Typisch vraagformat/frasering: “Geef een gedeelte van een molecuul [polymeer] in structuurformule weer. Dit gedeelte moet komen uit het midden van het molecuul en moet zijn ontstaan uit [n] moleculen [monomeer A] en [n] moleculen [monomeer B].” Zowel condensatiepolymerisatie (polycarbonaat uit bisfenol-A + DPC, vraag 1) als polymerisatie van gesubstitueerd stereen (X-fenyletheen + 1,3-diëthenylbenzeen, vraag 12).
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of [stof] tot de thermoplasten of tot de thermoharders behoort” (redenering via smeltbaarheid/ketenpolymeer, vraag 6); “Leg uit of het ontstane materiaal een netwerkpolymeer is” (redenering via resterende C=C-bindingen die crosslinks vormen, vraag 13).
Typisch vraagformat/frasering: “Geef met behulp van deze gegevens en het blokschema de reactievergelijking voor de synthese van [stof]. Gebruik molecuulformules.” Vakspecifieke regel: 1 punt aftrek bij triviale coëfficiëntfout of niet-kleinste-gehele-getallen.
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de reactiewarmte van de reactie in [reactor] per mol [stof] en geef aan of [reactor] moet worden verwarmd of gekoeld tijdens het proces.” Gebruikt ΔE = Σ(Evorming producten) − Σ(Evorming reactanten) met gegeven vormingswarmten.
Typisch vraagformat/frasering: “Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet. Noteer ontbrekende pijlen en ontbrekende stoffen bij de pijlen. Houd daarbij rekening met hergebruik van stoffen.” Grote vraag (5p), draait om recycling/hergebruik van tussenproducten (methanol, DMC, fenol) in een meerstaps industrieel proces.
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de atoomeconomie van de productie van [product] uit [beginstoffen].” Vereist eerst de totale (herleide) reactievergelijking op te stellen uit deelreacties/blokschema.
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de namen van deze stoffen” — hydrolyse van (huid)vet levert vetzuren + water als beginstof en glycerol/propaan-1,2,3-triol als reactieproduct.
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat … zowel de cis- als de trans-configuratie kunnen hebben” via verschuiving dubbele binding door mesomerie (vraag 8, vetzuurradicaal); “Geef … de andere mesomere grensstructuur van het zuurrestion … Gebruik Lewisstructuren en geef formele lading(en) aan” (vraag 21, ascorbinezuur-zuurrestion).
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking voor de reactie van Fe2+ met een vetzuurperoxide” (halfreactie/redoxvergelijking opstellen met gegeven notatie R–O–O–H, R–O•, vraag 9); “Leg uit of stof X … met een oxidator of een reductor moet reageren”, redenering via ladingsbalans/elektronenoverdracht (vraag 22).
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken het volume vluchtige verbindingen in cm3 dat totaal per dm2 is ontstaan … Het molair volume van een gas is 2,45·10–2 m3 mol–1.” Combinatie van sommeren van mol-hoeveelheden uit een tabel, molair volume en percentage-opschaling.
Typisch vraagformat/frasering: omrekenen van mol naar massa (via molaire massa) en vergelijken van verhoudingen (massa : geurdrempel) om de grootste bijdrage aan een mengsel te bepalen (vraag 11); optellen/herschalen van hoeveelheden uit een tabel (vraag 10).
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Percentage ppm en ppb
Vraagnummer(s): 11
Waar: vraag (context: geurdrempel in μg m–3)
Frequentie: 1× (indirect — geen expliciete ppm/ppb-omrekening vereist, wel lage-concentratie-eenheid als context)
Typisch vraagformat/frasering: geurdrempel gegeven in μg m–3, vergelijkbaar met lage-concentratie-eenheden; vraag zelf test vooral verhoudingsredenering, niet de ppm-omrekening zelf.
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of de weergegeven monomeereenheid aanwezig is in het AM of in het KM” — redenering via lading van vaste ionogene groep in polymeer versus mobiele tegenionen die het membraan moet doorlaten.
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de toename van de dikte van de koperelektrode in mm gedurende deze week. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.” Faraday-achtige berekening: lading → mol elektronen → mol/massa Cu → volume (via dichtheid) → dikte over oppervlak.
Typisch vraagformat/frasering: halfreacties aan elektroden gegeven (Cu ⇌ Cu2+ + 2e–), lading/stroom per oppervlak; vraag 16: “Leg uit dat het rondpompen van de beide oplossingen … ervoor zorgt dat er continu stroom kan worden opgewekt” — redenering over uitputten en aanvullen van Fe2+/Fe3+ aan de elektroden.
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking van deze hydrolyse. Gebruik structuurformules.” Hydrolyse van (cyclische) esterbinding in basisch milieu — let op: een correctievoorschrift-aanvulling wijzigt het antwoordmodel voor deze vraag (zie aanvulling achterin het pdf-bereik).
Typisch vraagformat/frasering: herkennen/beredeneren van carbonzuurgroep versus enolgroep (C=C–OH) op basis van reactiegedrag (diazomethaan, hydrolyse) — vraag 18 is een “geleide redenering” met voorgeschreven antwoordstructuur (“Als een molecuul … had bevat, dan was er …”).
Typisch vraagformat/frasering: onderbouwen welke groep (carbonzuur vs enol) verantwoordelijk is voor zure eigenschappen, op basis van experimentele reacties (diazomethaan-methylering en hydrolyse).
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de waarde van de Kz van ascorbinezuur … Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.” Halverwege-titratie-methode: bij het halfneutralisatiepunt geldt pH = pKz (via [HA] = [A–]).
Typisch vraagformat/frasering: “Maak op de uitwerkbijlage de Lewisstructuur van de weergegeven zuurrestionen compleet met de ontbrekende elektronenparen” (vraag 20); gecombineerd met mesomerie en formele lading in vraag 21.
Typisch vraagformat/frasering: “Gebruik Lewisstructuren en geef formele lading(en) aan” bij het tekenen van een mesomere grensstructuur van een zuurrestion.
Typisch vraagformat/frasering: cis-trans-isomerie rond een C=C-binding (vraag 8, via mesomerie); “Leg uit of in stap 2 ook nog andere stereo-isomeren van ascorbinezuur kunnen ontstaan als de reactie wordt uitgevoerd zonder het enzym” — redenering via afwezigheid van cis-trans-isomerie (cyclische vorm) én afwezigheid van asymmetrisch C-atoom (3-omringing) bij vraag 23.
Frequentie: 2× expliciet gevraagd, vaste vakspecifieke regel dat 1 scorepunt wordt afgetrokken bij foutieve eenheid/rekenfout
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers” — bij elektrolyse-berekening (2 sig. cijfers) en Kz-berekening (1 sig. cijfer).
Frequentie: 3× (impliciet, via gebruik van ~ voor keten-uiteinden en correcte structuurformule-notatie in beoordelingsmodel)
Typisch vraagformat/frasering: antwoordmodel accepteert expliciet varianten met ”~” of ”•” voor het begin/einde van een polymeerfragment; structuurformules van hydrolyseproducten moeten conventioneel correct getekend worden.