Stap 2 — patroonextractie 2018, tijdvak 1 (VW-1002-a-18-1). Bron: pagina 607–651 van de bundel (opgave, bijlage/tekstboekje, antwoordblad, correctievoorschrift + twee officiële aanvullingen). Bevestigd op titelpagina: “2018” / “tijdvak 1” / woensdag 16 mei. 41 vragen, 48 scorepunten, 11 teksten.
Hoofdgedachte van een tekst of alinea
Totaal: 2 vragen.
- Q1 (1p) — opgave, meerkeuzevraag (3 opties, geen 4): “What is Matthias Eckert’s main point?” — over een ingezonden brief (Tekst 1); overlapt met Standpunt/Auteursintentie omdat de “hoofdgedachte” hier tevens het standpunt van de briefschrijver is.
- Q5 (1p) — meerkeuzevraag: “Which of the headings below is the original subheading of this article?” — ongebruikelijke variant: hoofdgedachte van de hele tekst herkennen via het kiezen van de juiste (weggelaten) ondertitel i.p.v. de klassieke “what is the point made in paragraph X”-formulering.
Relevante informatie selecteren
Totaal: 8 vragen.
- Q2 (2p) — open vraag/bijlage: “Aan welke twee voorwaarden moest het LED-tapijt volgens de tekst voldoen om dit succesvol te kunnen?” — scannen naar twee losse elementen in Tekst 2.
- Q7 (1p) — meerkeuzevraag over Cameron, content-match op alinea 3-4.
- Q19 (3p, grensgeval) — “Which three of the following can be identified as today’s blacksmiths, farriers and buggy-whip makers according to paragraphs 5-7?” — selecteer 3 uit 13 genummerde items; zie ook Vraagtype combineervraag hieronder voor het format-grensgeval en Correctieregels voor de aanvulling.
- Q21, Q27, Q29, Q33 (elk 1p) — steeds “which of the following is in line with / in accordance with the contents of paragraph(s) X” — kernformat van dit concept, terugkerend bij vrijwel elke tekst.
- Q38 (1p) — “What do lines 60-79 make clear about the flight into France?” — regelbereik i.p.v. alineanummer (literair fragment, Tekst 9).
Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context
Totaal: 10 vragen.
- Q3 (1p) — meerkeuze-invulvraag: “The same word was taken from paragraphs 3 and 4. Which of the following fits both gaps?” (opties A-F) — bijzondere variant waarbij hetzelfde woord op twéé plekken tegelijk moet passen.
- Q9 (1p) — tabel met vier gaten (9a-9d) die alle vier tegelijk moeten kloppen: “Which of the following series of qualifications fits the string of gaps in paragraph 6?” — connotatief geladen bijvoeglijke naamwoorden (divisive/illogical/hypocritical/illiberal) i.p.v. pure connectors.
- Q11, Q12, Q15, Q22 (elk 1p) — klassieke “which of the following fits the gap in paragraph X”-vragen met inhoudswoorden/uitdrukkingen (niet-connectors).
- Q14 (1p) — citaat “But what if… this urge reveals our disconnection from it?” — “Leg in je eigen woorden uit wat bedoeld wordt met ‘this urge’.” Correctiemodel geeft 3 gelijkwaardige omschrijvingen (“of”) + expliciete waarschuwing: “Wanneer slechts ‘het laten staan van een baard’ genoemd wordt, geen scorepunt toekennen” — waardevol voorbeeld van een te letterlijke/oppervlakkige omschrijving die fout gerekend wordt.
- Q34 (1p) — citaat “The Football League is even sponsored by a gambling organisation.” — “Wat benadrukt het woord ‘even’?” — nadrukpartikel in context, gecombineerd met citeervraag.
- Q37 (1p, grensgeval) — functie van de figuurlijke verwijzing naar “Romeo” (lines 37-39); overlapt met Functie van een alinea.
