CE Economie VWO 2025 – Tijdvak II — Digest
Bron: Examenbundel_Compleet_VWO_Economie.pdf, p. 45–74 (opgaven + uitwerkbijlage + erratum + correctievoorschrift, incl. beoordelingsmodel). 29 vragen, 59 punten, 6 opgaven. Geen aparte aanvulling op het correctievoorschrift (het erratumblad betrof alleen een tekstuele correctie bij vraag 3, geen inhoudelijke wijziging).
Opgave 1 — Safetybell (monopolist met patent)
Vraag 1 (2p) — vraag Concept: Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) Format: “Is hier sprake van degressief/proportioneel/progressief variabele kosten? Leg uit.” — beoordeling redeneert vanuit verloop van de MK-lijn. Gewicht: zwaar bevraagd (concept keert terug in vraag 2, 19, 21).
Vraag 2 (3p) — vraag Concept: Winstmaximalisatie en break-even, met Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) en Prijs, afzet en totale opbrengst (afleiding P=50Q+400 → TO=50Q²+400Q → MO=TO’) Format: “Bereken de maximale totale winst” via MO=MK, afleiden uit TO’ en TK’. Gewicht: zwaar (3p, kernberekening).
Vraag 3 (2p) — vraag Concept: Prijsdiscriminatie Format: “Leg uit of [door] deze subsidie prijsdiscriminatie ontstaat” — toets op de twee voorwaarden (deelmarkten afbakenen, geen doorverkoop). Gewicht: licht (1 vraag, maar volledig antwoordmodel bouwt op de twee voorwaarden uit de notitie).
Vraag 4 (2p) — bijlage/uitwerkbijlage Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies, met Prijs, afzet en totale opbrengst (GO- en MO-lijn correct tekenen/verschuiven) Format: “Teken de GO- en MO-lijn inclusief subsidie in figuur 1 van de uitwerkbijlage” (grafisch, subsidie aan consument verschuift vraag/GO-lijn). Gewicht: gemiddeld (onderdeel van cluster van 3 vragen over deze opgave-subsidie).
Vraag 5 (2p) — bijlage/uitwerkbijlage Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies Format: “Arceer het totale subsidiebedrag in figuur 2” — subsidie aan producent, MK-lijn verschuift. Gewicht: gemiddeld.
Vraag 6 (2p) — vraag Concept: Totaal surplus en Pareto-efficiëntie Format: “Leg uit dat het nieuwe marktevenwicht Pareto-efficiënt is” (na wegvallen patent → volledige mededinging). Secundair geraakt: Marktvormen (transitie monopolie → volledige mededinging) en contextueel Octrooien en patenten (patent als aanleiding voor de opgave, niet los bevraagd). Gewicht: licht (Pareto-efficiëntie) / zeer licht (Marktvormen, Octrooien en patenten — alleen decor).
Opgave 2 — Pensioenmodel
Vraag 7 (2p) — vraag Concept: Intertemporele ruil Format: “Leg uit dat er bij de pensioenen sprake is van ruilen over tijd” (premie betalen = consumptie uitstellen, later uitkering = consumptie later). Gewicht: licht.
Vraag 8 (2p) — vraag Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel), met Nominale versus reële grootheden als rekenkundig fundament (welvaartsvast = meegroeien met nominale groei = inflatie + reële groei). Format: “Leg uit met behulp van de aannames of de totale pensioenuitgaven zullen afnemen of toenemen als de uitkeringen welvaartsvast zijn.” Gewicht: zwaar voor Pensioenstelsels (keert terug in vraag 10, 11); gemiddeld voor Nominale/reële grootheden.
Vraag 9 (1p) — vraag Concept: Voorraad- en stroomgrootheden Format: “Is de netto opgebouwde pensioenbesparing een stroomgrootheid of een voorraadgrootheid? Motiveer.” Gewicht: licht (klassieke definitievraag).
Vraag 10 (2p) — vraag Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) + Nominale versus reële grootheden (rendement vs. bbp-groei) Format: “Leg uit dat de premies als percentage van het totale pensioenvermogen dalen” (gebruik van aannames a, b, c, d). Gewicht: zwaar (Pensioenstelsels), gemiddeld (Nominale/reële grootheden).
Vraag 11 (2p) — vraag Concept: Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) Format: “Leg uit dat een hogere pensioenleeftijd kan leiden tot een hogere koopkracht van de huidige premieplichtigen.” Gewicht: zwaar (derde keer dit concept in deze opgave).
Opgave 3 — Hulplijn (remittances, betalingsbalans, wisselkoers)
Vraag 12 (2p) — vraag Concept: Conjunctuur en output gap Format: “Leg uit dat de inkomensoverdrachten anticyclische effecten hebben tijdens een laagconjunctuur.” Gewicht: licht.
