Digest 2025 tijdvak 1 — conceptextractie

12 teksten, 42 vragen (38x 1p, 4x 2p: vraag 19, 26, 31, 37). Hieronder alleen de concept-hits, geen tekstsamenvattingen.

Hoofdgedachte van een tekst of alinea

Aantal: 5/42

  • Vraag 2 — opgave (Tekst 1). “What is the main point made in paragraph 2?” Correctievoorschrift: B.
  • Vraag 11 — opgave (Tekst 5). “What is the point made in paragraphs 1-2?” Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 24 — opgave (Tekst 7). “What is the point made about parody in paragraph 5?” Correctievoorschrift: B.
  • Vraag 25 — opgave (Tekst 7). “What is the point made about parodists in paragraph 6?” Correctievoorschrift: B.
  • Vraag 32 — opgave (Tekst 8). “What is the point made about the genre of short crime stories in paragraph 3?” Correctievoorschrift: C.
  • Typisch format: “What is the (main) point made (about X) in paragraph(s) Y?” — steeds gecombineerd met vraagtype meerkeuzevraag (4 opties).
  • Gewicht: ~5 van de 42 vragen (~12%), verspreid over 4 verschillende teksten.

Relevante informatie selecteren

Aantal: 1 tekst geraakt (Tekst 12), 2 vragen (41-42) + 1 expliciete instructie

  • WAAR: bijlage (instructie boven Tekst 12) + opgave (vraag 41, 42) + correctievoorschrift.
  • Bijlage bevat de expliciete oriënterend-lezen-instructie: “Lees eerst de opgaven voordat je naar de tekst gaat.” (alleen bij Tekst 12 in dit tijdvak) — dit is de canonieke scanning-marker uit de ERK-schaal die de notitie noemt.
  • Tekst 12 is bovendien opgedeeld met tussenkopjes (“What does coexistence mean?”, “The politics of wolf conservation”, “This nature or that nature?”), wat scanning/lokaliseren ondersteunt en bevestigd wordt doordat het correctievoorschrift bij vraag 41 expliciet naar een tussenkop verwijst: “The government (onder tussenkop ‘The politics of wolf conservation’)”.
  • Vraag 41 — “In welke zin in de tekst wordt voor het eerst expliciet kritiek geuit op het Spaanse beleid…?” is zelf een lokaliseer-opdracht (zoek het juiste tekstdeel), niet een leesbegripsvraag over de inhoud als geheel.
  • Vraag 42 — “Hoe worden de mensen die vooral deze benadering steunen, eerder in de tekst genoemd?” vereist terugzoeken van een eerder genoemde term (pragmatists), eveneens lokaliseren i.p.v. doorlopend begrijpen.
  • Gewicht: beperkt (1 van de 12 teksten, 2/42 vragen), maar wel een duidelijk herkenbaar signaal — dit tijdvak bevat geen advertenties/brochures (de klassieke oriënterend-lezen-tekstsoort), maar past de vaardigheid wel toe op een doorlopend artikel via expliciete “lees eerst de opgaven”-instructie en tussenkopjes.

Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context

Aantal: 2/42

  • Vraag 14 — opgave (Tekst 5). “Which of the following is a correct definition of ‘“the parallel usage convention”’ (paragraph 5)?” — exacte match met de notitie-template (citaat tussen aanhalingstekens + alinea-verwijzing). Correctievoorschrift: D.
  • Vraag 23 — opgave (Tekst 7) + correctievoorschrift. “Leg de woordgrap uit waarnaar verwezen wordt met ‘Puns!’ (alinea 4). Geef antwoord in het Nederlands.” Dit is een open vraag over woordspel/dubbele betekenis (‘brief’ als juridisch document vs. ‘kort’). Correctievoorschrift bevat expliciete Opmerking: “Geen scorepunt toekennen aan alleen ‘brief’, zonder uitleg” — raakt ook Correctieregels regel 3.6 (ontbrekende uitleg = 0 punten).
  • Gewicht: klein (2/42), maar vraag 23 is een goed voorbeeld van combinatie woordbetekenis + open-vraag-scoring.

Relaties tussen alinea’s en tekstdelen

Aantal: 1/42

  • Vraag 8 — opgave (Tekst 4). “How can paragraph 2 be characterised best?” met opties: “A It analyses key points introduced in paragraph 1. / B It diverges from the reasoning in paragraph 1. / C It invalidates theories put forward in paragraph 1. / D It offers context to assertions made in paragraph 1.” — dit is een (bijna) letterlijke match met het voorbeeld in de conceptnotitie zelf. Correctievoorschrift: D.
  • Gewicht: 1/42, maar zeer illustratief exemplarisch geval voor deze notitie.

