Digest 2026 tijdvak 2 — conceptextractie

11 teksten, 42 vragen. Hieronder alleen de concept-hits, geen tekstsamenvattingen.

Hoofdgedachte van een tekst of alinea

Aantal: 5/42

  • Vraag 2 — opgave (Tekst 1). “What becomes clear about Guillaume Rey’s case in paragraph 3?” Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 9 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4). “Vat kort samen welk punt er wordt gemaakt over AI in alinea 2. Geef antwoord in het Nederlands.” (raakt ook Vraagtype open vraag in eigen woorden.)
  • Vraag 18 — opgave (Tekst 5). “What becomes clear about Bartram and Collinson from paragraph 2?” Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 21 — opgave (Tekst 5). “What is the point made about Sathnam Sanghera in paragraph 5?” Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 24 — opgave (Tekst 6). “Which of the following is claimed in paragraph 1?” — “claimed” als hoofdgedachte-synoniem, zelfde patroon als vraag 37 in 2021-tijdvak3. Correctievoorschrift: C.
  • Gewicht: 5/42 (~12%), verspreid over vier verschillende teksten, drie verschillende formuleringsvarianten (“becomes clear”, “point made”, “claimed”).

Functie van een alinea of tekstgedeelte

Aantal: 5/42

  • Vraag 6 — opgave (Tekst 3). “How does Nick Broadhead present his argument?” — variant van “how does the writer introduce”. Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 12 — opgave (Tekst 4). “What is the function of paragraph 5?” — letterlijke match. Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 32 — opgave (Tekst 7). “What is one of the purposes of this letter?” — functie van de hele brief i.p.v. één alinea. Correctievoorschrift: A.
  • Vraag 34 — opgave (Tekst 8). “What is the main function of the aside (the part in between brackets) in paragraph 4?” — functie van een specifiek tekstelement (tussenzin) binnen een alinea, nieuwe variant. Correctievoorschrift: D.
  • Vraag 37 — opgave (Tekst 9). “What is the purpose of paragraph 2?” — letterlijke match. Correctievoorschrift: C.
  • Gewicht: 5/42, het hoogst-scorende concept dit tijdvak samen met Hoofdgedachte; vraag 34 introduceert een fijnmaziger niveau (functie van een tussenzin, niet de hele alinea).

Impliciete informatie afleiden

Aantal: 4/42 (alle vier dubbel getagd)

  • Vraag 14 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4, beweringenvraag). Bezwaren tegen AI-kunst afleiden uit alinea 6. (raakt ook Vraagtype beweringenvraag.)
  • Vraag 25 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 6, beweringenvraag). Beweringen over “the minimalist tack” afleiden uit alinea 2. (raakt ook Vraagtype beweringenvraag.)
  • Vraag 33 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8, beweringenvraag). Beweringen over Wales afleiden uit alinea 1-3. (raakt ook Vraagtype beweringenvraag.)
  • Vraag 41 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 10). “Welke impliciete voorspelling doet de schrijver hier?” — de vraagstelling zelf bevat het woord “impliciete”, een ondubbelzinnige inferentiemarker. (raakt ook Vraagtype open vraag in eigen woorden.)
  • Gewicht: 4/42; vraag 41 is bijzonder omdat de vraagstelling zelf expliciet “impliciet” benoemt — de meest directe koppeling met dit concept tot nu toe aangetroffen.

Standpunt en argumentatie herkennen

Aantal: 2/42

  • Vraag 5 — opgave (Tekst 3, twee brieven). “Which of the following is in line with the point made in both letters?” — “in line with”-constructie toegepast op twee brieven tegelijk, zelfde principe als vraag 40 in 2026-tijdvak1. Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 7 — opgave (Tekst 3). “What is the main reason for John Weeks to be critical of the honours system?” Correctievoorschrift: A. (raakt ook Auteursintentie en toon.)
  • Gewicht: 2/42, beide bij Tekst 3 (twee ingezonden brieven over het eresysteem).

Auteursintentie en toon

Aantal: 2/42

  • Vraag 7 — zie boven, kritiek van John Weeks.
  • Vraag 15 — opgave (Tekst 4). “How can paragraph 7 be characterised best?” (dystopic vision / reflective contemplation / request to stay positive / inescapable conclusion) Correctievoorschrift: B.
  • Gewicht: 2/42, lager dan gebruikelijk dit tijdvak.

Betekenis van woorden en uitdrukkingen in context

Aantal: 2/42

  • Vraag 20 — opgave (Tekst 5). “Which of the following quotations is an explanation of ‘the same dynamics’ (paragraph 4)?” — definitie van een geciteerde term via citaat-matching, zelfde constructie als vraag 22 in 2021-tijdvak3. Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 27 — opgave (Tekst 6). “‘Better to graze each word once.’ Which of the following does this phrase in particular object to?” — figuurlijke betekenis van een citaat interpreteren. Correctievoorschrift: C.
  • Gewicht: 2/42.