Vraag 13 (2p) — vraag Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer Format: “Bereken hoeveel het GOB verdient in euro’s” — wisselkoersverschil + commissie omrekenen. Gewicht: gemiddeld (keert terug in vraag 16).
Vraag 14 (2p) — vraag Concept: Marktvormen (concurrentie-effect op wisselkoersmarge/commissie) Format: “Leg uit dat toenemende concurrentie tussen geld-overmaak-bedrijven kan leiden tot hogere economische groei.” Gewicht: licht.
Vraag 15 (1p) — vraag Concept: Betalingsbalans Format: “Heeft het Afrikaanse land een positief of negatief particulier spaarsaldo in 2021? Motiveer.” — gebruikt identiteit (S–I) = (E–M) – (B–O). Gewicht: licht maar zeer formule-gebonden (exacte identiteit uit de notitie nodig).
Vraag 16 (2p) — vraag Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer, met Trilemma van het monetair beleid als achterliggend kader (vaste wisselkoers handhaven via rente) Format: “Leg uit of de centrale bank de rente zal verlagen of verhogen om de vaste wisselkoers te kunnen handhaven.” Gewicht: gemiddeld (Rente/wisselkoers), licht (Trilemma).
Opgave 4 — Strijd om de leerling (onderwijsmarkt, principaal-agent, speltheorie)
Vraag 17 (2p) — vraag Concept: Externe effecten Format: “Leg uit dat de lumpsum-financiering… de positief externe effecten… internaliseert.” Gewicht: licht.
Vraag 18 (2p) — vraag Concept: Principaal-agentrelatie, met Asymmetrische informatie expliciet genoemd in het antwoordmodel Format: “Leg uit of er sprake is van een principaal-agentprobleem tussen de inspectie en de scholen.” Gewicht: licht (Principaal-agentrelatie), licht (Asymmetrische informatie, wel expliciet in modelantwoord).
Vraag 19 (3p) — vraag Concept: Speltheorie pay-off matrix en spelboom, met Winstmaximalisatie en break-even/Kostensoorten als rekenbasis (TO, marketingkosten, TK) Format: “Toon met een berekening aan dat de financiële reserve… stijgt met € 10.000” — cel uit de matrix doorrekenen. Gewicht: zwaar (3p, combineert speltheorie + kostenberekening). Contextueel geraakt: Gevangenendilemma — matrix 1 heeft precies die payoff-structuur (dominante strategie M=100% voor beide → Nash-evenwicht cel I = (−140;−140), terwijl mutual M=0% (cel A = −110;−110) voor beide beter zou zijn). Niet los bevraagd, maar wie deze notitie herhaalt wil deze matrix als voorbeeld zien.
Vraag 20 (2p) — vraag Concept: Nash-evenwicht + Speltheorie pay-off matrix en spelboom Format: “Leg uit met behulp van getallen uit de matrix of er sprake is van een Nash-evenwicht” (dominante strategie). Gewicht: gemiddeld. Contextueel geraakt: Gevangenendilemma (zie vraag 19 — zelfde matrix, kern van de dilemma-structuur wordt hier expliciet getoetst via het aantonen van de dominante strategie).
Vraag 21 (2p) — vraag Concept: Winstmaximalisatie en break-even Format: “Bereken met welk bedrag de totale constante kosten na de fusie moeten afnemen om break-even te draaien.” Gewicht: zwaar (derde keer break-even/kostenberekening in deze opgave).
Opgave 5 — Soepeler (arbeidsmarktflexibilisering, IS-MB-GA)
Vraag 22 (2p) — vraag Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag Format: “Leg uit dat de versoepeling van het ontslagrecht leidt tot minder risico bij werkgevers en… toename van de werkgelegenheid.” Gewicht: licht.
Vraag 23 (2p) — vraag Concept: Berovingsprobleem en verzonken kosten Format: “Leg uit dat de verkorting van de opzegtermijn, via het berovingsprobleem, kan leiden tot een toename van de loonkosten per product.” Gewicht: gemiddeld (letterlijke kernvraag over dit concept).
Vraag 24 (2p) — vraag Concept: GA-curve Format: “Leg uit dat door versoepeling van het ontslagrecht de GA-curve steiler wordt.” Gewicht: gemiddeld (kernvraag: prijsflexibiliteit ↔ helling GA-curve).
Vraag 25 (2p) — vraag Concept: IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse, met MB-curve (nominale renteaanpassing) als deelconcept Format: “Leg uit in welk model de centrale bank de nominale rente sterker zal verlagen om terug te keren naar de potentiële productie.” Gewicht: gemiddeld.
