Scheikunde CE VWO 2025 tijdvak 1 — digest

Bron: VW-1028-a-25-1 (opgaven + uitwerkbijlage + correctievoorschrift, incl. aanvulling A1 bij vraag 16 en vraag 18). Contexten: Kwaliteitscontrole voor straight whiskey (vraag 1-5), Zwavelproductie (vraag 6-11), Veiligheidsglas (vraag 12-21), Dystrofine (vraag 22-25). 25 vragen, max. 66 punten.

Reactievergelijkingen opstellen

  • Vraagnummer(s): 1, 2, 6, 12, 17
  • Waar: vraag (vergelijking (op bijlage) completeren/opstellen) + correctievoorschrift (scorepunten per kant van de pijl/balans)
  • Frequentie: 5 vragen, sterk terugkerend patroon
  • Typisch vraagformat/frasering: “Maak deze vergelijking compleet. Gebruik structuurformules zoals op de bijlage” (vraag 1, 12); “Geef de vergelijking van de vorming van … Gebruik molecuulformules” (vraag 2); “Leid de totaalvergelijking af … Gebruik hierbij reactie 1 en reactie 2” (vraag 6, optellen/wegstrepen van deelvergelijkingen); “Geef de vergelijking van de reactie die tijdens de titratie verloopt. Gebruik structuurformules” (vraag 17)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2+3+2+3+2 = 12p)

Notatieconventies structuurformules

  • Vraagnummer(s): 1, 12, 17, 24
  • Waar: vraag (uitwerkbijlage, structuurformules tekenen/completeren) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 4 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: ontbrekende structuurformule(delen) op de bijlage completeren (ethergroep tussen juiste C-atomen, butanal-structuur, koolstofverbindingen bij titratie, serine-eenheid met ~ voor voortzetting peptideketen)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (onderdeel van 2+3+2+3 = 10p)

Koolhydraten

  • Vraagnummer(s): 1, 2
  • Waar: vraag (context: thermolyse van sacharose en xylaan) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: thermolyse van sacharose (C12H22O11) tot isosachrosan onder afsplitsing van water en vorming nieuwe etherbinding; vorming van furfural (FF) uit de polysacharide xylaan (H-(C5H8O4)n-OH) met water als enig bijproduct
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2+3 = 5p, vooral als reactievergelijking-context)

Functionele groepen

  • Vraagnummer(s): 1, 12
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: ethergroep/etherbinding herkennen en vormen (vraag 1); OH-groepen van PVA die reageren met de aldehydegroep van butanal (vraag 12)
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (impliciet onderdeel van reactievergelijking-vragen)

Reactiemechanismen organisch

  • Vraagnummer(s): 3
  • Waar: vraag (uitwerkbijlage, laatste reactiestap van mechanisme HMF-vorming) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Maak het mechanisme compleet. Geef voor de pijl alle niet-bindende elektronenparen weer. Geef met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst tijdens de omzetting.”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (2p, maar conceptueel zwaar)

Lewisstructuren

  • Vraagnummer(s): 3, 24
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: niet-bindende elektronenparen weergeven bij mechanisme (vraag 3); structuurformule van serine-eenheid met PO3^2—groep tekenen inclusief niet-bindende elektronenparen (vraag 24, covalentie P = 5)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p + onderdeel van 3p)

Gaschromatografie interpreteren

  • Vraagnummer(s): 4, 5
  • Waar: vraag (figuur 1 structuurformules FF/HMF + figuur 2 chromatogram met piekoppervlaktes) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit welke manier [polaire/apolaire stationaire vs. mobiele fase] is gebruikt, met behulp van figuur 1 en figuur 2” (retentietijd koppelen aan polariteit/H-bruggen) (vraag 4); molverhouding uit relatieve piekoppervlakken berekenen via ijking met standaardoplossing 1:1, dan conclusie trekken over herkomst monster (vraag 5)
  • Let op: het examen noemt het proces algemeen “chromatografie” (kolomchromatografie-achtige opstelling met stationaire/mobiele fase), niet expliciet “gas”-chromatografie — inhoudelijk wel de dichtstbijzijnde/enige bestaande notitie hierover
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (3+3 = 6p)

