CE Economie VWO 2025 – Tijdvak I — Digest
Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p. 8–44 (opgaven + uitwerkbijlage + erratumblad + correctievoorschrift incl. beoordelingsmodel + aanvulling op het correctievoorschrift). 29 vragen, 59 punten, 6 opgaven. Erratumblad vóór afname (bij vraag 27, tekstuele precisering “oude vaste kosten”) is niet inhoudelijk. Aparte, échte aanvulling op het correctievoorschrift ná afname wijzigt het beoordelingsmodel bij vraag 11, 12 en 17 — zie eigen sectie onderaan.
Opgave 1 — Zorgverzekering
Vraag 1 (1p) — vraag Concept: Collectieve goederen en meeliftersgedrag Format: “Is een zorgbehandeling een collectief goed? Motiveer je antwoord.” — toets op niet-rivaliteit/niet-uitsluitbaarheid (hier: wél rivaliserend en wél uitsluitbaar, dus geen collectief goed). Gewicht: licht.
Vraag 2 (2p) — vraag Concept: Averechtse selectie en moral hazard Format: “Leg uit of averechtse selectie kan optreden binnen de zorgverzekeringen” — bij verzekeringsplicht kan averechtse selectie niet optreden (goede risico’s kunnen zich niet aan de markt onttrekken). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 3 (2p) — vraag Concept: Verzekeren Format: “Bereken tot welk bedrag aan zorgkosten per jaar het voordeliger is om een verhoogd eigen risico te nemen” — vergelijking premie + eigen risico tussen twee polissen. Gewicht: gemiddeld.
Vraag 4 (2p) — vraag Concept: Verzekeren, met Averechtse selectie en moral hazard (moral hazard-mechanisme) als achterliggend kader Format: “Leg uit dat de totale zorgkosten kunnen afnemen” door eigen risico af te schaffen voor huisartsbezoek (eerder ingrijpen voorkomt duurdere zorg later). Gewicht: gemiddeld (Verzekeren), licht (moral hazard-redenering, tegenovergesteld effect van het gebruikelijke moral-hazard-voorbeeld).
Vraag 5 (2p) — vraag Concept: Consumenten- en producentensurplus (expliciet in modelantwoord: “totale surplus”/“consumentensurplus”), met Totaal surplus en Pareto-efficiëntie (doelmatigheid) als kader Format: “Leg uit dat de opkomst van vergelijkingssites de doelmatigheid… kan vergroten” — meer informatie → concurrentie → lagere premies/hoger surplus. Secundair geraakt: Asymmetrische informatie (informatie/zoekkosten-mechanisme in het alternatieve modelantwoord). Gewicht: gemiddeld (surplus/doelmatigheid), licht (asymmetrische informatie).
Vraag 6 (2p) — vraag Concept: Principaal-agentrelatie Format: “Leg uit dat er sprake kan zijn van een principaal-agentprobleem” tussen consument (principaal) en vergelijkingssite (agent) — tegengestelde belangen + asymmetrische informatie. Secundair geraakt: Asymmetrische informatie (expliciet als tweede antwoordelement in het beoordelingsmodel). Gewicht: gemiddeld (Principaal-agentrelatie), licht (Asymmetrische informatie).
Opgave 2 — Concurreren met zekerheid (pensioenen)
Vraag 7 (2p) — vraag Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel), met Intertemporele ruil (specifiek: intergenerationele ruil) als kernbegrip Format: “Is er bij het staatspensioen of bij het aanvullend pensioen sprake van intergenerationele ruil? Leg je antwoord uit” — omslagstelsel = ruil tussen generaties, kapitaaldekkingsstelsel = eigen besparingen. Gewicht: gemiddeld (Pensioenstelsels), gemiddeld (Intertemporele ruil — letterlijke kernvraag).
Vraag 8 (2p) — vraag Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel), met Nominale versus reële grootheden (waardevast staatspensioen vs. niet-waardevast totaalpensioen) Format: “Leg uit dat de premie voor het aanvullend pensioen kan dalen als de inflatie stijgt.” Gewicht: zwaar (Pensioenstelsels, keert terug in vraag 9/10/11), gemiddeld (Nominale/reële grootheden).
Vraag 9 (2p) — vraag Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel), met Rente als prijs van tijd (contante waarde van toekomstige uitkeringen) en Monetair beleid en de ECB (beleidsregel: hogere inflatie → hogere rente) Format: “Leg met behulp van figuur 1 uit dat deze hogere inflatie zorgt voor een stijgende dekkingsgraad” (dekkingsgraad = vermogen / contante waarde verplichtingen). Gewicht: zwaar (Pensioenstelsels), gemiddeld (Rente als prijs van tijd, Monetair beleid en de ECB).
