Digest 2026 tijdvak II — Natuurkunde vwo
-
[Radioactief verval] | vraag 1 | vraag | dochterkern X in het vervalschema van cesium-137 geïdentificeerd (β-verval naar barium) | 2p
-
[Radioactief verval] | vraag 2 | vraag | aantal jaren tot 30% afname van de activiteit berekend uit de halveringstijd van cesium-137 | 3p
-
[Stralingsdosis] | vraag 3 | vraag+bijlage | type röntgenfoto bepaald waarmee het dosisequivalent van de capsule (uit fotonaantal en -energie) overeenkomt | 4p
-
[Stralingsdosis] | vraag 5 | vraag+bijlage | extra dosisequivalent van een passerende automobilist bepaald als oppervlakte onder de (dosistempo,t)-grafiek (uitwerkbijlage) | 4p
-
[Kwadratenwet] | vraag 4 | vraag | maximale detectieafstand van de capsule berekend uit activiteit, doorlaatpercentage, detectoroppervlak en de minimale fotonenflux | 4p
-
[Wrijvingskracht] | vraag 6 | vraag | volledige omtrek als remweg van het rotsblok aangetoond met de arbeid van de schuifwrijvingskracht (model 1) | 4p
-
[Wrijvingskracht] | vraag 8 | vraag | gelijk energieverlies per meter aan het eind van beide modellen verklaard uit de wrijvingsformule Fw = f·FN, die bij lage snelheid in beide modellen gelijk wordt | 2p
-
[Arbeid] | vraag 6 | vraag | arbeid van de schuifwrijvingskracht over de volledige omtrek gelijkgesteld aan de beginkinetische energie van het rotsblok | 4p
-
[Ontsnappingssnelheid] | vraag 7 | vraag | ontsnappingssnelheid van Phobos berekend uit massa en straal | 3p
-
[Middelpuntzoekende kracht] | vraag 8 | vraag | middelpuntzoekende kracht in model 2 verklaart waarom FN (en dus Fw) daalt bij hogere snelheid, in tegenstelling tot het vereenvoudigde model 1 | 2p
-
[Middelpuntzoekende kracht] | vraag 9 | vraag+bijlage | beginsnelheid voor een volledige ronde over Phobos afgelezen uit de (spoorlengte, beginsnelheid)-grafiek | 1p
-
[Middelpuntzoekende kracht] | vraag 10 | vraag | grenssnelheid vgrens berekend waarbij de middelpuntzoekende kracht gelijk wordt aan de zwaartekracht (cirkelbaan zonder wrijvingsverlies) | 4p
-
[Elektrisch veld] | vraag 12 | vraag | juiste schets van het elektrisch veld en de ladingsverdeling op de bollen vlak vóór de vonkontlading gekozen (meerkeuze) | 1p
-
[Elektromagnetische inductie] | vraag 13 | vraag+bijlage | tijdstip van de maximale inductiestroom in de munt bepaald uit de steilheid van het (Ispoel,t)-diagram | 3p
-
[Lorentzkracht] | vraag 14 | vraag+bijlage | juiste alternatieven over de lorentzkracht op de elektronen langs de rand van de munt aangekruist (uitwerkbijlage) | 2p
-
[Magnetisch veld] | vraag 14 | vraag+bijlage | richting van het magnetisch veld van de spoel gebruikt om de lorentzkracht op de randelektronen van de munt te bepalen | 2p
-
[Elektrisch vermogen en energie] | vraag 15 | vraag+bijlage | maximale opgenomen vermogen tijdens het krimpen bepaald uit het (Ispoel,t)-diagram en de spanning, vergeleken met gegeven vermogensvoorbeelden | 3p
-
[Orde van grootte schatten] | vraag 15 | vraag+bijlage | orde van grootte van het maximale vermogen tijdens het krimpen vergeleken met alledaagse elektrische vermogens | 3p
-
[Spanning] | vraag 16 | vraag | spanning van 3,0 V over een deel van de kleicilinder verklaard met spanningsdeling | 2p
-
[Spanning] | vraag 17 | vraag | verplaatsing van aansluitpunt B beargumenteerd om de spanning over het lampje naar 3,0 V te brengen | 3p
-
[Wet van Ohm] | vraag 16 | vraag | spanningsdeling over de kleicilinder (evenredig met de weerstand van elk deel) gebruikt om de gemeten spanning te verklaren | 2p
-
[Wet van Ohm] | vraag 17 | vraag | verandering van de weerstandsverdeling door het verplaatsen van aansluitpunt B gebruikt om de juiste richting te bepalen | 3p
-
[Wet van Ohm] | vraag 18 | vraag+bijlage | stroomsterkte bij aansluitpunt Q bepaald en het verloop van de (I,s)-grafiek tussen P en R geschetst (uitwerkbijlage) | 3p
-
[Energieniveaus en spectraallijnen] | vraag 19 | vraag | tweede gas in de lamp geïdentificeerd aan de hand van de spectraallijnen (Binas-tabel) | 1p
-
[Energieniveaus en spectraallijnen] | vraag 20 | vraag | golflengte van de Hα-lijn in lucht berekend uit de energieniveauformule van waterstof en de lichtsnelheid in lucht | 4p
-
[Elektronvolt] | vraag 20 | vraag | energieniveauformule En = -13,5983/n² (in eV) gebruikt om de Hα-golflengte te berekenen | 4p
-
[Dopplereffect] | vraag 21 | vraag+bijlage | golflengtegebied van drie snel bewegende waterstofatomen bepaald op basis van de dopplerverschuiving door hun bewegingsrichting | 2p
-
[Dopplereffect] | vraag 22 | vraag | verband tussen lijnbreedte en temperatuur (b ∝ √T) afgeleid uit de dopplerverschuiving en de kinetische energie van de gasatomen | 3p
-
[Dopplereffect] | vraag 23 | vraag | meetbaarheid van een lagere gastemperatuur met dezelfde spectrometer getoetst met het verband b ∝ √T | 3p
-
[Afleiden van een formule] | vraag 22 | vraag | verband b ∝ √T tussen lijnbreedte en temperatuur afgeleid uit de gegeven dopplerrelatie en kinetische energie | 3p
-
[Trillingstijd en frequentie] | vraag 24 | vraag+bijlage | frequentie van de wolfstoon bepaald uit de geluidsregistratie (uitwerkbijlage) | 3p
-
[Trillingstijd en frequentie] | vraag 26 | vraag | vermindering van de zweving door vibrato verklaard als een snelle variatie van de snaarfrequentie rond de wolfstoonfrequentie | 2p
-
[Massa-veersysteem] | vraag 25 | vraag | afname van de wolfstoonfrequentie na het schaven verklaard via een afname van de veerconstante (stijfheid) van het voorblad, niet via de massa | 4p
-
[Harmonische trilling] | vraag 25 | vraag | massa-veermodel van het voorblad gebruikt om uit te leggen waarom de eigenfrequentie afneemt bij een lagere stijfheid ondanks een kleinere massa | 4p
Totaal aantal geraakte concepten: 22