CE Economie VWO 2026 – Tijdvak I — Digest
Bron: CE-2026-vwo-Economie-tijdvak1-opgaven.pdf + CE-2026-vwo-Economie-tijdvak1-correctievoorschrift.pdf (losse examenbestanden, geen offset nodig). 29 vragen, 59 punten, 6 opgaven.
Opgave 1 — Solo (monopolie, biobrandstof, toetreding via speltheorie)
Vraag 1 (2p) — Concept: Externe effecten Format: “Leg uit dat het gebruik van diesel leidt tot maatschappelijke kosten. Ga in je antwoord in op een voorbeeld.” Gewicht: gemiddeld.
Vraag 2 (2p) — Concept: Winstmaximalisatie en break-even, met Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) als rekenbasis Format: “Bereken de totale vaste (constante) kosten” (uit gegeven winstmaximaliserende prijs en winst terugrekenen). Gewicht: zwaar.
Vraag 3 (3p) — Concept: Winstmaximalisatie en break-even Format: “Bereken de procentuele prijsstijging van een ticket door de keuze voor biobrandstof” (nieuwe MO=MK met hogere marginale kosten). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).
Vraag 4 (2p) — Concept: Totaal surplus en Pareto-efficiëntie Format: “Arceer… de vlakken die deze verandering van het totale surplus bij winstmaximalisatie weergeven.” Gewicht: gemiddeld.
Vraag 5 (2p) — Concept: Speltheorie pay-off matrix en spelboom, met Zelfbinding en geloofwaardige dreigingen als reputatie-effect Format: “Geef aan: wat de speluitkomst is in 2026; dat de winst van Solo in 2027 zal dalen als gevolg van het afwijken van de sociale norm.” Gewicht: zwaar.
Opgave 2 — Geld in de markt (geldmarktrente, monetair beleid)
Vraag 6 (2p) — Concept: Intertemporele ruil Format: “Leg uit welk effect een hoge tijdsvoorkeur van gezinnen heeft op de rente” (minder sparen bij hoge tijdsvoorkeur → aanbodkrapte → hogere rente). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 7 (2p) — Concept: Structurele economische groei Format: “Leg uit dat investeringen in publiek kapitaal kunnen leiden tot een hogere structurele economische groei. Ga in je antwoord in op een voorbeeld van publiek kapitaal.” Gewicht: gemiddeld.
Vraag 8 (1p) — Concept: Voorraad- en stroomgrootheden Format: “Is het opgebouwde vermogen een stroomgrootheid of een voorraadgrootheid? Geef een argument voor je keuze.” Gewicht: gemiddeld (klassieke definitievraag).
Vraag 9 (2p) — Concept: Monetair beleid en de ECB Format: “Bereken de rente-elasticiteit als gevolg van het ingrijpen van de centrale bank” (procentuele verandering vraag naar geld / procentuele renteverandering). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern, nieuw type elasticiteit toegepast op de geldmarkt).
Vraag 10 (1p) — Concept: Risico en risicoaversie Format: “Beargumenteer dat consumenten hun spaargeld bij een bank aanhouden ondanks een negatieve nominale rente” (veiligheid/gemak weegt op tegen het kleine verlies). Gewicht: gemiddeld.
Opgave 3 — Beleid (vlaktaks, IS-MB-GA-model, financiering overheidstekort)
Vraag 11 (2p) — Concept: Belastingstelsel, met Nivelleren en denivelleren als gevolg Format: “Leg uit dat de hervorming van het stelsel van inkomstenbelasting leidt tot een denivellering van de secundaire inkomens” (progressief stelsel → vlaktaks zonder heffingskortingen). Gewicht: zwaar.
Vraag 12 (2p) — Concept: IS-curve Format: “Leg dit dalend verband tussen de reële rente en het inkomen uit.” Gewicht: zwaar (letterlijke kernvraag).
Vraag 13 (3p) — Concept: IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse, met MB-curve en GA-curve als deelconcepten Format: “Geef de aanpassing van de economie weer over de tijd” (nieuwe MB- en GA-curve tekenen, r en π invullen na de renteaanpassing). Gewicht: zwaar (3p, grafische + tabelmatige toepassing).
Vraag 14 (2p) — Concept: Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid Format: “Leidt een hoger tarief van de vlaktaks tot een kleinere of grotere multiplier? Leg je keuze uit.” Gewicht: zwaar.
