Digest 2021 tijdvak 1 — conceptextractie
12 teksten, 42 vragen (36x 1p, 6x 2p: vraag 2, 10, 19, 31, 35, 42). Hieronder alleen de concept-hits, geen tekstsamenvattingen.
Hoofdgedachte van een tekst of alinea
Aantal: 4/42 (+1 grensgeval)
- Vraag 3 — opgave (Tekst 3, All that glisters). “What is the main point made in paragraph 1?” Correctievoorschrift: B.
- Vraag 13 — opgave (Tekst 4, Gentrification). “What is the main point made in paragraph 8?” — heeft 5 antwoordopties (A-E) i.p.v. de standaard 4. Correctievoorschrift: E.
- Vraag 18 — opgave (Tekst 5). “What is the main point made by Sarah Churchwell in paragraph 5?” Correctievoorschrift: C.
- Vraag 21 — opgave (Tekst 6). “What is the main point made about the British seaside in paragraph 2?” Correctievoorschrift: A.
- Grensgeval Vraag 8 (Tekst 4) — “What is paragraph 3 meant to make clear?” met vier volledige content-uitspraken als opties (niet “to”+werkwoord zoals de Functie-notitie voorspelt). Qua vraagformulering (“meant to make clear”) lijkt dit op Functie van een alinea, maar de antwoordopties zijn feitelijke beweringen zoals bij Hoofdgedachte — een mengvorm die niet exact in één van beide notities past.
- Typisch format: “What is the (main) point made (by X) (about Y) in paragraph(s) Z?” — steeds meerkeuzevraag.
- Gewicht: 4/42 (~10%), verspreid over 4 teksten.
Relevante informatie selecteren
Aantal: 0/42 Geen hits. Alle 12 teksten zijn doorlopende brieven/artikelen/romanfragment/vacaturetekst — geen advertentie/brochure-achtige matching-opzet waarbij een informatiebehoefte tegen een tekstdeel afgezet wordt. (Vraag 41, over de vacaturetekst Fondation Ipsen, lijkt er oppervlakkig op maar is in feite een gewone inhoudelijke meerkeuzevraag over de hele tekst — zie Tekstsoorten hieronder.)
Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context
Aantal: 4/42
- Vraag 4 — opgave (Tekst 3) + citaat “a grand bazaar of golden caskets” (paragraph 2). “Why does the writer characterise Tinder in this way?” — combineert woordbetekenis/metafoorinterpretatie met auteursintentie (zie ook Auteursintentie hieronder). Correctievoorschrift: C.
- Vraag 5 — opgave (Tekst 3) + citaat “this etiquette” (alinea 3). Citeervraag over de zin die uitlegt hoe dit werkt (zie Vraagtype citeervraag).
- Vraag 6 — opgave (Tekst 4) + citaat “Gentrifier has surpassed many worthier slurs to become the dirtiest word in American cities.” (paragraph 1). “What is ‘dirty’ about the word ‘gentrifier’, according to the text?” — geen letterlijke “correct definition of”-formulering zoals het notitievoorbeeld, maar wel dezelfde onderliggende vaardigheid (connotatieve betekenis uit context afleiden). Correctievoorschrift: B.
- Vraag 34 — opgave (Tekst 8, Hot Milk) + correctievoorschrift, combineervraag over stijlfiguren (eufemisme/paradox/personificatie/vergelijking) bij twee citaten, waaronder een vergelijking (“pulsing like a medusa”). Raakt woordbetekenis via figuurlijk taalgebruik, niet via een letterlijke “definitie”-vraag.
- Gewicht: 4/42, opvallend vaker via citaat-in-de-vraagstelling gecombineerd met een ander vraagtype (intentie, citeervraag, combineervraag) dan als zelfstandige “correct definition of”-vraag.
Relaties tussen alinea’s en tekstdelen
Aantal: 1/42
- Vraag 14 — opgave (Tekst 5) + citaat “thought this study valuable enough to encourage others to do the same” (alinea 1). “In welke latere alinea wordt duidelijk dat dit standpunt niet breed gedragen wordt? Noteer het nummer van deze alinea.” — een latere alinea (2, Mr Miller is anomalous) weerlegt/nuanceert een eerder standpunt; combineert relatie-tussen-alinea’s met Vraagtype kort antwoord en Standpunt en argumentatie herkennen.