Polariteit van moleculen

  • Vraagnummer(s): 4, 20
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: HMF vs. FF polair/apolair vergelijken op basis van extra OH-groep (vraag 4); materiaal II vs. I meer/minder polaire OH-groepen en waterstofbrugvorming met glasoppervlak (vraag 20)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 3p + 2p)

Hydrofiel en hydrofoob

  • Vraagnummer(s): 4
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: HMF “meer polair/hydrofiel”, FF “meer apolair/hydrofoob” als verklaring voor retentiegedrag
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (onderdeel van 3p, alternatieve formulering naast polariteit)

Stoichiometrische berekeningen

  • Vraagnummer(s): 2, 5, 7, 15, 18
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (uitgewerkte berekeningen met bolletjes-scoring per rekenstap)
  • Frequentie: 5 vragen, sterk terugkerend patroon
  • Typisch vraagformat/frasering: elementbalans bij reactievergelijking (vraag 2); molverhouding uit signaalverhouding (vraag 5); massa → mol → volume-omrekeningen bij industrieel proces, in juiste sig. cijfers (vraag 7); percentage overgebleven eenheden uit massapercentage (vraag 15); massapercentage uit titratievolume (vraag 18)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3+3+4+3+4 = 17p, grootste blok van het examen)

Mol en molaire massa

  • Vraagnummer(s): 7, 15, 18
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 3 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: massa H2S omrekenen naar mol via molaire massa (vraag 7); molaire massa VA/VB-eenheid gebruiken om chemische hoeveelheden te bepalen (vraag 15); mol KOH omrekenen naar massa PVA (vraag 18)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (kernonderdeel van de grote rekenvragen, 4+3+4 = 11p)

Molair volume van gassen

  • Vraagnummer(s): 7
  • Waar: vraag (berekening volume lucht in m3) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken het volume in m3 lucht dat per dag minimaal moet worden ingevoerd. Geef je antwoord in het juiste aantal significante cijfers”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 4p)

Significante cijfers

  • Vraagnummer(s): 7, 18
  • Waar: vraag + correctievoorschrift + aanvulling op correctievoorschrift (bij vraag 18)
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: expliciete scorepunt-eis “significantie” als apart bolletje in het beoordelingsmodel; aanvulling A1: bij vraag 18 wordt het significantie-scorepunt ook toegekend bij een antwoord in vier significante cijfers (i.p.v. het in het model gebruikte aantal)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (steeds 1p apart scorepunt binnen grotere rekenvragen)

Berekeningen met vormingswarmten

  • Vraagnummer(s): 8
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de reactiewarmte van reactie 2 in joule per mol H2S … Gebruik de waardes van de vormingswarmtes uit je informatieboek” (vormingswarmte S8 = 0, vormingswarmte S2 = +1,28·10^5 J/mol gegeven in de tekst)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)

Reactie-energie exotherm endotherm

  • Vraagnummer(s): 8, 9
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: reactiewarmte berekenen (vraag 8); “Leg uit of de reactie naar rechts van reactie 2 endotherm of exotherm is … Gebruik gegevens uit de figuur en reactie 2” gekoppeld aan evenwichtsverschuiving bij temperatuurverandering (vraag 9)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3+3 = 6p)

Verschuiving van evenwicht

  • Vraagnummer(s): 9
  • Waar: vraag (grafiek omzettingsgraad vs. temperatuur) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: uit dalende omzettingsgraad bij hogere temperatuur afleiden dat evenwicht naar links verschuift, en dat een evenwicht bij temperatuurverhoging naar de endotherme kant verschuift → conclusie over exo-/endotherm karakter reactie naar rechts
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)

Chemisch evenwicht

  • Vraagnummer(s): 9, 22
  • Waar: vraag (evenwichtsvoorwaarde opstellen, evenwichtsverschuiving) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen (evenwicht 2 uit het claus-proces is ook een evenwicht, context-breed aanwezig in vraag 6-11)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de evenwichtsvoorwaarde van evenwicht 1” (vraag 22, Actine + Dys-A ⇌ Actine-Dys-A)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 3p bij vraag 9 en 22)