Signaalwoorden en tekststructuur

Aantal: 3/42 (alle drie dubbel getagd met Vraagtype meerkeuze-invulvraag)

  • Vraag 4 — opgave (Tekst 2). Gat met vier volledige zinnen die elk met een signaalwoord beginnen: “Many, however, struggle on.” / “Nevertheless, instances of fraud are on the rise.” / “Some, after all, still do well.” / “Therefore, the costs involved are increasing fast.” Correctievoorschrift: C.
  • Vraag 13 — opgave (Tekst 4). Gat, opties As a consequence / Put differently / What’s more. Correctievoorschrift: B.
  • Vraag 30 — opgave (Tekst 7). Gat, opties As a case in point / As a result / On a different note / On top of that. Correctievoorschrift: A.
  • Gewicht: 3/42; net als in 2019-tijdvak2 komen signaalwoorden dit tijdvak weer terug (na twee tijdvakken zonder), nu deels verpakt in volledige zinnen (vraag 4) i.p.v. losse woorden.

Relevante informatie selecteren

Aantal: 1/42, met de expliciete scanning-instructie

  • WAAR: opgave, expliciete instructie direct boven Tekst 11 (de laatste tekst): “Let op: lees eerst de opgave voordat je naar de tekst gaat.”
  • Vraag 42 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 11, combineervraag). “Geef voor elk deel van de tekst aan welk van de onderstaande kopjes daar het best past.” (raakt ook Vraagtype combineervraag.)
  • Gewicht: 1/42, bevestigt voor de derde keer (na 2021-tijdvak2 en 2026-tijdvak1) het patroon “laatste tekst = oriënterend lezen met expliciete instructie” — sterker patroon dan het enige uitzonderingsgeval (2021-tijdvak3) deed vermoeden.

Vraagtype meerkeuzevraag

Aantal: 18/42 (standaard MC met inhoudelijke opties, exclusief invulvragen)

  • Vragen: 1, 2, 3, 5, 6, 7, 12, 15, 17, 18, 20, 21, 24, 27, 29, 32, 34, 37.
  • Bijzonderheid: vraag 3 en vraag 29 zijn beide een “NOT mentioned/not said”-variant (negatieve MC-vraag: welke optie wordt NIET genoemd) — nieuwe subvariant, niet eerder gesignaleerd. Vraag 17 heeft 6 opties (A-F).
  • Gewicht: 18/42 (~43%), samen met meerkeuze-invulvraag (10/42) dus 28/42 (~67%).

Vraagtype meerkeuze-invulvraag

Aantal: 10/42

  • Vragen: 4, 10, 13, 19, 22, 26, 30, 31, 38, 40.
  • Gewicht: 10/42 (~24%), het hoogste aandeel invulvragen van alle vijf onderzochte Engels-tijdvakken dit vervolg.

Vraagtype citeervraag

Aantal: 3/42

  • Vraag 23 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 5). Hele-zin-citaat, eerste twee woorden.
  • Vraag 28 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 7). Hybride ja/nee + hele-zin-citaat: “Worden verderop in de tekst concrete voorbeelden genoemd… Indien ja, citeer… Indien nee, antwoord dan ‘Nee’.” Correctie: “nee”.
  • Vraag 39 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 9). Precies-afgebakend citaat: “Citeer de volledige omschrijving.” Correctie: “(a signifier of) pretentiousness and ‘cultural elitism’”, met een Opmerking die expliciet toestaat dat de aanhalingstekens rond “cultural elitism” ontbreken.
  • Gewicht: 3/42.

Vraagtype combineervraag

Aantal: 3/42 (samen 7 scorepunten)

  • Vraag 11 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4). 2 gaten, 5 opties (a-e), 3 blijven over. Maximumscore 2 (1 punt per item).
  • Vraag 35 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8). 2 gaten, 7 woordgroepen (a-g), 5 blijven over. Maximumscore 2 (1 punt per item).
  • Vraag 42 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 11). 5 tekstdelen matchen aan 9 kopjes (a-i), 4 blijven over. Maximumscore 3, scoretabel (5 goed=3, 4 goed=2, 3 goed=1, ≤2 goed=0) — grootste combineervraag qua aantal opties (9) tot nu toe onderzocht.
  • Gewicht: 3/42 vragen, 7/48 scorepunten.

Vraagtype beweringenvraag

Aantal: 3/42 (samen 5 scorepunten: vraag 25 is 1p, vraag 14 en 33 zijn 2p)

  • Vraag 14 — Tekst 4, 4 items, 2p.
  • Vraag 25 — Tekst 6, 2 items, 1p.
  • Vraag 33 — Tekst 8, 4 items, 2p.
  • Gewicht: 3/42 vragen, 5/48 scorepunten.

