hazard | 2 | 14, 15 |
| Speltheorie pay-off matrix en spelboom | 2 | 24, 25 |
| Nash-evenwicht | 2 | 24(sec), 25 |
| Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer | 2 | 13, 17 |
| Productiefunctie | 2 | 28, 29(sec) |
| GA-curve | 2 | 18, 21(sec) |
| MB-curve | 2 | 19, 21(sec) |
| Marktevenwicht | 2 | 2(sec), 3(sec) |
| Winstmaximalisatie en break-even | 2 | 5, 22 |
| Economische kringloop | 2 | 26, 27(sec) |
| Verzekeren | 2 | 14(sec), 17(sec) |
| Externe effecten | 1 | 1 |
| Marktmacht en welvaartsverlies (Harberger-driehoek) | 1 | 4 |
| Kruislingse elasticiteit | 1 | 6 |
| In- en uitverdieneffecten | 1 | 9 |
| Belastingstelsel | 1 | 10 |
| Arbeidsmarkt aanbod en vraag | 1 | 10(sec) |
| Investeringen en kapitaalvorming | 1 | 11 |
| Structurele economische groei | 1 | 11(sec), 29(sec) |
| Rente als prijs van tijd | 1 | 12 |
| Asymmetrische informatie | 1 | 14(sec) |
| Berovingsprobleem en verzonken kosten | 1 | 16 |
| IS-curve | 1 | 18(sec), 20 |
| Intertemporele ruil | 1 | 20(sec) |
| Prijselasticiteit van de vraag | 1 | 23 |
| Marktvormen | 1 | 23 |
| Gevangenendilemma | 1 | 24 |
| Economische scholen — Keynesianen, monetaristen en klassieken | 1 | 26 |
| Keynesiaans kruis | 1 | 27 |
| Totale factorproductiviteit | 1 | 29 |
| Rekenvaardigheden economie | 2 | 8(sec), 17(sec) |
Meest bevraagde concepten dit tijdvak (zwaar/veelvuldig): Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies, Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld), IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse, Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK), Speltheorie pay-off matrix en spelboom / Nash-evenwicht, Averechtse selectie en moral hazard.