Vraag 10 (2p) — vraag Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel), met Marktvormen (marktwerking/concurrentie tussen pensioenfondsen) als mechanisme Format: “Leg met behulp van figuur 1 uit dat marktwerking tot een lagere premie kan leiden.” Gewicht: zwaar (Pensioenstelsels), licht (Marktvormen).
Vraag 11 (3p) — vraag — beoordelingsmodel gewijzigd door aanvulling correctievoorschrift Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel), met Rente als prijs van tijd (contante-waardeberekening dekkingsgraad bij 1% vs. 2% rente) Format: “Bereken de nieuwe dekkingsgraad. Leg uit of de betaalbaarheid van de pensioenen verbetert.” Gewicht: zwaar (3p, kernberekening dekkingsgraad — hoogste puntenaantal van het tijdvak samen met vraag 14).
Opgave 3 — IJssalon (monopolie → duopolie)
Vraag 12 (2p) — vraag — beoordelingsmodel vereenvoudigd door aanvulling correctievoorschrift Concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK), met Winstmaximalisatie en break-even (GW = GO – GTK) Format: “Bereken de winst per ijsje” — afleiden Qv, TK, GTK bij P=3. Gewicht: gemiddeld.
Vraag 13 (1p) — bijlage/uitwerkbijlage Concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) Format: “Arceer in de uitwerkbijlage de totale vaste (constante) kosten bij een verkoopprijs van € 3 per ijsje” — grafisch aanwijzen TVK-gebied. Gewicht: licht.
Vraag 14 (4p) — vraag Concept: Winstmaximalisatie en break-even, met Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) en Prijs, afzet en totale opbrengst (MO=MK-afleiding, doorrekening kostenstijging in verkoopprijs) Format: “Bereken hoeveel procent van de gestegen variabele kosten wordt doorberekend in de verkoopprijs” — volledige afleiding nieuwe MK-, MO- en prijsfunctie. Gewicht: zwaar (4p, zwaarste losse vraag van het tijdvak).
Vraag 15 (2p) — vraag Concept: Gevangenendilemma, met Marktvormen (heterogeen → homogeen oligopolie via perfecte substituten) Format: “Leg uit dat Guarda en Orso Bianco in een gevangenendilemma kunnen belanden als consumenten de ijsjes als perfecte substituten zien” — dominante strategie prijsverlaging → suboptimale uitkomst. Gewicht: gemiddeld.
Vraag 16 (2p) — vraag Concept: Zelfbinding en geloofwaardige dreigingen, met Gevangenendilemma als kader Format: “Leg uit dat door deze manier van zelfbinding het risico op een prijzenoorlog wordt beperkt” — laagsteprijsgarantie als geloofwaardige dreiging/commitment device. Gewicht: gemiddeld.
Opgave 4 — Eilanden verbonden (Curaçao/Aruba)
Vraag 17 (2p) — vraag — beoordelingsmodel aangevuld met opmerking (correctievoorschrift-aanvulling) Concept: Categoriale inkomensverdeling en AIQ Format: “Bereken de arbeidsinkomensquote (AIQ) van Curaçao.” Gewicht: gemiddeld.
Vraag 18 (2p) — vraag Concept: Economische kringloop (identiteit (S–I)+(B–O)=(E–M) resp. Y≡C+I+O+E–M), met Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact en Betalingsbalans als geraakte deelbegrippen Format: “Bereken het overheidssaldo van Curaçao en geef aan of er sprake is van een tekort of een overschot.” Gewicht: gemiddeld (Economische kringloop), licht (Begrotingssaldo, Betalingsbalans).
Vraag 19 (2p) — bijlage/uitwerkbijlage Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag (loonstijging door hogere vraag naar arbeid), met Verschuiving van de vraaglijn en Marktevenwicht (drie gekoppelde markten: Curaçaose arbeidsmarkt, Curaçaose en Arubaanse goederenmarkt) Format: “Teken deze oorzaak en gevolgen in de uitwerkbijlage” + invultabel “stijgt/daalt” voor loonniveau en inflatie op beide eilanden. Gewicht: zwaar (grafisch, drie gekoppelde markten in één vraag).
Vraag 20 (2p) — vraag Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer, met Monetair beleid en de ECB (ruimer monetair beleid) en Conjunctuur en output gap (conjuncturele situatie Aruba) als vervolgstappen Format: “Leg uit welk effect het monetair beleid van de Curaçaose centrale bank, via de valutamarkt, heeft op de conjunctuur van Aruba.” Gewicht: gemiddeld.
