Digest 2022 tijdvak 3 — conceptextractie
11 teksten, 41 vragen (38x 1p, 2x 2p: vraag 22, 27; 1x 4p: vraag 30 — totaal 46 punten). Hieronder alleen de concept-hits, geen tekstsamenvattingen.
Hoofdgedachte van een tekst of alinea
Aantal: 4/41
- Vraag 1 — opgave (Tekst 1, speech). “Which of the following could be an alternative ending to the last sentence?” Geen letterlijk gat in de bijlage-tekst (de tekst heeft al een eigen slotzin); de kandidaat moet beoordelen welke afsluiting logisch aansluit bij het hele betoog (multinationals aan banden leggen). Correctievoorschrift: B. Afwijkende variant t.o.v. het standaardsjabloon “What is the (main) point made in paragraph X?” — geen alinea-verwijzing, maar toetst wel dezelfde vaardigheid (kernargument van de hele tekst grijpen).
- Vraag 32 — opgave (Tekst 9). “What is the point made in paragraph 3?” — letterlijke match met het notitie-sjabloon. Correctievoorschrift: B.
- Vraag 40 — opgave (Tekst 10, meerkeuze-invulvraag in doorlopende tekst). “…we first have to face up to 40.” Optie D “what’s really causing the bulge” = de conclusie/hoofdgedachte van het hele stuk, verpakt als gat-invulvraag. Correctievoorschrift: D.
- Vraag 41 — opgave (Tekst 11, personeelsadvertentie). “Which of the following descriptions fits The Learning Game (text 11)?” Vraagt naar de kern van waar de hele tekst over gaat. Correctievoorschrift: B. (Raakt ook Tekstsoorten en tekstdoelen, zie aldaar.)
- Gewicht: 4/41 (~10%), verspreid over verschillende tekstsoorten (speech, artikel, gat-invultekst, advertentie) — breder dan het standaard “point made in paragraph X”-format.
Relevante informatie selecteren
Aantal: 0/41
- Geen directe hits dit tijdvak. Geen van de teksten vereist het matchen van een informatiebehoefte (bijv. “voor wie is deze tekst geschikt”) aan een tekstdeel.
Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context
Aantal: 4/41 primair + 4/41 secundair (in combinatie met meerkeuze-invulvraag)
- Vraag 7 — opgave (Tekst 4). Citaat: “‘There are many Ophelias in New York.’ (paragraph 8)” — “What does this sentence refer to?” Correctievoorschrift: A.
- Vraag 15 — opgave (Tekst 6) + correctievoorschrift. Citaat: “‘the upstart campus’ (alinea 1)” — “Welke universiteit wordt bedoeld met …?” Correctie: “UMBC/The University of Maryland, (Baltimore County)”. (Raakt ook Vraagtype kort antwoord.)
- Vraag 23 — opgave (Tekst 6) + correctievoorschrift. Bijzondere variant: “Met vier van de vijf onderstaande citaten doelt de auteur op hetzelfde. Welk citaat behoort niet tot deze vier?” met vijf near-synonieme citaten (“migrate” / “these defections” / “jumped ship” / “drifting off” / “went elsewhere”). Correctie: 5 (“went elsewhere”). Dit “odd one out”-format (vier synonieme citaten vs. één afwijkend) staat niet in de bestaande notitie als apart subtype — sterke kandidaat om toe te voegen aan “Typische vraagformulering”.
- Vraag 28 — opgave (Tekst 7) + correctievoorschrift. Citaat: “‘the obstructive mandarin at the ministry’ (alinea 6)” — “Wie wordt bedoeld met …?” Correctie: “(Sir Richard) Packer” — idiomatisch/ironisch gebruikt woord (“mandarin” = hoge ambtenaar) moet in context begrepen worden. (Raakt ook Vraagtype kort antwoord.)
- Secundair (dubbel getagd met Vraagtype meerkeuze-invulvraag): vraag 20 (gat met woordkeuze “alleviated/complicated/highlighted”), vraag 36, 37, 39 (Tekst 10, idiomatische gaten “hand a victory to”, “public shaming”-achtige omschrijving, “doesn’t work off”).
- Gewicht: 4 primaire hits + 4 secundaire, dus woordbetekenis-in-context speelt in bijna een kwart van de vragen een rol, vaak verweven met het gat-invulformat.
