Prioriteit: 🟠 Midden
In 3 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als 1-puntsvraag: “Is … een stroomgrootheid of een voorraadgrootheid? Motiveer.”
Wat moet je kunnen?
- Een grootheid indelen als voorraad of stroom en dat motiveren.
- De samenhang tussen stroom en voorraad gebruiken in een berekening.
De kern
| Voorraad (op een moment) | Stroom (per periode) |
|---|---|
| vermogen | inkomen, besparingen |
| staatsschuld | begrotingstekort |
| kapitaalvoorraad | investeringen |
| aantal werklozen op 1 januari | instroom in de werkloosheid per maand |
- Motiveer met de tijdsdimensie: “gemeten op een tijdstip” of “gemeten over een periode (per jaar)”.
- Samenhang: voorraad eind = voorraad begin + instroom − uitstroom. Bijvoorbeeld: schuld eind = schuld begin + tekort.
- Zie Overheid en intertemporele ruil (staatsschuld).
Zo wordt het gevraagd
- “Is het opgebouwde vermogen een stroomgrootheid of een voorraadgrootheid? Geef een argument voor je keuze.” (2026-1 vraag 8, 1p).
- “Is de netto opgebouwde pensioenbesparing een stroomgrootheid of een voorraadgrootheid? Motiveer.” (2025-2 vraag 9, 1p).
Uitgewerkt voorbeeld
Schuld en tekort
Staatsschuld begin van het jaar €400 miljard, begrotingstekort dat jaar €12 miljard. Staatsschuld eind van het jaar: €412 miljard. Het tekort (stroom) verandert de schuld (voorraad).
Valkuilen
- Een grootheid indelen zonder argument.
- “Opgebouwd vermogen” (voorraad) verwarren met “jaarlijkse inleg” (stroom).
Test jezelf
Is het bbp een voorraad- of stroomgrootheid?
Een stroomgrootheid: het is de productie per jaar.
Is het saldo op je spaarrekening op 31 december een voorraad- of stroomgrootheid?
Een voorraadgrootheid: gemeten op één moment.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 8: opgebouwd vermogen (1p)
- 2025 tijdvak 2, vraag 9: netto pensioenbesparing (1p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 3 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 37,5%.
- 2026 tijdvak 1: vraag 8
- 2025 tijdvak 2: vraag 9
- 2019 tijdvak 1: vraag 27
Ondersteunende onderwerpen
- (geen)