Frequentie: 2x, verspreid over twee contexten (aromatisch/cresol-isomeren; keton)
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de systematische naam(en) van …” — v1 vraagt drie systematische namen van structuurisomeren (2-methylfenol/3-methylfenol/4-methylfenol e.d., zowel triviale stam benzenol/fenol als IUPAC-varianten worden goedgerekend); v15 vraagt de naam van propanon (stamnaam + achtervoegsel apart scorepunt, “aceton” wordt ook goedgerekend, structuurformule i.p.v. naam ook goed, brutoformule NIET goed).
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p + 2p = 4p van 65p)
Isomerie
Vraagnummer(s): 2, 6, 13
Waar: vraag (v2, v6, v13) / correctievoorschrift
Frequentie: 3x
Typisch vraagformat/frasering: v2 “Leg uit welke vorm van stereo-isomerie kan optreden bij TCP” (spiegelbeeldisomerie, redenering via asymmetrisch centrum); v6 stereochemie op C2 bij D-mannose vs D-glucose in polysacharidestructuur; v13 “Teken de schematische structuurformule van het spiegelbeeld van (–)-geosmine” (enantiomeer tekenen, structuurisomeer i.p.v. stereo-isomeer levert 0 punten).
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p+3p+2p = 7p, en isomerie-denken zit impliciet ook in andere tekenvragen)
VSEPR-theorie
Vraagnummer(s): 2
Waar: vraag (v2)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: redenering met “4-omringing” rond een P-atoom vergelijkbaar met een C-atoom met 4-omringing, als basis voor de conclusie dat er 4 verschillende groepen rond het atoom zitten (asymmetrisch centrum) → gekoppeld aan chiraliteit.
Ruwe gewichtsinschatting: laag (ondersteunend bij 2p van v2, geen zelfstandig scorepunt)
Frequentie: 4x — grootste terugkerende thema van dit tijdvak
Typisch vraagformat/frasering: “Teken de structuurformule van stof X die ontstaat” na een aanval/verplaatsing van elektronenparen (v3, ester/fosfaat-mechanisme); “Teken de schematische structuurformule van ion A+” na verplaatsing van elektronenparen die een afsplitsing veroorzaakt (v14, carbokation-ringvorming); “Teken de schematische structuurformule van het neutrale deeltje dat wordt afgesplitst bij fragmentatie” (v16, fragmentatie in MS als toepassing van mechanisme-denken); v24 vraagt expliciet “Geef met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst tijdens de reactie” (curved-arrow mechanisme + niet-bindende elektronenparen/formele ladingen).
Waar: vraag (tekenvragen) / correctievoorschrift (instructie “gebruik de notatie die ook in het informatieboek wordt gehanteerd”)
Frequentie: 6x — vrijwel elke tekenvraag in dit tijdvak
Typisch vraagformat/frasering: telkens “Teken de (schematische) structuurformule van …”, vaak met expliciete eis van vaste notatie (Binas/ScienceData-tabel verwijzing bij v6), gebruik van ~-notatie voor peptideketens (v5), correcte weergave van uiteinden/restgroepen.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (samen met de bijbehorende inhoudelijke concepten goed voor >15p)
Massaspectrometrie interpreteren
Vraagnummer(s): 4, 16, 17
Waar: vraag (v4, v16, v17) / correctievoorschrift met uitgewerkte berekening/redenering
Frequentie: 3x
Typisch vraagformat/frasering: v4 “Leg uit met behulp van een berekening dat de piek bij m/z = 794 hoort bij peptideketen 1” (massaberekening + verlies H+ bij ionisatie); v16 tekenen van het neutrale afsplitsingsproduct bij een gegeven fragmentatie; v17 “Leg uit dat het massaspectrum een aanwijzing geeft dat het mechanisme voorgesteld door Boland niet juist kan zijn” (vergelijken verwachte vs. waargenomen piek bij bepaalde m/z, D-substitutie-redenering).