- Gewicht: 1/42, laag dit tijdvak; geen letterlijke “How can paragraph X be characterised best?”-vraag zoals in de notitie zelf.
Functie van een alinea of tekstgedeelte
Aantal: 4/42 (+1 grensgeval, zie Hoofdgedachte)
- Vraag 16 — opgave (Tekst 5). “What is the function of paragraph 3?” met opties “to explain / to highlight / to point out / to stress” — exacte match met het “to”+werkwoord-patroon uit de notitie. Correctievoorschrift: D.
- Vraag 20 — opgave (Tekst 6). “How does the writer introduce the subject of this text in paragraph 1?” — woordelijk (bijna) identiek aan het eigen voorbeeld in de conceptnotitie zelf. Correctievoorschrift: B.
- Vraag 25 — opgave (Tekst 6) + citaten “a bi-annual Goth Weekend” en “bemusement park Dismaland” (paragraph 6). “What are … meant to exemplify?” — functie van voorbeelden binnen het betoog. Correctievoorschrift: C.
- Vraag 38 — opgave (Tekst 11). “What are the examples in paragraphs 1 and 2 meant to make clear?” Correctievoorschrift: D.
- Vraag 33 (Tekst 8) — NIET meegeteld: vraagt naar het doel van een formulier binnen het verhaal (“What is the purpose of the form Sofia has to fill in”), dit is verhaalinhoud/plotbegrip, geen tekststructurele alineafunctie — grensgeval dat bewust buiten de telling gehouden is.
- Gewicht: 4/42 (~10%), plus het grensgeval vraag 8.
Auteursintentie en toon
Aantal: 5/42
- Vraag 4 — zie ook Betekenis hierboven. “Why does the writer characterise Tinder in this way?” — letterlijke match met notitie-template “Why does [auteur] mention … in paragraph X?”. Correctievoorschrift: C.
- Vraag 12 — opgave (Tekst 4). “What does the writer wish to convey in paragraph 7?” Correctievoorschrift: B.
- Vraag 15 — opgave (Tekst 5) + citaat “Mr Miller is anomalous, obviously.” (paragraph 2). “Judging from paragraph 2, how can this remark be characterised?” met 5 opties (as concerned/ironic/reproachful/tactless/trivial). Correctievoorschrift: B (ironic).
- Vraag 19 — opgave (Tekst 5) + correctievoorschrift, beweringenvraag i.p.v. MC: “Geef van de volgende opmerkingen aan of ze spottend bedoeld zijn. Noteer ‘wel’ of ‘niet’.” Vier genummerde citaten (alinea 6-8). Dit is een toon-vraag (spottend = mocking) verpakt als beweringenvraag — een variant die niet als zodanig in de Auteursintentie-notitie beschreven staat. Correctie: 1 wel / 2 niet / 3 niet / 4 wel (indien vier goed=2, drie goed=1, ≤twee goed=0).
- Vraag 40 — opgave (Tekst 11). “How can the tone of paragraph 4 be characterised best?” — expliciet het woord “tone”, met 6 opties (A-F): arrogant/disappointed/impertinent/presumptuous/sneering/sophisticated. Correctievoorschrift: E (sneering).
- Gewicht: 5/42 (~12%), de op één na grootste categorie dit tijdvak; sterk aanwezig zowel als klassieke MC als (nieuw) via beweringenvraag-formaat (vraag 19).
Impliciete informatie afleiden
Aantal: 5/42
- Vraag 23 — opgave (Tekst 6). “Which conclusion does paragraph 4 lead up to?” — sterke match met notitie-template (“can be concluded”). Correctievoorschrift: D.
- Vraag 27 — opgave (Tekst 7). “Which of the following is in line with paragraphs 2-3?” Correctievoorschrift: B.
- Vraag 29 — opgave (Tekst 7). “Which of the following is true according to paragraphs 4-5?” Correctievoorschrift: A.
- Vraag 32 — opgave (Tekst 8). “Which of the following is true according to paragraphs 5-7?” Correctievoorschrift: B.
- Vraag 36 — opgave (Tekst 9). “Which of the following observations about anthropomorphism is mentioned in this article?” — vereist synthese van verspreide voorbeelden uit de hele tekst, geen letterlijk citaat. Correctievoorschrift: B.
