Digest 2021 tijdvak 2 — conceptextractie
12 teksten, 42 vragen (36x 1p, 5x 2p: vraag 1, 26, 34, 39, plus vraag 1 zelf al meegeteld — zie detail per vraag hieronder). Hieronder alleen de concept-hits, geen tekstsamenvattingen.
Hoofdgedachte van een tekst of alinea
Aantal: 7/42
- Vraag 5 — opgave (Tekst 3). “What does paragraph 3 make clear?” Correctievoorschrift: C.
- Vraag 10 — opgave (Tekst 5). “What becomes clear from paragraph 2?” Correctievoorschrift: D.
- Vraag 12 — opgave (Tekst 5). “What is the main point of paragraph 4?” — letterlijke match met het notitie-template. Correctievoorschrift: B.
- Vraag 22 — opgave (Tekst 6). “Which of the following quotations expresses the main point made in this article?” — hoofdgedachte van de hele tekst, via citaatselectie. Correctievoorschrift: A.
- Vraag 30 — opgave (Tekst 8). “What becomes clear about the I-person in the first paragraph?” Correctievoorschrift: B.
- Vraag 35 — opgave (Tekst 9). “Which of the following best illustrates the point the writer wishes to make in paragraph 4?” Correctievoorschrift: B.
- Vraag 37 — opgave (Tekst 9). “What does the writer claim in paragraphs 6 and 7?” — hoofdpunt over twee alinea’s samen, slechts 3 opties (A-C). Correctievoorschrift: B.
- Gewicht: 7/42 (~17%), het meest voorkomende concept dit tijdvak; drie varianten van dezelfde vraagformule (“What becomes/is clear”, “What is the main point/point … wishes to make”, “claim”).
Functie van een alinea of tekstgedeelte
Aantal: 4/42
- Vraag 15 — opgave (Tekst 6). “Why does the writer provide these examples?” (bij het citaat “driverless cars, manufacture phones and conquer death”) Correctievoorschrift: B.
- Vraag 17 — opgave (Tekst 6). “What is the function of paragraph 3 with regard to the tech companies?” — letterlijke match met het notitie-template. Correctievoorschrift: B.
- Vraag 18 — opgave (Tekst 6). “What is the writer’s goal in paragraph 4?” — slechts 3 opties (A-C). Correctievoorschrift: C.
- Vraag 36 — opgave (Tekst 9). “What is the function of paragraph 5?” — tweede letterlijke “function of paragraph X”-match dit tijdvak. Correctievoorschrift: C.
- Gewicht: 4/42, alle vier bij Tekst 6 en Tekst 9 — Tekst 6 (Silicon Valley) is dit tijdvak de dichtst-bezaaide tekst met functie-vragen (drie van de vier).
Impliciete informatie afleiden
Aantal: 8/42 (2 directe MC-vragen + 3 beweringenvragen + 3 “in line with”/“true of”-vragen)
- Vraag 19 — opgave (Tekst 6). Hybride waarheidsvraag over twee stellingen bij alinea 5-6 (only 1/only 2/both/neither). Correctievoorschrift: A.
- Vraag 20 — opgave (Tekst 6). “Which of the following is in line with paragraph 8?” — slechts 3 opties. Correctievoorschrift: A.
- Vraag 29 — opgave (Tekst 7). “Which of the following is true of [The Gardener and the Carpenter] and [The End of American Childhood] according to the article?” — vergelijkende conclusie over twee boeken. Correctievoorschrift: A.
- Vraag 31 — opgave (Tekst 8). Hybride waarheidsvraag over twee stellingen (only 1/only 2/both/neither) bij “a profound experience of art”. Correctievoorschrift: C.
- Vraag 32 — opgave (Tekst 8). “Which of the following claims about the I-person is in line with paragraph 3?” Correctievoorschrift: D.
- Vraag 26 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 7, beweringenvraag). Opvattingen/observaties van Gopnik afleiden uit alinea 5-7, niet letterlijk zo geformuleerd in de tekst.
- Vraag 34 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 9, beweringenvraag). Beweringen over de expositie afleiden uit alinea 1-3.
- Vraag 39 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 10, beweringenvraag). Beweringen over F1 afleiden uit het hele artikel.