Functie van een alinea of tekstgedeelte

Aantal: 4/42

  • Vraag 1 — opgave (Tekst 1). “How is Stella McCartney introduced in paragraph 1?” Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 18 — opgave (Tekst 5). “What is the purpose of paragraphs 8-9?” — letterlijk dezelfde vraagstelling als het voorbeeld in de notitie (incl. dezelfde alinea-nummers 8-9). Correctievoorschrift: B.
  • Vraag 20 — opgave (Tekst 7). “How does the author introduce the subject of parody in paragraph 1?” — letterlijke match met notitie-voorbeeld. Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 30 — opgave (Tekst 8). “How does P.D. James introduce short crime stories in paragraph 1?” Correctievoorschrift: B.
  • Typisch format: antwoordopties beginnen met “by” + gerundium of “to” + werkwoord (to demonstrate/explain/imply/make clear; by emphasising/explaining/pointing out/questioning).
  • Gewicht: ~4/42 (~10%).

Auteursintentie en toon

Aantal: 3/42

  • Vraag 5 — opgave (Tekst 2). “Why does Tracy L. Bealer mention a Star Trek character in her letter?” — letterlijke match notitie-template. Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 6 — opgave (Tekst 3, ingezonden brief). “Which of the following is in line with Emma Camp’s point, judging from paragraph 1?” — letterlijke match notitie-template. Correctievoorschrift: A. (raakt ook Standpunt en argumentatie herkennen, zie aldaar.)
  • Vraag 40 — opgave (Tekst 11, fake letter/satire). “What does the author of this fake letter want to convey about the Department of Health and Social Care?” Correctievoorschrift: C.
  • Gewicht: 3/42, telkens bij ingezonden brieven/opiniestukken, zoals de notitie voorspelt.

Impliciete informatie afleiden

Aantal: 5/42

  • Vraag 3 — opgave (Tekst 1). “Which of the following is true about Stella McCartney, according to paragraph 3?” Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 4 — opgave (Tekst 2). “What is said about ‘the mycologist and mushroom evangelist Paul Stamets’? He suggests that the world can become a better place if people …” Correctievoorschrift: D.
  • Vraag 22 — opgave (Tekst 7). “Which of the following can be concluded about The Onion from paragraph 3?” — letterlijke match notitie-template (“can be concluded about … from paragraph X”). Correctievoorschrift: B.
  • Vraag 27 — opgave (Tekst 7). “What is said about parody in paragraphs 10-11?” Correctievoorschrift: D.
  • Vraag 33 — opgave (Tekst 8). “Which of the following about the modern detective novel can be concluded from paragraph 4?” — zelfde letterlijke match als vraag 22; heeft daarnaast 5 antwoordopties (A-E), zie Vraagtype meerkeuzevraag. Correctievoorschrift: B.
  • Gewicht: 5/42 (~12%), typisch “can be concluded” / “is said about” formuleringen.

Signaalwoorden en tekststructuur

Aantal: 1/42

  • Vraag 10 — opgave (Tekst 4) + bijlage (gat in alinea 5). “Which of the following fits the gap in paragraph 5?” met opties A Again / B Even so / C Instead / D Therefore — identiek aan het voorbeeld in de conceptnotitie zelf (zelfde vier signaalwoorden). Correctievoorschrift: C.
  • Gewicht: 1/42, maar dit is het exacte notitievoorbeeld — sterk signaal dat dit examentype dit woordveld structureel test.

Standpunt en argumentatie herkennen

Aantal: 2/42 (beide dubbel getagd met Auteursintentie en toon)

  • Vraag 6 — opgave (Tekst 3, “To the Editor”). Zie boven; standpunt van Emma Camp moet herkend worden vanuit een ingezonden-brief-kader.
  • Vraag 41 — opgave (Tekst 12) + correctievoorschrift (citeervraag). “In welke zin in de tekst wordt voor het eerst expliciet kritiek geuit op het Spaanse beleid met betrekking tot de wolf? Citeer de eerste twee woorden van deze zin.” Correctievoorschrift: “The government (onder tussenkop ‘The politics of wolf conservation’)” met Opmerking dat ook goed gerekend wordt als kandidaat alleen citeert “(largely) subjective criteria” — een niet-standaard alternatief antwoord in het beoordelingsmodel.
  • Gewicht: klein, vooral bij brieven/opiniestukken (Tekst 3, 12).