- Gewicht: 5/42 (~12%), vaak geformuleerd als “is true according to paragraphs X-Y” of “is in line with” i.p.v. de exacte notitie-formulering “can be concluded” — waard om als frasevariant toe te voegen aan de notitie.
Signaalwoorden en tekststructuur
Aantal: 3/42
- Vraag 9 — opgave (Tekst 4) + bijlage. “The first sentence of paragraph 4 has been left out. Which of the following was the original first sentence of paragraph 4?” — structurele samenhang tussen alinea 3 en 4 moet worden afgeleid (geen los signaalwoord maar een hele topic sentence). Correctievoorschrift: C.
- Vraag 11 — opgave (Tekst 4) + bijlage. “In welke volgorde stonden de zinnen in alinea 6? Zet de letters in de juiste volgorde.” (ordeningsvraag, zie ook Vraagtype ordeningsvraag) — vereist herkennen van verwijzingen/signaalwoorden (“These rents” verwijst terug, “To be more specific” introduceert precisering). Correctievoorschrift: c-a-b.
- Vraag 24 — opgave (Tekst 6) + bijlage (gat in alinea 5). “Which of the following fits the gap in paragraph 5?” met opties A Besides / B For instance / C Similarly / D Still — vrijwel dezelfde soort signaalwoordenreeks als het voorbeeld in de conceptnotitie zelf (Again/Even so/Instead/Therefore). Correctievoorschrift: D (Still).
- Gewicht: 3/42, vraag 24 is het sterkste directe voorbeeld.
Standpunt en argumentatie herkennen
Aantal: 2/42
- Vraag 14 — zie ook Relaties tussen alinea’s hierboven. Standpunt van Bill Miller/Sarah Churchwell over de waarde van filosofie-opleiding, en waar dit standpunt genuanceerd wordt.
- Vraag 37 — opgave (Tekst 10, Mole hunting, ingezonden brief van Denis Watkin). “Which of the following becomes clear about moles in this letter?” — standpunt van de briefschrijver over dierenwelzijn. Correctievoorschrift: C.
- Gewicht: 2/42, klein maar dit tijdvak zijn er ongewoon veel ingezonden brieven (Tekst 1, 2, 10) — zie Tekstsoorten hieronder voor de bredere context.
Tekstsoorten en tekstdoelen
Aantal: 1/42 directe hit, brede achtergrondrelevantie
- Vraag 41 — opgave (Tekst 12, vacaturetekst “Vacancy: President of the Fondation Ipsen”). “Which of the following descriptions refers to the Fondation Ipsen, judging from the text?” met vier alinealange alternatieve organisatie-omschrijvingen — een ongebruikelijk tekstsoort (vacature-/wervingstekst) voor dit examen. Correctievoorschrift: D.
- Achtergrond: dit tijdvak bevat ongewoon veel ingezonden brieven: Tekst 1 (Wolf Hall, Daily Telegraph “SIR —”), Tekst 2 (The NHS), Tekst 10 (Mole hunting) — drie stuks, plus een boekrecensie (Tekst 7, Rebooting the real), een romanfragment (Tekst 8, Hot Milk) en de vacaturetekst (Tekst 12). Grote spreiding in tekstsoort dit tijdvak.
- Gewicht: 1/42 directe vraag, maar relevant voor interpretatie van Standpunt-, Auteursintentie- en Hoofdgedachte-vragen bij de drie briefteksten.
Vraagtype meerkeuzevraag
Aantal: 22/42
- Vragen: 3, 4, 6, 8, 12, 13, 15, 16, 18, 20, 21, 23, 25, 27, 29, 32, 33, 36, 37, 38, 40, 41 — alle in het opgavenboekje, antwoord = enkele hoofdletter in het correctievoorschrift.
- Bijzonderheid: vijf vragen wijken af van de standaard 4 opties: vraag 1 (invulvraag, A-E), vraag 7 (invulvraag, A-E), vraag 13 (A-E), vraag 15 (A-E), vraag 40 (A-F, zes opties) — meer afwijkende-optieaantal-vragen dan in tijdvak 2025-1 (waar dit er slechts 2 waren).
- Correctievoorschrift-instructie: “Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend” — bevestigt notitieregel.
