Digest 2025 tijdvak 2 — Wiskunde B vwo

Examen bestaat uit 18 vragen (77 punten). 31 van de 55 Stap 1-onderwerpen worden door minstens één vraag geraakt.

Opgaven in dit tijdvak: Beweging over twee lijnen (v1-3), Opbrengst van zonnepanelen (v4-6), Vierkant en driehoek (v7-10), Twee lijnstukken met eindpunt P (v11-12), Wortel en sinus (v13), Drie keer over de lijn (v14-15), Vlakdeel en rakende cirkel (v16-18).

Parametervoorstelling

  • Vraag 1 (3p): in vraagstelling — kernonderdeel. Beweging van punt P gegeven door bewegingsvergelijkingen xP(t)=8t², yP(t)=4−4t² (t≥0); punt Q door xQ(t)=1+3t, yQ(t)=4t. Frasering: “beweegt het punt P volgens de bewegingsvergelijkingen”. Exacte y-coördinaat van P bepalen onder een voorwaarde.
  • Vraag 3 (4p): in vraagstelling — kernonderdeel, coördinaten van P bepalen bij een gegeven helling van lijnstuk PQ, met dezelfde bewegingsvergelijkingen.
  • Komt 2× voor (v1, v3), basis van de hele opgave “Beweging over twee lijnen” (7 scorepunten).

Kinematica met vectoren

  • Vraag 1 (3p): in vraagstelling — “bewegingsvergelijkingen” xP(t), yP(t) beschrijven een bewegend punt (kinematica-frasering).
  • Vraag 2 (4p): kernonderdeel — snelheid v(t) van P berekend als lengte van de snelheidsvector: v(t)=√((16t)²+(8t)²); snelheid van Q is constant (√(3²+4²)=5). Frasering: “Bewijs dat op t=5 de snelheid van P inderdaad acht keer zo groot is als de snelheid van Q.”
  • Vraag 3 (4p): impliciet — lijnstuk PQ tussen de twee bewegende punten.
  • Komt 3× voor, dominant thema van opgave “Beweging over twee lijnen” (11 scorepunten), inclusief de volledige vraag 2 over baansnelheid.

Vergelijkingen met standaardfuncties oplossen

  • Vraag 1 (3p): kernonderdeel — exact oplossen van (4−4t²) = −4t.
  • Vraag 3 (4p): kernonderdeel — exact oplossen van de kwadratische vergelijking voor t uit de hellingvoorwaarde (t² = 16/44).
  • Vraag 7 (4p): kernonderdeel — 2p = ln(9p) − ln(3p) algebraïsch oplossen naar p.
  • Vraag 11 (3p): kernonderdeel — (p−5)²+16 = (p−8)²+25 exact oplossen naar p.
  • Vraag 15 (5p): kernonderdeel — 2(⅓a+1)√(⅓a+1) = 16 exact oplossen naar de grenzen van het interval voor a.
  • Komt 5× voor, telkens kernonderdeel (21 scorepunten samen).

Algebraïsch en exact

  • Vraag 1 (3p): “Bereken exact de y-coördinaat van P in dit geval.”
  • Vraag 3 (4p): “Bereken exact de coördinaten van P in dit geval.”
  • Vraag 4 (5p): “Bereken algebraïsch de waarde van b die de leverancier heeft berekend.”
  • Vraag 7 (4p): “Bereken algebraïsch de coördinaten van P.”
  • Vraag 10 (5p): “Bereken exact de maximale oppervlakte van driehoek ACD.”
  • Vraag 11 (3p): “Bereken exact de x-coördinaat van P waarbij dit het geval is.”
  • Vraag 15 (5p): “Bereken exact dit interval.”
  • Vraag 18 (4p): “Bereken exact de coördinaten van M.”
  • Frasering: dit tijdvak komen zowel “Bereken exact…” (6×) als “Bereken algebraïsch…” (2×) voor — een expliciet contrast tussen beide examenwerkwoorden. Zeer dominant: 8 van de 18 vragen, samen 35 scorepunten.

