Scheikunde CE VWO 2026 tijdvak 1 — digest
Bron: CE-2026-vwo-Scheikunde-tijdvak1-opgaven.pdf + -correctievoorschrift.pdf + -uitwerkbijlage.pdf (losse examenbestanden, geen offset nodig). Contexten: Bubbelbad (vraag 1-7, actief chloor als desinfectiemiddel), Bio-SAP uit kleding (vraag 8-13, biologisch afbreekbaar superabsorberend polymeer uit katoen), DHA en zelfbruiners (vraag 14-18, melanine en dihydroxyaceton), De productie van propeenoxide (vraag 19-25, industrieel blokschema). 25 vragen, max. 68 punten.
Lewisstructuren
- Vraagnummer(s): 1, 16, 19
- Waar: vraag + correctievoorschrift
- Frequentie: 3 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef de lewisstructuur van Cl+ en leg uit dat Cl+ een reactief deeltje is” (vraag 1); niet-bindende elektronenparen tekenen bij mechanisme-stap (vraag 16); “Teken de lewisstructuur van het MPO-radicaal” (vraag 19)
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2p + onderdeel van 2p + 2p)
Polariteit van moleculen
- Vraagnummer(s): 2
- Waar: vraag (celmembraan-dubbellaag, fosfolipiden) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit dat het ClO⁻-ion het celmembraan niet kan passeren” (geladen ion kan de apolaire kern van de fosfolipide-dubbellaag niet doorkruisen)
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Transport van stoffen in het lichaam
- Vraagnummer(s): 2
- Waar: vraag (celmembraanpassage HClO vs. ClO⁻) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: ongeladen HClO passeert het celmembraan wél, het geladen ClO⁻-ion niet
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 2p, gedeeld met Polariteit van moleculen)
Chemisch evenwicht
- Vraagnummer(s): 3
- Waar: vraag (evenwicht 1: HClO + H2O ⇌ H3O⁺ + ClO⁻, evenwichtsvoorwaarde gegeven) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit met behulp van de evenwichtsvoorwaarde of de totaal reinigende werking bij 37°C hoger of lager is dan die bij 25°C. Gebruik Binas-tabel 49”
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3p)
Verschuiving van evenwicht
- Vraagnummer(s): 3
- Waar: vraag (temperatuurafhankelijkheid Kz) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: temperatuureffect op Kz-waarde en daarmee op de evenwichtsligging tussen HClO en ClO⁻
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 3p, gedeeld met Chemisch evenwicht)
pH-berekeningen zwakke zuren en basen
- Vraagnummer(s): 3
- Waar: vraag (Kz HClO = 6·10⁻⁸ bij 37°C) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: Kz-waarde gebruiken om de verhouding HClO/ClO⁻ bij twee temperaturen te vergelijken
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 3p)
Reactievergelijkingen opstellen
- Vraagnummer(s): 4, 5, 10
- Waar: vraag (afbraak HClO, TCCA-synthese, CMC-vorming) + correctievoorschrift
- Frequentie: 3 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijking voor deze afbraak van HClO” (vraag 4, tot zoutzuur en zuurstof); “Noteer op de uitwerkbijlage de formules van de deeltjes P, Q, R en S” (vraag 5, industrieel schema); “Maak op de uitwerkbijlage de reactievergelijking compleet. Gebruik structuurformules voor de organische deeltjes” (vraag 10, CMC-vorming)
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2+3+3 = 8p)
Industriële processen
- Vraagnummer(s): 5, 21, 24
- Waar: vraag (TCCA-synthese, propeenoxideproces blokschema) + correctievoorschrift
- Frequentie: 3 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: industrieel schema TCCA uit ureum/natronloog/chloor (vraag 5); “Leg uit dat een deel van deze gasstroom moet worden afgevoerd” (vraag 21, voorkomen ophoping inerte stof in recyclestroom); “Maak op de uitwerkbijlage het blokschema compleet… Houd hierbij rekening met hergebruik van stoffen” (vraag 24)
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3+2+4 = 9p)
Percentage ppm en ppb
- Vraagnummer(s): 6, 7
- Waar: vraag (gehalte ‘actief chloor’ in massa-ppm) + correctievoorschrift