- Q41 (1p) — standaard gap-fill met betekenisvolle woordgroepen (calculate knock-on effects / consider the social consequences / etc.).
Relaties tussen alinea’s en tekstdelen
Totaal: 3 vragen.
- Q4 (1p) — ordeningsvraag: vier weggehaalde alinea’s in de juiste volgorde terugplaatsen — vereist het herkennen van logische/signaalwoord-relaties tussen alinea’s (zie ook Signaalwoorden en Vraagtype ordeningsvraag).
- Q20 (1p) — “Which of the following statements best substantiates the conclusion in the last paragraph?” — relatie tussen onderbouwing en conclusie.
- Q31 (1p) — “Paragraph 3 consists of two parts. With which sentence does the second part of the paragraph start?” — relatie/breekpunt bínnen één alinea, ongebruikelijke variant (geen twee-alinea-relatie maar interne tweedeling).
Functie van een alinea of tekstgedeelte
Totaal: 3 vragen (2 exacte match, 1 grensgeval).
- Q6 (1p) — exacte match: “What is the function of paragraphs 1 and 2?” met opties die beginnen met “to” (to introduce / to point out / to present / to question) — identiek patroon aan de notitie.
- Q23 (1p) — exacte match: “What is the function of paragraph 5?” (to criticise / to define / to praise / to put … in a broader perspective).
- Q37 (1p, grensgeval) — “What is the main function of the reference to ‘Romeo’?” — functie van een verwijzing/vergelijking i.p.v. functie van een hele alinea; zie ook Betekenis van woorden.
Auteursintentie en toon
Totaal: 4 vragen.
- Q1 (1p, grensgeval) — hoofdpunt/mening van de briefschrijver in een ingezonden brief.
- Q26 (1p) — “Which of the following reflects the author’s opinion in paragraph 8?”
- Q39 (1p) — “Which of the following reflects the writer’s opinion of furlough?” (5 opties).
- Q40 (1p) — klassieke toon-vraag: “How can the tone of the article be described best?” (advisory / condescending / derisive / vindictive).
Impliciete informatie afleiden
Totaal: 6 vragen (kern), meerdere randgevallen.
- Q8 (1p) — citaat “his views on marriage” + twee beweringen (only 1 / only 2 / both / neither) — vereist afleiden van Camerons onderliggende opvatting, niet letterlijk gegeven.
- Q10 (1p) — “Wat is de onderliggende reden voor Camerons belastingmaatregel volgens Yvonne Roberts?” — expliciet “onderliggende reden”, dus interpretatie vereist ondanks citeervraag-vorm.
- Q16 (1p) — 1/2-combinatievraag over paragraaf 1 (mass-produced car → suburban expansion).
- Q19, Q36 — zie kruisverwijzingen elders; beide vereisen conclusies die net verder gaan dan het letterlijk gestelde.
- Q35 (3p) — beweringenvraag over Rosie (literair fragment) — meerdere beweringen impliciet af te leiden uit gedrag/houding van het personage, niet letterlijk vermeld.
Signaalwoorden en tekststructuur
Totaal: 6 vragen — relatief zwaar getoetst dit tijdvak.
- Q17 (1p) — meerkeuze-invulvraag met vergelijkende signaalfrasen (compared to / in contrast to / just as / like the ordinary kind / unlike).
- Q18 (1p) — “Which would be a suitable alternative beginning for paragraph 4?” — pure connectors: Furthermore / In other words / In particular / Subsequently.
- Q24 (1p) — pure connectors: Likewise / Nevertheless / Therefore / What is more.
- Q30 (1p) — pure connectors: By contrast / In a nutshell / Indeed / To be fair / To make matters worse.
- Q32 (1p, grensgeval) — comparatieve zinsconstructie-aanvulling (“less a sport appears to be regulated…”) — grensgeval tussen signaalstructuur en inhoudsbegrip.
- Q4 (1p, grensgeval) — ordeningsvraag die impliciet op signaalwoorden leunt om de alinea-volgorde te bepalen.
