Digest 2026 tijdvak 1 — conceptextractie
11 teksten, 43 vragen (32x 1p, 8x 2p, plus vraag 15 2p open-vraag). Hieronder alleen de concept-hits, geen tekstsamenvattingen.
Auteursintentie en toon
Aantal: 6/43
- Vraag 10 — opgave (Tekst 4). “How does Michelle Goldberg characterise Richard Reeves in paragraphs 3 and 4?” Correctievoorschrift: C.
- Vraag 13 — opgave (Tekst 4). “Which of the following best reflects Michelle Goldberg’s opinion on Richard Reeves’ book?” Correctievoorschrift: B. (raakt ook Standpunt en argumentatie herkennen.)
- Vraag 21 — opgave (Tekst 6). “How is Peter Shalcross portrayed in part 1 of the text?” — vijf opties. Correctievoorschrift: D.
- Vraag 27 — opgave (Tekst 7). “How does Rachel Cooke describe Abominations in paragraph 2?” (as astute and caustic / etc.) Correctievoorschrift: D.
- Vraag 36 — opgave (Tekst 8). “How can paragraphs 6 and 7 be characterised best?” (explanatory/expressive/lighthearted/unconventional) Correctievoorschrift: A.
- Vraag 42 — opgave (Tekst 10). “How can this remark be characterised, judging from the rest of the letter?” — vijf opties. Correctievoorschrift: B. (raakt ook Impliciete informatie afleiden.)
- Gewicht: 6/43 (~14%), verspreid over vijf verschillende teksten; dominant patroon is “characterise/portray/describe” toegepast op een persoon of tekstgedeelte.
Standpunt en argumentatie herkennen
Aantal: 2/43
- Vraag 13 — zie boven, Goldbergs opinie over Reeves’ boek.
- Vraag 40 — opgave (Tekst 10). “Which of the following statements about the new code do both Lawrence Levy and Cynthia Mowery clearly agree with?” — nieuwe variant: overeenstemming tussen twee briefschrijvers vinden i.p.v. het standpunt van één auteur. Correctievoorschrift: C.
- Gewicht: 2/43, vraag 40 introduceert een niet eerder gesignaleerde subvariant (gedeeld standpunt van twee auteurs).
Hoofdgedachte van een tekst of alinea
Aantal: 4/43
- Vraag 1 — opgave (Tekst 1). “What becomes clear about both Edward Blanton and Nancy Shapiro?” Correctievoorschrift: D.
- Vraag 2 — opgave (Tekst 2). “Which of the following titles fits both letters?” — hoofdgedachte van twee brieven samen, via titelkeuze. Correctievoorschrift: D.
- Vraag 18 — opgave (Tekst 5). “What is the main point made in paragraph 5?” — letterlijke match met het notitie-template. Correctievoorschrift: D.
- Vraag 31 — opgave (Tekst 7). “What does the writer of this article make clear about Lionel Shriver in paragraph 5?” Correctievoorschrift: B.
- Gewicht: 4/43, vraag 2 (titel kiezen die bij twee teksten past) is een nieuwe variant, nog niet zo gezien in eerder onderzochte tijdvakken.
Functie van een alinea of tekstgedeelte
Aantal: 2/43
- Vraag 11 — opgave (Tekst 4). “What is the goal of paragraph 6?” Correctievoorschrift: D.
- Vraag 33 — opgave (Tekst 8). “What is the main goal of paragraphs 1-3?” — functie over drie alinea’s samen i.p.v. één. Correctievoorschrift: B.
- Gewicht: 2/43, iets lager dan gebruikelijk (2-4 per tijdvak in eerdere digests).
Impliciete informatie afleiden
Aantal: 5/43
- Vraag 7 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 3, beweringenvraag). Beweringen vergelijken tussen Tekst 3 én een extra bijgevoegde alinea uit een ander boek — vereist synthese van twee bronnen tegelijk, een nieuwe variant. (raakt ook Vraagtype beweringenvraag.)
- Vraag 9 — opgave (Tekst 4). “What are ‘those male manicurists’ an example of, according to Michelle Goldberg?” — voorbeeld koppelen aan het onderliggende abstracte punt. Correctievoorschrift: B.