Relaties tussen alinea’s en tekstdelen
Aantal: 2/41 (1 primair, 1 secundair)
- Vraag 33 — opgave (Tekst 9) + correctievoorschrift. Gegeven een citaat uit de eerste zin van alinea 4, moet de kandidaat uit drie citaten uit andere alinea’s (2, 3, 5) kiezen welk citaat hiermee in lijn is: “Which of the following quotations is in line with this statement?” Correctievoorschrift: A. Dit is een citaat-naar-citaat-matchvariant van “relatie tussen tekstdelen” die niet expliciet in de notitie beschreven staat (de notitie-template gaat over het karakteriseren van één alinea t.o.v. een andere, niet over het matchen van letterlijke citaten uit verschillende alinea’s).
- Vraag 12 (secundair, samen met Vraagtype kort antwoord) — opgave (Tekst 5). “Komt de relatie tussen burgerrechten en terrorisme eerder in dit artikel aan de orde? Zo nee, antwoord ‘Nee’.” Vereist nagaan of een onderwerp uit een latere alinea al eerder in de tekst is aangestipt — kruisverband tussen tekstdelen.
- Gewicht: klein, maar vraag 33 is een waardevolle toevoeging aan het formatrepertoire van deze notitie.
Functie van een alinea of tekstgedeelte
Aantal: 2/41
- Vraag 10 — opgave (Tekst 5). “What is the main function of paragraph 2?” — letterlijke match met het notitie-sjabloon (incl. hetzelfde woord “function”), opties beginnen met “to” + werkwoord (to elaborate/examine/illustrate/make clear/show). Correctievoorschrift: D.
- Vraag 26 — opgave (Tekst 7). “Which of the following is true of paragraph 2?” met opties die de functie van de alinea beschrijven (bijv. “It makes clear how Sir Richard Packer came to write his book.”). Correctievoorschrift: C. Geen letterlijke “function”-vraagstelling, maar functioneel identiek qua vaardigheid.
- Gewicht: 2/41, beide met het klassieke “to + werkwoord”-optiepatroon.
Auteursintentie en toon
Aantal: 2/41 (beide dubbel getagd met Standpunt en argumentatie herkennen)
- Vraag 8 — opgave (Tekst 4, recensie). “What view does the writer express in conclusion?” Correctievoorschrift: B.
- Vraag 29 — opgave (Tekst 7, recensie). “Which of the following contributes to the reviewer’s positive appreciation of The Politics of BSE?” Correctievoorschrift: A.
- Gewicht: 2/41, beide bij recensies (Tekst 4 en 7) — bevestigt het patroon dat deze notitie associeert met opiniërende/beoordelende tekstsoorten.
Impliciete informatie afleiden
Aantal: 9/41 (grootste concept-hit dit tijdvak)
- Vraag 4 — opgave (Tekst 4). “What is made clear about Harold Bloom in paragraphs 2 and 3?” Correctievoorschrift: D.
- Vraag 5 — opgave (Tekst 4). “What is it that certain authors can do, according to paragraphs 4 and 5?” Correctievoorschrift: A.
- Vraag 6 — opgave (Tekst 4). “What is said about reading in paragraph 6?” — exacte sjabloonmatch (“What is said about … in paragraph X”). Correctievoorschrift: A.
- Vraag 11 — opgave (Tekst 5). “Which of the following is true judging from paragraph 3?” — bijzondere hybride vorm met twee genummerde deelbeweringen (1, 2) en opties “only 1/only 2/both/neither is true” — combineert impliciete-informatievraag met een beweringen-achtige structuur die niet als zodanig in de vraagtype-notities beschreven staat. Correctievoorschrift: B. (Raakt ook Vraagtype meerkeuzevraag.)
- Vraag 14 — opgave (Tekst 6). “What is the writer’s presupposition in paragraph 1?” — presuppositie = impliciete aanname, kernvoorbeeld van dit concept. Correctievoorschrift: C.
- Vraag 18 — opgave (Tekst 6). “Which of the following about The Meyerhoff program is true according to paragraphs 6-8?” Correctievoorschrift: B.