- Gewicht: 8/42 (~19%), tweede-hoogste concept dit tijdvak; het “only 1/only 2/both/neither”-format (vraag 19, 31) is een terugkerende hybride variant van de beweringenvraag-logica binnen een MC-jasje.
Auteursintentie en toon
Aantal: 3/42
- Vraag 3 — opgave (Tekst 2). “Which of the following words reflects Chris Skillern’s attitude to Gareth Jones’ argument best?” (frustration/impertinence/indifference/spite) — directe toonclassificatie. Correctievoorschrift: A.
- Vraag 14 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 5, hybride ja/nee+alinea). “Wordt er door Felix Gillette kritiek geuit op het boek dat hij hier recenseert?” — kritische-toon-detectie. Correctie: “(Ja, alinea) 5/vijf”. (raakt ook Vraagtype kort antwoord.)
- Vraag 40 — opgave (Tekst 11). “What is the intended effect of these two things?” — auteursbedoeling achter een voorgestelde maatregel. Correctievoorschrift: C.
- Gewicht: 3/42, minder dominant dan in het 2019-tijdvak2-digest, maar met een nieuwe variant: toon-classificatie via een los bijvoeglijk naamwoord (vraag 3) i.p.v. de gebruikelijke MC-opties met volledige zinnen.
Standpunt en argumentatie herkennen
Aantal: 2/42
- Vraag 13 — opgave (Tekst 5). “Which of the following echoes Tom Vanderbilt’s personal view on taste as expressed in paragraph 5?” — twee externe citaten matchen met het standpunt van de geïnterviewde. Correctievoorschrift: B.
- Vraag 27 — opgave (Tekst 7). “Which of the following opinions on children’s play agrees with Gopnik’s view as expressed in paragraphs 7 and 8?” — zelfde matching-constructie als vraag 13, vier externe citaten als opties. Correctievoorschrift: A.
- Gewicht: 2/42, beide keren een variant waarbij een extern citaat (uit een andere bron, met URL-vermelding) gematcht moet worden met het standpunt van de hoofdpersoon uit de tekst — niet eerder zo expliciet gezien in andere onderzochte tijdvakken.
Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context
Aantal: 2/42
- Vraag 23 — opgave (Tekst 7). “Judging from the article, how can the title of this book be characterised best?” bij het citaat “The Gardener and the Carpenter” — figuurlijke betekenis/stijlfiguur interpreteren (euphemism/hyperbole/metaphorical expression/personification). Correctievoorschrift: C.
- Vraag 28 — opgave (Tekst 7). “Which of the following claims is an accurate explanation of this quotation?” bij “childhood does not end” — betekenis van een citaat verklaren. Correctievoorschrift: A.
- Gewicht: 2/42, beide bij Tekst 7, en beide vragen naar de figuurlijke/onderliggende betekenis van een geciteerde uitdrukking i.p.v. een letterlijke definitie.
Relevante informatie selecteren
Aantal: 1/42, maar met de expliciete scanning-instructie
- WAAR: opgave, expliciete instructie direct boven Tekst 12: “Lees bij de volgende opgave eerst de vraag voordat je de bijbehorende tekst raadpleegt.” — identiek principe aan de instructie die het 2025-tijdvak1-digest noteert bij Tekst 12 in dat tijdvak (zelfde vaste plek: de laatste tekst van het examen).
- Vraag 42 — opgave (Tekst 12, filmrecensies). “Welke van de vijf besproken films is volgens Nigel Andrews het minst geslaagd? Schrijf de titel van deze film op.” — lokaliseer-opdracht in een tekst met meerdere besproken items (vijf films), precies het scanning-profiel dat de notitie beschrijft.
- Gewicht: 1/42 vraag, maar de instructie + het vraagformat bevestigen dat dit tijdvak-overstijgend een vaste examenopzet is: de laatste tekst is stelselmatig de oriënterend-lezen-tekst.
Vraagtype meerkeuzevraag
Aantal: 23/42 (standaard MC met inhoudelijke opties, exclusief invulvragen)
- Vragen: 3, 5, 10, 12, 13, 15, 17, 18, 19, 20, 22, 23, 25, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 35, 36, 37, 40.
- Bijzonderheid: vraag 16 en 18 hebben slechts 3 opties (A-C), vraag 20 en 37 eveneens 3 opties, vraag 3/5/9/10/13/15/22 hebben 5 opties (A-E) — net als in 2019-tijdvak2 een brede spreiding in het aantal opties.