- Vraag 23 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 6, beweringenvraag). Beweringen over Shalcross’ probleem met zijn buren afleiden uit deel 3-einde van de tekst.
- Vraag 41 — opgave (Tekst 10). “What does Lawrence Levy suggest about Justices Samuel Alito and Clarence Thomas with this remark?” — “suggest” als expliciete inferentiemarker. Correctievoorschrift: B.
- Vraag 42 — zie boven, “judging from the rest of the letter” (dubbel getagd met Auteursintentie en toon).
- Gewicht: 5/43, vraag 7 is bijzonder: de eerste aangetroffen beweringenvraag die twee afzonderlijke brondocumenten (tekst + los aangeleverde alinea) tegelijk combineert.
Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context
Aantal: 4/43
- Vraag 3 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 2). “Leg uit wat de verkoper bedoelde met deze opmerking.” — betekenis van een citaat verklaren, in eigen woorden. (raakt ook Vraagtype open vraag in eigen woorden.)
- Vraag 20 — opgave (Tekst 5). “‘it matters “what thoughts think thoughts”’ How can this be rephrased?” — herformulering van een citaat, zelfde constructie als vraag 18 in 2019-tijdvak2. Correctievoorschrift: C.
- Vraag 26 — opgave (Tekst 7). “Which of the following does Rachel Cooke’s reference to ‘liberal-left Kool-Aid’ make clear about Lionel Shriver?” — met een expliciete woordenboekdefinitie van de uitdrukking vooraf (“Drinking the Kool-Aid” is … from Collins Dictionary). Correctievoorschrift: B.
- Vraag 34 — opgave (Tekst 8). “How does the writer make his point in these two sentences?” (by using creatively adjusted expressions / obscurely worded sayings / etc.) — analyse van figuurlijk taalgebruik/vergelijkingen. Correctievoorschrift: B.
- Gewicht: 4/43; vraag 26 is een opvallende variant met een letterlijke woordenboekdefinitie vooraf in de vraagstelling zelf — nog niet eerder zo gezien.
Relevante informatie selecteren
Aantal: 1/43, met de expliciete scanning-instructie
- WAAR: opgave, expliciete instructie direct boven Tekst 11 (de laatste tekst): “Let op: lees eerst de opgave voordat je naar de tekst gaat.”
- Vraag 43 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 11). “Wordt in deze tekst een idee gegeven over hoe Jack Nicholson zo goed kon weten hoe de filmindustrie in elkaar zat? Zo ja, noem dan de alinea… Zo nee, antwoord ‘Nee’.” Correctie: “(Ja, alinea) 2”. (raakt ook Vraagtype kort antwoord.)
- Gewicht: 1/43, maar bevestigt opnieuw het vaste patroon “laatste tekst = oriënterend lezen met expliciete instructie”, nadat dit patroon in 2021-tijdvak3 juist afwezig was — het patroon is dus niet 100% consistent tussen tijdvakken.
Vraagtype meerkeuzevraag
Aantal: 20/43 (standaard MC met inhoudelijke opties, exclusief invulvragen)
- Vragen: 1, 2, 9, 10, 11, 13, 18, 20, 21, 22, 26, 27, 28, 31, 33, 34, 36, 40, 41, 42.
- Bijzonderheid: vraag 21, 26, 27, 34, 42 hebben 5 opties (A-E) — relatief veel 5-optie-vragen dit tijdvak.
- Gewicht: 20/43 (~47%), samen met meerkeuze-invulvraag (9/43) dus 29/43 (~67%).
Vraagtype meerkeuze-invulvraag
Aantal: 9/43
- Vragen: 4, 6, 17, 19, 25, 29, 32, 35, 38.
- Bijzonderheid: geen van de negen betreft een klassiek signaalwoord/connector — allemaal inhoudelijke werkwoorden, korte uitdrukkingen of hele bijzinnen (bijv. vraag 32: “and choose to hold on to their outdated beliefs”).
- Gewicht: 9/43 (~21%); net als in 2021-tijdvak2 bevat dit tijdvak dus geen enkele signaalwoord-invulvraag.