Vraagtype ordeningsvraag

Aantal: 2/42

  • Vraag 16 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4). Afwijkende variant: een hele weggelaten alinea (geen losse zinnen) moet op de juiste plek tussen twee bestaande alinea’s gezet worden, uit zes mogelijke posities (A-F). Correctievoorschrift: C (“tussen alinea 3 en 4”).
  • Vraag 36 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 8). Klassieke variant: drie tekstdelen (a-c) herordenen. Correctie: “c-b-a”.
  • Gewicht: 2/42; vraag 16 introduceert een nieuwe subvariant (plaatsing van één weggelaten alinea tussen bestaande alinea’s, i.p.v. een interne volgorde van meerdere fragmenten bepalen).

Vraagtype kort antwoord

Aantal: 1/42

  • Vraag 8 — opgave + correctievoorschrift (Tekst 4). “In welke alinea wordt voor het eerst ingegaan op deze vraag? Noteer het nummer van deze alinea.” Correctie: “(alinea) 3”.
  • Gewicht: 1/42, laagste aandeel van dit vraagtype in de tot nu toe onderzochte tijdvakken.

Vraagtype open vraag in eigen woorden

Aantal: 2/42

  • Vraag 9 — Tekst 4 (zie Hoofdgedachte hierboven), NL-samenvatting van een alinea-punt.
  • Vraag 41 — Tekst 10 (zie Impliciete informatie afleiden hierboven), NL-antwoord over een impliciete voorspelling.
  • Gewicht: 2/42, beide in het Nederlands.

Correctieregels en scoring MVT

Aantal: doorlopend aanwezig

  • WAAR: correctievoorschrift, algemene en vakspecifieke regels, plus concrete toepassingen.
  • Vraag 39 bevat een ongewoon specifieke Opmerking over interpunctie: aanhalingstekens rond een deel van het citaat mogen ontbreken zonder puntenverlies — een nuance die niet eerder zo expliciet is gezien.
  • Vraag 28 en de “Nee”-antwoorden bij hybride vragen bevestigen opnieuw het vaste ja/nee+citaat-format.
  • Partiële-score-logica (regel 3.2) uitgewerkt bij vraag 14, 25, 33 (beweringen) en vraag 11, 35, 42 (combineren).
  • Gewicht: relevant voor alle niet-MC/invulvragen (3 citeer + 3 combineer + 3 beweringen + 2 ordening + 1 kort antwoord + 2 open vraag = 14/42) en voor de MC-basisregel (28/42); 28+14=42, klopt met het totaal.

Concepten met (vrijwel) geen hits dit tijdvak

  • Relaties tussen alinea’s en tekstdelen: 0 directe hits.
  • Woordenboekgebruik in het examen: 0 hits, zoals gebruikelijk.
  • Tekstsoorten en tekstdoelen: geen directe vraag, wel relevante achtergrond: Tekst 3 (twee ingezonden brieven), Tekst 7 (brief/ingezonden reactie over Philip Roth), Tekst 10 (satirisch/roddelrubriek-fragment, “The plot thickens…”).

Vraag zonder duidelijke conceptmatch

  • Vraag 1 — opgave (Tekst 1). “Why did Guillaume Rey lodge a complaint against his employer?” — directe reden-uit-de-tekst-vraag, geen scherpe conceptmatch. Correctievoorschrift: B.
  • Vraag 3 — opgave (Tekst 2). “Which of the following is not mentioned as a factor for this in this text?” — negatieve detailvraag (zie Bijzonderheden). Correctievoorschrift: E.
  • Vraag 17 — opgave (Tekst 5). “How did this craze change Britain according to the text?” — directe detailinformatie met 6 opties, geen scherpe match. Correctievoorschrift: D.
  • Vraag 29 — opgave (Tekst 7). “Which of the following is not said about Philip Roth in paragraph 2?” — tweede negatieve detailvraag dit tijdvak. Correctievoorschrift: B.

Bijzonderheden / opvallende zaken voor kruisverwijzing

  • Twee “NOT mentioned/not said”-vragen dit tijdvak (vraag 3, 29) — een negatieve MC-variant die in geen van de vier eerder onderzochte tijdvakken zo voorkwam. De moeite waard om te vermelden bij een toekomstige revisie van Vraagtype meerkeuzevraag als afleiderpatroon.
  • Vraag 16 (plaatsing van één weggelaten alinea tussen bestaande alinea’s uit zes posities) is een nieuwe ordeningsvraag-subvariant naast de klassieke volgorde-van-fragmenten-vraag (vraag 36 ditzelfde tijdvak).
  • Vraag 41’s vraagstelling bevat het woord “impliciete” letterlijk — het meest ondubbelzinnige signaal tot nu toe dat een vraag bij Impliciete informatie afleiden hoort.
  • Combineervraag 42 (9 kopjes, 5 gebruikt) is de grootste combineervraag qua aantal opties in alle vijf onderzochte tijdvakken dit vervolg.
  • Signaalwoorden keren dit tijdvak terug na afwezigheid in de twee voorgaande onderzochte tijdvakken (2021-tijdvak2, 2026-tijdvak1) — bevestigt dat dit sterk wisselt per tijdvak en geen stabiel percentage heeft.