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p+3p+2p = 7p)
Mol en molaire massa
Vraagnummer(s): 4, 9
Waar: vraag (v4, v9) / correctievoorschrift
Frequentie: 2x
Typisch vraagformat/frasering: optellen van molecuulmassa’s uit een gegeven tabel (aminozuren, v4) en aftrekken watermoleculen bij peptidebinding; berekenen massa fosfomolybdeenzuur uit chemische hoeveelheid en molaire massa (v9).
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 2p+2p)
Eiwitten
Vraagnummer(s): 4, 5
Waar: vraag (v4, v5) / correctievoorschrift (tabel met aminozuur-molecuulmassa’s op de uitwerkbijlage)
Frequentie: 2x
Typisch vraagformat/frasering: peptideketen-massaberekening incl. peptidebindingen/watersplitsing (v4); tekenen van een deel van de peptideketen waarin een serine-eenheid is omgezet tot fosfoserine-eenheid (v5, met restgroepen en ~-notatie).
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p+3p = 5p)
Koolhydraten
Vraagnummer(s): 6
Waar: vraag (v6)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Teken de structuurformule van een gedeelte van een molecuul glucomannan … ontstaan uit een molecuul D-mannose en een molecuul D-glucose”, met koppeling via OH-groepen op C1 en C4 en juiste stereochemie op C2.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)
Structuur-eigenschapsrelaties van materialen
Vraagnummer(s): 7
Waar: vraag (v7)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Leg met behulp van figuur 1 uit of lignine ook kristallijne gebieden kan vormen” — redenering via vertakking/netwerkstructuur/onregelmatige opbouw die kristallisatie verhindert (vergelijking met cellulose als lineair polymeer).
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Schaalniveaus micro meso macro
Vraagnummer(s): 7
Waar: vraag (v7) / correctievoorschrift (“inzicht dat de structuur uit figuur 1 onregelmatig is / een eigenschap op microniveau”)
Frequentie: 1x (secundaire redeneerlaag binnen v7)
Typisch vraagformat/frasering: koppeling van microscopische structuur (polymeerketens, vertakking) aan macroscopische eigenschap (kristalliniteit).
Ruwe gewichtsinschatting: laag (ondersteunend bij 2p van v7)
Groene chemie
Vraagnummer(s): 8
Waar: vraag (v8)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Geef twee verschillende uitgangspunten van de groene chemie, waaraan het kraft-proces voldoet”, met verplicht antwoordformat “Uitgangspunt … – toelichting: …”; correctiemodel accepteert meerdere specifieke uitgangspunten (preventie, energie-efficiënt ontwerpen, hernieuwbare grondstoffen).
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de massa …” (v9), “Bereken het volume in m3 … Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers” (v12, meerstaps: massa → mol elektronen → mol H2 → volume), “Bereken het gehalte … in volume-ppm” (v25, massa → mol → volume → ppm).
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p+5p+4p = 11p, zwaarste rekenblokken van het examen)
Concentratie en molariteit
Vraagnummer(s): 9
Waar: vraag (v9)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: gebruik van gegeven molariteit ([POM3–] = 0,50 M) en volume (10 mL) om chemische hoeveelheid te berekenen als eerste stap van een stoichiometrische berekening.