- Frequentie: 2 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: “Toon dit aan” (2,0 massa-ppm Cl uit tabletgegevens, vraag 6); aantal tabletten tot een grenswaarde in ppm wordt overschreden (vraag 7)
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3+2 = 5p)
Stoichiometrische berekeningen
- Vraagnummer(s): 6, 7, 9, 12, 18
- Waar: vraag + correctievoorschrift (uitgewerkte berekeningen)
- Frequentie: 5 vragen, sterk terugkerend patroon
- Typisch vraagformat/frasering: ppm-gehalte aantonen uit massa/dichtheid/volume (vraag 6); aantal tabletten uit ppm-grenswaarde (vraag 7); pH van oplossing A uit massapercentages en molverhouding (vraag 9); aantal monomeereenheden CMC per citroenzuurmolecuul uit massaverhouding en molaire massa’s (vraag 12); minimale stroomsterkte uit mol DHA en tijd (vraag 18)
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3+2+4+4+3 = 16p, grootste blok van het examen)
Notatieconventies structuurformules
- Vraagnummer(s): 8, 14, 25
- Waar: vraag (structuurformules tekenen/completeren/omcirkelen) + correctievoorschrift
- Frequentie: 3 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: “Teken de structuurformule van een fragment uit het midden van een keten van pectine… Gebruik de ruimtelijke notatie die ook in je informatieboek wordt gehanteerd” (vraag 8); “Omcirkel op de uitwerkbijlage alle atomen die afkomstig zijn van deze twee cysteïne-eenheden” (vraag 14); PPG-polymeerfragment uit drie moleculen propeenoxide tekenen (vraag 25)
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (3+1+3 = 7p)
Koolhydraten
- Vraagnummer(s): 8
- Waar: vraag (pectine als polysacharide van galacturonzuur-eenheden) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: galacturonzuur-eenheden gekoppeld via OH-groepen op C1 en C4, analoog aan andere polysachariden
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 3p, gedeeld met Notatieconventies structuurformules)
pH-berekeningen sterke zuren en basen
- Vraagnummer(s): 9
- Waar: vraag (NaOH als sterke base in oplossing A) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Bereken de pH van oplossing A bij 30°C” — NaOH-concentratie uit massapercentage en molverhouding met ethanol berekenen, dan pH
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p)
Functionele groepen
- Vraagnummer(s): 11
- Waar: vraag (condensatie CMC met citroenzuur) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef aan welke karakteristieke groepen worden gevormd bij deze reacties” (estergroepen uit condensatie van OH- en COOH-groepen)
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 3p)
Polymerisatiereacties
- Vraagnummer(s): 11, 12, 25
- Waar: vraag (condensatiepolymerisatie CMC/citroenzuur, ringopeningspolymerisatie propeenoxide) + correctievoorschrift
- Frequentie: 3 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of er een netwerkpolymeer kan ontstaan” (vraag 11, citroenzuur heeft drie COOH-groepen → mogelijke vertakking/netwerk); monomeerverhouding in het polymeernetwerk (vraag 12); polymeerfragment uit drie propeenoxide-eenheden (vraag 25, ringopeningspolymerisatie)
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (onderdeel van 3p + 4p + 3p)
Zuren en basen herkennen
- Vraagnummer(s): 13
- Waar: vraag (bio-SAP waterabsorptie afhankelijk van pH) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit of het materiaal bij lagere pH meer of minder water kan opnemen dan bij pH = 7” (protonering van OCH2COO⁻-groepen bij lage pH vermindert onderlinge afstoting)
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (3p)
Structuur-eigenschapsrelaties van materialen
- Vraagnummer(s): 13
- Waar: vraag (waterabsorptie-capaciteit bio-SAP, ladingsafstoting tussen ketens) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: afstand tussen polymeerketens en wateropnamecapaciteit gekoppeld aan de mate van ionisatie van functionele groepen
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 3p, gedeeld met Zuren en basen herkennen)
Reactiemechanismen organisch