Vraag 15 (2p) — Concept: Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) Format: “Vind jij dat de overheid nieuwe staatsobligaties moet uitgeven om de extra bestedingen te financieren? Leg je keuze uit” (bij lage inflatie en lage rente — beoordelingsvraag met eigen standpunt). Gewicht: zwaar (sluit de opgave af, vereist eigen standpuntbepaling).
Opgave 4 — Kappen met kappen (ontbrekende eigendomsrechten, common-pool resource, heffing)
Vraag 16 (2p) — Concept: Marktvormen Format: “Leg met behulp van twee kenmerken uit van welke marktvorm er sprake is bij kaphout” (homogeen product, veel aanbieders zonder eigendomsrechten → volledige mededinging). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 17 (2p) — Concept: Gevangenendilemma, met Nash-evenwicht en Collectieve goederen en meeliftersgedrag als kader Format: “Leg de conclusie van de econoom uit” (dominante strategie voor elke houthakker leidt op termijn tot een suboptimaal Nash-evenwicht — overexploitatie van het regenwoud). Gewicht: zwaar.
Vraag 18 (1p) — Concept: Individuele en collectieve aanbodlijn Format: “Geef een verklaring voor het horizontale verloop van de aanbodlijn van segment A1” (vast quotum/aanbodplafond bij een gegeven prijs). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 19 (2p) — Concept: Marktevenwicht, met Collectieve goederen en meeliftersgedrag als kader Format: “Bereken met hoeveel hectare het tropisch regenwoud krimpt in 2026” (marktevenwicht bepalen, groei minus gekapt percentage toepassen op 700 miljoen hectare). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).
Vraag 20 (2p) — Concept: Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies Format: “Bereken de hoogte van de heffing per m² in dollars” (nieuwe evenwichtsvraag van 1,8% realiseren via een heffing). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern, sluit de opgave af).
Opgave 5 — Australië (grondstoffenexport, AIQ, kringloopmodel, betalingsbalans)
Vraag 21 (2p) — Concept: Arbeidsmarkt aanbod en vraag, met Prijselasticiteit van de vraag (hier: van het aanbod/productie) als mechanisme Format: “Leg de stelling van de econoom uit” (prijsinelastische productie van delfstoffen → zwak werkgelegenheidseffect van een wereldwijde hoogconjunctuur). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 22 (2p) — Concept: Categoriale inkomensverdeling en AIQ Format: “Leg uit dat hogere exportprijzen voor delfstoffen leiden tot een lagere arbeidsinkomensquote” (bij loonrigiditeit stijgt de winstquote sneller dan de loonquote). Gewicht: zwaar.
Vraag 23 (3p) — Concept: Economische kringloop Format: “Geef: de berekening van de vier ontbrekende waarden in figuur 5; aan in welke richting de pijlen bij 1 en 3 lopen” (kringloopmodel met gezinnen, bedrijven, banken, overheid en buitenland). Gewicht: zwaar (3p, kernberekening van het volledige kringloopmodel).
Vraag 24 (2p) — Concept: Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer, met Betalingsbalans als aanleiding Format: “Leg uit welk effect dit positieve saldo, via de valutamarkt, heeft op de internationale concurrentiepositie van Australië” (overschot → appreciatie → concurrentiepositie verslechtert). Gewicht: zwaar (sluit de opgave af).
Opgave 6 — De prijs van woningbezit (hypotheekmarkt, DNB-toezicht, verzekering)
Vraag 25 (2p) — Concept: Verschuiving van de vraaglijn Format: “Leg uit welk effect een hoogconjunctuur heeft, via de inkomenstoets, op de koopwoningprijzen” (hoger inkomen × gelijke of hogere inkomenstoets → grotere maximale hypotheek → vraaglijn verschuift naar rechts). Gewicht: gemiddeld.
Vraag 26 (2p) — Concept: Risico en risicoaversie Format: “Leg de stelling uit” (hogere hypotheekrente → hoger risico wanbetaling → DNB verlaagt de inkomenstoets als prudentiële maatregel). Gewicht: zwaar (tweede vraag over dit concept in het tijdvak, ditmaal toezichtcontext).