Ruwe gewichtsinschatting: laag (deel van 2p bij v9)
Reactiesnelheid
Vraagnummer(s): 10
Waar: vraag (v10)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit, aan de hand van het botsende-deeltjes-model, welk experiment bij de hoogste temperatuur is uitgevoerd” — afleiden reactiesnelheid uit steilheid grafiek/omzettingsgraad, koppelen aan botsingsfrequentie en -effectiviteit.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Gaschromatografie interpreteren
Vraagnummer(s): 11
Waar: vraag (v11)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of vanilline bij deze kolom een kleinere of grotere retentietijd heeft dan decaan” op een polaire kolom — redenering via polariteit van analyt vs. stationaire fase.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)
Polariteit van moleculen
Vraagnummer(s): 11
Waar: vraag (v11) / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: identificeren van polaire groep (OH) in vanilline vs. apolaire koolwaterstof decaan, als basis voor adsorptie-/retentietijdredenering.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 3p bij v11)
Molair volume van gassen
Vraagnummer(s): 12, 25
Waar: vraag (v12, v25) / correctievoorschrift (twee alternatieve rekenroutes bij v12: via molair volume óf via dichtheid)
Frequentie: 2x
Typisch vraagformat/frasering: omrekening mol gas → volume via gegeven molair volume (m3 mol–1), zowel bij productieberekening H2 (v12) als bij ppm-berekening N2O4 in cabinelucht (v25, molair volume 2,39·10–2 m3 mol–1 gegeven in de vraag).
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 5p+4p)
Dichtheid
Vraagnummer(s): 12
Waar: correctievoorschrift (alternatieve oplossingsroute bij v12)
Frequentie: 1x (als alternatieve methode, niet de enige goedgekeurde route)
Typisch vraagformat/frasering: omrekening massa H2 → volume via dichtheid van waterstofgas (8,2·10–5 g cm–3, met expliciete opmerking dat gebruik van dichtheid bij T = 273 K ook goedgerekend wordt).
Ruwe gewichtsinschatting: laag (alternatieve deelroute binnen 5p van v12)
Elektrolyse
Vraagnummer(s): 12
Waar: vraag (v12, context in figuur 2) / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: omrekening “ladingsoverdracht” (mmol elektronen per gram) naar mol geproduceerd H2 via verhouding 2 elektronen per H2-molecuul, in de context van elektrolyse van een lignine-mengsel.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (kernstap binnen 5p van v12)
Frequentie: 2x (secundair/contextueel, geen zelfstandige redox-scoreregel)
Typisch vraagformat/frasering: elektronenoverdracht bij elektrolyse (v12) en een hypergole verbrandingsreactie tussen MMH en N2O4 (v21) zijn beide redoxprocessen, maar de scoring zelf beoordeelt de berekening resp. de reactievergelijking, niet expliciet oxidatiegetallen.
Ruwe gewichtsinschatting: laag
Significante cijfers
Vraagnummer(s): 12, 25
Waar: vraag (expliciete instructie “Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers”) / correctievoorschrift (apart scorepunt “significantie”)
Frequentie: 2x, telkens als apart scorepunt in een meerstaps-berekening
Typisch vraagformat/frasering: eindantwoord van een berekening (v12: volume H2 in m3; v25: ppm-gehalte) moet in correct aantal significante cijfers genoteerd worden — apart scorepunt naast de rekenstappen zelf.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (1p bij v12 én 1p bij v25, telkens los scorepunt)
Reactievergelijkingen opstellen
Vraagnummer(s): 18, 21
Waar: vraag (v18, v21) / correctievoorschrift
Frequentie: 2x
Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking van de reactie die verloopt in R1” (v18, NH3 + O2 → NO + H2O, kloppende coëfficiënten/elementbalans als scorepunt); “Geef de vergelijking van reactie 2. Gebruik hierbij molecuulformules” (v21, verbranding MMH + N2O4 → N2 + CO2 + H2O).
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (deel van 4p bij v18 + 3p bij v21)
Berekeningen met vormingswarmten
Vraagnummer(s): 18
Waar: vraag (v18) / correctievoorschrift met volledig uitgewerkte formule
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de reactiewarmte van deze reactie in joule per mol ammoniak” met gegeven vormingswarmten (ΔE = Eeind – Ebegin, verwerking van coëfficiënten per mol ammoniak).