- Vraag 21 — opgave (Tekst 6). Citaat “‘these lessons’ (paragraph 15)” — “Which of the following are part of ‘these lessons’ according to the article?” Vereist het synthetiseren van eerder in de tekst genoemde punten waarnaar “these lessons” terugverwijst. Correctievoorschrift: A.
- Vraag 31 — opgave (Tekst 9). “Which of the following is in line with the content of paragraphs 1 and 2?” Correctievoorschrift: B.
- Vraag 35 — opgave (Tekst 9). Citaat “‘This new twist on conservation is going to require re-educating Japan’s public.’ (paragraph 6)” — “What would the public have to start thinking?” Correctievoorschrift: D.
- Typisch format: “What is made clear/said about X (according to/judging from) paragraph(s) Y” — sterk vertegenwoordigd, vooral in Tekst 4 en 6.
- Gewicht: 9/41 (~22%) — veruit de meest voorkomende concept-hit dit tijdvak.
Signaalwoorden en tekststructuur
Aantal: 1/41 primair + 2/41 secundair
- Vraag 24 — opgave (Tekst 7) + bijlage (gat in alinea 1). “Which of the following fits the gap in paragraph 1?” met opties A For example / B In fact / C Nevertheless / D Therefore — vrijwel identiek aan het notitievoorbeeld (zelfde soort logische connectoren, deels zelfde woorden: Therefore komt in beide voor). Correctievoorschrift: B.
- Secundair: vraag 3 (ordeningsvraag, vereist herkennen van signaalwoorden/cohesie om zinnen a-e in de juiste volgorde te zetten) en vraag 38 (Tekst 10-gat “Problem is, there’s 38 that fast food has caused America’s girth” — vereist logische aansluiting bij het vervolgargument, functioneel signaalwoord-achtig ook al is het geen klassiek connector-woord).
- Gewicht: klein als primaire hit, maar de vaardigheid (logische relatie tussen zinnen herkennen) is breder verweven in de ordenings- en gat-invulvragen.
Standpunt en argumentatie herkennen
Aantal: 3/41 (2 dubbel getagd met Auteursintentie en toon)
- Vraag 8 — zie Auteursintentie hierboven.
- Vraag 19 — opgave (Tekst 6) + correctievoorschrift. Citaat “‘But the numbers suggest that the school’s instructional strategy makes a real difference.’ (alinea 9)” — “Met hoeveel argumenten ondersteunt de schrijver deze bewering in alinea 9?” Correctie: “2” (maximumscore 1). Uniek format: tellen van het aantal argumenten i.p.v. de argumenten zelf identificeren — niet expliciet als subtype in de notitie beschreven, waardevolle toevoeging.
- Vraag 29 — zie Auteursintentie hierboven.
- Gewicht: 3/41, met vraag 19 als een noemenswaardige nieuwe variant (kwantificeren i.p.v. inhoudelijk identificeren van argumentatie).
Tekstsoorten en tekstdoelen
Aantal: 1/41 (secundair, samen met Hoofdgedachte)
- Vraag 41 — opgave (Tekst 11, personeelsadvertentie/“Appointments”-rubriek). Zie Hoofdgedachte hierboven; het herkennen dat dit een wervende personeelsadvertentie is (tekstsoort) ondersteunt het bepalen van het juiste antwoord over het doel/karakter van het bedrijf.
- Gewicht: klein als directe vraag, maar de tekstsoortenspreiding dit tijdvak is breed: speech, ingezonden brief (Tekst 2), weggehaalde-zinnen-artikel (Tekst 3), recensies (Tekst 4, Tekst 7), economisch/wetenschappelijk artikel (Tekst 5), editorial (Tekst 6), romanfragment (Tekst 8), reportage (Tekst 9), opiniërend/satirisch artikel (Tekst 10), personeelsadvertentie (Tekst 11) — relevante achtergrond voor hoofdgedachte- en functievragen.
Vraagtype meerkeuzevraag
Aantal: 18/41 (standaard MC, exclusief invulvragen en de ordeningsvraag-als-MC)
- Vragen: 1, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 11, 14, 18, 21, 26, 29, 31, 32, 33, 35, 41.