Standpunt en argumentatie herkennen
Totaal: 4 vragen.
- Q1 — standpunt van Matthias Eckert in ingezonden brief (zie ook Hoofdgedachte/Auteursintentie).
- Q20 — welke stelling de conclusie het best onderbouwt (argumentatie-structuur).
- Q26, Q39 — mening/standpunt van de auteur herkennen (zie ook Auteursintentie).
Tekstsoorten en tekstdoelen
0 directe vragen dit tijdvak — geen vraag toetst expliciet het tekstsoort/tekstdoel als zodanig. Wel relevant als achtergrond: 11 teksten met breed genrepallet — ingezonden brief (Tekst 1, The Economist), nieuwsbericht/technologie (Tekst 2, newscientist.com), populairwetenschappelijk artikel (Tekst 3, Scientific American Mind), opiniestuk (Tekst 4, The Observer), column (Tekst 5, MR PORTER POST), zakelijk/economisch essay (Tekst 6 & 7, The Economist), opiniestuk over sport (Tekst 8, The Guardian), romanfragment (Tekst 9, Alexander Fullerton), column (Tekst 10, The Washington Post), nieuwsbericht (Tekst 11, The Times). Consistente nul-score is zelf een datapunt voor de cross-tijdvak-telling van dit concept.
Vraagtype meerkeuzevraag
Totaal: 19 vragen (Q1, 5, 6, 7, 8, 16, 18, 20, 21, 23, 26, 27, 29, 31, 33, 37, 38, 39, 40) — WAAR: opgave (vraagstelling + opties) en correctievoorschrift (“Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend”).
- Bijzonderheid — optie-aantal wijkt regelmatig af van “vier opties (A-D)”: 3 opties bij Q1, Q7, Q31; 4 opties bij Q5, Q6, Q8, Q16, Q18, Q20, Q21, Q23, Q26, Q27, Q29, Q33, Q37, Q40; 5 opties bij Q39. Nuttige aanvulling op de notitie-aanname van “vier antwoordopties (A t/m D)”.
- MC + meerkeuze-invulvraag samen: 19 + 11 = 30 van de 41 vragen, goed voor 30 van de 48 scorepunten (~62,5%) — bevestigt de notitie-claim “ongeveer 60% van de scorepunten”.
Vraagtype meerkeuze-invulvraag
Totaal: 11 vragen (Q3, 9, 11, 12, 15, 17, 22, 24, 30, 32, 41) — WAAR: het weggelaten woord/de weggelaten woordgroep staat steeds in de bijlage (tekst zelf), de opties staan in de opgave.
- Onder deze 11 vallen zowel pure signaalwoord-gaten (Q17, 18→zie boven eigenlijk MC-vorm nee, Q24, 30) als inhoudswoord-gaten (Q3, 9, 11, 12, 15, 22, 41) en een grensgeval (Q32) — zie kruisverwijzingen bij Signaalwoorden en Betekenis van woorden.
- Bijzonder geval Q3: hetzelfde weggelaten woord past op twéé plekken tegelijk (paragraaf 3 én 4) — één set opties (A-F, 6 stuks) voor een dubbel gat.
Vraagtype beweringenvraag
Totaal: 3 vragen (Q13 2p, Q25 2p, Q35 3p = 7 scorepunten) — WAAR: opgave (genummerde beweringenlijst, telkens “wel”/“niet”) + antwoordblad (open-vraag-kolom, genummerd) + correctievoorschrift (wel/niet per nummer).
- Scoring volgt steeds hetzelfde evenredige-aftrekpatroon: Q13 (4 items) “indien vier/drie/twee-of-minder goed” → 2/1/0 punten; Q25 (4 items) → 2/1/0; Q35 (6 items) “indien zes/vijf/vier/drie-of-minder goed” → 3/2/1/0 punten — exact zoals de notitie beschrijft, met een extra tussenstap bij het 6-itemgeval.
