Scheikunde CE VWO 2021 tijdvak 2 — digest

Bron: pdftotext pagina’s 372–408 (examen + uitwerkbijlage + correctievoorschrift + 2 aanvullingen). 26 vragen, 64 punten, 4 contexten: (A) Waterstofauto’s die methaanzuur tanken [v1–7], (B) Retinal in het oog [v8–13], (C) Slim gebruik van glycerol [v14–19], (D) Doerian, een delicatesse? [v20–26].

Reactievergelijkingen opstellen

  • Vraagnummer(s): 1, 2, 4, 14, 15
  • Waar: vraag (steltekst) + correctievoorschrift (antwoordmodel geeft exacte vergelijkingen/scoring per deel: links/rechts van de pijl, elementbalans)
  • Frequentie: hoog — 5 van de 26 vragen, samen 16 punten
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de reactievergelijking van … in structuurformules / in molecuulformules”, “Geef de totaalvergelijking van het hele proces”; scoring altijd opgesplitst in deelscores voor linkerkant, rechterkant en kloppende elementbalans
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (16 punten over 5 vragen)

Notatieconventies structuurformules

  • Vraagnummer(s): 1, 9, 14, 20
  • Waar: vraag (verplicht structuurformules i.p.v. molecuulformules) + uitwerkbijlage (tekenvragen)
  • Frequentie: gemiddeld
  • Typisch vraagformat/frasering: ”… in structuurformules”, “Teken op de uitwerkbijlage …”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Atoomeconomie en E-factor

  • Vraagnummer(s): 2 (één deelscore van de 4)
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (expliciete berekening met molaire massa’s in noemer/teller)
  • Frequentie: laag (1 vraag, maar expliciete formule-toepassing)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de atoomeconomie van deze productie van …”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1 van 4 scorepunten van vraag 2)

Mol en molaire massa

  • Vraagnummer(s): 2, 3, 16, 17, 19, 26
  • Waar: correctievoorschrift (impliciet in vrijwel elke berekening: molaire massa’s van H2, CO2, HCOOH, butaandizuur, glycerol, EMB)
  • Frequentie: hoog — onderliggend in 6 rekenvragen
  • Typisch vraagformat/frasering: verscholen in “Bereken …”-vragen, molaire massa nooit letterlijk gevraagd maar altijd nodig
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog

Stoichiometrische berekeningen

  • Vraagnummer(s): 3, 16, 19, 26
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (meerstaps omrekeningen mol ↔ massa ↔ volume)
  • Frequentie: hoog
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken het volume/de massa/het gehalte …”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (samen 14 punten)

Dichtheid

  • Vraagnummer(s): 3
  • Waar: vraag (dichtheid methaanzuur 1,22 kg L–1 gegeven) + correctievoorschrift
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: dichtheid als omrekenfactor massa→volume in een stoichiometrie-vraag
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Significante cijfers

  • Vraagnummer(s): 3, 19
  • Waar: vraag (expliciet gevraagd) + correctievoorschrift (apart scorepunt “uitkomst in juiste aantal significante cijfers”; bij vraag 19 zelfs gecorrigeerd via 2e aanvulling op correctievoorschrift — dat scorepunt moest sowieso worden toegekend)
  • Frequentie: gemiddeld
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (apart scorepunt, dus examen-technisch belangrijk)

Ionen

  • Vraagnummer(s): 4, 5
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: gemiddeld
  • Typisch vraagformat/frasering: reactievergelijking met ionen (OH–, CHO2–) in basisch milieu; ladingsbalans van complexe ionen ([H4kat]4+, [kat]0)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Formele en partiële lading

  • Vraagnummer(s): 5, 6, 21
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (tekenen grensstructuur/mechanisme met formele ladingen) + correctievoorschrift
  • Frequentie: gemiddeld — 3 vragen, samen 6 punten
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de formele lading(en) aan”, “Leg uit welke lading … heeft”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog

Mesomerie en grensstructuren

  • Vraagnummer(s): 6
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (deeltje X–, rechter grensstructuur compleet maken, oktetregel)
  • Frequentie: laag (1 vraag, 2p)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Maak op de uitwerkbijlage de rechter grensstructuur … compleet”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Lewisstructuren

  • Vraagnummer(s): 6, 21
  • Waar: uitwerkbijlage + correctievoorschrift (niet-bindende elektronenparen expliciet vereist)
  • Frequentie: gemiddeld
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef in alle deeltjes de niet-bindende elektronenparen aan”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Verschuiving van evenwicht

  • Vraagnummer(s): 7
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (evenwicht tussen [H4kat]4+ en [kat]0, verschuiving bij lage pH)
  • Frequentie: laag (1 vraag, 2p)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit welk van beide katalysatordeeltjes … overwegend aanwezig is bij lage pH”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Isomerie

  • Vraagnummer(s): 8, 9, 20
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (cis/trans-isomerie in retinal en in ESET)
  • Frequentie: hoog — 3 vragen in twee verschillende contexten
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef aan bij welke C=C-bindingen … cis/trans-isomerisatie zou kunnen optreden”, “Leg uit of stof A is afgeleid van 11-cis- of 11-trans-retinal”, “Teken … de twee stereo-isomeren van ESET”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (samen 5 punten, terugkerend thema)

Chemische bindingstypen

  • Vraagnummer(s): 10, 11
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage + correctievoorschrift
  • Frequentie: gemiddeld
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit welke andere soort binding … zorgt voor de oriëntatie” (ion-dipoolbinding; dipool-dipoolbinding ook goedgerekend), “Teken … een waterstofbrug”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Polariteit van moleculen

  • Vraagnummer(s): 10
  • Waar: correctievoorschrift (dipool-karakter watermolecuul en restgroepen)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: onderdeel van de uitleg over ion-dipoolbinding/dipoolbinding
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Eiwitten

  • Vraagnummer(s): 11, 12, 13
  • Waar: vraag (peptideketen, restgroepen, aminozuureenheden van opsine)
  • Frequentie: gemiddeld
  • Typisch vraagformat/frasering: restgroepen van de peptideketen, aminozuureenheid-nummering
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Systeemdenken

  • Vraagnummer(s): 12
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (marge-antwoorden 110-145 / 235-280, schatting op basis van twee figuren samen)
  • Frequentie: laag qua aantal vragen, maar specifiek gemarkeerd voorbeeld van subdomein A13 (systeemdenken) uit de syllabus — combineren van informatie uit figuur 3 (positie in het membraan) én figuur 4 (hydropathie-index-grafiek) om tot een schatting te komen, zonder dat er één eenduidig exact antwoord is (vandaar de ruime marges in het correctievoorschrift)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef met behulp van figuur 3 en figuur 4 een schatting van de nummers van de aminozuureenheden die horen bij de gebieden X en Y”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag qua punten (2p), maar hoog qua examenwaarde — dit vraagtype (twee representaties combineren tot een kwalitatieve/kwantitatieve schatting) is typerend voor systeemdenkvragen en verdient extra aandacht bij het oefenen

Hydrofiel en hydrofoob

  • Vraagnummer(s): 12
  • Waar: vraag (hydropathie-index, hydrofiel/hydrofoob karakter van aminozuureenheden, positie t.o.v. celmembraan)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: “hoe hoger de hydropathie-index, hoe meer de hydrofobe eigenschappen overheersen”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (nauw verbonden met vraag 12/Systeemdenken)

Eiwitsynthese

  • Vraagnummer(s): 13
  • Waar: vraag (coderend DNA, startcodon, aminozuureenheid-nummer afleiden uit basenvolgorde) + correctievoorschrift
  • Frequentie: laag (1 vraag, 2p)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef het nummer van de eerste aminozuureenheid die in ‘rode’ opsine anders is dan in ‘groene’ opsine” + welke aminozuureenheid (Tyr vs Phe)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Nucleïnezuren

