Scheikunde CE VWO 2025 tijdvak 2 — digest

Bron: VW-1028-a-25-2 (opgaven + uitwerkbijlage + correctievoorschrift, incl. aanvulling A1 bij vraag 2). Contexten: DCDA (vraag 1-6), Gaatjes (vraag 7-12), 3x productie van aniline (vraag 13-19), De geur van kater-urine (vraag 20-26).

Reactievergelijkingen opstellen

  • Vraagnummer(s): 1, 7, 14, 23
  • Waar: vraag (opstellen vergelijking) + correctievoorschrift (antwoordmodel met scorepunten per kant van de pijl/balans)
  • Frequentie: 4 vragen, terugkerend patroon
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking van de reactie/omzetting die optreedt in … Gebruik formules/molecuulformules voor alle stoffen”; scoring per stof/kant van de pijl en balans (C/N/Fe/H/O-balans)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2+3+3+3 = 11p)

Scheidingsmethoden

  • Vraagnummer(s): 2, 16
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef aan welke scheidingsmethode geschikt is… Leg uit welk verschil in stofeigenschap deze scheiding mogelijk maakt” (vraag 2, oplosbaarheidsverschil filtreren/centrifugeren); blokschema met scheidingsruimtes en temperaturen completeren (vraag 16)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2+3 = 5p)

pH-berekeningen zwakke zuren en basen

  • Vraagnummer(s): 3
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (uitgewerkt kwadratisch model, ook vereenvoudigde verwaarlozingsmethode als alternatief)
  • Frequentie: 1 vraag, maar zwaar (4p)
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de pH van deze [zwak-zuur]-oplossing. Gebruik de Kz.”; molariteit uit g/L berekenen, evenwichtsvoorwaarde opstellen, kwadratische vergelijking oplossen (of verwaarlozing x t.o.v. beginconcentratie)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p, meeste punten van één deelvraag in dit tijdvak)

Evenwichtsconstante berekeningen

  • Vraagnummer(s): 3
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag (gecombineerd met pH-berekening)
  • Typisch vraagformat/frasering: opstellen van Kz-uitdrukking [H3O+][A-]/[HA], oplossen naar x
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van de 4p van vraag 3)

Lewisstructuren

  • Vraagnummer(s): 4
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de lewisstructuur van [stof] en van het deeltje dat ontstaat als [stof] een H+-ion heeft opgenomen”
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p, gedeeld met Reactiemechanismen organisch)

Formele en partiële lading

  • Vraagnummer(s): 4
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: uitleg dat een N-atoom na opname van H+ geen vrij elektronenpaar meer heeft / positief geladen is (dus niet meer nucleofiel); alternatief goedgerekend antwoord: “vier atoombindingen” op het N-atoom
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag-gemiddeld (1 van de 3p van vraag 4)

Reactiemechanismen organisch

  • Vraagnummer(s): 4, 12
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: begrip “nucleofiel deeltje” toepassen en verklaren waarom een groep niet meer nucleofiel is (vraag 4); radicaalpolymerisatie-initiatie door licht dat radicalen/initiator activeert (vraag 12)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p + 1p)

Massaspectrometrie interpreteren

  • Vraagnummer(s): 5
  • Waar: vraag (uitwerkbijlage, omcirkelen fragmenten) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: fragment-ionen bij gegeven m/z-waarden toekennen aan structuurisomeren, molecuul-ion (M+) en verbreken van één binding
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p)

Isomerie

  • Vraagnummer(s): 5, 11
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: structuurisomerie/omkeerbare isomerisatie tussen twee vormen (vraag 5); spiegelbeeldisomerie/asymmetrisch C-atoom identificeren met genummerde C-atomen (vraag 11)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2+2 = 4p)

Reactietypen overzicht

  • Vraagnummer(s): 6
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Teken de structuurformule van deze andere beginstof. Geef de naam van het reactietype” (antwoord: additiereactie)
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p, gedeeld met Notatieconventies structuurformules)

Notatieconventies structuurformules

  • Vraagnummer(s): 6, 10, 21, 23
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage + correctievoorschrift
  • Frequentie: 4 vragen, doorlopend patroon
  • Typisch vraagformat/frasering: structuurformules tekenen met vereenvoudigde/schematische notatie, gebruik van R als restgroep-letter (vraag 10), ~ als keten-afkorting aan begin/eind van een polymeer- of peptideketen (vraag 10, 21)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2+4+3+3 = 12p, verspreid)