- Alle drie zijn “wel”/“niet”-vorm (geen “juist”/“onjuist” of “ja”/“nee”) — consistent binnen dit tijdvak.
Vraagtype combineervraag
Totaal: 0 zuivere vragen, 1 grensgeval (Q19).
- Q19 (3p) — de notitie definieert combineervraag als “combinaties… tussen twee gegeven groepen elementen” mét “vaak meer opties dan benodigd (afleiders)”. Q19 (“Which three of the following can be identified as today’s blacksmiths, farriers and buggy-whip makers”, 3 uit 13 items) deelt het afleider-kenmerk (10 van de 13 items zijn fout) maar mist de twee-groepen-matchvorm — er wordt genummerd geselecteerd, niet gekoppeld aan letters. Instructief grensgeval: functioneel identiek aan combineren/selecteren, maar formeel dichter bij een meerkeuzevraag-met-N-antwoorden. Zie ook Correctieregels voor de opmerkelijke aanvulling hierop.
Vraagtype ordeningsvraag
Totaal: 1 vraag (Q4, 1p) — WAAR: opgave (vier losse alinea’s a-d) + antwoordblad (open-vraag-kolom) + correctievoorschrift.
- Correctiemodel: “maximumscore 1 / a-b-c-d” — bij een ordeningsvraag met 4 items wordt hier geen gedeeltelijke score toegekend (1 punt totaal, alles-of-niets), in tegenstelling tot de evenredige-aftrekregel bij beweringenvragen. Waardevolle nuance voor de notitie (“doorgaans is de volledig juiste volgorde vereist voor het volledige scorepunt”).
Vraagtype citeervraag
Totaal: 3 vragen (Q10, Q34, Q36) — WAAR: opgave/bijlage (vraagstelling verwijst naar alinea/regel) + correctievoorschrift (letterlijk citaat, in het Engels).
- Q10 en Q34 volgen het standaard “hele-zin-citaat”-patroon (eerste twee woorden): “How reprehensible” (alinea 5) resp. “Some fear” (alinea 5). Beide dragen dezelfde Opmerking: “Niet fout rekenen wanneer de juiste zin (deels) verder is overgenomen of de juiste zin op een andere manier is aangewezen” — dit is dus een vaste, herhaalde correctieformule bij hele-zin-citeervragen in dit tijdvak (2x identiek), sterke aanvulling op de citeervraag-notitie.
- Q36 (1p, bijzondere variant) — “Wordt deze vraag in de tekst beantwoord? Zo nee, antwoord ‘Nee’. Zo ja, citeer het zinsgedeelte dat je antwoord ondersteunt.” Correctiemodel: het juiste antwoord is hier gewoon “nee” (de vraag wordt níét beantwoord in de tekst) — een citeervraag die in de praktijk geen citaat vereist. Belangrijke aanvulling op de notitie: het “zo nee”-antwoordpad bestaat naast het citaatpad en levert evengoed het volledige scorepunt op.
Vraagtype kort antwoord
Totaal: 1 vraag (Q28, 1p) — WAAR: opgave (citaat “the old-fashioned feminist approach” als aanknopingspunt) + antwoordblad (open-vraag-kolom) + correctievoorschrift (alineanummer).
- “In welke alinea wordt voor het eerst genoemd hoe deze feministen tegen de vrouw aankeken? Noteer het nummer van deze alinea.” Oorspronkelijk antwoord: alinea 1. Tweede aanvulling op het correctievoorschrift voegt “(alinea) 2” toe als eveneens goed — zie Correctieregels hieronder voor het volledige aanvullingsmechanisme.
Vraagtype open vraag in eigen woorden
Totaal: 2 vragen (Q2 2p, Q14 1p).