- Gewicht: 22/42 (~52%); samen met meerkeuze-invulvraag (9/42) dus 31/42 (~74%) van alle vragen — hoger aandeel dan het “~60% van de scorepunten” dat de notitie noemt.
Vraagtype meerkeuze-invulvraag
Aantal: 9/42
- Vragen: 1, 7, 9, 17, 22, 24, 26, 30, 39 — alle “Which of the following fits the gap in paragraph X?” (vraag 1: “fits the gap in the text”, want Tekst 1 heeft maar 2 korte alinea’s).
- Varianten: vraag 9 is de hele-zin-variant (ontbrekende eerste zin van een alinea, i.p.v. losse woorden); vraag 24 is de signaalwoorden-variant (zie Signaalwoorden hierboven); de overige zijn losse woorden/korte zinsdelen die inhoudelijk/logisch passen (geen pure connectors).
- Vraag 1 en 7 hebben 5 opties (A-E) i.p.v. de standaard 4 — zie ook Vraagtype meerkeuzevraag hierboven.
- Gewicht: 9/42 (~21%), relatief hoog dit tijdvak.
Vraagtype beweringenvraag
Aantal: 4/42 (samen 8 scorepunten: 4x 2p)
- Vraag 10 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4, alinea’s 4-5). 4 items (1 niet / 2 wel / 3 wel / 4 niet).
- Vraag 19 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 5), toonvraag “spottend bedoeld” i.p.v. standaard wel/niet-inhoudsvraag (zie Auteursintentie hierboven). 4 items (1 wel / 2 niet / 3 niet / 4 wel).
- Vraag 31 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8, Sofia). 4 items. Bijzonderheid: officiële aanvulling op het correctievoorschrift (zie Correctieregels hieronder) — item 4 (“The duration of her stay in Spain is determined by her mother’s illness”) werd ná publicatie gewijzigd zodat zowel ‘wel’ als ‘niet’ goedgerekend wordt, wegens erkende tekstambiguïteit.
- Vraag 42 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 12, kwalificaties voorzitter). 4 items (1 niet / 2 niet / 3 wel / 4 niet).
- Alle vier hebben dezelfde partiële-scoretabel (vier goed=2, drie goed=1, twee of minder goed=0), maar geen van de vier heeft de vaste “Opmerking: scorepunt(en) ook toekennen als duidelijk de juiste antwoorden anders dan middels ‘wel’/‘niet’ gegeven zijn” die in tijdvak 2025-1 bij elke beweringenvraag stond — deze clausule ontbreekt dit tijdvak in het beoordelingsmodel (mogelijk tijdvak-specifiek verschil, waard om te monitoren in andere tijdvakken).
- Gewicht: 4/42 vragen, 8/48 scorepunten.
Vraagtype combineervraag
Aantal: 2/42 (samen 3 scorepunten)
- Vraag 34 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8, Hot Milk), stijlfiguren-variant: 4 mogelijke stijlfiguren (eufemisme/paradox/personificatie/vergelijking) waarvan er 2 gebruikt worden voor 2 citaten (dus 2 stijlfiguren blijven over) — kleinere opzet dan gebruikelijk (meestal 3-4 items met 3 opties over). maximumscore is 1 (niet 2), met binaire scoring: twee goed=1, één of geen goed=0 — geen tussenliggende partiële score, wijkt af van het gebruikelijke 3-tredige scoreschema (X goed=2, X-1 goed=1, minder=0).
- Vraag 35 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 9), standaardformaat: “Drie van de onderstaande zinnen (a t/m f) zijn weggelaten uit alinea’s 1, 2 en 6 … Let op: er blijven drie zinnen over.” Correctie: 35-1 b, 35-2 e, 35-3 d; standaard 3-tredig scoreschema (drie goed=2, twee goed=1, ≤één goed=0).
- Gewicht: 2/42 vragen, 3/48 punten; vraag 34 is een waardevolle toevoeging aan de notitie omdat het laat zien dat combineervragen ook met slechts 2 items en binaire (i.p.v. drietrapse) scoring kunnen voorkomen.