Bewijzen met differentiëren

  • Vraag 2 (4p): kernonderdeel — bewijs via differentiëren van xP(t) en yP(t) naar t (dx/dt=16t, dy/dt=−8t), gebruikt om de snelheid v(t) op te stellen en te vergelijken met die van Q.
  • Komt 1× voor dit tijdvak, volledige 4 scorepunten.

Afgeleide functie

  • Vraag 2 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — dx/dt en dy/dt berekend als basis voor de snelheidsvector.
  • Vraag 10 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — d(L²−L⁴)/dL berekend om het maximum te vinden.
  • Vraag 14 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — fa’(x) = a−3x²+3 om de x-coördinaat van de top te bepalen.
  • Komt 3× terug als generiek onderliggend begrip (naast de specifiekere Standaardafgeleiden/Bewijzen met differentiëren-notities).

Standaardafgeleiden

  • Vraag 2 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — machtsregel toegepast op 8t² en 4−4t².
  • Vraag 8 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — f’(x)=1/x als afgeleide van ln(3x).
  • Vraag 10 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — afgeleide van L²−L⁴ (machtsregel).
  • Vraag 13 (7p): zichtbaar in correctievoorschrift — f’(x)=1/(2√x) en g’(x)=1−cos(x), afgeleiden van √x en x+sin(x).
  • Vraag 14 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — fa’(x)=a−3x²+3, afgeleide van ax−x³+3x.
  • Komt 5× terug, steeds als noodzakelijke basistechniek onder een groter antwoord.

Vector

  • Vraag 2 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — snelheid als lengte van de snelheidsvector (Pythagoras op (dx/dt, dy/dt)).
  • Vraag 12 (6p): in vraagstelling en correctievoorschrift — kernonderdeel, vectoren AP, BP, AC, BD; optellen van vectoren (OC=OA+AC, OD=OB+BD) om M te bepalen. Frasering: “Vector AP wordt 90° tegen de klok in om A gedraaid. Het resultaat is vector AC.”
  • Komt 2× voor (10 scorepunten samen), in vraag 12 volledig kernonderdeel van de vraag.

Vergelijking van een lijn

  • Vraag 3 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — P moet op de baan van Q liggen, die richtingscoëfficiënt 4/3 heeft.
  • Vraag 11 (3p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — vergelijking van de middelloodlijn van AB.
  • Vraag 18 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — M ligt op de deellijn tussen de twee scheve asymptoten, een lijn van de vorm y=−x+c, gebruikt om xM te bepalen.
  • Komt 3× voor, telkens als ondersteunende/alternatieve rekenroute.

Sinusregel en cosinusregel

  • Vraag 4 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — “In driehoek PQR geldt: b/sin(28°) = PR/sin(122°)”, sinusregel toegepast om PR (en daarmee b) te bepalen.
  • Komt 1× voor, kernstap van de vraag (binnen de 5 scorepunten).

Sinusmodel

  • Vraag 5 (4p): in vraagstelling — kernonderdeel, PA = p·cos(qt) + sin(2qt) als periodiek model voor het geleverde vermogen; p en q bepalen uit twee gegeven punten op de kromme.
  • Vraag 6 (5p): in vraagstelling — kernonderdeel, PB = 4,8·cos(0,23t), gegeven periodiek model, gebruikt voor de energieopbrengst-integraal.
  • Frasering: “Bereken met behulp van deze punten de waarde van p en van q.” Komt 2× voor, dominant thema van opgave “Opbrengst van zonnepanelen” (9 scorepunten samen).

Goniometrische vergelijkingen

  • Vraag 5 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — stelsel met sin(9q)/cos(9q) en sin(18q)/cos(18q) herleid en numeriek (GR) opgelost naar q.
  • Vraag 6 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — 20,86…·(sin(0,23t₂) − sin(2,53)) = 18 oplossen naar t₂.
  • Komt 2× voor, beide keren als noodzakelijke tussenstap naar een numeriek eindantwoord (9 scorepunten betrokken).