Vraag 27 (3p) — Concept: Nominale versus reële grootheden Format: “Bereken op basis van tabel 1 de inflatie in de periode begin 2021 tot eind 2022” (nominale hypotheekschuldgroei vs. het gegeven percentage van het bbp en de reële bbp-groei combineren). Gewicht: zwaar (rekenkundige kern).
Vraag 28 (2p) — Concept: Averechtse selectie en moral hazard Format: “Leg uit of er averechtse selectie kan optreden bij een woonhuisverzekering voor huizenkopers met een hypothecaire lening.” Gewicht: zwaar.
Vraag 29 (2p) — Concept: Averechtse selectie en moral hazard Format: “Leg uit of er sprake kan zijn van moral hazard na het afsluiten van een woonhuisverzekering.” Gewicht: zwaar (tweede vraag over dit concept, sluit het examen af met het klassieke moral-hazard/averechtse-selectie-contrast).
Correctievoorschrift — vakspecifieke regel
Locatie: correctievoorschrift (sectie 3, Vakspecifieke regels) Concept: Rekenvaardigheden economie Relevant voor alle rekenvragen dit tijdvak: 2, 3, 9, 19, 20, 23, 27. Gewicht: gemiddeld.
Telling per concept (aantal vragen waarin geraakt, dit tijdvak)
| Concept | # vragen | Vraagnummers | Gewicht |
|---|---|---|---|
| Winstmaximalisatie en break-even | 2 | 2, 3 | zwaar |
| Averechtse selectie en moral hazard | 2 | 28, 29 | zwaar |
| Risico en risicoaversie | 2 | 10, 26 | gemiddeld/zwaar |
| Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies | 1 | 20 | zwaar |
| Marktevenwicht | 1 | 19 | zwaar |
| Collectieve goederen en meeliftersgedrag | 2 | 17, 19 (kader) | zwaar/licht |
| Gevangenendilemma | 1 | 17 | zwaar |
| Nash-evenwicht | 1 | 17 | zwaar |
| Speltheorie pay-off matrix en spelboom | 1 | 5 | zwaar |
| Zelfbinding en geloofwaardige dreigingen | 1 | 5 (kader) | licht |
| Externe effecten | 1 | 1 | gemiddeld |
| Kostensoorten (TK, TCK, TVK, GTK, MK) | 1 | 2 (rekenbasis) | licht |
| Totaal surplus en Pareto-efficiëntie | 1 | 4 | gemiddeld |
| Intertemporele ruil | 1 | 6 | gemiddeld |
| Structurele economische groei | 1 | 7 | gemiddeld |
| Voorraad- en stroomgrootheden | 1 | 8 | gemiddeld |
| Monetair beleid en de ECB | 1 | 9 | zwaar |
| Belastingstelsel | 1 | 11 | zwaar |
| Nivelleren en denivelleren | 1 | 11 (gevolg) | licht |
| IS-curve | 1 | 12 | zwaar |
| IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse | 1 | 13 | zwaar |
| MB-curve | 1 | 13 | zwaar |
| GA-curve | 1 | 13 | zwaar |
| Conjunctuurpolitiek — begrotingsbeleid | 1 | 14 | zwaar |
| Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld) | 1 | 15 | zwaar |
| Marktvormen | 1 | 16 | gemiddeld |
| Individuele en collectieve aanbodlijn | 1 | 18 | gemiddeld |
| Arbeidsmarkt aanbod en vraag | 1 | 21 | gemiddeld |
| Prijselasticiteit van de vraag | 1 | 21 (mechanisme) | licht |
| Categoriale inkomensverdeling en AIQ | 1 | 22 | zwaar |
| Economische kringloop | 1 | 23 | zwaar |
| Rente, wisselkoers en kapitaalverkeer | 1 | 24 | zwaar |
| Betalingsbalans | 1 | 24 (aanleiding) | licht |
| Verschuiving van de vraaglijn | 1 | 25 | gemiddeld |
| Nominale versus reële grootheden | 1 | 27 | zwaar |
| Rekenvaardigheden economie | 1 | correctievoorschrift (relevant bij 2, 3, 9, 19, 20, 23, 27) | gemiddeld |
32 van de ~78 Stap 1-concepten geraakt in dit tijdvak (breed gespreid over microtoepassingen (speltheorie, common-pool resources) en macro (IS-MB-GA, kringloopmodel, betalingsbalans)).