Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking van deze vorming van … uit … en …”; scoring expliciet op juiste formules links/rechts + kloppende elementbalans; vakspecifieke regel trekt 1 punt af bij spectatorionen of niet-kleinste-gehele-coëfficiënten.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Stoichiometrische berekeningen
Vraagnummer(s): 2, 19
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 2 vragen (3p, 4p)
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de massa/het volume … die/dat minimaal nodig is om … volledig om te zetten”, meerstaps mol-massa-mol ketens.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Mol en molaire massa
Vraagnummer(s): 2, 10, 19
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: onderdeel van vrijwel elke rekenvraag (3 vragen)
Typisch vraagformat/frasering: omrekening massa ↔ chemische hoeveelheid via molaire massa, vaak als tussenstap met eigen scorepunt.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Significante cijfers
Vraagnummer(s): 2, 10
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 2 vragen, expliciet gevraagd (“Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers”)
Typisch vraagformat/frasering: los scorepunt voor uitkomst in correct aantal sig. cijfers; vakspecifieke regel trekt 1p af bij rekenfout of ontbrekende eenheid.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Roostertypen en smelt- en kookpunt
Vraagnummer(s): 3
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag (2p)
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat [stof X] bij een lagere temperatuur verdampt dan [stof Y] … Gebruik begrippen op microniveau. Benoem de bindingstypes in beide stoffen.” — vergelijking vanderwaalsbinding (moleculair rooster) vs ionbinding (ionrooster).
Typisch vraagformat/frasering: “Benoem hierbij het bindingstype/de bindingtypes die een rol speelt/spelen”; ook tekenvraag met stippellijnen voor waterstofbruggen.
Typisch vraagformat/frasering: vergelijking met monohydraat als product; alternatieve tweestaps-notatie (zonder hydraat, dan + H2O) ook goedgerekend.
Ruwe gewichtsinschatting: laag
Verhoudingsformule van zouten
Vraagnummer(s): 5
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag (2p)
Typisch vraagformat/frasering: “Geef een mogelijke verhoudingsformule van het gevonden zout” op basis van gegeven molverhouding ionen (2:3) plus een derde ionsoort (hier NH4+) die uit context afgeleid moet worden.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Ionen
Vraagnummer(s): 5
Waar: vraag
Frequentie: 1 vraag, ondersteunend aan verhoudingsformule
Typisch vraagformat/frasering: herkennen/afleiden van ionsoort (NH4+) uit context (ammoniakoplossing).
Frequentie: 1 vraag (3p), kernvraag van de tekst “Cadmiumgeel”
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit, onder andere met behulp van evenwichtsbeschouwingen, dat [zout] aanwezig is … als gevolg van periodes met hoge luchtvochtigheid” met tabel Ks = [ion][ion]; redenering via relatief hoge/lage Ks-waarden.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Verschuiving van evenwicht
Vraagnummer(s): 6
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag, gecombineerd met oplosbaarheidsproduct
Typisch vraagformat/frasering: evenwicht CdSO4 ⇌ Cd2+ + SO42– dat zich instelt/verschuift bij menging van ionen; conclusie via richting van evenwicht.
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de naam van de scheidingsmethode” (extractie); uitleg waarom scheiding wel/niet mogelijk is met water vs basische oplossing; blokschema compleet maken met scheidingsruimte(n) en stofstromen (hergebruik).
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Polariteit van moleculen
Vraagnummer(s): 8
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag, onderdeel van extractie-uitleg
Typisch vraagformat/frasering: “apolair/hydrofoob/ongeladen” moleculen lossen niet op in water; vorming van ion-dipoolbindingen na ionisatie.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Hydrofiel en hydrofoob
Vraagnummer(s): 8
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag
Typisch vraagformat/frasering: gecombineerd met polariteit-argumentatie in dezelfde uitleg.
Ruwe gewichtsinschatting: laag
Redoxreacties
Vraagnummer(s): 9
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag (2p) — oxidatie van R–S– met O2 tot disulfide R–S–S–R
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking van de reactie die verloopt in R2” — afleiden deelreactie uit gegeven totaalreactie; oxidatie van zwavelgroep.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Reactiesnelheid
Vraagnummer(s): 10
Waar: vraag (met grafiek figuur 2) / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag (5p, hoogste puntenaantal van het examen)
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken met behulp van figuur 2 de gemiddelde omzettingssnelheid … in mol L–1 s–1 tussen t = … en t = …”; combinatie van ppm, dichtheid, molaire massa en aflezen uit grafiek.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Percentage ppm en ppb
Vraagnummer(s): 10
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag, als startgegeven (372 massa-ppm)
Typisch vraagformat/frasering: omrekening massa-ppm naar massa per liter via dichtheid, als eerste rekenstap.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Concentratie en molariteit
Vraagnummer(s): 10
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag, kernonderdeel van de snelheidsberekening
Typisch vraagformat/frasering: omrekening massa/ppm naar mol L–1 als tussenstap naar reactiesnelheid.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Dichtheid
Vraagnummer(s): 10, 19
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 2 vragen, steeds als gegeven omrekeningsfactor (kg L–1 resp. kg m–3)
Typisch vraagformat/frasering: dichtheid gegeven als los gegeven, nodig voor omrekening massa ↔ volume.