Opgave 6 — Drinkwater (schaarste, heffing, belastingschijven)
Vraag 26 (2p) — vraag Concept: Marktevenwicht Format: “Leg uit voor elk van beide doelen of marktwerking ervoor zorgt dat deze worden behaald” (prijsmechanisme bij vraagoverschot). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 27 (2p) — vraag Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies Format: “Leg uit of de heffing ervoor zorgt dat de overconsumptie… wordt tegengegaan” (gebruik figuur met aanbodlijnverschuiving door heffing). Gewicht: zwaar (derde keer dit concept in dit tijdvak).
Vraag 28 (3p) — vraag Concept: Belastingstelsel Format: “Toon met een berekening aan dat deze persoon meer dan € 100 per jaar betaalt aan waterbelasting” (schijven, vrijstelling, heffingskorting). Gewicht: gemiddeld/zwaar (3p, volledige schijvenberekening).
Vraag 29 (2p) — vraag Concept: Belastingstelsel Format: “Leg de bewering… uit door middel van een berekening van het gemiddelde tarief” (marginaal vs. gemiddeld tarief, prikkelwerking). Gewicht: gemiddeld/zwaar (tweede keer dit concept, expliciete marginaal-vs-gemiddeld-redenering).
Correctievoorschrift — vakspecifieke regel
Locatie: correctievoorschrift (sectie 3, Vakspecifieke regels) Concept: Rekenvaardigheden economie Formulering: “Voor rekenfouten worden geen scorepunten afgetrokken. Wanneer echter de kandidaat bij een berekening kennelijk verzuimd heeft door schatting controle op het antwoord uit te oefenen, wordt voor deze fouten één scorepunt afgetrokken tot een maximum van drie scorepunten voor het hele examen. Indien aan een gevraagde berekening geen eis is toegevoegd ten aanzien van de nauwkeurigheid van de afronding, dan elke juiste manier van afronding goed rekenen.” Relevant voor alle rekenvragen dit tijdvak: 2, 13, 19, 21, 28, 29. Gewicht: gemiddeld (generieke regel, maar direct bepalend voor scoring bij 6 van de 29 vragen — geen GR toegestaan, dus schattingscontrole is de enige denkbare aftrek).
Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, dit tijdvak)
| Concept | # vragen | Vraagnummers | Gewicht |
|---|---|---|---|
| Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) | 4 | 1, 2, 19, 21 | zwaar |
| Winstmaximalisatie en break-even | 3 | 2, 19, 21 | zwaar |
| Pensioenstelsels (omslag- en kapitaaldekkingsstelsel) | 3 | 8, 10, 11 | zwaar |
| Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies | 3 | 4, 5, 27 | zwaar |
| Belastingstelsel | 2 | 28, 29 | gemiddeld/zwaar |
| Prijs, afzet en totale opbrengst | 2 | 2, 4 | gemiddeld |
| Speltheorie pay-off matrix en spelboom | 2 | 19, 20 | gemiddeld |
| Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer | 2 | 13, 16 | gemiddeld |
| Nominale versus reële grootheden | 2 | 8, 10 | gemiddeld |
| Marktvormen | 2 | 6, 14 | licht |
| Rekenvaardigheden economie | 1 | correctievoorschrift (relevant bij 2, 13, 19, 21, 28, 29) | gemiddeld |
| Prijsdiscriminatie | 1 | 3 | licht |
| Totaal surplus en Pareto-efficiëntie | 1 | 6 | licht |
| Octrooien en patenten | 1 | 6 (contextueel) | zeer licht |
| Intertemporele ruil | 1 | 7 | licht |
| Voorraad- en stroomgrootheden | 1 | 9 | licht |
| Conjunctuur en output gap | 1 | 12 | licht |
| Betalingsbalans | 1 | 15 | licht |
| Trilemma van het monetair beleid | 1 | 16 (contextueel) | zeer licht |
| Externe effecten | 1 | 17 | licht |
| Principaal-agentrelatie | 1 | 18 | licht |
| Asymmetrische informatie | 1 | 18 (contextueel) | zeer licht |
| Gevangenendilemma | 1 | 19, 20 (contextueel) | licht |
| Nash-evenwicht | 1 | 20 | gemiddeld |
| Arbeidsmarkt aanbod en vraag | 1 | 22 | licht |
| Berovingsprobleem en verzonken kosten | 1 | 23 | gemiddeld |
| GA-curve | 1 | 24 | gemiddeld |
| IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse | 1 | 25 | gemiddeld |
| MB-curve | 1 | 25 (contextueel) | licht |
| Marktevenwicht | 1 | 26 | gemiddeld |
30 van de ~78 Stap 1-concepten geraakt in dit tijdvak (27 direct via een specifieke vraag, 3 daarvan alleen contextueel: Octrooien en patenten, Trilemma van het monetair beleid, Asymmetrische informatie/Gevangenendilemma).