Prioriteit: 🟢 Laag
In 2 van de 6 onderzochte examenjaren (2023-2 en 2022-1), vooral als redenering over afschrijving, belasting en cashflow.
Wat moet je kunnen?
- De cashflow berekenen uit resultaat en afschrijvingen.
- Uitleggen hoe het afschrijvingsbeleid winst en cashflow beïnvloedt.
De kern
- Voorbeeld: resultaat €80.000, afschrijvingen €30.000: cashflow €110.000.
- Minder afschrijven (bijvoorbeeld een langere levensduur aannemen): resultaat vóór belasting ↑, dus belasting ↑. De kasstroom vóór belasting blijft gelijk, dus de cashflow na belasting daalt. Bij €10.000 minder afschrijving en 25% belasting: €2.500 minder cashflow.
- Afschrijvingsmethoden: zie Afschrijvingssysteem en waarderingsgrondslag; kosten tegenover uitgaven: zie Periodetoerekeningstelsel en kasstelsel.
Valkuilen
- Denken dat een hogere winst altijd meer geld oplevert.
- Afschrijvingen aftrekken in plaats van optellen.
Test jezelf
Resultaat €50.000, afschrijvingen €20.000. Cashflow?
.
Waarom verbetert meer afschrijven de cashflow na belasting?
Het resultaat vóór belasting daalt, dus er hoeft minder belasting betaald te worden; de afschrijving zelf kost geen geld.
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 2 van de 6 onderzochte examenjaren (2021-2026) — 33,3%.
- 2023 tijdvak 2: vraag 12, 13
- 2022 tijdvak 1: vraag 26
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)