Prioriteit: π΄ Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, 1 tot 3 vragen per tijdvak (meestal 2p), vaak als schakel in een redenering over lonen, inflatie of groei.
Wat moet je kunnen?
- De begrippen beroepsbevolking, werkgelegenheid, vacatures en werkloosheid gebruiken en berekenen.
- Beredeneren wat een maatregel (belastingverlaging, AOW-leeftijd, ontslagrecht) doet met aanbod, vraag en loon.
- De rol van flexwerk bij conjunctuurschommelingen uitleggen.
De kern
| Begrip | Definitie |
|---|---|
| arbeidsaanbod | beroepsbevolking: werkenden + werklozen die actief zoeken |
| arbeidsvraag | werkgelegenheid (bezette banen) + vacatures |
| werkloosheid | werklozen / beroepsbevolking Γ 100% |
| arbeidsdeelname | beroepsbevolking / bevolking in de werkende leeftijd Γ 100% |
| krapte | arbeidsvraag > arbeidsaanbod β loon stijgt |
Veelgebruikte redeneringen
- Lagere belasting op arbeid: netto loon stijgt β werken loont meer β arbeidsaanbod β; of lagere loonkosten β arbeidsvraag β.
- Hogere AOW-leeftijd: mensen blijven langer werken β arbeidsaanbod β β minder krapte β loonstijging vlakt af.
- Flexibele schil (tijdelijke contracten, zzp): in een laagconjunctuur verdwijnen eerst flexbanen, in een hoogconjunctuur komen ze snel terug. Dat dempt de schommeling van de vaste lonen.
- Loonkosten per product = loon / arbeidsproductiviteit: stijgt het loon harder dan de productiviteit, dan stijgen de kosten en de prijzen.
Zo wordt het gevraagd
- βLeg uit dat de versoepeling van het ontslagrecht leidt tot minder risico bij werkgevers en β¦ toename van de werkgelegenheid.β (2025-2 vraag 22).
- βBereken hoeveel procent de beroepsbevolking naar verwachting krimpt in de periode 2020 tot 2040.β (2021-3 vraag 21).
- βLeg uit dat de flexibele schil ervoor zorgt dat de loongroei minder afneemt in een laagconjunctuur β¦β (2022-1 vraag 18).
- βLeg uit dat de verlaging van de belastingtarieven kan leiden tot een toename van de werkgelegenheid.β (2023-1 vraag 11).
Uitgewerkt voorbeeld
Krimp van de beroepsbevolking (examenstijl, vergelijk 2021-3 vraag 21)
2020: 13,0 miljoen mensen in de werkende leeftijd, arbeidsdeelname 71%. 2040: 12,6 miljoen, arbeidsdeelname 70%.
- 2020: miljoen
- 2040: miljoen
- β4,4%
Redeneerketen (examenstijl, vergelijk 2022-3 vraag 23)
Hoe verlaagt een hogere pensioenleeftijd de i/a-ratio (inactieven per actieve)?
- Ouderen blijven langer werken: meer actieven (de noemer a stijgt).
- Ze krijgen later een uitkering: minder inactieven.
- Beide verlagen de verhouding i/a.
Valkuilen
- Werkgelegenheid en arbeidsvraag gelijkstellen (vacatures vergeten).
- Werklozen die niet actief zoeken tot de beroepsbevolking rekenen.
- Bij een belastingmaatregel niet aangeven welke kant (aanbod of vraag) verandert.
- Percentages van verschillende bases optellen in plaats van eerst absolute aantallen te berekenen.
Test jezelf
De beroepsbevolking is 9,23 miljoen en er zijn 450.000 werklozen. Hoe hoog is de werkloosheid?
.
Waarom kan krapte op de arbeidsmarkt tot inflatie leiden?
Lonen stijgen harder dan de productiviteit β loonkosten per product stijgen β bedrijven verhogen hun prijzen.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2021 tijdvak 3, vraag 21β22: krimpende beroepsbevolking en loonkosteninflatie (2p + 3p)
- 2022 tijdvak 1, vraag 18β19: flexibele schil en loonstarheid (2p + 2p)
- 2025 tijdvak 2, vraag 22: versoepeling ontslagrecht (2p)
- 2022 tijdvak 3, vraag 23 en 26: pensioenleeftijd en arbeidsaanbod (2p + 2p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018β2026, 2020: geen examen gehouden) β 100%.
- 2026 tijdvak 1: vraag 21
- 2025 tijdvak 2: vraag 22
- 2025 tijdvak 1: vraag 19
- 2024 tijdvak 2: vraag 29
- 2024 tijdvak 1: vraag 10(sec)
- 2023 tijdvak 1: vraag 11
- 2022 tijdvak 3: vraag 23, 26 (mechanisme)
- 2022 tijdvak 2: vraag 3, 6, 16
- 2022 tijdvak 1: vraag 18, 19
- 2021 tijdvak 3: vraag 1, 21, 22
- 2019 tijdvak 2: vraag 20
- 2019 tijdvak 1: vraag 1, 2, 20
- 2018 tijdvak 2: vraag 10, 20, 23
- 2018 tijdvak 1: vraag 28(sec)
Ondersteunende onderwerpen
- (geen)