Evenwichtsconstante berekeningen

  • Vraagnummer(s): 22
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de waarde van de evenwichtsconstante van evenwicht 1” uit beginconcentraties (3,0 µM actine, 6,0 µM Dys-A) en percentage gebonden (28%)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 3p, samen met evenwichtsvoorwaarde)

Milieu- en gezondheidsaspecten van productieprocessen

  • Vraagnummer(s): 10
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef een reden dat de norm vereist dat de maximale uitstoot van SO2 laag is” (giftigheid/zure regen)
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

Industriële processen

  • Vraagnummer(s): 11
  • Waar: vraag (blokschema claus-installatie op bijlage completeren) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag (maar context van claus-proces loopt door vraag 6-11)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Maak op de uitwerkbijlage het blokschema compleet. Teken R3, S1 en de tweede warmtewisselaar. Teken ontbrekende pijlen en stoffen. Geef bij elke warmtewisselaar aan welke waterstroom warm/koud is”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)

Systeemdenken

  • Vraagnummer(s): 11
  • Waar: vraag (blokschema met stofstromen, recyclestromen, warmte-uitwisseling) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: procesonderdelen (reactoren, scheidingsruimte, warmtewisselaars) en de stof-/energiestromen ertussen correct verbinden in een schema
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (onderdeel van 3p, overlapt met Industriële processen)

Polymerisatiereacties

  • Vraagnummer(s): 12, 13, 15, 19
  • Waar: vraag (PVA-PVB copolymeer productie en eigenschappen) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 4 vragen, terugkerend binnen de Veiligheidsglas-context
  • Typisch vraagformat/frasering: vergelijking van PVA + butanal → willekeurig copolymeer completeren (vraag 12); uitleg waarom willekeurig (random) copolymeer ontstaat i.p.v. blok-copolymeer (vraag 13); percentage overgebleven VA-eenheden in PVA-PVB-78 berekenen (vraag 15); uitleg hechting bij verschillende temperatuur tijdens verwerking (vraag 19)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3+2+3+2 = 10p)

Reactiesnelheid

  • Vraagnummer(s): 14
  • Waar: vraag (uitwerkbijlage, grafiek reactiesnelheid-tijd schetsen) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef met behulp van het botsende-deeltjesmodel een verklaring voor de daling van de reactiesnelheid … Schets hoe de grafiek na t1 mogelijk wel verder loopt. Geef een verklaring voor het geschetste verloop” (concentratiedaling beginstoffen; extra daling door vorming suspensie/lagere verdelingsgraad na t1)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)

Scheidingsmethoden

  • Vraagnummer(s): 16
  • Waar: vraag + correctievoorschrift + aanvulling op correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de naam van de twee scheidingsmethoden die in stap 2 van deze bepaling worden toegepast” (extraheren; filtreren/bezinken en afschenken). Aanvulling A1: tweede scheidingsmethode ook goedgerekend als “filtreren / bezinken (en afschenken) / centrifugeren (en afschenken)”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (2p, let op de aanvulling bij het beoordelen van eigen antwoorden)

Titraties

  • Vraagnummer(s): 17, 18
  • Waar: vraag (beschrijving titratieprocedure met KOH-oplossing en fenolftaleïen) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: vergelijking van de titratiereactie geven met structuurformules (vraag 17); massapercentage PVB berekenen uit titratievolume/molariteit KOH, met significantie (vraag 18)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (2+4 = 6p)