- Grote bijzonderheid dit tijdvak: afwijkend aantal opties komt zeer vaak voor, niet de standaard vier (A-D). Exacte telling:
- 3 opties (A-C): vraag 8, 18, 20, 21, 29, 33, 34, 36, 37, 39, 41 — 11 vragen!
- 4 opties (A-D): vraag 1, 4, 5, 6, 11, 14, 17, 24, 26, 31, 32, 35, 38, 40 — 14 vragen.
- 5 opties (A-E): vraag 7, 9, 10 — 3 vragen.
- 6 opties (A-F): vraag 3 (zie ook Vraagtype ordeningsvraag).
- Dit wijkt sterk af van het beeld in eerdere geëxtraheerde tijdvakken (bijv. 2025-1, waar afwijkende optieaantallen uitzondering waren). Voor dit tijdvak is 3-opties-MC bijna even vaak als 4-opties-MC — waard om de notitie “Vraagtype meerkeuzevraag” hierop aan te vullen.
- Vraag 11 is bovendien een hybride: twee genummerde deelbeweringen (1, 2) met opties “only 1 is true / only 2 is true / both / neither” — een gecombineerde MC-en-bewering-structuur.
- Correctievoorschrift-instructie boven het beoordelingsmodel: “Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend” — bevestigt de basisregel uit de notitie.
- Gewicht: 18/41 (~44%); samen met meerkeuze-invulvraag (10/41) dus 28/41 (~68%) van de vragen.
Vraagtype meerkeuze-invulvraag
Aantal: 10/41
- Vragen: 9, 17, 20, 24, 34, 36, 37, 38, 39, 40.
- Vraag 24 = signaalwoorden-variant (zie boven). Vraag 40 = hoofdgedachte-variant (zie boven).
- Vragen 36 t/m 40 vormen een aparte, doorlopende reeks: vijf genummerde gaten ín één lopende tekst (Tekst 10, “Supersize silliness”), met de instructie “Kies bij iedere open plek in de tekst het juiste antwoord uit de gegeven mogelijkheden” ervoor — geen herhaalde vraagstelling per gat, alleen doorlopend genummerde opties. Dit “doorlopende-tekst”-format met meerdere gaten achter elkaar in dezelfde tekst is een variant die de notitie nog niet expliciet beschrijft (de notitie beschrijft losse “fits the gap in paragraph X”-vragen per tekst).
- Gewicht: 10/41 (~24%).
Vraagtype beweringenvraag
Aantal: 4/41 (samen 9 scorepunten: 1p, 2p, 2p, 4p)
- Vraag 2 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 2), 2 items, 1p. “Geef van elke van de volgende punten aan of Mike Short dit noemt als probleem bij de invoering. Noteer ‘wel’ of ‘niet’ achter elk nummer.” Correctie: 1 wel, 2 niet; scoring: twee goed=1, één of geen goed=0.
- Vraag 22 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 6), 4 items, 2p. Correctie: 1 wel, 2 wel, 3 niet, 4 niet; scoring vier goed=2, drie goed=1, twee of minder goed=0.
- Vraag 27 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 7), 3 items, 2p. Correctie: 1 wel, 2 niet, 3 wel; scoring drie goed=2, twee goed=1, één of geen goed=0.
- Vraag 30 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8, romanfragment), 8 items, 4p — de zwaarste enkelvoudige vraag van het hele tijdvak. “Geef van elke van de volgende beweringen aan of deze overeenkomt met de inhoud van de tekst.” Andere formulering dan de andere drie (“overeenkomt met de inhoud” i.p.v. “aan de orde gesteld/genoemd als probleem”). Scoring: acht goed=4, zeven goed=3, zes goed=2, vijf goed=1, vier of minder goed=0 — een langere, fijnmaziger scoretrap dan bij de andere drie beweringenvragen dit tijdvak.
- Gewicht: 4/41 vragen maar 9/46 scorepunten (~20% van de punten) — relatief zwaar door vraag 30.
Vraagtype combineervraag
Aantal: 0/41
- Geen enkele combineervraag (zinsdeel/zin uit a-g kiezen) dit tijdvak — opvallend, aangezien dit vraagtype in andere tijdvakken (bijv. 2025-1: vraag 19, 37) wel voorkomt. Tekst 3 lijkt qua opzet (“de volgende vijf zinnen kwamen oorspronkelijk … maar zijn uit de tekst weggehaald”) sterk op een combineervraag-setup, maar wordt in dit tijdvak als ordeningsvraag bevraagd (zie hieronder), niet als combineervraag met overtollige afleideropties.
