Scheikunde CE VWO 2023 tijdvak 2 — digest

Bron: VW-1028-a-23-2-o (opgaven), VW-1028-a-23-2-u (uitwerkbijlage), VW-1028-a-23-2-c (correctievoorschrift) + aanvulling VW-1028-a-23-2-c-A. 25 vragen, 64 punten, 4 contexten: Indigo (v1-7), Gifblaar (v8-13), PFOA (v14-19), Vonkremmers (v20-25).

Mol en molaire massa

  • Vraagnummer(s): 1
  • Waar: vraag (berekening) / correctievoorschrift (antwoordmodel geeft molaire massa indigo = 262 g/mol als scorepunt)
  • Frequentie: 1x, als deelstap in een oplosbaarheidsberekening
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de oplosbaarheid van [stof] in mol L−1” gegeven een oplosbaarheid in mg/L — vereist eerst molaire massa bepalen uit molecuulformule.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1 van de 2 scorepunten van vraag 1)

Concentratie en molariteit

  • Vraagnummer(s): 1
  • Waar: vraag (berekening)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: omrekenen van massaconcentratie (mg L−1) naar molariteit (mol L−1).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p totaal voor vraag 1)

VSEPR-theorie

  • Vraagnummer(s): 2
  • Waar: vraag (uitleg)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat de structuur… niet vlak is. Gebruik hierbij de VSEPR-theorie” — antwoordmodel redeneert via omringingsgetal 4 van N-atomen → tetraëdrische hoek → niet vlak.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 2p)

Lewisstructuren

  • Vraagnummer(s): 3
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (lewisstructuur compleet maken met bindende/niet-bindende elektronenparen)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Maak op de uitwerkbijlage de lewisstructuur compleet met de ontbrekende bindende en niet-bindende elektronenparen.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p, grootste deelvraag van context Indigo)

Mesomerie en grensstructuren

  • Vraagnummer(s): 1 (indirect, “alle mogelijke grensstructuren”), 3
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 2x (kader + uitwerking)
  • Typisch vraagformat/frasering: molecuul is vlak/niet-vlak te verklaren via grensstructuren; positieve formele lading kan op verschillende atomen in grensstructuren terechtkomen; lewisstructuur van “zo’n grensstructuur” completeren.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (draagt de hele indigo-opening, vraag 3 = 3p)

Formele en partiële lading

  • Vraagnummer(s): 3, 4
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 2x
  • Typisch vraagformat/frasering: grensstructuur met formele ladingen op O- en andere atomen; interactie “ion-dipoolbinding” tussen negatief geladen O-atoom en NH-groep als alternatief antwoord bij vraag 4.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Hydrofiel en hydrofoob

  • Vraagnummer(s): 4
  • Waar: vraag
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: verklaar slechte oplosbaarheid vanuit twee factoren (interne interacties vs. zwakke interacties met watermoleculen); antwoord in vast format “atomen/atoomgroepen: … / interactie: …”.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Polariteit van moleculen

  • Vraagnummer(s): 4
  • Waar: vraag
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: interacties zoals waterstofbrug of ion-dipoolbinding tussen molecuuldelen, gekoppeld aan slechte wateroplosbaarheid.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag/gemiddeld (secundair aspect van vraag 4)

Redoxreacties

  • Vraagnummer(s): 5
  • Waar: vraag (afleiding halfreactie) / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leid de halfreactie van de omzetting van [stof] tot [stof] af. Gebruik hierbij molecuulformules.” — reductie met H2O en e− als reagentia, OH− als product.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 2p, met expliciete alternatieve notatie in opmerkingenblok)

Eiwitsynthese

  • Vraagnummer(s): 6
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: aminozuurvervanging in enzym (histidine → alanine) terugvertalen naar welke twee nucleïnebasen in coderende DNA-streng zijn vervangen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 2p)

Nucleïnezuren

  • Vraagnummer(s): 6
  • Waar: vraag
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: benoemen van nucleïnebasen (C, G, A, T) in coderende streng van DNA, vast antwoordformat “Nucleïnebase … is vervangen door …”.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Enzymen als biokatalysator