Tekstsoorten en tekstdoelen

Aantal: 1/42

  • Vraag 35 — opgave (Tekst 8, preface). “Which of the following characterises this text best?” met opties over tekstdoel: “A compilation and critical evaluation / B plea to get publishers interested / C recommendation and analysis / D vindication of the great short crime stories of the past.” Correctievoorschrift: C.
  • Gewicht: 1/42 als directe vraag, maar het brede scala aan tekstsoorten (ingezonden brief x3, preface, reactie op editorial, “fake letter”/satire, artikel) is over het hele tijdvak zichtbaar en relevant achtergrond voor hoofdgedachte-/functievragen.

Vraagtype meerkeuzevraag

Aantal: 21/42 (traditionele 4-opties MC, exclusief invulvragen)

  • Vragen: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 11, 12, 14, 18, 20, 22, 24, 25, 27, 30, 32, 33, 35, 40 — alle in het opgavenboekje, antwoord = enkele hoofdletter in het correctievoorschrift.
  • Bijzonderheid: vraag 33 heeft 5 opties (A t/m E) i.p.v. de gebruikelijke 4 — afwijking van het standaardformat die de notitie niet expliciet noemt, wel valt onder algemene regel 4 (juiste hoofdletter, meer dan één antwoord = 0 punten).
  • Correctievoorschrift-instructie boven het beoordelingsmodel: “Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend” — bevestigt de “1 punt goed, 0 fout, N bij meerdere/geen antwoord”-regel uit de notitie.
  • Gewicht: 21/42 (=50% van het aantal vragen); samen met meerkeuze-invulvraag (7/42) dus 28/42 (~67%) van de vragen — consistent met de ~60% van de scorepunten die de notitie noemt voor dit vraagtype-duo.

Vraagtype meerkeuze-invulvraag

Aantal: 7/42

  • Vragen: 9, 10, 15, 21, 28, 34, 39 — alle “Which of the following fits the gap in paragraph X?”, gat zit in de bijlage-tekst zelf, opties in het opgavenboekje.
  • Vraag 10 = signaalwoorden-variant (zie hierboven); vraag 34 = hele-zin-variant (“Which of the following sentences fits the gap…”); vraag 39 heeft 5 opties (A-E) i.p.v. 4.
  • Gewicht: 7/42 (~17%).

Vraagtype beweringenvraag

Aantal: 3/42 (samen 5 scorepunten: vraag 26 en 31 zijn 2p, vraag 38 is 1p)

  • Vraag 26 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 7). “Komen de volgende aspecten van parodie aan de orde in alinea 7-8? Noteer ‘wel’ of ‘niet’ achter elk nummer.” (1 maatschappijkritiek: niet / 2 misleiding: wel / 3 zelfreflectie: wel). Antwoordblad toont 3 genummerde subvakjes. 2p, partiële score (drie goed=2, twee goed=1, ≤1 goed=0).
  • Vraag 31 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8), 4 items (1 niet / 2 niet / 3 wel / 4 wel). 2p, partiële score (vier goed=2, drie goed=1, twee of minder=0).
  • Vraag 38 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 10), 2 items (1 wel / 2 wel). Let op: dit is 1p (maximumscore 1 in het opgavenboekje én correctievoorschrift), met scoring “indien twee goed → 1, indien een of geen goed → 0” — dus geen aparte 2-puntsregeling ondanks twee deelbeweringen.
  • Scoring: alle drie hebben dezelfde Opmerking: “Scorepunt(en) ook toekennen als duidelijk de juiste antwoorden zijn gegeven anders dan middels ‘wel’ of ‘niet’” — komt letterlijk overeen met de “Scoring”-sectie van de notitie.
  • Gewicht: 3/42 vragen, 5/46 scorepunten.

Vraagtype combineervraag

Aantal: 2/42 (samen 4 scorepunten)

  • Vraag 19 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 6). “Geef aan voor 19-1, 19-2, 19-3 en 19-4 welk zinsdeel daar is weggelaten… Let op: er blijven drie zinsdelen over. Kies uit: a t/m g.” — vrijwel woordelijk de notitie-template. Correctie: 19-1 f, 19-2 d, 19-3 a, 19-4 g; scoring vier goed=2, drie goed=1, twee of minder=0.
  • Vraag 37 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 9), zin-variant i.p.v. zinsdeel: “welke zin daar is weggelaten… er blijven vier zinnen over. Kies uit a t/m g.” Correctie: 37-1 e, 37-2 d, 37-3 g; zelfde scoringslogica (drie goed=2, twee goed=1, ≤1 goed=0).
  • Antwoordblad toont voor beide vragen doorgenummerde subvakjes (19-1 t/m 19-4 / 37-1 t/m 37-3), bevestigt het combineerformat.
  • Gewicht: 2/42 vragen, 4/46 punten.