Opgave 5 — Groen ontgroeien (Keynesiaans kruis / IS-MB-GA)
Vraag 21 (2p) — vraag Concept: Keynesiaans kruis Format: “Leg beide veranderingen van de EV₁-curve ten opzichte van de EV₀-curve uit” — ligging (autonome consumptie) én helling (marginale consumptiequote). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 22 (2p) — vraag Concept: Groen bbp, met Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid (hogere overheidsbestedingen) als aanleiding Format: “Leg uit dat door de hogere overheidsbestedingen het groen bbp zowel kan dalen als kan stijgen” — saldo milieuschade/-verbetering versus bbp-stijging. Gewicht: gemiddeld.
Vraag 23 (2p) — vraag Concept: IS-curve (helling/steilte), met Monetair beleid en de ECB en IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse als kader Format: “Leg uit of monetair beleid effectiever of minder effectief is geworden door de gedragsverandering” (steilere IS-curve → minder rentegevoeligheid). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 24 (2p) — vraag Concept: IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse, met MB-curve (nieuwe reële evenwichtsrente) en IS-curve als deelconcepten Format: “Leg uit welk monetair beleid de centrale bank zal voeren waardoor het oude evenwicht wordt bereikt. Noem de nieuwe reële evenwichtsrente.” Gewicht: gemiddeld.
Vraag 25 (2p) — vraag Concept: Conjunctuur en output gap, met GA-curve/Structurele economische groei (potentiële productie/productiecapaciteit door minder gewerkte uren) Format: “Leg de stelling van de econoom uit” (“Als consumenten minder uren gaan werken, verdwijnt de output gap”). Gewicht: gemiddeld.
Opgave 6 — Groenten (biologisch vs. traditioneel telen)
Vraag 26 (2p) — vraag Concept: Berovingsprobleem en verzonken kosten Format: “Leg uit of er bij een investering voor biologische teelt sprake is van verzonken kosten” — grond is herbruikbaar/alternatief aanwendbaar, dus geen verzonken kosten. Gewicht: gemiddeld (letterlijke kernvraag over dit concept).
Vraag 27 (2p) — vraag (erratumblad: tekstuele precisering “oude vaste kosten”, geen inhoudelijke wijziging) Concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) Format: “Bereken de procentuele stijging van de totale vaste (constante) kosten bij boer B als gevolg van de investering” — TCK = TO – TVK – TW. Gewicht: gemiddeld.
Vraag 28 (2p) — vraag Concept: Nash-evenwicht, met Speltheorie pay-off matrix en spelboom als kader Format: “Noem de Nash-evenwichten uit tabel 2 bij winstmaximalisatie.” Gewicht: gemiddeld.
Vraag 29 (2p) — vraag Concept: Externe effecten, met Speltheorie pay-off matrix en spelboom en Gevangenendilemma (dominante strategie bij afzetmaximalisatie = traditionele teelt, dus externe effecten dalen niet) Format: “Leg met behulp van getallen uit of de negatieve externe effecten dalen als de boeren kiezen voor afzetmaximalisatie.” Gewicht: gemiddeld.
Correctievoorschrift — vakspecifieke regel
Locatie: correctievoorschrift (sectie 3, Vakspecifieke regels) Concept: Rekenvaardigheden economie Formulering: “Voor rekenfouten worden geen scorepunten afgetrokken. Wanneer echter de kandidaat bij een berekening kennelijk verzuimd heeft door schatting controle op het antwoord uit te oefenen, wordt voor deze fouten één scorepunt afgetrokken tot een maximum van drie scorepunten voor het hele examen. Indien aan een gevraagde berekening geen eis is toegevoegd ten aanzien van de nauwkeurigheid van de afronding, dan elke juiste manier van afronding goed rekenen.” Relevant voor alle rekenvragen dit tijdvak: 3, 11, 12, 14, 17, 18, 27. Gewicht: gemiddeld (generieke regel, direct bepalend voor scoring bij 7 van de 29 vragen — geen GR toegestaan, dus schattingscontrole is de enige denkbare aftrek).
Correctievoorschrift — aanvulling (na afname, inhoudelijke wijzigingen)
Locatie: correctievoorschrift (los nagezonden document VW-1022-a-25-1-c-A1)
Drie wijzigingen op het oorspronkelijke beoordelingsmodel:
- Vraag 11 (Pensioenstelsels): laatste antwoordelement verbreed van “een correcte gevolgtrekking uit de berekening van de dekkingsgraad” naar “…of een correcte uitleg over de betaalbaarheid” — ruimer toegestaan.
