Prioriteit: 🟠 Midden

In 3 van de 6 onderzochte examenjaren, als kennisvraag (wie vraagt het aan, wat betekent het voor leveranciers) of als gevolgen van een faillissement van een klant.

Wat moet je kunnen?

  • Surseance en faillissement onderscheiden.
  • Weten wie surseance kan aanvragen.
  • De gevolgen voor stakeholders (leveranciers, werknemers, aandeelhouders, afnemers) noemen.

De kern

Surseance van betalingFaillissement
wattijdelijk uitstel van betalingdefinitief: bedrijf wordt afgewikkeld
aanvrageralleen het bedrijf zelfhet bedrijf zelf of een schuldeiser
wie beheertbewindvoerder samen met het bestuurcurator
doeltijd winnen om te herstellenschuldeisers zo veel mogelijk betalen
  • Leveranciers krijgen tijdens surseance hun oude vorderingen voorlopig niet betaald.
  • Faillissement van een klant: de vordering (debiteuren) moet worden afgeboekt, en de omzet valt weg.
  • Bij een bv of nv verliezen aandeelhouders hoogstens hun inleg (zie Rechtsvormen).

Zo wordt het gevraagd

  • “Wat is het gevolg voor de leveranciers bij toekenning van surseance van betaling?” (2024-2 vraag 22).
  • “Wie kan deze surseance van betaling aanvragen?” (2021-2 vraag 20).
  • Nadelige gevolgen noemen van een (dreigend) faillissement van een klant (2026-1 vraag 19, 2p).

Uitgewerkt voorbeeld

Faillissement van een klant (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 19)

Een groothandel levert aan een winkelketen die failliet gaat. Nadelige gevolgen voor de groothandel:

  1. De openstaande vordering moet (deels) worden afgeboekt: een verlies.
  2. Toekomstige omzet van deze klant valt weg.
  3. Mogelijk moet personeel weg: ontslagkosten.

Valkuilen

  • Denken dat een schuldeiser surseance kan aanvragen (dat kan alleen het bedrijf zelf).
  • Surseance en faillissement verwarren: surseance is tijdelijk en gericht op voortzetting.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)