Vraagtype ordeningsvraag

Aantal: 1/42

  • Vraag 36 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 9). “De zinnen die samen alinea 2 vormen, staan hieronder maar niet in de juiste volgorde. Wat is de juiste volgorde? Noteer de letters… op het antwoordblad.” Correctievoorschrift: volledige juiste volgorde vereist, geen deelscore: “b-a-c” (maximumscore 1, geen tussenliggende score genoemd) — bevestigt notitie-aanname dat doorgaans de volledig juiste volgorde nodig is voor het scorepunt.
  • Gewicht: 1/42, laagste frequentie van alle vraagtypen dit tijdvak.

Vraagtype citeervraag

Aantal: 3/42 (vraag 13 is een hybride ja/nee + citaat)

  • Vraag 7 — opgave (Tekst 3) + correctievoorschrift. “Welke zin in de brief beschrijft hoe de maatschappij eruit komt te zien volgens Donna Sanders? Citeer de eerste twee woorden van deze zin.” Correctie: “Our once (alinea 1)” + Opmerking: “Scorepunt ook toekennen als de juiste zin (deels) verder is overgenomen” — bevestigt de hele-zin-citaat-scoringsregel uit de notitie.
  • Vraag 13 — opgave (Tekst 5) + correctievoorschrift. Hybride vraag: “Wordt verderop in de tekst uitgelegd waarom ‘these exemptions’ … ingesteld zijn? Indien nee, antwoord dan ‘Nee’. Indien ja, citeer dan de eerste twee woorden van de zin waarin dat gebeurt.” Correctie: “(Ja,) Lest we (alinea 6)” + dezelfde Opmerking over verder overgenomen zin. Dit ja/nee+citeer-format staat niet expliciet in de vraagtype-notitie als apart subtype — waard om te noteren als variant.
  • Vraag 41 — opgave (Tekst 12) + correctievoorschrift, zie ook Standpunt-sectie hierboven: alternatief antwoord “(largely) subjective criteria” wordt ook goedgekeurd naast de eerste-twee-woorden-regel.
  • Gewicht: 3/42, elke keer “eerste twee woorden van de zin” (hele-zin-citaat-subtype); geen precies-afgebakend-zinsdeel-citeervraag dit tijdvak.

Vraagtype kort antwoord

Aantal: 3/42

  • Vraag 17 — opgave (Tekst 5) + correctievoorschrift. “In welke andere alinea wordt beschreven dat de expertise van taalkundigen daadwerkelijk is ingezet voor chauffeurs? Noteer het nummer van deze alinea.” — letterlijke match notitie-template. Correctie: “(alinea) 5”.
  • Vraag 29 — opgave (Tekst 7) + correctievoorschrift. “Welke alinea is een korte overpeinzing die afwijkt van het hoofdverhaal? Noteer het nummer van deze alinea.” — woordelijk identiek aan het notitievoorbeeld. Correctie: “(alinea) 4”.
  • Vraag 42 — opgave (Tekst 12) + correctievoorschrift. “Hoe worden de mensen die vooral deze benadering steunen, eerder in de tekst genoemd?” Correctie: “pragmatists / pragmatici” (rule 3.7: ”/” = gelijkwaardige formuleringen, hier EN/NL-alternatief).
  • Gewicht: 3/42; twee van de drie zijn alinea-nummervragen, één is een terugverwijzing naar een eerder gebruikte term.

Vraagtype open vraag in eigen woorden

Aantal: 2/42

  • Vraag 16 — opgave (Tekst 5) + correctievoorschrift. “Wat gaat er fout tijdens dit diner als gevolg van het interpunctiegebruik van John Pope, volgens de schrijfster van dit artikel? Geef antwoord in het Nederlands.” Correctie: “een antwoord met de volgende strekking: toetje en andere gerechten worden tegelijk opgediend / …” — meerdere gelijkwaardige formuleringen (regel 3.7), beoordeling op inhoud/strekking i.p.v. letterlijke tekst.
  • Vraag 23 — zie ook Betekenis-van-woorden-sectie hierboven; open vraag met expliciete “geen punt zonder uitleg”-opmerking (regel 3.6).
  • Gewicht: 2/42, beide in het Nederlands te beantwoorden, beide met “antwoord met de volgende strekking” in het beoordelingsmodel i.p.v. één vast antwoord.