  • Vraagnummer(s): 13
  • Waar: vraag (DNA-basenvolgorde, figuur 5)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: gedeelte coderend DNA vanaf basenummer 826
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Vetten

  • Vraagnummer(s): 14
  • Waar: vraag (vorming van biodiesel uit vet + methanol, glycerol als bijproduct)
  • Frequentie: laag (1 vraag), maar context-bepalend voor hele opgave C
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de reactievergelijking van de vorming van biodiesel uit vet … Noteer de koolwaterstofrest van een vetzuur als CxHy”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (3p, kernvraag van context C)

Functionele groepen

  • Vraagnummer(s): 1, 14
  • Waar: vraag (esters, carbonzuren: methaanzuur, methylmethanoaat, methylester van vetzuur)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: herkennen/noteren van estergroepen in structuurformules
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Behoudswetten

  • Vraagnummer(s): 15 (en impliciet bij alle reactievergelijking-vragen)
  • Waar: correctievoorschrift (“de elementbalans juist”)
  • Frequentie: laag als apart concept, maar structureel onderdeel van scoring bij reactievergelijkingen
  • Typisch vraagformat/frasering: “elementbalans juist” als los scorepunt
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld

Rendement

  • Vraagnummer(s): 16
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (incl. eerste aanvulling op correctievoorschrift, kleine correctie in weergave van de formule)
  • Frequentie: laag (1 vraag), maar zwaar (4p)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken het rendement van deze vorming van … Neem aan dat alle beginstof geheel werd omgezet. Gebruik gegevens van reactie 1 en 2.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4 punten, en dit exacte model is aangevuld/gecorrigeerd — dus foutgevoelig)

Berekeningen met vormingswarmten

  • Vraagnummer(s): 17
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (vormingswarmten van butaandizuur en glycerol gegeven, reactiewarmte reactie 2 gegeven, gewogen combinatie 85%/15%)
  • Frequentie: laag (1 vraag), maar zwaar (4p)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de totale reactiewarmte in joule per kg … dat wordt gevormd volgens reacties 1 en 2”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog

Reactie-energie exotherm endotherm

  • Vraagnummer(s): 17
  • Waar: vraag (reacties 1 en 2 zijn beide exotherm, vrijgekomen energie gebruikt voor groei bacteriën)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: context-zin, niet apart bevraagd maar noodzakelijk voor tekenconventie in de berekening
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld

Buffersystemen

  • Vraagnummer(s): 18, 19
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: gemiddeld
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat zich gedurende het experiment een buffer vormt in het reactiemengsel” (zwak zuur + geconjugeerde base door NaOH-toevoeging); vraag 19 bouwt hierop voort met verdeling C4H6O4/C4H5O4–/C4H4O42–
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (samen 6p, en vraag 19 kreeg zelfs twee aanvullingen op het correctievoorschrift — foutgevoelig onderwerp)

Sterke en zwakke zuren en basen

  • Vraagnummer(s): 18
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (butaandizuur/ethaanzuur als zwak zuur, geconjugeerde base)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: notie “zwak zuur” vereist voor scorepunt
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld

Concentratie en molariteit

  • Vraagnummer(s): 19, 25, 26
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (molariteit NaOH, interne standaard thiofeen, molverhoudingen)
  • Frequentie: gemiddeld
  • Typisch vraagformat/frasering: gegeven molariteiten/volumes omrekenen naar mol en vervolgens naar gehalte
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Reactiemechanismen organisch

  • Vraagnummer(s): 21
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (mechanisme stap 2 compleet maken met pijlen voor elektronenparen)
  • Frequentie: laag (1 vraag), maar zwaar (3p) en volledig mechanistisch
  • Typisch vraagformat/frasering: “Maak op de uitwerkbijlage het mechanisme van de reactie in stap 2 compleet. Geef … structuurformule van deeltje X. Geef … niet-bindende elektronenparen aan. Geef met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst. Geef formele ladingen weer wanneer die voorkomen.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog

