Digest 2021 tijdvak 3 — conceptextractie

12 teksten, 44 vragen (37x 1p, 2x 2p: vraag 35, 41, 1x 3p: vraag 2, plus de overige 2p-varianten bij beweringen). Hieronder alleen de concept-hits, geen tekstsamenvattingen.

Auteursintentie en toon

Aantal: 7/44

  • Vraag 1 — opgave (Tekst 1, ingezonden brief). “What does John Sutton want to make clear in this letter?” Correctievoorschrift: C. (raakt ook Standpunt en argumentatie herkennen.)
  • Vraag 3 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 3). “In welke zin geeft Michael Billington kritiek op de inhoud van het toneelstuk…” — kritiek-detectie via citeervraag. Correctie: “Having raised (alinea 2)”. (raakt ook Vraagtype citeervraag.)
  • Vraag 4 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 3, beweringenvraag). “Geef aan of de volgende beweringen overeenkomen met het oordeel van de recensent Michael Billington.” — oordeel/toon van de recensent. (raakt ook Vraagtype beweringenvraag.)
  • Vraag 9 — opgave (Tekst 4). “What is the writer trying to convey in his last remark?” — letterlijke match met het “trying to convey”-patroon. Correctievoorschrift: E.
  • Vraag 11 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 5). “Welk punt van kritiek op Neel Sethi verwoordt de schrijver in alinea 2? Geef antwoord in het Nederlands.” (raakt ook Vraagtype open vraag in eigen woorden.)
  • Vraag 30 — opgave (Tekst 7). “Which of the following is one of the points of criticism on Goodman mentioned in paragraph 6?” Correctievoorschrift: D.
  • Vraag 33 — opgave (Tekst 8). “What becomes clear about Mark O’Connell’s attitude towards transhumanism in paragraph 1?” — expliciet “attitude”. Correctievoorschrift: C.
  • Gewicht: 7/44 (~16%), consistent hoog zoals in eerdere tijdvakken; opvallend veel varianten rond “kritiek/criticism” (v3, v4, v11, v30) naast de klassieke “convey/attitude”-vragen (v1, v9, v33).

Standpunt en argumentatie herkennen

Aantal: 3/44 (alle dubbel getagd met Auteursintentie en toon)

  • Vraag 1 — Tekst 1 is een ingezonden brief; het standpunt van John Sutton over rechterlijke uitspraken moet herkend worden.
  • Vraag 40 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 10). “Wat is op basis van alinea 1 volgens George Whittemore fout aan de manier waarop leraren beoordeeld worden?” — zijn standpunt/kritiek verwoorden. (raakt ook Vraagtype open vraag in eigen woorden.)
  • Vraag 42 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 11, hybride ja/nee+citeer). “Geeft James Ball een bevestigend antwoord op deze vraag [uit de titel]?” — auteur neemt zelf stelling in t.o.v. de eigen titelvraag. Correctie: “Nee”. (raakt ook Vraagtype citeervraag.)
  • Gewicht: 3/44, telkens bij een tekst waarin de hoofdpersoon zelf stelling neemt (brief, opiniërend artikel).

Hoofdgedachte van een tekst of alinea

Aantal: 3/44

  • Vraag 5 — opgave (Tekst 4). “What do paragraphs 1 and 2 make clear about dating?” Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 17 — opgave (Tekst 6). “What is the main point made in paragraph 1?” — letterlijke match met het notitie-template. Correctievoorschrift: D.
  • Vraag 37 — opgave (Tekst 9). “Which of the following summarises the main point made in this text?” — hoofdgedachte van de hele tekst. Correctievoorschrift: B.
  • Gewicht: 3/44, iets lager dan in 2021-tijdvak2 (waar dit concept 7 hits had), maar nog steeds aanwezig in drie verschillende formuleringsvarianten.

Functie van een alinea of tekstgedeelte

Aantal: 3/44

  • Vraag 23 — opgave (Tekst 6). “What is the function of paragraph 7?” Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 25 — opgave (Tekst 7). “How does Gavin Jacobson start his review in paragraphs 1 and 2?” — variant van het “how does the writer introduce”-patroon. Correctievoorschrift: B.
  • Vraag 26 — opgave (Tekst 7). “What is the function of paragraph 3?” — tweede letterlijke “function of paragraph X”-match dit tijdvak. Correctievoorschrift: A.
  • Gewicht: 3/44, consistent met eerdere tijdvakken qua frequentie en formulering.