Structuur-eigenschapsrelaties van materialen

  • Vraagnummer(s): 19, 20, 21
  • Waar: vraag (hechting folie aan glas, vergelijking materialen I/II/III in tabel, weekmaker) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 3 vragen, terugkerend binnen Veiligheidsglas-context
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat het PVA-PVB slechter hecht … bij lagere temperatuur” (vervormbaarheid/contactoppervlak, vraag 19); “Leg uit of materiaal II beter of slechter hecht dan materiaal I. Gebruik begrippen op microniveau en geef aan welke interactie(s) een rol speelt” (vraag 20); “Leg uit of materiaal I makkelijker of moeilijker vervormbaar is dan materiaal III” (weekmaker, vraag 21)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2+2+2 = 6p, kernthema van de Veiligheidsglas-context met veel “leg uit op microniveau”-vragen)

Chemische bindingstypen

  • Vraagnummer(s): 20, 21
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: waterstofbruggen tussen OH-groepen en glasoppervlak (vraag 20); vanderwaalsbinding tussen ketens, verzwakt door weekmaker (vraag 21)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (impliciet onderdeel van 2+2p, overlapt met Structuur-eigenschapsrelaties van materialen)

Eiwitten

  • Vraagnummer(s): 23, 24
  • Waar: vraag (dystrofine-context, spectrine-repeats, serine-eenheid) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit welk(e) structuurkenmerk(en) van een peptideketen is (zijn) veranderd door het uitrekken” met vaste antwoordstructuur primair/secundair/tertiair (vraag 23); structuurformule van een aminozuureenheid (serine, gemodificeerd met PO3^2-) in het midden van de peptideketen tekenen (vraag 24)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2+3 = 5p)

Formele en partiële lading

  • Vraagnummer(s): 24
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef hierbij de niet-bindende elektronenparen en de formele ladingen weer” bij de gefosforyleerde serine-eenheid (PO3^2—groep, covalentie P = 5)
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (onderdeel van 3p, gedeeld met Lewisstructuren)

Eiwitsynthese

  • Vraagnummer(s): 25
  • Waar: vraag (mRNA-volgorde gezond vs. mutatie, figuur 2) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leid af voor welke aminozuureenheid in gezond dystrofine dit codon codeert. Geef aan wat het gevolg van de mutatie is voor de eiwitsynthese” (basenummer omrekenen naar triplet/codon-positie vanaf startcodon, stopcodon herkennen na mutatie → voortijdige afbreking synthese)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (4p, laatste en zwaarste deelvraag van het examen)

Nucleïnezuren

  • Vraagnummer(s): 25
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: mRNA-basenummering, triplet-indeling vanaf startcodon (basenummer 209-211), coderende/niet-coderende basen vóór het startcodon meetellen
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 4p, gedeeld met Eiwitsynthese)

Correctievoorschrift algemene regels

  • Vraagnummer(s): n.v.t. (geldt voor het gehele correctievoorschrift, secties 1-3)
  • Waar: correctievoorschrift (Regels voor de beoordeling, Algemene regels, Vakspecifieke regels)
  • Frequentie: 1x per tijdvak, maar van toepassing op alle vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: standaard bepalingen o.a. 1 scorepunt aftrek bij rekenfout of ontbrekende/foute eenheid in een berekening; 1 scorepunt aftrek bij triviale ionen of niet-vereenvoudigde coëfficiënten in een reactievergelijking; toestandsaanduidingen niet aanrekenen tenzij expliciet gevraagd
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag als eigen “vraag”, maar hoog relevant als achtergrondregels voor het beoordelen van alle reken- en vergelijkingsvragen (7, 8, 15, 18 resp. 1, 2, 6, 12, 17)

Examenwerkwoorden

  • Vraagnummer(s): doorlopend in vrijwel alle vragen (1-25)
  • Waar: vraag (opdrachtformuleringen)
  • Frequentie: zeer hoog, elke vraag gebruikt een examenwerkwoord
  • Typisch vraagformat/frasering: “Maak compleet”, “Geef de vergelijking/naam/reden”, “Bereken”, “Leg uit”, “Leid af”, “Voer de volgende opdrachten uit”, “Teken”, “Schets”
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag als apart concept, maar structureel aanwezig — bepaalt het gevraagde antwoordniveau (bijv. “leg uit” vereist redenering, “geef” vereist enkel feit) voor bijna elke vraag