Koolhydraten

  • Vraagnummer(s): 7
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: reactie van sacharose (C12H22O11) met water tot 2-hydroxypropaanzuur; gebruik van Binas/ScienceData-tabel voor molecuulformule
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p)

Verschuiving van evenwicht

  • Vraagnummer(s): 8, 9, 18
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 3 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: uitleg hoe een evenwicht (de/re-mineralisatie) naar rechts/links verschuift door onttrekking van reactieproducten (vraag 8) of door pH-verandering (vraag 9); evenwicht naar endotherme kant bij temperatuurverhoging (vraag 18)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2+2+3 = 7p)

Chemisch evenwicht

  • Vraagnummer(s): 8, 9
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen (context: figuur 1, evenwicht tandglazuur-ionenuitwisseling)
  • Typisch vraagformat/frasering: interpreteren van een gegeven evenwicht tussen vast tandglazuur en opgeloste ionen in tandplak/speeksel
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (4p)

Oplosbaarheid van zouten

  • Vraagnummer(s): 2, 8, 9
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 3 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: filtreren o.b.v. oplosbaarheidsverschil (vraag 2); demineralisatie/remineralisatie van calciumhydroxyapatiet en calciumfluor-apatiet als oplos-evenwicht bij verschillende pH-grenzen (vraag 8, 9)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2+2+2 = 6p, deels gedeeld met andere concepten)

Polymerisatiereacties

  • Vraagnummer(s): 10, 12
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: additiepolymerisatie van een diacrylaat-achtig monomeer (BisGMA) tot een driedimensionaal netwerk via meerdere C=C-groepen per molecuul (vraag 10); initiatie van radicaalpolymerisatie door licht (vraag 12)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4+1 = 5p)

Activeringsenergie en katalyse

  • Vraagnummer(s): 12
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit waarom de polymerisatie pas start na het beschijnen met het lampje” — licht nodig om activeringsenergie te overwinnen/radicalen te vormen
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p)

IUPAC-naamgeving organische stoffen

  • Vraagnummer(s): 13
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de systematische naam van [stof]” (aniline → benzeenamine/benzeen-1-amine)
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p)

Redoxreacties

  • Vraagnummer(s): 14
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (impliciet: Fe0 → Fe2+/Fe3+ oxidatie, N-reductie in Béchamp-proces)
  • Frequentie: 1 vraag, niet expliciet als redoxvraag gesteld maar onderliggend mechanisme
  • Typisch vraagformat/frasering: vergelijking van een proces waarbij een metaal wordt geoxideerd en een nitrogroep wordt gereduceerd, gevraagd als kale “geef de vergelijking”-opdracht
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (contextueel, niet apart bevraagd)

Verhoudingsformule van zouten

  • Vraagnummer(s): 15
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leid de molverhouding tussen Fe2+-ionen en Fe3+-ionen in dit dubbelzout af” via ladingsbalans (totale negatieve lading = totale positieve lading)
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p)

Ionen

  • Vraagnummer(s): 15
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: ladingsbalans opstellen met O2—ionen en twee soorten Fe-ionen in een dubbelzout
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p, zelfde vraag als Verhoudingsformule van zouten)

Industriële processen

  • Vraagnummer(s): 1, 2, 16
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (blokschema) + correctievoorschrift (tabel met vormingswarmten/kookpunten/E-factor/atoomrendement)
  • Frequentie: doorlopend door de hele DCDA-context en het aniline-blokschema (vraag 16)
  • Typisch vraagformat/frasering: blokschema van een industrieel productieproces (reactoren R1/R2, scheidingsruimtes S1-S3) completeren met temperaturen, stofnamen bij pijlen en hergebruik/recirculatie van stoffen
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (3p direct bij vraag 16, plus contextueel bij DCDA-vragen)

Berekeningen met vormingswarmten

  • Vraagnummer(s): 17
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (tabel met vormingswarmten) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de reactiewarmte per mol… Selecteer de juiste informatie uit de tabellen”; som van vormingswarmten producten min beginstoffen, rekening houdend met coëfficiënten en fase (g/l)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)

Reactiesnelheid

  • Vraagnummer(s): 18, 26
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: botsende-deeltjesmodel gebruiken om uit te leggen waarom hogere T toch voordelig is voor opbrengst ondanks evenwichtsverschuiving naar links (vraag 18); gemiddelde reactiesnelheid berekenen in nmol L-1 s-1 uit % omzetting en tijd (vraag 26)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3+4 = 7p)