Vraagtype citeervraag
Aantal: 3/43
- Vraag 5 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 3). Hele-zin-citaat, eerste twee woorden, met de “vanaf het inhoudelijk bepalende deel”-Opmerking (nieuwe formulering van de bekende soepelheidsregel).
- Vraag 24 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 6). Precies-afgebakend citaat: “Welke meer gedetailleerde aanduiding verderop in de tekst verwijst nog eens naar ‘the Strulovitches and their kind’? Citeer deze aanduiding.” — referentie-opvolgvraag, nieuwe variant (citeer een latere, specifiekere verwijzing naar hetzelfde begrip).
- Vraag 37 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8). Hele-zin-citaat, eerste twee woorden, zelfde soepelheidsformulering als vraag 5.
- Gewicht: 3/43; geen hybride ja/nee-variant dit tijdvak bij de citeervragen (die zit hier bij vraag 43, gecombineerd met alineanummer i.p.v. citaat).
Vraagtype beweringenvraag
Aantal: 3/43 (samen 5 scorepunten: vraag 7 is 1p, vraag 14 en 23 zijn 2p)
- Vraag 7 — Tekst 3, 2 items, 1p (zie Impliciete informatie afleiden hierboven, nieuwe variant met twee brondocumenten).
- Vraag 14 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4). 4 items, 2p, standaard scoretabel.
- Vraag 23 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 6). 4 items, 2p, standaard scoretabel.
- Alle drie met de vaste Opmerking: “Scorepunt(en) ook toekennen als duidelijk de juiste antwoorden zijn gegeven anders dan middels ‘wel’ of ‘niet’.”
- Gewicht: 3/43 vragen, 5/49 scorepunten.
Vraagtype combineervraag
Aantal: 3/43 (samen 6 scorepunten)
- Vraag 12 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4). 2 gaten (12-1, 12-2), 5 opties (a-e), 3 blijven over. Maximumscore 2 (1 punt per juist antwoord, geen oplopende scoretabel maar losse punten per item).
- Vraag 16 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 5). 2 gaten (16-1, 16-2), 5 zinnen (a-e), 3 blijven over. Zelfde scoringslogica.
- Vraag 39 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 9). Afwijkende variant: “De voornemens van Bill Walters zijn met drie kopjes samen te vatten. Welke drie?” — kies 3 van 6 kopjes zonder één-op-één gat-koppeling, volgorde maakt niet uit. Maximumscore 2, scoretabel (3 juist=2, 2 juist=1, ≤1 juist=0).
- Gewicht: 3/43 vragen, 6/49 scorepunten; vraag 39 is een nieuwe subvariant (selecteren van een ongeordende deelverzameling i.p.v. gaten één-op-één matchen).
Vraagtype ordeningsvraag
Aantal: 1/43
- Vraag 30 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 7). Drie tekstfragmenten (a, b, c) herordenen. Correctie: “c-a-b”.
- Gewicht: 1/43.
Vraagtype kort antwoord
Aantal: 2/43
- Vraag 8 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4). Hybride ja/nee + alineanummer: “Wordt er in een alinea verderop in de tekst nog eens gemeld… Zo nee, antwoord ‘Nee’. Zo ja, noteer het nummer.” Correctie: “(Ja, alinea) 9”.
- Vraag 43 — zie Relevante informatie selecteren hierboven, hybride ja/nee + alineanummer.
- Gewicht: 2/43, beide de hybride ja/nee-variant, geen “pure” alineanummer- of woordvraag dit tijdvak.
Vraagtype open vraag in eigen woorden
Aantal: 2/43
- Vraag 3 — Tekst 2, 1p (zie Betekenis van woorden hierboven).
- Vraag 15 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 5). “Welke twee concrete negatieve aspecten… spreken het idee van data als een ‘onschuldige wolk’ tegen? Geef antwoord in het Nederlands.” 2p, twee losse antwoordelementen (privacyschendingen; milieuschade), elk 1 punt.