Vraagtype ordeningsvraag
Aantal: 1/42
- Vraag 11 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4, alinea 6). “In welke volgorde stonden de zinnen in alinea 6? Zet de letters in de juiste volgorde.” Correctie: c-a-b, met expliciete Opmerking: “Geen scorepunt toekennen aan iedere andere volgorde” — bevestigt woordelijk de notitie-aanname dat volledig juiste volgorde vereist is, geen partiële score.
- Gewicht: 1/42, net als in tijdvak 2025-1 de minst voorkomende vraagsoort.
Vraagtype citeervraag
Aantal: 2/42, beide hele-zin-variant
- Vraag 5 — opgave (Tekst 3) + correctievoorschrift. “In welke zin staat beschreven hoe ‘this etiquette’ werkt? Citeer de eerste twee woorden van deze zin.” Correctie: “Users start (alinea 2)” + Opmerking: “Niet fout rekenen wanneer de juiste zin (deels) verder is overgenomen of de juiste zin op een andere manier is aangewezen” — bevestigt de hele-zin-citaat-scoringsregel uit de notitie, woordelijk identiek geformuleerd als in tijdvak 2025-1.
- Vraag 28 — opgave (Tekst 7) + correctievoorschrift. Hybride ja/nee-plus-citaat-vraag (zelfde variant als vraag 13 in tijdvak 2025-1): “Komt het aspect van het ontbreken van gezagsregels al in een eerdere zin van de recensie aan de orde? Zo nee, antwoord ‘Nee’. Zo ja, citeer de eerste twee woorden van de zin waarin dit naar voren komt.” Correctie: “In practice (alinea 3)” + dezelfde Opmerking als bij vraag 5.
- Gewicht: 2/42; beide met dezelfde vaste “Opmerking”-clausule — lijkt een structurele formule te zijn, geen tijdvak-specifieke uitzondering (bevestigt observatie uit 2025-1-digest).
Vraagtype kort antwoord
Aantal: 1/42
- Vraag 14 — opgave (Tekst 5) + correctievoorschrift. “In welke latere alinea wordt duidelijk dat dit standpunt niet breed gedragen wordt? Noteer het nummer van deze alinea.” Correctie: “(alinea) 5”. Combineert met Relaties tussen alinea’s en Standpunt (zie boven).
- Gewicht: 1/42, laagste frequentie samen met ordeningsvraag.
Vraagtype open vraag in eigen woorden
Aantal: 1/42
- Vraag 2 — opgave (Tekst 2, The NHS) + correctievoorschrift + citaat “It is essential for all staff to be able to raise any concerns they have.” (laatste zin). “Welke twee factoren verhinderen dit nu, volgens Amanda Casey? Geef antwoord in het Nederlands.” maximumscore 2, twee gevraagde elementen (regel 3.5: alleen de eerstgegeven twee antwoorden tellen). Correctie: strekking “(het) gebrek aan anonimiteit” (1p) en “het ontbreken van middelen/een (goed) systeem om te melden” (1p).
- Gewicht: 1/42; enige “echte” open vraag dit tijdvak (in tegenstelling tot 2025-1, dat er 2 had).
Correctieregels en scoring MVT
Aantal: doorlopend aanwezig, plus een concrete aanvulling op het correctievoorschrift
- WAAR: correctievoorschrift, volledige secties “2 Algemene regels” (regels 3.1 t/m 3.9, plus regels 4-9) en “3 Vakspecifieke regels” (1-2), en een los toegevoegd document “aanvulling op het correctievoorschrift 2021-1”.
- Bijzonder vondst: officiële aanvulling op het correctievoorschrift (paginanummer los achteraan, gedateerd na afname). Bij vraag 31, item 4 (“The duration of her stay in Spain is determined by her mother’s illness”) werd het oorspronkelijke antwoord ‘niet’ vervangen door ‘wel / niet’ (beide goedkeuren), met als toelichting: “zowel het antwoord ‘wel’ als het antwoord ‘niet’ goed rekenen.” Dit is een direct, tastbaar voorbeeld van NB3 uit de notitie (“Aanvullingen op het correctievoorschrift”: reden = een fout/onvolkomenheid, bekendgemaakt via een mailing vanuit Examenblad.nl). Sterk voorbeeld om aan de notitie toe te voegen: een aanvulling kan ook een bewerings-item met contradictoire antwoorden (“wel / niet”) betreffen, in plaats van alleen een synoniem-alternatief — een afwijkend gebruik van het ”/“-teken t.o.v. regel 3.7 (dat normaliter gelijkwaardige formuleringen aanduidt, hier juist twee tegengestelde antwoorden die beide goedgekeurd worden).