Reactie-energie exotherm endotherm

  • Vraagnummer(s): 18
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat het evenwicht naar links verschuift bij verhoging van de temperatuur” (evenwicht verschuift naar de endotherme kant)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 3p)

Atoomeconomie en E-factor

  • Vraagnummer(s): 19
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage (tabel met E-factor en atoomeconomie per proces) + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: rendement berekenen via de E-factor-formule (massa beginstoffen − massa product)/massa product, of via atoomeconomie als alternatieve route
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)

Rendement

  • Vraagnummer(s): 19
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Bereken het rendement van het fenol-proces” uitgaande van E-factor of atoomeconomie-gegevens
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p, zelfde vraag als Atoomeconomie en E-factor)

Groene chemie

  • Vraagnummer(s): 19
  • Waar: uitwerkbijlage (tabel met E-factor/atoomrendement per productieproces) + vraag
  • Frequentie: 1 vraag, contextueel (vergelijking van drie industriële processen op duurzaamheidskenmerken)
  • Typisch vraagformat/frasering: tabel met kenmerken van drie productieprocessen (E-factor, atoomrendement/economie) als basis voor procesvergelijking
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (contextueel, geen zelfstandige vraag)

Mol en molaire massa

  • Vraagnummer(s): 20, 26
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: molaire massa van felinine (C8H17NO3S) bepalen en gebruiken om van µmol/kg naar g om te rekenen (vraag 20); molaire massa van MBCG (264 g/mol) gebruiken in reactiesnelheidsberekening (vraag 26)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3+4 = 7p)

Concentratie en molariteit

  • Vraagnummer(s): 3, 20, 26
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 3 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: omrekenen van g/L naar mol/L (vraag 3, 26) en van µmol/kg lichaamsgewicht naar gehalte in g/L urine (vraag 20)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4+3+4 = 11p, verspreid)

Stoichiometrische berekeningen

  • Vraagnummer(s): 20, 26
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: meerstaps mol-massa-volume berekeningen met tussenstappen (uitscheiding per dag, per kg lichaamsgewicht, per liter urine)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3+4 = 7p, overlapt met Mol en molaire massa)

Eiwitsynthese

  • Vraagnummer(s): 21
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: uit een coderende DNA-streng (bijv. ~ATT GTC CCC) de 1-lettersymbolen van de laatste drie aminozuren afleiden en de structuurformule van het peptidefragment tekenen
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)

Eiwitten

  • Vraagnummer(s): 21, 22, 23
  • Waar: vraag + uitwerkbijlage + correctievoorschrift
  • Frequentie: 3 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: peptideketen/structuurformule met peptidebindingen tekenen (vraag 21); vergelijken van hydrofiliteit van restgroepen aan het uiteinde van een eiwitketen (vraag 22); hydrolysereactie van een eiwit/aminozuurderivaat met structuurformules (vraag 23)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3+2+3 = 8p)

Nucleïnezuren

  • Vraagnummer(s): 21
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: codering van aminozuren aflezen uit een stukje coderende DNA-streng (basentriplet naar 1-lettersymbool)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (deel van 3p, gedeeld met Eiwitsynthese)

Hydrofiel en hydrofoob

  • Vraagnummer(s): 22
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 1 vraag
  • Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of het fragment… meer of minder hydrofiel is” o.b.v. aanwezigheid van polaire groepen (COOH, OH) die waterstofbruggen kunnen vormen
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (2p)

Enzymen als biokatalysator

  • Vraagnummer(s): 21, 24
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (context cauxine als carboxyl-esterase, hypothesetoetsing van enzymbetrokkenheid)
  • Frequentie: 2 vragen, contextueel doorlopend in de hele kater-urine-tekst
  • Typisch vraagformat/frasering: hypotheses over of een enzym (cauxine) betrokken is bij een omzettingsstap, getoetst met experimentele chromatogramresultaten
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (contextueel + 2p bij vraag 24)