- Q2 — “Aan welke twee voorwaarden moest het LED-tapijt volgens de tekst voldoen…? Noteer de twee voorwaarden op het antwoordblad.” Bijzonderheid: het correctiemodel geeft twee gelijkwaardige antwoordpaden gescheiden door “of” — óf een samenvatting in het Nederlands (“het moest licht doorlaten…”, “het moest slijtvast zijn…”) óf een letterlijk Engels citaat uit de tekst (“(a carpet layer that could) transmit light”, “(a translucent plastic layer that can) stand up to heavy wear and tear”). Dat wijkt af van de standaardregel dat open vragen in het Nederlands beantwoord moeten worden — hier wordt Engels dus expliciet ook goedgekeurd. Belangrijke aanvulling op zowel deze notitie als Correctieregels.
- Q14 — “Leg in je eigen woorden uit wat bedoeld wordt met ‘this urge’.” — standaardvorm, met de eerder genoemde waarschuwing tegen een te oppervlakkig antwoord.
Correctieregels en scoring MVT
Dit tijdvak is opvallend rijk aan bijzonderheden — twee losse officiële aanvullingen op het correctievoorschrift zijn in de bundel opgenomen (gedateerd 2018-1):
- Eerste aanvulling — bij Q19 (blacksmiths/farriers/buggy-whip makers): toegevoegd “ook goed − 13 (train operators)”. Opmerking: “Er zijn vier juiste antwoorden mogelijk. De maximumscore voor deze vraag is 3 punten, ook als er vier juiste antwoorden gegeven worden.” — expliciet voorbeeld van een vraag met méér juiste opties dan het gevraagde aantal, waarbij het maximum toch gelijk blijft (geen bonuspunt voor het “extra” juiste antwoord).
- Tweede aanvulling — bij Q11 (gap-fill “beards that’s incompatible with…”): “ook goed D” naast het oorspronkelijke C — dus 2 van de 4 opties uiteindelijk goedgekeurd bij een klassieke meerkeuze-invulvraag. En bij Q28: “ook goed (alinea) 2” naast alinea 1.
- Deze aanvulling bevat ook de formele NB-procedure voor het geval het werk al (deels) gecorrigeerd is: wie de wijziging moet doorvoeren (eerste vs. tweede corrector) en dat de late wijziging expliciet vermeld moet worden als gevolg van de CvTE-aanvulling — nuttige, zeer concrete illustratie van sectie NB3 van de algemene regels (“Aanvullingen op het correctievoorschrift”).
- Regel 3.7 (alternatieven via ”/”) in de praktijk: bij Q2 worden twee volledig verschillende antwoordvormen (NL-samenvatting vs. EN-citaat) als gelijkwaardig gepresenteerd via “of” — een concrete toepassing die verder gaat dan simpele woordalternatieven.
- Herhaalde citeervraag-clausule (Q10, Q34): “Niet fout rekenen wanneer de juiste zin (deels) verder is overgenomen of de juiste zin op een andere manier is aangewezen” — 2x identiek in dit tijdvak, dus een vaste, voorspelbare correctieformule.
- Ordeningsvraag zonder gedeeltelijke score (Q4): 1 scorepunt, alles-of-niets bij 4 alinea’s — in tegenstelling tot de evenredige-aftrekregel bij beweringenvragen (Q13, Q25, Q35).
- Regel 3.9 (uit de Algemene regels, sectie 2) — een antwoord gebaseerd op een letterlijke woordenboekbetekenis die vakinhoudelijk onjuist is, levert geen scorepunt op — generieke regel, dit tijdvak niet aantoonbaar bij een specifieke vraag getriggerd, maar wel relevant kruisverwijzing naar Woordenboekgebruik.
Woordenboekgebruik in het examen
Geen directe vraag raakt dit concept; wel indirect relevant via Algemene regel 3.9 in het correctievoorschrift (sectie “2 Algemene regels”): “indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bijvoorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend” — generieke bevestiging dat woordenboekgebruik toegestaan is, maar een letterlijke woordenboekvertaling die niet in de context past nooit automatisch goedgekeurd wordt.