Correctieregels en scoring MVT

Aantal: doorlopend aanwezig (algemene regels + minstens 6 concrete toepassingen)

  • WAAR: correctievoorschrift, secties “2 Algemene regels” (regels 3.1 t/m 3.9) en “3 Vakspecifieke regels” (1-3), plus toepassingen in het beoordelingsmodel bij individuele vragen.
  • Vakspecifieke regel 1 (open vragen in het Nederlands, tenzij anders aangegeven, anders 0 punten) — expliciet herhaald op de voorpagina van het opgavenboekje: “Let op: beantwoord een open vraag altijd in het Nederlands, behalve als het anders is aangegeven. Als je in het Engels antwoordt, levert dat 0 punten op.”
  • Vakspecifieke regel 2 (citeervragen altijd in de vreemde taal) — impliciet toegepast bij vraag 7, 13, 41 (alle citaten zijn Engelse tekstfragmenten).
  • Vakspecifieke regel 3 (geen aftrek voor taalfouten) — algemeen, niet apart zichtbaar bij specifieke vraag in dit tijdvak.
  • Regel 3.6 (ontbrekende uitleg = 0 punten tenzij anders vermeld) toegepast bij vraag 23: “Geen scorepunt toekennen aan alleen ‘brief’, zonder uitleg.”
  • Regel 3.7 (alternatieven gescheiden door ”/”) toegepast bij vraag 16 (drie gelijkwaardige antwoordformuleringen) en vraag 42 (“pragmatists / pragmatici”).
  • Partiële-score-logica (regel 3.2, “gedeeltelijk juist”) concreet uitgewerkt in de beoordelingsmodel-tabellen bij vraag 19, 26, 31, 37 (telkens een oplopende scoretabel: X goed = 2 punten, één minder goed = 1 punt, nog minder = 0 punten).
  • Regel 3.3 (analogie-beoordeling bij open vragen) wordt alleen in de algemene inleiding genoemd, niet expliciet zichtbaar toegepast bij een specifieke vraag in dit tijdvak (geen “aanvulling correctievoorschrift” voor dit tijdvak in de bundel aangetroffen).
  • Gewicht: relevant voor vrijwel alle niet-MC-vragen (3 citeer + 3 kort antwoord + 2 open vraag + 3 beweringen + 2 combineer + 1 ordening = 14/42) en voor de MC-basisregel (21+7=28/42; 28+14=42, klopt met het totaal).

Concepten met (vrijwel) geen hits dit tijdvak

  • Woordenboekgebruik in het examen: 0 hits in het geëxtraheerde bereik (p.8-50). De dictionary-regels staan niet als aparte instructie in opgaven/bijlage/antwoordblad/correctievoorschrift van dit tijdvak zelf (die regels komen doorgaans uit een apart reglement, niet uit het examen-boekje).

Vraag zonder duidelijke conceptmatch

  • Vraag 12 — opgave (Tekst 5). “What did truck drivers have a legal right to, according to paragraphs 3-4?” Correctievoorschrift: C. Dit is directe, expliciet in de tekst genoemde detailinformatie (geen hoofdgedachte, geen afleiding, geen functie/relatie-vraag) — puur factual-detail-retrieval binnen een meerkeuzevraag. Bewust niet geforceerd getagd aan een van de 20 concepten; telt wel mee in Vraagtype meerkeuzevraag (21/42).

Bijzonderheden / opvallende zaken voor kruisverwijzing

  • Meerkeuzevragen met 5 opties (A-E) i.p.v. de standaard 4: vraag 33 (inhoudelijke MC) en vraag 39 (invulvraag) — niet genoemd in de bestaande vraagtype-notities, kan een toevoeging zijn.
  • Hybride ja/nee-plus-citaat-vraag (vraag 13) is een variant die niet apart in “Vraagtype citeervraag” of “Vraagtype beweringenvraag” beschreven staat.
  • Consistente “Opmerking”-clausules in het correctievoorschrift bij citeervragen (“scorepunt ook toekennen als de juiste zin (deels) verder is overgenomen”) en beweringenvragen (”… anders dan middels ‘wel’ of ‘niet’”) komen dit tijdvak bij elke instantie van dat vraagtype terug — lijkt een vaste formule te zijn, geen tijdvak-specifieke uitzondering.