Vraagtype ordeningsvraag
Aantal: 1/41
- Vraag 3 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 3). “De volgende vijf zinnen kwamen oorspronkelijk na de eerste zin, maar zijn uit de tekst weggehaald … In welke volgorde stonden de zinnen a tot en met e in de tekst?” met zes MC-opties (A-F), waarbij elke optie een complete kandidaat-volgorde is (bijv. “b-c-d-a-e”). Correctievoorschrift: F (“e-c-a-b-d”).
- Bijzonderheid t.o.v. het format in andere tijdvakken: in 2025-1 werd de ordeningsvraag beantwoord door zelf de volledige lettervolgorde op te schrijven (open, “Noteer de letters”); hier kiest de kandidaat slechts één letter (A-F) die correspondeert met één van zes voorgestelde volledige volgordes — een pure-MC-variant van de ordeningsvraag. Beide subvormen (open volgorde opschrijven vs. MC uit voorgedefinieerde volgordes kiezen) komen dus voor en verdienen een aantekening in de notitie.
- Gewicht: 1/41, laagste frequentie, net als in 2025-1.
Vraagtype citeervraag
Aantal: 2/41 (beide hele-zin-citaat, “eerste twee woorden”)
- Vraag 13 — opgave (Tekst 5, titelcitaat) + correctievoorschrift. “‘The sword is mightier with the pen’ (titel)” — “In welke zin wordt deze bewering voor het eerst concreet onderbouwd? Citeer de eerste twee woorden van deze zin.” Correctie: “Using a (alinea 6)” + Opmerking: “Niet fout rekenen wanneer de juiste zin (deels) verder is overgenomen of de juiste zin op een andere manier is aangewezen.” — bevestigt zowel de “verder overschrijven mag”-regel als een extra clausule uit de notitie die in 2025-1 niet zo expliciet stond: “of de juiste zin op een andere manier is aangewezen”.
- Vraag 25 — opgave (Tekst 7) + correctievoorschrift. Citaat “‘their side of the bargain’ (alinea 2)” — “In welke zin wordt duidelijk wat … inhield? Citeer de eerste twee woorden van deze zin.” Correctie: “I think (alinea 1)” + identieke Opmerking als bij vraag 13.
- Gewicht: 2/41, beide met exact dezelfde, iets uitgebreidere Opmerking-clausule (“op een andere manier aangewezen”) — een detail dat de bestaande citeervraag-notitie nog niet vermeldt en het waard is toe te voegen.
Vraagtype kort antwoord
Aantal: 6/41 (uiteenlopende subvarianten)
- Vraag 12 — opgave (Tekst 5) + correctievoorschrift. Hybride ja/nee-plus-alinea-nummer: “Komt de relatie tussen burgerrechten en terrorisme eerder in dit artikel aan de orde? Zo nee, antwoord ‘Nee’. Zo ja, noteer het nummer van de alinea waarin dit gebeurt.” Correctie: “nee” (maximumscore 1). Niet als apart subtype in de notitie beschreven.
- Vraag 15 — zie ook Betekenis-van-woorden hierboven. Antwoord: naam van een universiteit.
- Vraag 16 — opgave (Tekst 6) + correctievoorschrift + AANVULLING correctievoorschrift. Zelfde hybride ja/nee-plus-alinea-nummer-format als vraag 12: “Pakt de schrijver dit onderwerp later in de tekst weer op? Zo nee, antwoord ‘nee’. Zo ja, noteer het nummer van de betreffende alinea.” Oorspronkelijk correctiemodel: “(Ja), (alinea) 10”. Maar er is een officiële aanvulling op het correctievoorschrift (los document, VW-1002-a-22-3-c-A) die bepaalt: “bij vraag 16 moet altijd 1 scorepunt worden toegekend, ongeacht of er wel of geen antwoord gegeven is, en ongeacht het gegeven antwoord.” Dit is een uitzonderlijk sterk voorbeeld voor de notitie “Correctieregels en scoring MVT” — zie aldaar voor details.