- Gewicht: 2/43, beide in het Nederlands; vraag 15 is de eerste 2-punts open-vraag-in-eigen-woorden in de tot nu toe onderzochte tijdvakken (twee losse antwoordelementen i.p.v. één samenhangend antwoord).
Correctieregels en scoring MVT
Aantal: doorlopend aanwezig
- WAAR: correctievoorschrift, algemene en vakspecifieke regels, plus concrete toepassingen.
- Vraag 5 en 37 tonen een nieuwe formulering van de citeer-soepelheidsregel: “Sommige kandidaten kiezen er voor om de zin pas te citeren vanaf het inhoudelijk bepalende deel. Als het zonder twijfel duidelijk is dat de correcte zin is aangewezen, dan verdient de kandidaat het scorepunt.” — explicieter dan de gebruikelijke “(deels) verder overgenomen”-Opmerking.
- Vraag 3 bevat een ongebruikelijk specifieke negatieve Opmerking: “Geen scorepunt toekennen aan antwoorden waarin een Mercedes genoemd wordt…” — waarschuwt voor een concrete, voorspelbare denkfout.
- Regel 3.7 (alternatieve formuleringen) toegepast bij vraag 3 (drie ”/“-gescheiden varianten) en vraag 15 (twee ”•“-gemarkeerde deelantwoorden).
- Gewicht: relevant voor alle niet-MC/invulvragen (3 citeer + 3 beweringen + 3 combineer + 1 ordening + 2 kort antwoord + 2 open vraag = 14/43) en voor de MC-basisregel (29/43); 29+14=43, klopt met het totaal.
Concepten met (vrijwel) geen hits dit tijdvak
- Signaalwoorden en tekststructuur: 0 hits — net als in 2021-tijdvak2 bevat geen van de negen invulvragen een klassieke connector.
- Relaties tussen alinea’s en tekstdelen: 0 directe hits.
- Woordenboekgebruik in het examen: 0 hits als aparte reglementaire instructie, al bevat vraag 26 wél een letterlijke woordenboekdefinitie in de vraagstelling zelf (zie Betekenis van woorden hierboven) — geen directe hit op het concept “hulpmiddelen”, maar wel een inhoudelijk verwant detail.
- Tekstsoorten en tekstdoelen: geen directe vraag, wel relevante achtergrond: Tekst 2 (twee brieven/e-mails), Tekst 9 (ingezonden brief/nieuwjaarsvoornemens), Tekst 10 (twee “To the Editor”-brieven).
Vraag zonder duidelijke conceptmatch
- Vraag 22 — opgave (Tekst 6). “Of what stylistic element is this remark an example?” (affirmation/exaggeration/irony/paradox) — stijlfiguur-classificatie, geen bestaand concept dekt dit specifiek (net als de stijlfiguren-beweringenvraag in 2019-tijdvak2). Correctievoorschrift: C.
- Vraag 28 — opgave (Tekst 7). “What is said about Abominations in paragraph 3?” — directe detailinformatie, geen scherpe match. Correctievoorschrift: B.
Bijzonderheden / opvallende zaken voor kruisverwijzing
- Vraag 7 is de eerste aangetroffen vraag die twee afzonderlijke brondocumenten tegelijk combineert (het lopende tekstboekje-fragment én een apart bijgevoegde alinea uit een ander boek) — een geheel nieuwe examenopzet t.o.v. de eerder onderzochte tijdvakken.
- Vraag 39 (drie van zes kopjes selecteren, geen één-op-één gat-matching) is een nieuwe combineervraag-subvariant.
- Vraag 2 (titel kiezen die bij twee brieven past) en vraag 40 (gedeeld standpunt van twee briefschrijvers vinden) zijn beide vragen die uitdrukkelijk twee bronnen/personen tegelijk vergelijken — een terugkerend thema dit tijdvak (samen met vraag 7).
- Herhaalde stijlfiguur-classificatievragen (vraag 22 hier, de beweringenvraag over alliteratie/personificatie in 2019-tijdvak2) suggereren dat “stijlfiguren herkennen” een eigen, nog niet vastgelegd conceptnotitie-onderwerp zou kunnen zijn — de moeite waard om te overwegen bij de Stap 3-revisie van dit vak.