Prioriteit: 🟠 Midden

In 3 van de 6 onderzochte examenjaren, als berekening van EBIT of het (begrote) resultaat.

Wat moet je kunnen?

  • De opbouw van de winst- en verliesrekening volgen.
  • EBITDA, EBIT en het resultaat vóór belasting berekenen.

De kern

Regel
omzet
− inkoopwaarde van de omzet= brutowinst
− overige bedrijfskosten (loon, huur, …)= EBITDA
− afschrijvingen en amortisatie= EBIT (bedrijfsresultaat)
− interestkosten= EBT (resultaat vóór belasting)
− vennootschapsbelasting= resultaat na belasting

Zo wordt het gevraagd

  • “Bereken de verwachte EBIT over [jaar]” (2021-1 vraag 12).
  • “Bereken de hoogte van het begrote resultaat” (2023-2 vraag 9).
  • EBITDA als tussentotaal in een exploitatiebegroting (2022-1 vraag 11).

Uitgewerkt voorbeeld

Van omzet naar EBT (examenstijl, vergelijk 2021-1 vraag 12)

Omzet €800.000, inkoopwaarde €480.000, overige bedrijfskosten €150.000, afschrijvingen €50.000, interest €20.000.

  1. EBITDA:
  2. EBIT: €120.000
  3. EBT:

Valkuilen

  • Interest aftrekken vóór EBIT.
  • De inkoop van een periode gebruiken in plaats van de inkoopwaarde van de omzet (wat verkocht is).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt