Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de E-factor van dit productieproces van [stof].” — gegeven molaire massa’s van alle beginstoffen/producten en een rendementspercentage.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p, vaste modelstappen: juiste molaire massa’s + coëfficiënten, dan rest van de berekening)
Berekeningen met vormingswarmten
Vraagnummer(s): 2
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de vormingswarmte van [stof].” — gegeven de reactiewarmte en de vormingswarmte van een andere stof in de reactie (Hess-achtige optelling van absolute vormingswarmten met coëfficiënten).
Typisch vraagformat/frasering: “Laat zien welke invloed de katalysator heeft op reactie X, door in beide energiediagrammen de ontbrekende energieniveaus met bijschriften te tekenen.”
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p, vereist correct tekenen op de uitwerkbijlage)
Chemisch evenwicht
Vraagnummer(s): 4
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de evenwichtsvoorwaarde voor reactie X. Gebruik [afkorting] als aanduiding voor [stof].” — puur de K-uitdrukking opstellen, geen numerieke waarde.
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat het toevoegen/onttrekken van stof X het rendement van de vorming van Y verhoogt.” (principe van Le Chatelier toegepast op een industrieel proces)
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Roostertypen en smelt- en kookpunt
Vraagnummer(s): 6
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Verklaar dat het kookpunt van [stof A] hoger is dan dat van [stof B]. Gebruik hierbij begrippen op microniveau.” — antwoordmodel accepteert zowel een waterstofbrug-argument als een molecuulmassa/vanderwaals-argument.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p totaal, gecombineerd met structuurformule tekenen)
Industriële processen
Vraagnummer(s): 7, 8
Waar: vraag + bijlage (blokschema) / correctievoorschrift — LET OP: vraag 7 kreeg een officiële derde aanvulling op het correctievoorschrift (2e en 3e scorepunt altijd toekennen, ongeacht antwoord, wegens verwarrende vraagstelling over “niets aangeven tussen R1 en S1”)
Frequentie: 2x
Typisch vraagformat/frasering: “Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet. Teken [reactor/stofstromen]. Houd rekening met hergebruik van stoffen.” / “Leid af… of de recirculatie een gesloten systeem is, of dat er netto stof wordt verbruikt.”
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (samen 6p; foutgevoelige vraagstelling, dus expliciet aandachtspunt)
Systeemdenken
Vraagnummer(s): 8
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1x (kern van vraag 8)
Typisch vraagformat/frasering: “Leid af met behulp van de reacties die optreden of de recirculatie van [stof] naar [reactor] een gesloten systeem is, of dat er in het proces netto [stof] wordt verbruikt.”
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)
Kringlopen en cradle-to-cradle
Vraagnummer(s): 7, 8
Waar: vraag (zijdelings)
Frequentie: 2x, maar secundair
Typisch vraagformat/frasering: recirculatie/hergebruik van methanol en cyanopyridine binnen een productieproces — kringloopgedachte toegepast op een processchema, geen expliciete cradle-to-cradle-terminologie in de vraag zelf.
Ruwe gewichtsinschatting: laag (hoofdfocus ligt bij Industriële processen / Systeemdenken)
Polymerisatiereacties
Vraagnummer(s): 9
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Teken de structuurformules van de drie andere monomeereenheden die voorkomen in synthetisch poly-isopreen. Neem aan dat er geen crosslinks worden gevormd.” (naast cis-1,4-additie: trans-1,4-, 1,2- en 3,4-additie)
Typisch vraagformat/frasering: verschillende additiewijzen van hetzelfde monomeer leiden tot structuurisomere monomeereenheden in het polymeer.
Ruwe gewichtsinschatting: laag (secundair; hoofdfocus bij Polymerisatiereacties)
Structuur-eigenschapsrelaties van materialen
Vraagnummer(s): 10, 11
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 2x
Typisch vraagformat/frasering: “Verklaar dat kristallijne gebieden zich kunnen vormen bij het oprekken van [polymeer].” / “Leg uit dat de aanwezigheid van kristallijne gebieden een autoband beter bestand tegen vervorming maakt. Gebruik begrippen op microniveau.” (regelmatige ketenopbouw → geordende stapeling → sterkere vanderwaalsbindingen)
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken het aantal monomeereenheden X per monomeereenheid Y in [copolymeer].” — gegeven een massaverhouding, omrekenen naar molverhouding via molaire massa’s.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)
Mesomerie en grensstructuren
Vraagnummer(s): 13
Waar: vraag + bijlage / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Maak op de uitwerkbijlage de beide grensstructuren van het in het polymeer gevormde radicaal compleet.”
Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (2p)
Reactievergelijkingen opstellen
Vraagnummer(s): 14
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking van deze vorming van [stof]. Gebruik structuurformules voor de organische deeltjes.” — meerdere beginstoffen combineren tot product + nevenproducten, kloppende elementbalans.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p)
Enzymen als biokatalysator
Vraagnummer(s): 15 (23 zijdelings)
Waar: vraag + bijlage (tabel invullen) / correctievoorschrift — LET OP: vraag 15 kreeg een officiële aanvulling (antwoordmodel gewijzigd naar “P hoger en Q veel hoger, R lager” i.p.v. de oorspronkelijke tabelindeling)
Frequentie: 1-2x
Typisch vraagformat/frasering: “Zet in de tabel op de uitwerkbijlage achter elk enzym een kruisje in de juiste kolom. Elke kolom moet hierbij één kruisje bevatten.” (enzymconcentraties afstemmen op gewenste productie)
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p), extra relevant door de aanvulling op het correctievoorschrift
Rendement
Vraagnummer(s): 16
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken het rendement van deze omzetting.” — gegeven massa uitgangsstof en massa daadwerkelijk gevormd product, via molaire massa’s naar theoretisch maximum.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)
pH-berekeningen zwakke zuren en basen
Vraagnummer(s): 17, 18
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 2x
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de pH waarbij X% van alle deeltjes voorkomt als zuurrest-ion. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.” / “Leg uit of de pH… hoger of lager is dan de berekende waarde.” (Kz, verhouding [~COO–]/[~COOH], gevolgredenering)
Typisch vraagformat/frasering: “Bepaal met behulp van figuur X het aantal aminozuureenheden in de eiwitketen.” — stopcodon herkennen in coderende DNA-streng, basen delen door 3.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Eiwitten
Vraagnummer(s): 20
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Teken met behulp van figuur X de structuurformule van het uiteinde van de eiwitketen. Dit gedeelte moet bestaan uit de laatste twee aminozuureenheden.” (restgroepen afleiden uit DNA-code, peptidebinding correct tekenen)
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p, vervolgvraag op 19)
Typisch vraagformat/frasering: “Maak op de uitwerkbijlage het mechanisme compleet. Teken de niet-bindende elektronenparen. Geef met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst tijdens de reactie.”
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Elektrochemische cel
Vraagnummer(s): 22, 24
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 2x
Typisch vraagformat/frasering: “Geef met behulp van figuur X de vergelijkingen van beide halfreacties.” / “Bereken de massa in gram [stof] die is omgezet.” — context: brandstofcel (pleister), stroomsterkte/tijd → lading → mol elektronen → massa (Faraday), uitkomst in juiste sig. cijfers.
Typisch vraagformat/frasering: “Geef… de vergelijkingen van beide halfreacties. Gebruik molecuulformules voor organische deeltjes.” — zie ook Elektrochemische cel voor de celcontext.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Reactiesnelheid
Vraagnummer(s): 23
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Verklaar dat bij hogere concentraties lactaat de reactiesnelheid minder toeneemt dan bij lagere concentraties.” (verzadiging van het enzym/de katalysator als beperkende factor)
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.” — steevast als apart scorepunt bij rekenvragen.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Notatieconventies structuurformules
Vraagnummer(s): 6, 9, 13, 14, 20, 21
Waar: vraag / correctievoorschrift (opmerkingen over toegestane notatie, bv. […]n voor polymeerketens niet aanrekenen, radicaalstip i.p.v. minteken max 1 scorepunt)
Frequentie: 6x — zeer frequent dit tijdvak
Typisch vraagformat/frasering: tekenen van structuurformules, grensstructuren of mechanismen; correctievoorschrift geeft expliciet aan welke notatievarianten wel/niet worden afgekeurd.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Examenwerkwoorden
Vraagnummer(s): 1–24 (doorlopend)
Waar: vraag
Frequentie: komt in vrijwel elke vraag voor (bereken, leg uit, verklaar, geef, teken, leid af, bepaal, maak compleet, voer de volgende opdrachten uit)
Typisch vraagformat/frasering: n.v.t. — het werkwoord bepaalt het vereiste antwoordtype (berekening vs. verklaring vs. tekening).
Ruwe gewichtsinschatting: hoog als vaardigheid (verkeerd interpreteren van het werkwoord/ontbrekende verklaring levert volgens algemene regel 3.6 doorgaans 0 punten op)
Correctievoorschrift algemene regels
Vraagnummer(s): n.v.t. (geldt voor het hele examen)
Waar: correctievoorschrift (secties “1 Regels voor de beoordeling”, “2 Algemene regels”, “3 Vakspecifieke regels”)
Frequentie: 1x per tijdvak, grotendeels vaste boilerplate-tekst
Typisch vraagformat/frasering: n.v.t. — bevat generieke scoreregels: 1 scorepunt aftrek bij rekenfouten of ontbrekende/foute eenheid, 1 scorepunt aftrek bij tribune-ionen of niet-kleinste gehele coëfficiënten in reactievergelijkingen, ”/” = gelijkwaardige formuleringen, haakjes = optioneel.
Ruwe gewichtsinschatting: laag als toetsstof zelf, maar hoog relevant voor hoe elke andere vraag in dit tijdvak wordt nagekeken