Impliciete informatie afleiden

Aantal: 3/44

  • Vraag 10 — opgave (Tekst 5). “Which of the following is true of the remake of The Jungle Book according to paragraph 1?” — “true of … according to”-constructie. Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 20 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 6, beweringenvraag). Beweringen over economists’ gedrag afleiden uit alinea 3, niet letterlijk zo gesteld. (raakt ook Vraagtype beweringenvraag.)
  • Vraag 31 — opgave (Tekst 7). “Which of the following best describes the book written by Rebecca Abrams, judging from paragraphs 7 and 8?” — “judging from”-constructie, expliciete inferentie-marker. Correctievoorschrift: C.
  • Gewicht: 3/44, lager dan in 2021-tijdvak2 (8 hits) — dit tijdvak heeft relatief meer directe hoofdgedachte-/functievragen dan inferentie-vragen.

Relaties tussen alinea’s en tekstdelen

Aantal: 1/44

  • Vraag 18 — opgave (Tekst 6). “How does the study mentioned in paragraph 2 relate to the study mentioned in paragraph 1?” — exacte match met het notitieconcept. Correctievoorschrift: A.
  • Gewicht: 1/44, net als in 2019-tijdvak2 een letterlijke, herkenbare match — dit concept komt telkens maar sporadisch (0-1×) per tijdvak voor.

Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context

Aantal: 2/44

  • Vraag 22 — opgave (Tekst 6). “Which of the following quotations reflects what is meant by ‘gender imbalance’ in paragraph 6?” — definitie van een geciteerde term via citaat-matching i.p.v. korte omschrijving. Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 24 — opgave (Tekst 6). “Which of the following sayings applies to George Stigler?” — een idiomatische uitdrukking/gezegde koppelen aan een persoon op basis van diens gedrag in de tekst; nieuwe variant (spreekwoorden i.p.v. losse woorden). Correctievoorschrift: D.
  • Gewicht: 2/44, vraag 24 is een niet eerder gesignaleerde subvariant (idioom/gezegde toepassen op een persoon).

Signaalwoorden en tekststructuur

Aantal: 4/44 (alle dubbel getagd met Vraagtype meerkeuze-invulvraag)

  • Vraag 12 — opgave (Tekst 5). Gat in alinea 3, opties For example / Furthermore / However (3 opties). Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 19 — opgave (Tekst 6). Gat in alinea 3, opties after all / however / in addition / therefore. Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 29 — opgave (Tekst 7). Gat in alinea 6, opties Because of / In addition to / In contrast to / With the exception of. Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 43 — opgave (Tekst 11). Gat in alinea 5, opties Hence / Moreover / Unless (3 opties). Correctievoorschrift: C.
  • Gewicht: 4/44, vergelijkbaar met 2019-tijdvak2 (4 hits) en tegengesteld aan 2021-tijdvak2 (0 hits) — bevestigt dat de aan/afwezigheid van signaalwoord-invulvragen sterk per tijdvak wisselt.

Vraagtype meerkeuzevraag

Aantal: 19/44 (standaard MC met inhoudelijke opties, exclusief invulvragen)

  • Vragen: 1, 5, 6, 9, 10, 14, 17, 18, 22, 23, 24, 25, 26, 30, 31, 33, 34, 37, 39.
  • Bijzonderheid: vraag 8 heeft volledige zinnen als opties i.p.v. losse woorden/zinsdelen (zie invulvraag); vraag 9 heeft 5 opties, vraag 18/31/37 hebben slechts 3 opties.
  • Gewicht: 19/44 (~43%), samen met meerkeuze-invulvraag (9/44) dus 28/44 (~64%).

Vraagtype meerkeuze-invulvraag

Aantal: 9/44

  • Vragen: 8, 12, 13, 19, 27, 29, 32, 43, 44.
  • Bijzonderheid: vraag 8 is een afwijkende variant — de drie opties zijn volledige zinnen (“There are several arguments in favour of this new dating rule.” etc.) i.p.v. losse woorden of korte zinsdelen, terwijl vraag 12, 19, 29, 43 klassieke signaalwoorden/-uitdrukkingen betreffen (zie Signaalwoorden hierboven) en vraag 13, 27, 32, 44 inhoudelijke zelfstandige naamwoorden/uitdrukkingen zijn.
  • Gewicht: 9/44 (~20%), het hoogste aantal invulvragen van de drie onderzochte Engels-tijdvakken dit vervolg.