Toegestane hulpmiddelen en rekenmachine

  • Vraag 5 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — “Beschrijven hoe deze vergelijking kan worden opgelost” (toelichting GR-gebruik verplicht, vakspecifieke regel 2).
  • Vraag 6 (5p): impliciet — numerieke oplossing van de vergelijking voor t₂ vereist de GR.
  • Algemeen: vakspecifieke regel 2 geldt voor het hele examen bij elke vraag met een GR-afhankelijke (numerieke) stap. Komt 2× expliciet terug in het correctievoorschrift.

Afronden en het correctievoorschrift

  • Vraag 5 (4p): “Geef je eindantwoorden in drie decimalen.”
  • Vraag 6 (5p): “Bereken … hoeveel minuten dat duurt. Geef je eindantwoord als geheel getal.”
  • Vraag 7 (4p): “Geef je eindantwoorden in twee decimalen.”
  • Vraag 16 (3p): “Bereken de inhoud van het omwentelingslichaam… Geef je eindantwoord als geheel getal.”
  • Algemeen: vakspecifieke regel 4a/4b (afronden van tussenantwoorden) en regel 1 (aftrek voor rekenfouten) gelden voor het hele examen. Komt 4× expliciet terug in de vraagstelling.

Bepaalde integraal

  • Vraag 6 (5p): kernonderdeel — E = ∫ PB dt tussen t₁=11 en t₂, opgelost met primitiveren om de oplaadtijd te bepalen.
  • Vraag 16 (3p): kernonderdeel — inhoud van het omwentelingslichaam berekend als verschil van bepaalde integralen van lijn k en de grafiek van f.
  • Komt 2× voor, beide keren kernonderdeel (8 scorepunten samen).

Primitieve functie

  • Vraag 6 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — primitieve van 4,8cos(0,23t) is (4,8/0,23)·sin(0,23t).
  • Komt 1× voor, noodzakelijke tussenstap.

Logaritmische functie

  • Vraag 7 (4p): in vraagstelling — kernonderdeel, f(x)=ln(3x); coördinaten van P en R op de grafiek van f.
  • Vraag 8 (4p): in vraagstelling — kernonderdeel, raaklijn aan de grafiek van f=ln(3x) in punt B.
  • Komt 2× voor, dominant thema van opgave “Vierkant en driehoek” (8 scorepunten samen).

Raaklijn

  • Vraag 8 (4p): in vraagstelling — kernonderdeel, “De raaklijn in het punt B aan de grafiek van f snijdt de y-as in punt C.” Gebruikt om te bewijzen dat AC=1 voor elke a.
  • Komt 1× voor, kernonderdeel (4 scorepunten).

Bewijzen en aantonen

  • Vraag 8 (4p): “Bewijs dit.” (AC=1 voor elke a)
  • Vraag 9 (3p): “Bewijs dit.” (Opp(ACD) = ½L²−¼L⁴)
  • Vraag 12 (6p): “Bewijs dit.” (coördinaten van M onafhankelijk van P)
  • Vraag 13 (7p): “Bewijs deze eigenschap.”
  • Vraag 14 (5p): “Bewijs dit.” (ytop-formule)
  • Vraag 17 (3p): “Bewijs dit.” (vergelijkingen van de scheve asymptoten)
  • Frasering: uitsluitend “Bewijs dit.” / “Bewijs deze eigenschap.” dit tijdvak (geen “aantonen”/“laat zien” gebruikt). Zeer dominant: 6 van de 18 vragen zijn bewijsvragen (samen 28 scorepunten).

Bewijzen in de vlakke meetkunde

  • Vraag 9 (3p): kernonderdeel — bewijs Opp(ACD)=½L²−¼L⁴ via Pythagoras in driehoek ACD (AD=√(1+L²)).
  • Vraag 12 (6p): kernonderdeel — bewijs dat coördinaten van M onafhankelijk zijn van P, via vectoralgebra (kentallen p en q vallen weg in de uitkomst).
  • Komt 2× voor (9 scorepunten samen), beide keren volledige bewijsvraag met algebraïsche/vectoriële technieken.