- Vraag 12 (Kostensoorten/Winstmaximalisatie): scoremodel vereenvoudigd tot alleen de uitkomst GW = GO – GTK = € 1 (ongeacht rekenroute), was eerst opgesplitst in drie deelstappen.
- Vraag 17 (Categoriale inkomensverdeling en AIQ): expliciete opmerking toegevoegd dat een antwoord met AIQ = 100% ook goed gerekend kan worden, omdat de vraagstelling kan worden gelezen alsof arbeidsinkomen de enige inkomstenbron van de Curaçaose gezinnen is. Gewicht: relevant voor exacte scoring-interpretatie bij deze 3 concepten, geen nieuwe examenstof.
Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, dit tijdvak)
| Concept | # vragen | Vraagnummers | Gewicht |
|---|---|---|---|
| Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) | 5 | 7, 8, 9, 10, 11 | zwaar |
| Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) | 4 | 12, 13, 14, 27 | zwaar |
| Gevangenendilemma | 3 | 15, 16, 29 (contextueel) | gemiddeld |
| Monetair beleid en de ECB | 4 | 9, 20, 23, 24 | gemiddeld |
| Verzekeren | 2 | 3, 4 | gemiddeld |
| Asymmetrische informatie | 2 | 5, 6 (contextueel) | licht |
| Winstmaximalisatie en break-even | 2 | 12, 14 | gemiddeld/zwaar |
| Speltheorie pay-off matrix en spelboom | 2 | 28, 29 (contextueel) | gemiddeld |
| Marktvormen | 2 | 10, 15 (contextueel) | licht |
| IS-curve | 2 | 23, 24 | gemiddeld |
| IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse | 2 | 23, 24 | gemiddeld |
| Rente als prijs van tijd | 2 | 9, 11 | gemiddeld |
| Conjunctuur en output gap | 2 | 20, 25 | gemiddeld |
| Collectieve goederen en meeliftersgedrag | 1 | 1 | licht |
| Averechtse selectie en moral hazard | 1 | 2 (+ 4 contextueel) | gemiddeld |
| Consumenten- en producentensurplus | 1 | 5 | gemiddeld |
| Totaal surplus en Pareto-efficiëntie | 1 | 5 (contextueel) | licht |
| Principaal-agentrelatie | 1 | 6 | gemiddeld |
| Intertemporele ruil | 1 | 7 | gemiddeld |
| Nominale versus reële grootheden | 1 | 8 | gemiddeld |
| Prijs, afzet en totale opbrengst | 1 | 14 | licht |
| Zelfbinding en geloofwaardige dreigingen | 1 | 16 | gemiddeld |
| Categoriale inkomensverdeling en AIQ | 1 | 17 | gemiddeld |
| Economische kringloop | 1 | 18 | gemiddeld |
| Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact | 1 | 18 (contextueel) | licht |
| Betalingsbalans | 1 | 18 (contextueel) | licht |
| Arbeidsmarkt aanbod en vraag | 1 | 19 | zwaar |
| Verschuiving van de vraaglijn | 1 | 19 | gemiddeld |
| Marktevenwicht | 1 | 19 | gemiddeld |
| Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer | 1 | 20 | gemiddeld |
| Keynesiaans kruis | 1 | 21 | gemiddeld |
| Groen bbp | 1 | 22 | gemiddeld |
| Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid | 1 | 22 (contextueel) | licht |
| MB-curve | 1 | 24 | gemiddeld |
| GA-curve | 1 | 25 (contextueel) | licht |
| Structurele economische groei | 1 | 25 (contextueel) | licht |
| Berovingsprobleem en verzonken kosten | 1 | 26 | gemiddeld |
| Nash-evenwicht | 1 | 28 | gemiddeld |
| Externe effecten | 1 | 29 | gemiddeld |
| Rekenvaardigheden economie | 1 | correctievoorschrift (relevant bij 3, 11, 12, 14, 17, 18, 27) | gemiddeld |
38 van de ~78 Stap 1-concepten geraakt in dit tijdvak — ruim een derde meer dan tijdvak II 2025 (30 concepten), vooral doordat opgave 2 (pensioenen) en opgave 4 (Curaçao/Aruba) elk meerdere gekoppelde concepten combineren. Zwaarst bevraagd: Pensioenstelsels (5 vragen, hele opgave 2) en Kostensoorten (4 vragen, verspreid over opgave 3 en 6).