- Vraag 19 — zie ook Standpunt-sectie hierboven. Antwoord is een getal (aantal argumenten), geen alinea-nummer of naam — een variant die de notitie nog niet noemt.
- Vraag 23 — opgave (Tekst 6) + correctievoorschrift. “Welk citaat behoort niet tot deze vier? Noteer het nummer van het betreffende citaat.” Antwoord is een citaat-volgnummer (5) — nog een variant op “noteer het nummer van…”.
- Vraag 28 — zie ook Betekenis-van-woorden hierboven. Antwoord: naam (“(Sir Richard) Packer”).
- Gewicht: 6/41 (~15%); dit tijdvak is opvallend rijk aan varianten van dit vraagtype (alinea-nummer, naam, getal, citaatnummer, en het hybride ja/nee-format komt zelfs twee keer voor).
Vraagtype open vraag in eigen woorden
Aantal: 0/41 — opvallende afwezigheid
- Geen enkele vraag dit tijdvak vereist een zelfgeformuleerd antwoord in eigen woorden (Nederlandse uitleg/samenvatting). Alle “open” vragen dit tijdvak (12, 15, 16, 19, 23, 28) zijn kort-antwoordvragen met een feitelijk, kort antwoord (alinea-nummer, naam, getal, citaatnummer) — geen enkele vraagt om een uitleg of uitgeschreven redenering. Dit wijkt af van bijvoorbeeld 2025-1 (waar 2/42 vragen dit vraagtype waren) en is het vermelden waard als contrast.
Correctieregels en scoring MVT
Aantal: doorlopend aanwezig (algemene regels + minstens 8 concrete toepassingen + 1 bijzondere aanvulling)
- WAAR: correctievoorschrift, secties “2 Algemene regels” (regels 3.1 t/m 3.9) en “3 Vakspecifieke regels” (1-2, let op: dit tijdvak slechts 2 vakspecifieke regels i.p.v. de gebruikelijke 3 — er ontbreekt een expliciete regel over de vreemde taal bij citeervragen als aparte nummering; dat wordt hier impliciet gedekt door vakspecifieke regel 1 en de Opmerkingen bij de citeervragen zelf), plus een apart document “Aanvulling op het correctievoorschrift” (VW-1002-a-22-3-c-A).
- Vakspecifieke regel 1 (open vragen in het Nederlands, tenzij anders aangegeven, anders 0 punten) — herhaald op de voorpagina van het opgavenboekje: “Let op: beantwoord een open vraag altijd in het Nederlands, behalve als het anders is aangegeven. Als je in het Engels antwoordt, levert dat 0 punten op.”
- Vakspecifieke regel 2 (geen aftrek voor taalfouten).
- Zeer opvallende bijzonderheid: officiële aanvulling op het correctievoorschrift voor vraag 16. De aanvulling (gedateerd na afname, verstuurd via Examenblad.nl) wijzigt de score-toekenning met terugwerkende kracht: “bij vraag 16 moet altijd 1 scorepunt worden toegekend, ongeacht of er wel of geen antwoord gegeven is, en ongeacht het gegeven antwoord.” Dit is een directe, dossier-waardige illustratie van NB3 uit de “Algemene regels”-sectie (“Aanvullingen op het correctievoorschrift”: reden = “een fout”). De aanvulling beschrijft ook de procedure: als het werk al naar de tweede corrector is, past die de wijziging toe en meldt dit; als eerste/tweede corrector al akkoord waren, past de eerste corrector de wijziging alsnog toe; Cito past de Wolf-scores aan. Sterk aanbevolen als voorbeeldcasus in de notitie “Correctieregels en scoring MVT” bij NB3.
- Regel 3.7 (alternatieven gescheiden door ”/”) toegepast bij vraag 15 (“UMBC/The University of Maryland, (Baltimore County)”) en vraag 28 (“(Sir Richard) Packer” — impliciet via haakjes, regel 3.8).
- Regel 3.8 (tekst tussen haakjes hoeft niet in het antwoord) toegepast bij vraag 12/13/15/16/25/28 (bijv. “(alinea 6)”, “(Ja),”, “(Sir Richard)”).