  • Vraagnummer(s): 7
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (tabel invullen: wel/niet blauwkleuring per experiment)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: redeneren welke combinatie van enzymen (FMO, UGT, BGL) resulteert in vorming van eindproduct, op basis van een gegeven schema/route.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 2p)

Verhoudingsformule van zouten

  • Vraagnummer(s): 8
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de verhoudingsformule van het gevormde [calciumzout]” na reactie van een zuur met calciumhydroxide.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1p, kleine losse vraag)

Ionen

  • Vraagnummer(s): 8, 12
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 2x
  • Typisch vraagformat/frasering: lading en aantal deeltjes bepalen van ionsoorten in een cluster (Fe2+, Fe3+, S2−); ladingsbalans bij verhoudingsformule van een zout.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Percentage ppm en ppb

  • Vraagnummer(s): 9
  • Waar: vraag (berekening)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: gehalte in µg per g (ppm-achtige eenheid) omrekenen naar massa van de stof zelf, als stap in een grotere berekening (LD50).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1 deelstap van 4p-vraag)

Stoichiometrische berekeningen

  • Vraagnummer(s): 9, 15
  • Waar: vraag (berekening) / correctievoorschrift (stapsgewijs scoremodel)
  • Frequentie: 2x
  • Typisch vraagformat/frasering: meerstaps kettingberekening met omrekeningsfactoren (massa → mol → lading, of gehalte → dosis → massa blad), afgesloten met significantie-eis.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p elk, grootste berekeningsvragen van het examen)

Significante cijfers

  • Vraagnummer(s): 9, 15
  • Waar: correctievoorschrift (los scorepunt “significantie”)
  • Frequentie: 2x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers” als expliciete eis, apart scorepunt in beoordelingsmodel.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (telkens 1 van de 4 scorepunten)

Notatieconventies structuurformules

  • Vraagnummer(s): 10, 13
  • Waar: vraag / correctievoorschrift (opmerkingen over toegestane alternatieve notaties, bv. “–S–CoA”, “COOH”)
  • Frequentie: 2x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de structuurformule van …” met voorgeschreven notatie-aanduidingen (–S–CoA, –S–Fe, ~ voor peptideketen-uiteinden).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld/hoog

Functionele groepen

  • Vraagnummer(s): 10, 23
  • Waar: vraag
  • Frequentie: 2x
  • Typisch vraagformat/frasering: thio-estergroep vergelijken met gewone estergroep; COOH-groep wordt omgezet tot CN-groep bij behoud van koolstofskelet.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

Reactiemechanismen organisch

  • Vraagnummer(s): 11
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (pijlen elektronenparen tekenen)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef in het omkaderde deel met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst” + ontbrekende atomen/atoomgroepen tekenen in reactieproduct.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Isomerie

  • Vraagnummer(s): 11
  • Waar: vraag (cis/trans-configuratie van COOH-groepen rondom C=C-binding)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: rotatie van molecuul in actief centrum resulteert in trans-configuratie; scorepunt voor correcte trans-plaatsing rondom dubbele binding.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag/gemiddeld (1 van de 2 scorepunten van vraag 11)

Eiwitten

  • Vraagnummer(s): 13
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Teken dit peptidefragment. Gebruik hierbij structuurformules” voor een gegeven aminozuurvolgorde (Cys–Gly–Pro–Cys), inclusief binding aan metaalcluster.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 4p — grootste tekenvraag van het examen)

Polymerisatiereacties

  • Vraagnummer(s): 14
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking voor de vorming van poly[…] uit [monomeer]. Gebruik hierbij structuurformules.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 2p)

Elektrolyse

  • Vraagnummer(s): 15
  • Waar: vraag (berekening ladingsoverdracht in coulomb) / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: elektrochemische cel met gegeven halfreactie; bereken lading in C via mol elektronen en de constante 9,65·10^4 C/mol.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 4p)

Scheidingsmethoden

  • Vraagnummer(s): 16
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit welke scheidingsmethode wordt gebruikt in [scheidingsruimte]” op basis van verschil in oplosbaarheid van twee stoffen in water.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Industriële processen

  • Vraagnummer(s): 17
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (blokschema completeren: reactor tekenen, pijlen en stofstromen benoemen)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet” met reactoren, scheidingsruimtes en stofstromen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 4p)

Behoudswetten

  • Vraagnummer(s): 17
  • Waar: vraag (impliciet: massabalans van stofstromen rond reactoren)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: ontbrekende stofstromen (H2, HF, H2O) afleiden uit behoud van massa/atomen rond een reactorschema.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld

pH-berekeningen zwakke zuren en basen

  • Vraagnummer(s): 18
  • Waar: vraag (berekening) / correctievoorschrift + aanvulling correctievoorschrift (verduidelijking notatie C7F15COOH i.p.v. C7H15COOH)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: bereken percentage van zwak zuur aanwezig als ongedissocieerde vorm bij gegeven pH, met Kz-waarde.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 4p; let op: correctievoorschrift is voor deze vraag achteraf aangevuld/gecorrigeerd)

Evenwichtsconstante berekeningen

  • Vraagnummer(s): 18
  • Waar: vraag (berekening) / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: opstellen en gebruiken van evenwichtsvoorwaarde (Kz-expressie) om concentratieverhouding te bepalen.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld/hoog

Sterke en zwakke zuren en basen

  • Vraagnummer(s): 18
  • Waar: vraag (contextzin: “PFOA is een zwak zuur met een Kz-waarde van…”)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: herkennen dat een stof een zwak zuur is en daardoor in evenwicht aanwezig is als zuur/geconjugeerde base.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (contextuele basis voor vraag 18, niet apart bevraagd)

Massaspectrometrie interpreteren

  • Vraagnummer(s): 19
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leid de molecuulformule van het neutrale fragment Y af” uit massaverschil tussen twee pieken (m/z-waarden) in een massaspectrum.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)

Reactiesnelheid

  • Vraagnummer(s): 20
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit… Gebruik hierbij begrippen uit het botsende-deeltjes-model” — verband tussen druk, concentratie/afstand deeltjes en botsingsfrequentie.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 2p)

Reactievergelijkingen opstellen

  • Vraagnummer(s): 21, 23
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 2x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de totaalvergelijking van proces […]” door deelreacties op te tellen/weg te strepen; of “Geef de vergelijking voor deze vorming van […]. Gebruik hierbij structuurformules voor de koolstofverbindingen.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p elk)

Berekeningen met vormingswarmten

  • Vraagnummer(s): 21
  • Waar: vraag (berekening) / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de reactiewarmte van proces […] per mol [product]” met gegeven vormingswarmten van reactanten/producten.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2 van de 4p van vraag 21)

Groene chemie

  • Vraagnummer(s): 22
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef één argument vóór en twee argumenten tégen deze stelling” (over of een alternatief proces beter voldoet aan groene chemie), vast antwoordformat “Voor: … / Tegen: … / Tegen: …”.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige vraag, 2p)

Milieu- en gezondheidsaspecten van productieprocessen

  • Vraagnummer(s): 22, 25
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 2x
  • Typisch vraagformat/frasering: argumenten over gebruik van giftige grondstoffen (fluor, broom) versus energie/afvalefficiëntie; berekening van afname van bijdrage aan broeikaseffect (GWP-waarden) bij vervanging van een stof.
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog

Atoomeconomie en E-factor

  • Vraagnummer(s): 22
  • Waar: vraag (correctievoorschrift noemt expliciet “lagere atoomeconomie” als mogelijk argument tegen de stelling)
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: alternatief proces “levert meer afval op / heeft een lagere atoomeconomie” als tegenargument bij duurzaamheidsvraag.
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (één van meerdere mogelijke antwoorden, niet verplicht)

Reactie-energie exotherm endotherm

  • Vraagnummer(s): 24
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit welk energiediagram het best past bij de ontleding van […] tot de elementen” — bepalen of proces endo- of exotherm is op basis van vormingswarmte.
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1 van de 2 scorepunten)

Activeringsenergie en katalyse

  • Vraagnummer(s): 24
  • Waar: vraag / correctievoorschrift
  • Frequentie: 1x
  • Typisch vraagformat/frasering: kiezen van energiediagram op basis van relatief hoge activeringsenergie (“deze reactie treedt pas op bij zeer hoge waardes van de toegevoerde energie”).
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1 van de 2 scorepunten)