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 4p bij v18)
Reactie-energie exotherm endotherm
Vraagnummer(s): 18, 22
Waar: vraag (v18, v22) / correctievoorschrift
Frequentie: 2x
Typisch vraagformat/frasering: reactiewarmteberekening (v18); “Maak op de uitwerkbijlage beide energiediagrammen compleet met de energieniveaus van de geactiveerde toestanden en van de reactieproducten” (v22, beide reacties exotherm, ontstekingsreactie heeft lagere geactiveerde toestand dan verbrandingsreactie).
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 4p + volledige 2p bij v22)
Activeringsenergie en katalyse
Vraagnummer(s): 22
Waar: vraag (v22) / correctievoorschrift
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: energiediagram invullen met geactiveerde toestand (activeringsenergie-niveau) voor twee gekoppelde reacties op dezelfde schaal, zonder katalysator in dit specifieke geval maar wel het kernbegrip “geactiveerde toestand”.
Typisch vraagformat/frasering: “Noteer in de tabel op de uitwerkbijlage hoe de ligging van elk evenwicht wordt beïnvloed als de druk en/of de temperatuur wordt verhoogd” — ‘links’/‘rechts’ invullen voor twee gekoppelde evenwichten (2 NO + O2 ⇌ 2 NO2 en 2 NO2 ⇌ N2O4), beide reacties naar rechts exotherm.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Chemisch evenwicht
Vraagnummer(s): 19
Waar: vraag (v19, notatie met dubbele pijl ⇌ voor twee gekoppelde evenwichten)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: onderliggend begrip van evenwichtsreacties (notatie, exotherme richting) als basis voor de verschuivingsvraag.
Ruwe gewichtsinschatting: laag (ondersteunend bij 2p van v19)
Typisch vraagformat/frasering: “Maak op de uitwerkbijlage het voorgestelde blokschema compleet … Teken ontbrekende reactoren en scheidingsruimtes … noteer ontbrekende stoffen bij alle pijlen. Houd hierbij rekening met hergebruik van stoffen” — compleet productieproces met meerdere reactoren/scheidingsstappen en recyclestromen tekenen.
Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p, zwaarste “toepassingsvraag” van het tijdvak)
Frequentie: 2x (secundair scorepunt binnen reactievergelijkingsvragen)
Typisch vraagformat/frasering: bij het opstellen van reactievergelijkingen wordt de kloppende elementbalans (behoud van atomen) apart als scorepunt beoordeeld naast de juiste stofformules zelf.
Typisch vraagformat/frasering: “Teken op de uitwerkbijlage links van de pijl de ontbrekende niet-bindende elektronenparen. Geef ook formele ladingen aan” (v24, apart scorepunt voor consequente formele ladingen).
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 3p bij v24)
Lewisstructuren
Vraagnummer(s): 24
Waar: vraag (v24)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: aanvullen van niet-bindende elektronenparen in een gegeven structuurformule (Lewis-notatie) als eerste scorepunt van v24.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 3p bij v24)
Mesomerie en grensstructuren
Vraagnummer(s): 24
Waar: vraag (v24)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Geef met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst tijdens de reactie” — curved-arrow notatie zoals ook bij mesomerie/grensstructuren gebruikt, hier toegepast op een reactiemechanisme i.p.v. resonantie.
Ruwe gewichtsinschatting: laag (raakvlak in notatietechniek, deel van 3p bij v24)
Percentage ppm en ppb
Vraagnummer(s): 25
Waar: vraag (v25)
Frequentie: 1x
Typisch vraagformat/frasering: “Bereken het gehalte N2O4 in de cabine in volume-ppm” gevolgd door vergelijking met een gegeven grenswaarde (300 volume-ppm) om een gevaar-conclusie te trekken.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 4p bij v25)
Typisch vraagformat/frasering: gehele deelopgave draait om valorisatie van lignine (bijproduct houtverwerking) voor waterstofproductie via elektrolyse — combineert stoichiometrie, reactiesnelheid, GC en elektrolyse-berekening binnen één duurzame-energiecontext.
Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (contextueel kader voor 2p+2p+3p+5p, maar losse deelconcepten worden apart gescoord)