- Vakspecifieke regel 1 (open vragen in het Nederlands, tenzij anders aangegeven, anders 0 punten) — letterlijk herhaald op de voorpagina van het opgavenboekje: “Let op: beantwoord een open vraag altijd in het Nederlands, behalve als het anders is aangegeven. Als je in het Engels antwoordt, levert dat 0 punten op.”
- Regel 3.5 (meerdere gevraagde antwoordelementen, alleen eerstgegeven antwoorden tot het gevraagde aantal tellen) concreet toegepast bij vraag 2 (“twee factoren”).
- Regel 3.6 (ontbrekende verklaring/uitleg = 0 punten) niet expliciet zichtbaar bij een specifieke vraag dit tijdvak (geen open-vraag-met-uitleg-vereiste zoals vraag 23/16 in 2025-1).
- Partiële-scorelogica (regel 3.2) concreet uitgewerkt in de beoordelingsmodel-tabellen bij vraag 10, 19, 31, 35, 42 (oplopende scoretabel) en, afwijkend, bij vraag 34 (binaire in plaats van drietrapse tabel — zie Vraagtype combineervraag hierboven).
- Gewicht: relevant voor vrijwel alle niet-MC-vragen (11/42: vragen 2,5,10,11,14,19,28,31,34,35,42) en voor de MC-basisregel (22+9=31/42); de aanvulling bij vraag 31 is de meest waardevolle vondst van dit tijdvak voor deze notitie.
Concepten met (vrijwel) geen hits dit tijdvak
- Relevante informatie selecteren: 0 directe hits — zie toelichting hierboven bij dat kopje.
- Woordenboekgebruik in het examen: 0 hits in het geëxtraheerde bereik (p.389-434). De woordenboekregels zijn geen onderdeel van het opgaven-/bijlage-/antwoordblad-/correctievoorschrift-document van dit tijdvak (staan in een apart reglement) — consistent met de bevinding bij tijdvak 2025-1.
Bijzonderheden / opvallende zaken voor kruisverwijzing
- Vijf vragen met een afwijkend aantal antwoordopties (niet de standaard 4): vraag 1 en 7 (invulvraag, A-E), vraag 13 en 15 (inhoudelijke MC, A-E), vraag 40 (inhoudelijke MC, A-F, zes opties) — een opvallend hoog aantal t.o.v. tijdvak 2025-1 (daar slechts 2 afwijkende vragen).
- Vraag 19 combineert Auteursintentie/toon (spottend bedoeld) met het beweringenvraag-formaat i.p.v. de gebruikelijke MC-vorm — een variant die nog niet in de Auteursintentie-notitie beschreven staat.
- Vraag 28 is (net als vraag 13 in 2025-1) een hybride ja/nee-plus-citeervraag; bevestigt dat dit een terugkerend subtype is, geen eenmalige uitzondering.
- Vraag 34 (combineervraag met slechts 2 items en binaire in plaats van drietrapse scoring, maximumscore 1) is een variant die nog niet in de Combineervraag-notitie beschreven staat.
- De vaste “Opmerking”-clausule bij citeervragen (“Niet fout rekenen wanneer de juiste zin (deels) verder is overgenomen…”) komt ook dit tijdvak bij beide citeervragen (5 en 28) voor — bevestigt dat dit een structurele, niet-tijdvakspecifieke formule is.
- De vaste “Opmerking”-clausule bij beweringenvragen uit 2025-1 (“Scorepunt(en) ook toekennen als duidelijk de juiste antwoorden anders dan middels ‘wel’/‘niet’ gegeven zijn”) ontbreekt bij alle vier beweringenvragen dit tijdvak — mogelijk relevant verschil tussen tijdvakken, waard om in andere tijdvakken te controleren.
- De officiële aanvulling op het correctievoorschrift bij vraag 31 is de meest bijzondere vondst van dit tijdvak: een concreet, gedateerd voorbeeld van een na-afname-correctie op een beweringenvraag-item, met contradictoire “wel / niet”-goedkeuring.