Activeringsenergie en katalyse

  • Vraagnummer(s): 22
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (energiediagrammen P/Q/R, snelheidsbepalende stap)
  • Frequentie: laag (1 vraag, 2p)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit welk van de diagrammen … in overeenstemming is met de gegevens over de relatieve snelheden van stap 2 en stap 3”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Reactiesnelheid

  • Vraagnummer(s): 22
  • Waar: vraag (relatieve snelheden stap 2 vs stap 3, snelheidsbepalende stap)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: gekoppeld aan energiediagram-interpretatie
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld

Massaspectrometrie interpreteren

  • Vraagnummer(s): 23, 24
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (molecuul-ion [M–H]+, fragmentmassa’s berekenen m/z 91 en m/z 63)
  • Frequentie: gemiddeld — 2 vragen, samen 4 punten
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit welk neutraal deeltje is afgesplitst”, “Leg uit welke atoombinding dat is” (op basis van massaverschil)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog

Gaschromatografie interpreteren

  • Vraagnummer(s): 25, 26
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (interne standaard, signaalsterkte recht evenredig met ingespoten volume/hoeveelheid stof)
  • Frequentie: gemiddeld — 2 vragen, samen 4 punten
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg met behulp van de tabel uit welke doerian een sterkere geur heeft”, “Bereken het gehalte … in de pulp in g L–1” met interne-standaardmethode
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog

Examenwerkwoorden

  • Vraagnummer(s): vrijwel alle (meta-patroon over het hele tijdvak)
  • Waar: vraagstelling (werkwoordgebruik)
  • Frequentie: hoog — “Geef” (v1, 4, 8, 13-deel, 14, 15), “Bereken” (v2-deel, 3, 16, 17, 19, 26), “Leg uit” (v5, 7, 9-deel, 10, 18, 22, 23, 24, 25), “Voer de volgende opdrachten uit” (combinatievragen v2, 9, 13), “Teken” (v11, 20), “Maak … compleet” (v6, 21)
  • Typisch vraagformat/frasering: dit tijdvak leunt zwaar op “Leg uit”-vragen (9 stuks) en gecombineerde “Voer de volgende opdrachten uit”-vragen die twee deelopdrachten in één vraag bundelen
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (structureel voor het hele tijdvak)

Groene chemie

  • Vraagnummer(s): 2 (context)
  • Waar: vraag (atoomeconomie als kernbegrip van groene chemie, waterstofopslag-problematiek)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: onderliggend thema, niet letterlijk bevraagd
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Industriële processen

  • Vraagnummer(s): 1, 2, 3 (context)
  • Waar: vraag (“Methaanzuur wordt momenteel industrieel bereid in drie stappen”)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: meerstaps industrieel proces als kadertekst
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Brandstoffen vergelijken

  • Vraagnummer(s): 1–4 (contextthema, niet apart bevraagd)
  • Waar: vraag (waterstofopslag, waterstofauto, energiedichtheid)
  • Frequentie: laag
  • Typisch vraagformat/frasering: waterstof als brandstof, opslagprobleem
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Duurzame energieproductie uit biomassa

  • Vraagnummer(s): 14–19 (contextthema)
  • Waar: vraag (biodiesel, glycerol-overschot, omzetting door micro-organismen tot chemicaliën)
  • Frequentie: laag-gemiddeld (onderliggend voor 6 vragen)
  • Typisch vraagformat/frasering: kaderteksten over biodieselproductie en valorisatie van glycerol
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag

Let op: “Correctievoorschrift algemene regels” (regels 1–5, vakspecifieke regels) is dit tijdvak identiek boilerplate aan andere tijdvakken en niet aan een specifieke examenvraag gekoppeld — niet apart opgenomen in dit digest.