- Partiële-score-logica (regel 3.2) uitgewerkt in de beoordelingsmodel-tabellen bij vraag 2, 22, 27, 30 — bij vraag 30 een ongewoon lange scoretrap (4 punten, 5 scoreniveaus) vanwege de 8 deelbeweringen.
- Citeervraag-Opmerkingen (vraag 13, 25) bevatten een iets bredere formulering dan in andere tijdvakken gezien: niet alleen “niet fout rekenen wanneer de juiste zin (deels) verder is overgenomen” maar ook “of de juiste zin op een andere manier is aangewezen” — een uitbreiding die het waard is aan de citeervraag-notitie toe te voegen.
- Gewicht: relevant voor vrijwel alle niet-MC-vragen (13/41) en voor de MC-basisregels (18+10=28/41); de aanvulling bij vraag 16 is de meest tijdvak-specifieke en didactisch waardevolle vondst van dit tijdvak.
Woordenboekgebruik in het examen
Aantal: 0/41
- Geen hits in het geëxtraheerde bereik (p.347-388). De dictionary-regels staan niet als aparte instructie in opgaven/bijlage/antwoordblad/correctievoorschrift van dit tijdvak.
Concepten met (vrijwel) geen hits dit tijdvak
- Relevante informatie selecteren: 0 hits.
- Vraagtype combineervraag: 0 hits — opvallend omdat Tekst 3 qua opzet (weggehaalde zinnen) wél een combineervraag-achtige setup heeft, maar hier als ordeningsvraag bevraagd wordt.
- Vraagtype open vraag in eigen woorden: 0 hits — alle “open” vragen dit tijdvak zijn kort-antwoordvragen (alinea-nummer/naam/getal/citaatnummer), geen enkele vraagt om een zelfgeformuleerde uitleg.
- Woordenboekgebruik in het examen: 0 hits.
Bijzonderheden / opvallende zaken voor kruisverwijzing
- Aanvulling op het correctievoorschrift bij vraag 16 (altijd 1 scorepunt, los van het gegeven antwoord) — sterkste vondst van dit tijdvak, relevant voor “Correctieregels en scoring MVT”.
- Meerkeuzevragen met sterk afwijkend aantal opties zijn dit tijdvak de norm, niet de uitzondering: 11 vragen met slechts 3 opties (A-C), 3 vragen met 5 opties (A-E), 1 vraag met 6 opties (A-F, vraag 3) — tegenover 14 vragen met de “standaard” 4 opties. Waard om toe te voegen aan “Vraagtype meerkeuzevraag”.
- Twee subvarianten van de ordeningsvraag: zelf de volgorde opschrijven (zoals in 2025-1) vs. één letter kiezen die staat voor een complete voorgedefinieerde volgorde (vraag 3, dit tijdvak) — de tweede vorm is feitelijk een MC-verpakte ordeningsvraag.
- Doorlopende-tekst gat-invulreeks (Tekst 10, vraag 36-40): vijf gaten in één tekst, telkens met eigen opties maar zonder herhaalde vraagstelling — een format-variant van de meerkeuze-invulvraag die nog niet in de notitie stond.
- “Odd one out” onder synonieme citaten (vraag 23): vier van de vijf citaten betekenen hetzelfde, kandidaat moet de afwijkende aanwijzen — nieuwe variant voor “Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context”.
- Citaat-naar-citaat matchvraag (vraag 33): kies welk citaat uit een andere alinea in lijn is met een gegeven citaat — nieuwe variant voor “Relaties tussen alinea’s en tekstdelen”.
- Argumenten tellen i.p.v. identificeren (vraag 19): “Met hoeveel argumenten ondersteunt de schrijver deze bewering?” — nieuwe variant voor zowel “Standpunt en argumentatie herkennen” als “Vraagtype kort antwoord”.
- Hybride ja/nee-plus-alinea-nummer-format komt dit tijdvak tweemaal voor (vraag 12 én 16, beide Nee/nummer i.p.v. Ja/citaat zoals in 2025-1 vraag 13) — bevestigt dat dit een terugkerend, structureel subtype is, geen eenmalige afwijking.
- Citeervraag-Opmerkingen bevatten de extra clausule “of de juiste zin op een andere manier is aangewezen” (vraag 13, 25) — mogelijk een standaardclausule die in de eerder bestudeerde tijdvakken nog niet was opgemerkt.