Prioriteit: đźź  Midden

In 4 van de 6 onderzochte examenjaren: toetsen of aan een eis wordt voldaan, of uitleggen waarom een verschaffer een voorwaarde stelt.

Wat moet je kunnen?

  • De soorten voorwaarden noemen en herkennen.
  • Berekenen of aan een solvabiliteits- of liquiditeitseis wordt voldaan.
  • Uitleggen waarom een verschaffer een voorwaarde stelt.

De kern

VoorwaardeDoel voor de verschaffer
onderpand (zekerheid)bij wanbetaling iets kunnen verkopen
rendementseisvoldoende opbrengst voor het risico
solvabiliteitseisbuffer tegen verliezen (zie Solvabiliteitsratio’s)
liquiditeitseiskortlopende schulden kunnen worden betaald (zie Liquiditeitsratio’s)
duurzaamheidreputatie en langetermijnrisico’s beperken
  • Meer risico (bijvoorbeeld hoge ) betekent strengere voorwaarden en een hogere interest (zie Hefboomformule).
  • Een bank kan eisen dat eerst eigen vermogen wordt aangetrokken, bijvoorbeeld door een aandelenemissie.

Zo wordt het gevraagd

  • Een kredietscore (zekerheden, solvabiliteit, afloscapaciteit) gebruiken om een financieringsbeslissing te onderbouwen (2026-1 vraag 23).
  • “Leg uit dat verschaffers van vreemd vermogen de aandelenemissie als voorwaarde stellen” (2024-1 vraag 6).
  • Uitspraken over voorwaarden beoordelen als juist of onjuist, met motivering (2022-2 vraag 25).
  • Een opgave met meerdere financieringsvoorwaarden van een bank (2021-2 vraag 9–11).

Uitgewerkt voorbeeld

Solvabiliteitseis (examenstijl, vergelijk 2021-2 vraag 10)

De bank eist . Het bedrijf heeft EV €250.000 en TV €900.000.

  1. Nu: : niet voldaan.
  2. Nodig bij gelijk TV: EV, dus €20.000 extra eigen vermogen (en €20.000 minder vreemd vermogen).

Valkuilen

  • Een eis als minimum lezen terwijl het een maximum is (bij ), of andersom.
  • Vergeten waarom de bank een eis stelt: het gaat om het risico van wanbetaling.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt