Prioriteit: 🟠 Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, vooral als tekenopdracht in het IS-MB-GA-model en bij de vergelijking van monetaristen en Keynesianen.

Wat moet je kunnen?

  • Uitleggen waarom de MB-curve horizontaal is en wanneer hij verschuift.
  • Het mechanisme van nominale naar reĆ«le rente uitleggen.
  • De reactie van de centrale bank vergelijken bij meer of minder afkeer van inflatie.

De kern

  • Assen: horizontaal Y, verticaal de reĆ«le rente r.
  • Horizontaal: bij een gegeven inflatie zet de centrale bank ƩƩn reĆ«le rente, ongeacht Y.
SituatieCentrale bankMB-curve
inflatie stijgtnominale rente omhoog (sterker dan de inflatie)schuift omhoog
inflatie daaltnominale rente omlaagschuift omlaag
ruimer beleid (hogere inflatiedoelstelling)lagere rente bij elk inkomenlager
sterkere afkeer van inflatie (monetaristen)sterkere renteaanpassingverschuift meer
  • ReĆ«le rente ā‰ˆ nominale rente āˆ’ verwachte inflatie: bij gegeven verwachtingen beweegt de reĆ«le rente mee met de nominale.
  • Zie IS-MB-GA-model — conjunctuuranalyse voor het samenspel.

Zo wordt het gevraagd

  • ā€œLeg het verschil uit tussen de monetaristen en de Keynesianen met betrekking tot het aanpassingsmechanismeā€: monetaristen laten de MB sterker verschuiven (2023-2 vraag 24).
  • ā€œLeg uit welk monetair beleid de centrale bank zal voeren waardoor het oude evenwicht wordt bereikt. Noem de nieuwe reĆ«le evenwichtsrente.ā€ (2025-1 vraag 24).
  • MB₁ tekenen en r invullen op de uitwerkbijlage (2024-2 vraag 15, 3p).

Uitgewerkt voorbeeld

Reactie op lagere inflatie (examenstijl, vergelijk 2025-1 vraag 24)

De IS-curve is naar links verschoven; bij de oude reƫle rente van 2% is en de inflatie daalt.

  1. De centrale bank verlaagt de nominale rente, dus (bij gegeven verwachtingen) ook de reƫle rente.
  2. De MB-curve schuift omlaag tot hij de nieuwe IS-curve snijdt bij , bijvoorbeeld bij .
  3. Antwoord: renteverlaging, nieuwe reƫle evenwichtsrente 1% (aflezen in de figuur).

Valkuilen

  • De MB-curve laten dalen of stijgen met Y (hij is horizontaal).
  • Nominale en reĆ«le rente verwarren.
  • Vergeten dat de centrale bank reageert op inflatie, niet direct op Y.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt