Scheikunde CE VWO 2024 tijdvak 1 — digest
Bron: VW-1028-a-24-1 (opgave + uitwerkbijlage + correctievoorschrift, incl. aanvulling correctievoorschrift). 23 vragen, 64 punten, 3 contexten: “DME uit koolstofdioxide” (v1-5), “Battolyser” (v6-10), “Microbolletjes” (v11-16), “Creatine” (v17-23).
Reactievergelijkingen opstellen
- Vraagnummer(s): 1
- Waar: vraag (totaalvergelijking gevraagd) / correctievoorschrift (twee gelijkwaardige antwoordvarianten, plus een derde variant in de officiële aanvulling op het correctievoorschrift met CH3OH als kloppende tussenstof)
- Frequentie: 1 vraag (onderdeel van een 4p-vraag)
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef de totaalvergelijking van de vorming van [stof] uit [beginstoffen].” — twee deelreacties optellen/wegstrepen tot totaalvergelijking.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2 van de 4 scorepunten van vraag 1)
Berekeningen met vormingswarmten
- Vraagnummer(s): 1
- Waar: vraag / correctievoorschrift (twee equivalente rekenmethoden gegeven, plus een derde correcte variant in de aanvulling)
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de reactiewarmte van deze vorming van [stof] per mol [stof]” — Ebegin − Eeind met vormingswarmtes en coëfficiënten.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (2 van de 4 scorepunten van vraag 1)
Chemisch evenwicht
- Vraagnummer(s): 2
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef de evenwichtsvoorwaarde van reactie …” — K uitdrukken in concentraties of partiële drukken (twee gelijkwaardige notaties goedgekeurd).
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1 van de 3 scorepunten van vraag 2)
Verschuiving van evenwicht
- Vraagnummer(s): 2
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat … de druk hoog moet worden gehouden voor een zo hoog mogelijk rendement” — effect van drukverhoging op Q vs. K resp. op aantal gasdeeltjes links/rechts van de pijl.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (2 van de 3 scorepunten van vraag 2)
Roostertypen en smelt- en kookpunt
- Vraagnummer(s): 3
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat [stof] het laagste kookpunt heeft van deze drie stoffen. Gebruik hierbij begrippen op microniveau.” — vergelijking van type intermoleculaire bindingen (waterstofbrug vs. dipool-dipool/vanderwaals) tussen drie verwante stoffen.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (volledige 2p-vraag)
Scheidingsmethoden
- Vraagnummer(s): 4, 12, 22
- Waar: vraag (v4, v12, v22) / bijlage (v4: blokschema; v22: chromatogram figuur 3) / correctievoorschrift
- Frequentie: 3 vragen — meest terugkerende scheikunde-scheidingsconcept in dit tijdvak
- Typisch vraagformat/frasering: blokschema van een destillatie-/scheidingsproces compleet maken op volgorde van kookpunt (v4); namen van scheidingsmethoden geven bij een beschreven proces, bv. “extraheren”/“indampen” (v12); chromatogram-pieken toewijzen aan stoffen op basis van polariteit/verdelingscoëfficiënt en apolaire stationaire fase (v22).
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (samen 3+2+3 = 8 punten verspreid over de contexten DME en Creatine)
Industriële processen
- Vraagnummer(s): 4
- Waar: vraag / bijlage (onvolledig blokschema) / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Maak het blokschema … compleet. Teken ontbrekende pijlen en noteer ontbrekende stoffen … Houd hierbij rekening met hergebruik van stoffen.” — recycling/hergebruik van stofstromen (methanol terug naar reactor) in een meerstaps productieproces.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (volledige 3p-vraag)
Atoomeconomie en E-factor
- Vraagnummer(s): 5
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de E-factor van reactie … bij een rendement van …%. Beschouw water hierbij als afval.” gevolgd door “Leg uit of deze E-factor de minimale of de maximale waarde was” — E-factor berekenen én kwalitatief verband E-factor/rendement beredeneren.
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige 3p-vraag, geheel gewijd aan dit concept)
Redoxreacties
- Vraagnummer(s): 6
- Waar: vraag / correctievoorschrift (incl. opmerking over alternatieve halfreactie-notaties met H+/H3O+)
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijkingen van de halfreacties die verlopen tijdens het opladen en geef de totaalvergelijking” — halfreacties opstellen en optellen tot totaalvergelijking van een oplaadbare batterij.
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige 3p-vraag)
Elektrochemische cel
- Vraagnummer(s): 6, 7
- Waar: vraag / bijlage (figuur 1: schema battolyser) / correctievoorschrift
- Frequentie: 2 vragen (samenhangende opbouw rond hetzelfde apparaat, de “battolyser”)
- Typisch vraagformat/frasering: schematische celopbouw met linker/rechter elektrode en membraan; halfreacties koppelen aan elektroden; ionbeweging door het membraan beredeneren.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (samen 3+2 = 5 punten)
Elektrolyse
- Vraagnummer(s): 7, 8
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 2 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit in welke richting de hydroxide-ionen het membraan passeren tijdens het opladen” (elektroneutraliteit-redenering, v7); lading in coulomb berekenen uit massa water, elektronen per molecuul en lading per mol elektronen (v8, klassieke Faraday-achtige berekening).
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (samen 2+3 = 5 punten)
Stoichiometrische berekeningen
- Vraagnummer(s): 8, 10, 20
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 3 vragen — meest voorkomende reken-vaardigheid in dit tijdvak
- Typisch vraagformat/frasering: meerstaps ketenberekeningen massa → mol → mol → massa/volume/lading, vaak met rendement en/of dichtheid erin verwerkt (bv. “Bereken de lading …”, “Bereken het volume … methaanzuur dat nodig is om … te produceren”, “Bereken de massa in gram glycine die … dagelijks moet omzetten”).
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (samen 3+5+5 = 13 punten, grootste blok van het examen)
Mol en molaire massa
- Vraagnummer(s): 1, 5, 8, 10, 20
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 5 vragen (als ingebedde basisvaardigheid binnen grotere berekeningen, geen vraag die dit geïsoleerd toetst)
- Typisch vraagformat/frasering: impliciet aanwezig in vrijwel elke berekeningsvraag via omrekening van massa naar chemische hoeveelheid (mol) en terug.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (fundament onder meerdere hoog-gewogen vragen, maar nooit zelfstandig bevraagd)
Activeringsenergie en katalyse
- Vraagnummer(s): 9
- Waar: vraag / bijlage (figuur 2: grafiek Ea vs. massa% FeO(OH)) / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit bij welke waarde van het massapercentage … de reactiesnelheid het hoogst is” — laagste activeringsenergie in een grafiek aflezen en koppelen aan hoogste reactiesnelheid.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (volledige 2p-vraag)
Rendement
- Vraagnummer(s): 10
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag (rendement 90,0% verwerkt in de rekenketen)
- Typisch vraagformat/frasering: rendementspercentage van een reactie verwerken in een stoichiometrische berekening om de werkelijk benodigde hoeveelheid grondstof te vinden.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van de 5p-vraag 10)
Dichtheid
- Vraagnummer(s): 10
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: gegeven dichtheid gebruiken om van massa naar volume om te rekenen (“De dichtheid van methaanzuur is 1,22·10^3 kg m
- Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (kleine stap binnen de 5p-vraag 10)
Significante cijfers
- Vraagnummer(s): 10, 20
- Waar: vraag (expliciet gevraagd: “Geef je antwoord in het juiste aantal significante cijfers”) / correctievoorschrift (apart scorepunt “significantie”)
- Frequentie: 2 vragen, beide grote (5p) rekenvragen
- Typisch vraagformat/frasering: laatste scorepunt van een meerstaps berekening, apart beoordeeld op correct aantal significante cijfers in het eindantwoord.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (telkens 1 van de 5 punten, maar systematisch aanwezig bij grote rekenvragen)
Polymerisatiereacties
- Vraagnummer(s): 11
- Waar: vraag / bijlage (vergelijking hydrolyse compleet maken) / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Maak … de vergelijking van de volledige hydrolyse van [copolymeer] compleet met de ontbrekende stoffen en coëfficiënten. Gebruik structuurformules.” — hydrolyse van een condensatiepolymeer (PLGA) terug naar de monomeren (melkzuur, glycolzuur).
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (volledige 3p-vraag)
Hydrofiel en hydrofoob
- Vraagnummer(s): 13
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of de EE relatief hoog of relatief laag is als een geneesmiddel wordt gebruikt met een hoge wateroplosbaarheid” — kwalitatieve redenering over oplosbaarheid/inkapseling.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (volledige 2p-vraag)
Polariteit van moleculen
- Vraagnummer(s): 14
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit, aan de hand van de microstructuur van beide oplosmiddelen, welk … het best in water kan oplossen” — dipoolmolecuul vs. niet-dipoolmolecuul vergelijken op basis van symmetrie van partiële ladingen.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (2 van de 3 scorepunten van vraag 14)
VSEPR-theorie
- Vraagnummer(s): 14
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Het koolstofatoom heeft een 4-omringing / tetraëderstructuur” als basis voor de polariteitsredenering.
- Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (1 van de 3 scorepunten van vraag 14, als opstapje naar polariteit)
Lewisstructuren
- Vraagnummer(s): 15, 19
- Waar: vraag / bijlage (v19: mechanisme-tekening) / correctievoorschrift
- Frequentie: 2 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: “Teken de lewisstructuur van deeltje X. Geef hierbij (de) formele lading(en) aan” (v15); “Teken … de niet-bindende elektronenparen, waarbij alle atomen voldoen aan de oktetregel” (v19).
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (samen 3+2 = 5 punten)
Formele en partiële lading
- Vraagnummer(s): 15
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: formele lading(en) aangeven bij een getekende lewisstructuur van een reactietussenproduct.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van de 3p-vraag 15)
Reactiemechanismen organisch
- Vraagnummer(s): 15, 19
- Waar: vraag / bijlage (onvolledig mechanisme in figuur/uitwerkbijlage) / correctievoorschrift
- Frequentie: 2 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: onvolledig reactiemechanisme afmaken; deeltje X tekenen dat als tussenproduct snel uiteenvalt (v15); “Geef met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst tijdens deze omzetting” (v19, methylgroep-overdracht).
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (samen 3+2 = 5 punten, terugkerend mechanisme-type vraag)
Sterke en zwakke zuren en basen
- Vraagnummer(s): 16
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of bij lagere pH de oplosbaarheid in water van deze stof hoger of lager is” voor een zwakke base — protonering bij lage pH en gevolg voor binding met watermoleculen.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (volledige 2p-vraag)
Eiwitten
- Vraagnummer(s): 17, 18
- Waar: vraag / bijlage (v18: interacties intekenen in actief centrum enzym) / correctievoorschrift
- Frequentie: 2 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: structuurformule van een (niet in Binas/ScienceData vermeld) aminozuur tekenen op basis van een biosynthesereactie (v17); interacties tussen een substraat-aminozuur en een enzym-actief-centrum benoemen en intekenen (v18).
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (samen 2+2 = 4 punten)
Chemische bindingstypen
- Vraagnummer(s): 18
- Waar: vraag / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef … met stippellijntjes twee interacties/bindingstypen aan … Noteer in de tabel de naam van elke interactie” — ion-dipoolbinding, waterstofbrug, dipool-dipoolbinding benoemen.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (volledige 2p-vraag, deelt punten met “Eiwitten”)
Eiwitsynthese
- Vraagnummer(s): 21
- Waar: vraag / bijlage (tabel coderende/matrijsstreng in te vullen) / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: mutatie in DNA koppelen aan een aminozuurverandering in een eiwit; basen op coderende én matrijsstreng geven plus nummer van het afwijkende basenpaar, met gebruik van Binas-tabel 71G/ScienceData-tabel 16.9.
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (volledige 3p-vraag)
Enzymen als biokatalysator
- Vraagnummer(s): 23
- Waar: vraag / bijlage (twee invulzinnen over gehaltes bij AGAT- resp. GAMT-deficiëntie) / correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: gevolgen van het uitvallen van een specifiek enzym in een meerstaps biosyntheseroute redeneren naar op- of neergaande concentraties van tussen- en eindproduct.
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (volledige 2p-vraag)
Correctievoorschrift algemene regels
- Vraagnummer(s): n.v.t. (geldt voor het hele examen; met name relevant bij v1, 5, 6, 8, 10, 20)
- Waar: correctievoorschrift, sectie “3 Vakspecifieke regels” (rekenfouten/eenheid −1 scorepunt, tribune-ionen/niet-kleinste-gehele-coëfficiënten −1 scorepunt bij reactievergelijkingen, toestandsaanduidingen alleen aanrekenen indien expliciet gevraagd) en de aanvulling op het correctievoorschrift (extra goedgekeurde antwoordvariant v1, coulance-opmerking v7 bij consequent gevolg van fout in v6, aangepaste formulering scorepunt v22)
- Frequentie: doorlopend van toepassing, expliciet uitgewerkt bij minstens 6 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: geen vraagtekst zelf, maar de scoringslogica erachter (rekenfouten, eenheden, tribune-ionen, coëfficiënten, “consequent gevolg van een fout”).
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (relevant voor het inschatten van puntenaftrek bij vrijwel alle bereken- en reactievergelijking-vragen)