- Vraagnummer(s): 15, 16
- Waar: vraag (hemiacetaalvorming DHA-dimeer, reactie DHA met aminozuureenheid) + correctievoorschrift
- Frequentie: 2 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef op de uitwerkbijlage bij elk O-atoom met een cijfer aan of deze afkomstig is uit een C=O-groep of uit een OH-groep” (vraag 15, nucleofiele additie); “Geef in het omkaderde deel met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst tijdens de reactie” (vraag 16)
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (2+2 = 4p)
Elektrolyse
- Vraagnummer(s): 17, 18
- Waar: vraag (elektrochemische productie DHA uit glycerol) + correctievoorschrift
- Frequentie: 2 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef de vergelijkingen van de halfreacties die verlopen en geef de totaalvergelijking. Gebruik molecuulformules” (vraag 17); “Bereken de minimale stroomsterkte in ampère die nodig was tijdens het experiment” (vraag 18)
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4+3 = 7p)
Redoxreacties
- Vraagnummer(s): 17
- Waar: vraag (oxidatie glycerol tot DHA, reductie tot waterstof) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: halfreacties met elektronen opstellen voor de elektrochemische omzetting glycerol → DHA
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 4p, gedeeld met Elektrolyse)
Scheidingsmethoden
- Vraagnummer(s): 20
- Waar: vraag (destillatie R1-mengsel, kookpuntverschil MPHO/2-methylpropaan-2-ol) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef aan tussen welke temperatuurgrenzen het mengsel afkomstig uit R1 moet worden gedestilleerd. Gebruik in je antwoord gegevens uit je informatieboek”
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (2p)
Systeemdenken
- Vraagnummer(s): 21, 24
- Waar: vraag (recyclestroom koeler→R1, volledig blokschema) + correctievoorschrift
- Frequentie: 2 vragen
- Typisch vraagformat/frasering: afvoeren van een deel van de recyclestroom om ophoping van inerte stikstof te voorkomen (vraag 21); volledige stof- en recyclestromen in het blokschema correct verbinden (vraag 24)
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld (onderdeel van 2p + 4p, gedeeld met Industriële processen)
Atoomeconomie en E-factor
- Vraagnummer(s): 22
- Waar: vraag (totaalreactie propeenoxide + 2-MP-ol, afvalmassa gegeven) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef aan wat de atoomeconomie van de totaalreactie is. Bereken de E-factor van het totale proces.”
- Ruwe gewichtsinschatting: hoog (4p)
VSEPR-theorie
- Vraagnummer(s): 23
- Waar: vraag (bindingshoek C-O-C in propeenoxide, driering) + correctievoorschrift
- Frequentie: 1 vraag
- Typisch vraagformat/frasering: “Leg uit hoe groot de verwachte bindingshoek C-O-C in een molecuul propeenoxide is volgens de VSEPR-theorie. Leg uit… hoe groot de bindingshoek… werkelijk is” (ringspanning in de driering wijkt af van de VSEPR-voorspelling)
- Ruwe gewichtsinschatting: gemiddeld-hoog (2p, conceptueel onderscheid tussen voorspelde en werkelijke hoek)
Correctievoorschrift algemene regels
- Vraagnummer(s): n.v.t. (geldt voor het gehele correctievoorschrift, secties 1-3)
- Waar: correctievoorschrift (Regels voor de beoordeling, Algemene regels, Vakspecifieke regels)
- Frequentie: 1x per tijdvak, van toepassing op alle vragen
- Typisch vraagformat/frasering: standaardbepalingen o.a. scorepuntaftrek bij rekenfout/ontbrekende eenheid, alternatieve formuleringen via ”/”
- Ruwe gewichtsinschatting: laag als eigen “vraag”, hoog relevant als achtergrondregels voor alle reken- en structuurvragen
Examenwerkwoorden
- Vraagnummer(s): doorlopend in vrijwel alle vragen (1-25)
- Waar: vraag (opdrachtformuleringen)
- Frequentie: zeer hoog
- Typisch vraagformat/frasering: “Geef”, “Leg uit”, “Bereken”, “Toon aan”, “Teken”, “Maak compleet”, “Voer de volgende opdrachten uit”
- Ruwe gewichtsinschatting: laag als apart concept, structureel bepalend voor het gevraagde antwoordniveau