Gaschromatografie interpreteren

  • Vraagnummer(s): 24, 25
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 2 vragen — let op: vraag 24 betreft dunnelaag-chromatografie (vlekken/Rf-vergelijking), vraag 25 betreft echte gaschromatografie (piekoppervlaktes); vergelijkbare interpretatievaardigheid maar ander techniektype, dus bij matching expliciet onderscheiden
  • Typisch vraagformat/frasering: uit chromatogramresultaten afleiden of een hypothese ondersteund wordt (vraag 24, TLC-vlekken); piekoppervlaktes als maat voor concentratie/hoeveelheid gebruiken en een argument geven voor relatieve invloed van twee stoffen (vraag 25, GC)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2+2 = 4p)

Significante cijfers

  • Vraagnummer(s): 26
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (apart scorepunt voor significantie)
  • Frequentie: 1 vraag, maar terugkerend scoringscriterium bij berekeningen
  • Typisch vraagformat/frasering: “Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers” als apart scorepunt bij een reactiesnelheidsberekening
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (1p expliciet, maar relevant scoringscriterium bij meerdere rekenvragen)

Sterke en zwakke zuren en basen

  • Vraagnummer(s): 1, 3, 4
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 3 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: calciumcyaanamide als sterke base (vraag 1); cyaanamide als zwak zuur met gegeven Kz (vraag 3); cyaanamide als amfolyt die ook als base kan reageren (vraag 4)
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (contextueel, direct bevraagd vooral bij vraag 3)

Zuren en basen herkennen

  • Vraagnummer(s): 3, 4
  • Waar: vraag
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: herkennen dat cyaanamide een amfolyt is (zowel zuur als base kan reageren) en dit gebruiken in de uitleg over nucleofiliteit
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (contextueel)

Formules van elementen en veelvoorkomende stoffen

  • Vraagnummer(s): 1, 7
  • Waar: vraag + correctievoorschrift (verwijzing naar Binas-tabel 67F2/ScienceData 13.1)
  • Frequentie: 2 vragen
  • Typisch vraagformat/frasering: correcte formules van anorganische/organische stoffen opzoeken en gebruiken in een reactievergelijking (CaCN2, CaCO3, C12H22O11, C3H6O3)
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (contextueel, ondersteunend bij Reactievergelijkingen opstellen)

Functionele groepen

  • Vraagnummer(s): 6, 10, 13, 21
  • Waar: vraag + correctievoorschrift
  • Frequentie: 4 vragen, contextueel doorlopend
  • Typisch vraagformat/frasering: herkennen/tekenen van amine- (aniline, vraag 13), C=C-additie- (vraag 6), ester/OH-groepen (BisGMA, vraag 10) en peptidegroepen (vraag 21) in structuurformules
  • Ruwe gewichtsinschatting: laag (ondersteunend, niet zelfstandig bevraagd)

Examenwerkwoorden

  • Vraagnummer(s): vrijwel alle vragen (1-26)
  • Waar: vraag (instructiezinnen: “Geef…”, “Bereken…”, “Leg uit…”, “Voer de volgende opdrachten uit…”, “Teken…”, “Leid af…”)
  • Frequentie: zeer hoog, doorlopend patroon door het hele examen
  • Typisch vraagformat/frasering: vaste actiewerkwoorden sturen het verwachte antwoordtype (uitleg vs. berekening vs. tekening vs. afleiding); correctievoorschrift koppelt hier expliciet scorepunten aan (bv. 0 punten als een gevraagde verklaring/berekening ontbreekt)
  • Ruwe gewichtsinschatting: hoog (structureel voor bijna elke vraag, geen losstaand scorepunt maar wel bepalend voor antwoordstrategie)

Correctievoorschrift algemene regels

  • Vraagnummer(s): n.v.t. (procedureel, geldt voor alle vragen)
  • Waar: correctievoorschrift, secties 2 “Algemene regels” en 3 “Vakspecifieke regels” (bijv. aftrek van 1 scorepunt bij rekenfouten of ontbrekende/foute eenheid; aftrek bij tribune-ionen of niet-kleinste-gehele coëfficiënten in reactievergelijkingen; geen aftrek voor toestandsaanduidingen tenzij expliciet gevraagd)
  • Frequentie: generiek, van toepassing op vrijwel elke reken- en reactievergelijkingsvraag (o.a. 1, 3, 7, 14, 17, 19, 20, 26)
  • Typisch vraagformat/frasering: geen vraagtekst maar beoordelingsregels die de score bij berekeningen en reactievergelijkingen mede bepalen
  • Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (geen eigen scorepunten, maar beïnvloedt scoring van meerdere rekenvragen)