- Gewicht: 23/42 (~55%), samen met meerkeuze-invulvraag (6/42) dus 29/42 (~69%).
Vraagtype meerkeuze-invulvraag
Aantal: 6/42
- Vragen: 6, 7, 9, 16, 24, 38 — telkens “Which of the following fits the gap in paragraph X?”, geen van de zes betreft een signaalwoord/connector (allemaal inhoudelijke woorden/uitdrukkingen: bijvoeglijke naamwoorden, werkwoordsuitdrukkingen, korte idiomatische zinnen).
- Vraag 16 heeft slechts 3 opties (Instinctively/Rhetorically/Superfluously).
- Gewicht: 6/42 (~14%); opvallend dat geen van deze invulvragen dit tijdvak een klassiek signaalwoord betreft (zie Concepten met geen hits).
Vraagtype citeervraag
Aantal: 5/42 (samen 6 scorepunten: vraag 1 is 2p, de overige vier zijn 1p)
- Vraag 1 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 1). “Citeer twee van de drie andere verwoordingen die de schrijver gebruikt voor ‘avian influenza’.” — precies-afgebakend citaat, meerdere elementen gevraagd (2p, per juist antwoord 1 punt), met de standaard-Opmerking over te veel/te weinig citeren.
- Vraag 2 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 2). “Welk zinsdeel beschrijft het bezwaar… Citeer dit zinsdeel.” — precies-afgebakend citaat, met haakjes-conventie in het antwoordmodel (“(since, rather obviously, there has been) no informed consent”).
- Vraag 4 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 3). Hele-zin-citaat, eerste twee woorden.
- Vraag 11 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 5). Hele-zin-citaat, eerste twee woorden, met de standaard-Opmerking over verder overgenomen zinnen.
- Vraag 33 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8). Hybride ja/nee + hele-zin-citaat: “Wordt duidelijk uit de tekst wat het doel van dit project is? Zo nee, antwoord ‘Nee’. Zo ja, citeer de eerste twee woorden…” Correctie: “Nee”.
- Gewicht: 5/42 vragen, 6/46 scorepunten — drie subtypes tegelijk zichtbaar dit tijdvak: precies-afgebakend (v1, v2), hele-zin (v4, v11) en hybride ja/nee+citaat (v33).
Vraagtype ordeningsvraag
Aantal: 1/42
- Vraag 8 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4). “In welke volgorde stonden bovenstaande alinea’s in de tekst? Zet de letters in de juiste volgorde.” Correctie: “c-b-a” (drie elementen, geen partiële score genoemd). — Bijzonderheid: hier worden hele alinea’s (a, b, c) geordend, niet losse zinnen zoals in het 2025-tijdvak1-digest-voorbeeld.
- Gewicht: 1/42.
Vraagtype beweringenvraag
Aantal: 3/42 (elk 2p, samen 6 scorepunten)
- Vraag 26 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 7). 4 items, scoretabel (4 goed=2, 3 goed=1, ≤2 goed=0).
- Vraag 34 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 9). 4 items, zelfde scoretabel-logica.
- Vraag 39 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 10). 4 items, zelfde scoretabel-logica.
- Gewicht: 3/42 vragen, 6/46 scorepunten — dit tijdvak bevat geen 1p-beweringenvraag (in tegenstelling tot 2019-tijdvak2, waar vraag 5 met 2 items 1p was); alle drie zijn hier 4-items/2p.
Vraagtype kort antwoord
Aantal: 3/42
- Vraag 14 — hybride ja/nee + alineanummer (zie ook Auteursintentie en toon hierboven).
- Vraag 21 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 6). Hybride ja/nee + alineanummer: “Worden er in alinea’s 5 tot en met 8 concrete alternatieve routes aangedragen? Zo nee, antwoord ‘Nee’…” Correctie: “Nee”.
- Vraag 42 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 12). Variant: filmtitel i.p.v. alineanummer (zie ook Relevante informatie selecteren hierboven). Correctie: “The man from U.N.C.L.E.”
- Gewicht: 3/42; twee van de drie zijn het hybride ja/nee-format, dat dit tijdvak dus vaker voorkomt (2×) dan in 2019-tijdvak2 (waar het 1× bij citeervraag zat).