Frequentie: 2 vragen rond het Merox-blokschema (proceshergebruik natronloog)
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit welke bewerking het natronloog moet ondergaan voordat het kan worden teruggevoerd” (indampen/spuien wegens waterontstaan); blokschema met recycling compleet maken.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Polymerisatiereacties
Vraagnummer(s): 13, 14
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 2 vragen rond EPDM-rubber (additiepolymerisatie)
Typisch vraagformat/frasering: “Teken de structuurformule van een gedeelte van een molecuul t-EPDM” met vaste combinatie van monomeereenheden; effect van katalysatortype (random vs blok-copolymeer) op kristalliniteit.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Notatieconventies structuurformules
Vraagnummer(s): 13
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag (3p)
Typisch vraagformat/frasering: polymeerketen-gedeelte tekenen met correcte hoofdketen en afsluiting (bv. met ~); expliciete opmerking dat […]n-notatie niet goedgerekend wordt.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Structuur-eigenschapsrelaties van materialen
Vraagnummer(s): 14, 15
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 2 vragen (2p, 2p)
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of … leidt tot een groter of kleiner percentage kristallijne gebieden”; “Leg uit dat t-EPDM met een groot percentage kristallijne gebieden een kleinere vervormbaarheid heeft … Gebruik begrippen op microniveau” — redenering via ordening, afstand tussen ketens en sterkte vanderwaalsbinding.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Schaalniveaus micro meso macro
Vraagnummer(s): 3, 15
Waar: vraag
Frequentie: 2 vragen expliciet vragend om “begrippen op microniveau”
Typisch vraagformat/frasering: instructiezin “Gebruik hierbij begrippen op microniveau” als scoringsvoorwaarde binnen een uitlegvraag.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Groene chemie
Vraagnummer(s): 16
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag (2p) — biogebaseerd vs fossiel etheen en 14C-gehalte
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of het gehalte 14C in [biogebaseerd product] hoger of lager is dan in [product] geproduceerd op basis van fossiele grondstoffen.”
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Duurzame energieproductie uit biomassa
Vraagnummer(s): 16, 17
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 2 vragen — bio-ethanol uit suikerriet als grondstof, verbranding suikerrietresten als energiebron
Typisch vraagformat/frasering: context van bioproces (Keltan®-Eco) met vervangen van aardolie door bio-ethanol; energieberekening op basis van verbranding van biomassa-resten.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Berekeningen met vormingswarmten
Vraagnummer(s): 17
Waar: vraag / correctievoorschrift (incl. aanvulling op correctievoorschrift — correctie in modelantwoord)
Frequentie: 1 vraag (4p)
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de massa … die nodig is om de energie te leveren voor de omzetting van [hoeveelheid] tot [product]” via Binas/ScienceData vormingswarmten-tabellen; let op: officiële aanvulling corrigeert een typefout in het rekenvoorbeeld van het antwoordmodel (9,54·10⁵ → 9,54·10⁸ J).
Frequentie: 3 vragen rond peptideketens en aminozuureenheden
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit … of door deze omzetting de primaire structuur van de peptideketens … verloren gaat”; deeltje X identificeren in koppelingsschema (NH4+); vergelijking compleet maken + naam gevormde aminozuureenheid (glutaminezuur).
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
pH-berekeningen zwakke zuren en basen
Vraagnummer(s): 23
Waar: vraag / correctievoorschrift
Frequentie: 1 vraag (4p)
Typisch vraagformat/frasering: “Laat met een berekening zien dat bij pH = … het percentage [deeltje] kleiner is dan …%” via Kz-waarde en evenwichtsvoorwaarde [H3O+][B]/[BH+]; twee gelijkwaardige rekenroutes in antwoordmodel.
Frequentie: 1 vraag (3p), slotvraag van het examen
Typisch vraagformat/frasering: “Maak op de uitwerkbijlage het reactiemechanisme compleet. Teken links van de pijl de niet-bindende elektronenparen. Geef … met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst.”
Ruwe gewichtsinschatting: hoog
Lewisstructuren
Vraagnummer(s): 24, 25
Waar: vraag / uitwerkbijlage
Frequentie: 2 vragen, elektronenparen tekenen als basis voor mesomerie en mechanisme
Typisch vraagformat/frasering: niet-bindende elektronenparen correct weergeven als scoringsvoorwaarde.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld
Correctievoorschrift algemene regels
Vraagnummer(s): (n.v.t. — geldt voor het hele examen)
Waar: correctievoorschrift (secties 1–3: Regels voor de beoordeling, Algemene regels, Vakspecifieke regels)
Frequentie: vast onderdeel van elk correctievoorschrift, ongewijzigd van format
Typisch vraagformat/frasering: standaardregels over scorepunten, afronding, spectatorionen/coëfficiënten bij reactievergelijkingen (–1p), ontbrekende eenheid (–1p), toestandsaanduidingen alleen beoordelen indien expliciet gevraagd.
Ruwe gewichtsinschatting: laag
Examenwerkwoorden
Vraagnummer(s): 1–25 (doorlopend)
Waar: vraag
Frequentie: bepaalt vrijwel elke vraagformulering
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking van…”, “Bereken…”, “Leg uit dat/of…”, “Teken…”, “Maak … compleet” — sturen exact welk type antwoord (en hoeveel score-elementen) verwacht wordt.