Optimaliseren

  • Vraag 10 (5p): in vraagstelling — kernonderdeel, “Bereken exact de maximale oppervlakte van driehoek ACD.” Afgeleide van L²−L⁴ gelijkstellen aan 0.
  • Komt 1× voor, volledige vraag (5p).

Stijgen, dalen en extremen

  • Vraag 10 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — Opp(ACD) is maximaal als 2L−4L³=0, kernidee van een extreme waarde bepalen via de afgeleide.
  • Komt 1× voor, ondersteunend aan Optimaliseren.

Vectorvoorstelling van een lijn

  • Vraag 11 (3p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — vectorvoorstelling van de middelloodlijn van AB opgesteld met steunvector en richtingsvector.
  • Komt 1× voor, als alternatieve oplosroute naast de vergelijking van de lijn.

Absolute-waardefunctie

  • Vraag 14 (5p): in vraagstelling — kernonderdeel, fa(x) = |a−x²|·x + 3x voor x≥0; de |a−x²|-term veroorzaakt de knik met x-coördinaat √a.
  • Vraag 15 (5p): in vraagstelling — kernonderdeel, dezelfde functie fa gebruikt om het aantal snijpunten met lijn l te analyseren.
  • Frasering: “De grafiek van fa heeft een knik met x-coördinaat √a.” Komt 2× voor, dominant thema van opgave “Drie keer over de lijn” (10 scorepunten samen).

Karakteristieke eigenschappen van functies

  • Vraag 14 (5p): in vraagstelling — kernonderdeel, begrippen “knik” en “top” gebruikt om de grafiek van fa te beschrijven (naast de gebruikelijke “buigpunt”/“extreme waarde”-vocabulaire).
  • Komt 1× voor, ondersteunend vocabulaire voor de hele opgave “Drie keer over de lijn”.

Radialen

  • Vraag 13 (7p): zichtbaar in correctievoorschrift — x-coördinaten van de snijpunten Sₙ geschreven als x=k·π (k geheel), radialen als hoekmaat binnen een bewijs met sin/cos.
  • Komt 1× voor, ondersteunende notatiestap in een bewijs.

Omwentelingslichaam

  • Vraag 16 (3p): in vraagstelling — kernonderdeel, “V wordt om de x-as gewenteld. Bereken de inhoud van het omwentelingslichaam dat ontstaat.”
  • Komt 1× voor dit tijdvak, volledige vraag (3p).

Asymptoten en limietgedrag

  • Vraag 17 (3p): in vraagstelling — kernonderdeel, “De grafiek van f heeft twee scheve asymptoten met richtingscoëfficiënt −1… Bewijs dit.” Via limietberekening lim(x→∞) van 10eˣ/(eˣ−1) om de scheve asymptoten te bepalen.
  • Komt 1× voor, volledige vraag (3p).

Vergelijking van een cirkel

  • Vraag 18 (4p): in vraagstelling — kernonderdeel, cirkel met middelpunt M die beide scheve asymptoten en de x-as raakt; straal en middelpunt bepalen uit de raakvoorwaarden.
  • Komt 1× voor, volledige vraag (4p).

Raaklijn aan een cirkel

  • Vraag 18 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — straal van de cirkel bepaald als de helft van de afstand tussen de twee (evenwijdige) scheve asymptoten (afstand middelpunt tot raaklijn = straal).
  • Komt 1× voor, kernstap van de vraag.

Notatiefouten bij Wiskunde B

  • Algemeen: vakspecifieke regel 3 (notatiefouten tellen mee, max 1 scorepunt aftrek per herhaalde notatiefout binnen een opgave) geldt voor het hele examen, expliciet genoemd in de vakspecifieke regels van dit tijdvak.
  • Geen aparte vraag geraakt, maar generiek van toepassing op de hele beoordeling.