Vraagtype citeervraag

Aantal: 4/44

  • Vraag 3 — Tekst 3, hele-zin-citaat (zie Auteursintentie hierboven).
  • Vraag 7 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4). Hybride ja/nee + hele-zin-citaat: “Is dit element al eerder in de tekst aan de orde geweest? Zo nee, antwoord ‘Nee’…” Correctie: “(Ja) Modern love (alinea 1)”.
  • Vraag 38 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 9). Hele-zin-citaat, eerste twee woorden: “This is (alinea 2)”.
  • Vraag 42 — Tekst 11, hybride ja/nee+citaat (zie Standpunt hierboven).
  • Gewicht: 4/44, twee hybride ja/nee-varianten (v7, v42) en twee zuivere hele-zin-citaten (v3, v38) — consistent met het patroon uit voorgaande tijdvakken.

Vraagtype combineervraag

Aantal: 2/44 (samen 5 scorepunten)

  • Vraag 2 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 2). 5 gaten (2-1 t/m 2-5), keuze uit 7 woorden/woordgroepen (a-g), 2 blijven over. Maximumscore 3, scoretabel (5 goed=3, 4 goed=2, 3 goed=1, ≤2 goed=0) — grootste combineervraag qua omvang tot nu toe onderzocht.
  • Vraag 35 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8). 4 gaten (35-1 t/m 35-4), keuze uit 5 zinnen (a-e), 1 blijft over. Maximumscore 2, scoretabel (4 goed=2, 3 goed=1, ≤2 goed=0).
  • Gewicht: 2/44 vragen, 5/48 scorepunten — vraag 2 met 3 scorepunten is de zwaarst wegende combineervraag in de tot nu toe onderzochte tijdvakken.

Vraagtype beweringenvraag

Aantal: 4/44 (samen 5 scorepunten: vraag 4, 20, 36 zijn 1p met 2 items, vraag 41 is 2p met 4 items)

  • Vraag 4 — Tekst 3, 2 items (oordeel recensent), maximumscore 1 (beide goed=1, anders 0).
  • Vraag 20 — Tekst 6, 2 items, maximumscore 1, zelfde logica.
  • Vraag 36 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8). 2 items (“digital solutions to attain immortality”, “political nature of the movement”), maximumscore 1.
  • Vraag 41 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 10). 4 items, maximumscore 2, scoretabel (4 goed=2, 3 goed=1, ≤2 goed=0).
  • Gewicht: 4/44 vragen, 5/48 scorepunten — opvallend dat drie van de vier beweringenvragen dit tijdvak slechts 2 items bevatten (1p), in tegenstelling tot 2021-tijdvak2 waar alle drie 4 items/2p waren.

Vraagtype ordeningsvraag

Aantal: 1/44

  • Vraag 15 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 5). “In welke volgorde stonden de zinnen in alinea 6? Zet de letters in de juiste volgorde.” Correctie: “a-c-b”, met expliciete Opmerking “Iedere andere volgorde geen scorepunt toekennen” (geen partiële score).
  • Gewicht: 1/44, bevestigt de “volledig juiste volgorde vereist”-regel uit de referentienotitie.

Vraagtype kort antwoord

Aantal: 3/44

  • Vraag 16 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 5). “In welke alinea is dit voor het eerst aan de orde gekomen? Noteer het nummer van deze alinea.” Correctie: “(alinea) 1”.
  • Vraag 21 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 6). Zelfde format, alinea-nummer. Correctie: “(alinea) 4”.
  • Vraag 28 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 7). “In welke alinea herhaalt Gavin Jacobson deze bewering voor het eerst? Noteer het nummer.” Correctie: “(alinea) 5”, met een uitgebreide Opmerking die het antwoordmodel toelicht via een citaat uit de tekst — ongebruikelijk expliciete onderbouwing.
  • Gewicht: 3/44, alle drie de klassieke alineanummer-variant, geen hybride ja/nee dit keer bij deze categorie.