Vraagtype open vraag in eigen woorden
Aantal: 1/42
- Vraag 41 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 11). “Welk bijkomend voordeel zou deze maatregel… kunnen hebben voor deze buurten? […] Let op: geef antwoord in het Nederlands.” Correctie: drie gelijkwaardige formuleringen (regel 3.7) over stijgende huizenprijzen/waarde/vraag naar wonen.
- Gewicht: 1/42, enige “echte” open vraag dit tijdvak (versus vijf citeervragen en drie kort-antwoordvragen).
Correctieregels en scoring MVT
Aantal: doorlopend aanwezig
- WAAR: correctievoorschrift, algemene en vakspecifieke regels, plus concrete toepassingen.
- Vakspecifieke regel 1 (open vragen in het Nederlands) herhaald op de voorpagina, identiek aan andere tijdvakken.
- Regel 3.7 (alternatieven ”/” of “of”) toegepast bij vraag 14 (“(Ja, alinea) 5/vijf”) en vraag 41 (drie met “of” gescheiden formuleringen).
- Opmerking-clausules over te veel/te weinig citeren consequent toegepast bij alle citeervragen (v1, v2, v4, v11).
- Partiële-score-logica (regel 3.2) uitgewerkt in de scoretabellen bij vraag 26, 34, 39 (telkens dezelfde 4-goed/3-goed/≤2-goed-structuur).
- Gewicht: relevant voor alle niet-MC/invulvragen (5 citeer + 1 ordening + 3 beweringen + 3 kort antwoord + 1 open vraag = 13/42) en voor de MC-basisregel (29/42); 29+13=42, klopt met het totaal.
Concepten met (vrijwel) geen hits dit tijdvak
- Signaalwoorden en tekststructuur: 0 hits — alle zes invulvragen dit tijdvak (v6, 7, 9, 16, 24, 38) betreffen inhoudelijke woorden/uitdrukkingen, geen klassieke connectors (however, therefore, e.d.). Opvallend afwijkend van 2019-tijdvak2, waar 4 van de 7 invulvragen signaalwoorden waren.
- Woordenboekgebruik in het examen: 0 hits, zoals gebruikelijk (reglementair, niet vraag-specifiek).
- Relaties tussen alinea’s en tekstdelen: 0 directe hits dit tijdvak (geen “how does paragraph X relate to paragraph Y”-vraag).
- Tekstsoorten en tekstdoelen: geen directe vraag, wel relevante achtergrond: Tekst 8 (romanfragment, Leaving the Atocha Station), Tekst 9 (museumrecensie/tentoonstellingsbespreking), Tekst 12 (verzameling korte filmrecensies — vijf besproken films, oriënterend-lezen-opzet).
Vraag zonder duidelijke conceptmatch
- Vraag 25 — opgave (Tekst 7). “According to Gopnik, which of the following best describes this model?” (community-based/free choice/personality-oriented/results-driven) — directe parafrase van een in de tekst al benoemd model, geen scherpe match met een bestaand concept. Correctievoorschrift: D.
Bijzonderheden / opvallende zaken voor kruisverwijzing
- De “only 1/only 2/both/neither”-constructie (vraag 19, 31) is een vaste MC-verpakking van de beweringenvraag-logica bij precies twee stellingen — nog niet als zodanig genoemd in de bestaande vraagtype-notities, mogelijk het overwegen waard als subtype van Vraagtype meerkeuzevraag of als variant bij Vraagtype beweringenvraag.
- Twee vragen (13, 27) matchen een extern citaat (met bronvermelding als URL) aan het standpunt van de hoofdpersoon — een specifieke, herkenbare Standpunt-variant die in de eerder onderzochte tijdvakken niet zo expliciet voorkwam.
- De vaste “laatste tekst = oriënterend lezen”-opzet (Tekst 12, met expliciete leesinstructie vooraf) bevestigt het patroon uit 2025-tijdvak1 — dit lijkt een structureel kenmerk van de examenopzet te zijn, niet tijdvak-specifiek.
- Drie citeervraag-subtypes tegelijk in één tijdvak (precies-afgebakend, hele-zin, hybride ja/nee+citaat) — meer variatie binnen één tijdvak dan eerder gezien.