Prioriteit: 🟢 Laag
In 1 van de 8 onderzochte examenjaren (2022 tijdvak 3), bij de verkeersvergelijking van Fisher.
Wat moet je kunnen?
- Uitleggen hoe kredietverlening geld schept en aflossing geld vernietigt.
- Rekenen met de verkeersvergelijking .
De kern
- Geldschepping: een bank verleent een lening van €10.000 en zet dat bedrag op de rekening van de klant: er is €10.000 nieuw giraal geld.
- Geldvernietiging: bij aflossing verdwijnt dat geld weer.
- Hogere rente (centrale bank) → lenen duurder → minder krediet → langzamere geldgroei.
- Verkeersvergelijking: (geldhoeveelheid × omloopsnelheid = prijspeil × transacties).
- Zie Monetair beleid en de ECB.
Valkuilen
- Denken dat alleen de centrale bank geld schept (banken doen het via krediet).
- De omloopsnelheid als vast gegeven zien terwijl de vraag vraagt of hij veranderd is.
Test jezelf
en . Hoe groot is ? En als en ?
in beide gevallen: de omloopsnelheid is niet veranderd.
Wat gebeurt er met de geldhoeveelheid als huishoudens massaal hun hypotheek aflossen?
Die daalt (geldvernietiging).
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 1 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 12,5%.
- 2022 tijdvak 3: vraag 28, 29