Vraagtype open vraag in eigen woorden

Aantal: 2/44

  • Vraag 11 — Tekst 5 (zie Auteursintentie hierboven), NL-antwoord over kritiek op Neel Sethi.
  • Vraag 40 — Tekst 10 (zie Standpunt hierboven), NL-antwoord met een uitgebreide Opmerking over een specifiek fout antwoord (“wedding planners” zonder duidelijke functie als voorbeeld) — illustreert regel 3.6 concreet.
  • Gewicht: 2/44, beide in het Nederlands, beide met kritiek/standpunt als onderliggend thema.

Correctieregels en scoring MVT

Aantal: doorlopend aanwezig

  • WAAR: correctievoorschrift, algemene en vakspecifieke regels, plus concrete toepassingen.
  • Opmerking-clausules over te veel/te weinig citeren bij alle citeervragen (v3, v7, v38).
  • Vraag 15 illustreert een striktere toepassing van regel 3.1 (geen enkele partiële score bij een foutieve volgorde) dan bij de scoretabellen van beweringen-/combineervragen.
  • Vraag 28 en 40 tonen uitgebreide, tijdvak-specifieke Opmerkingen die het beoordelingsmodel concreet toelichten — meer dan de standaardformules elders.
  • Gewicht: relevant voor alle niet-MC/invulvragen (4 citeer + 2 combineer + 4 beweringen + 1 ordening + 3 kort antwoord + 2 open vraag = 16/44) en voor de MC-basisregel (28/44); 28+16=44, klopt met het totaal.

Concepten met (vrijwel) geen hits dit tijdvak

  • Relevante informatie selecteren: 0 hits — geen expliciete “lees eerst de opgaven”-instructie of oriënterend-lezen-tekst aangetroffen in dit tijdvak, in tegenstelling tot 2021-tijdvak2 en 2025-tijdvak1 waar dit steeds bij de laatste tekst voorkwam. Wijkt af van het vermoede vaste patroon — nuttig om te vermelden bij de Examen-weging-revisie.
  • Woordenboekgebruik in het examen: 0 hits, zoals gebruikelijk.
  • Tekstsoorten en tekstdoelen: geen directe vraag, wel relevante achtergrond: Tekst 1 (ingezonden brief), Tekst 7 en Tekst 8 (boekrecensies), Tekst 3 (toneelrecensie).

Vraag zonder duidelijke conceptmatch

  • Vraag 6 — opgave (Tekst 4). “‘I do it,’ said Mr Russel. What is Mr Russel referring to?” — referentievraag, vergelijkbaar met vraag 2 uit 2019-tijdvak2. Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 14 — opgave (Tekst 5). “One striking example of what?” bij het citaat over de olifanten — referentievraag naar een eerder genoemd begrip uit alinea 4. Correctievoorschrift: D.
  • Vraag 34 — opgave (Tekst 8). “Which of the following is Mark O’Connell’s answer to this question?” — letterlijke interview-detailvraag, geen scherpe conceptmatch. Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 39 — opgave (Tekst 9). “Which of the following series of words and phrases lists problems associated with old prisons mentioned in the text?” — detaillijst-matching over de hele tekst, geen bestaand concept past hier precies op. Correctievoorschrift: B.

Bijzonderheden / opvallende zaken voor kruisverwijzing

  • Vraag 8 is de eerste aangetroffen invulvraag met volledige zinnen als antwoordopties i.p.v. woorden/zinsdelen — waard om te vermelden bij Vraagtype meerkeuze-invulvraag als variant.
  • Vraag 24 (idioom/gezegde toepassen op een persoon) is een nieuwe subvariant van Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context, niet eerder zo gezien.
  • Referentievragen (“what does X refer to”, “one striking example of what”) blijven consequent buiten het bestaande conceptenkader vallen (vraag 6, 14, net als vraag 2 in 2019-tijdvak2) — mogelijk de moeite waard als toekomstige aanvullende notitie te overwegen bij de Stap 3-revisie.
  • Combineervraag 2 (Tekst 2) is met 3 scorepunten en 5 gaten de zwaarst wegende combineervraag in alle tot nu toe onderzochte tijdvakken.