Prioriteit: 🟠 Midden
In 3 van de 8 onderzochte examenjaren, als rekenvraag (overschot, wachtlijst) bij huurwoningen of minimumtarieven.
Wat moet je kunnen?
- Het overschot of de wachtlijst berekenen bij een min- of maximumprijs.
- De verhandelde hoeveelheid bepalen.
- Het effect op het surplus en de verdeling ervan beredeneren.
De kern
| Minimumprijs | Maximumprijs | |
|---|---|---|
| ligging (om effect te hebben) | boven de evenwichtsprijs | onder de evenwichtsprijs |
| gevolg | aanbodoverschot () | vraagoverschot (): wachtlijsten, schaarste |
| verhandelde hoeveelheid | ||
| wie wint | aanbieders die nog verkopen | vragers die nog kopen |
- Beide geven een welvaartsverlies: er wordt minder verhandeld dan in het evenwicht (zie Totaal surplus en Pareto-efficiëntie).
- Een minimumprijs onder of een maximumprijs boven de evenwichtsprijs heeft geen effect.

Zo wordt het gevraagd
- “Bereken hoeveel huishoudens op de wachtlijst staan” bij een maximumhuur (2023-2 vraag 26, 1p).
- “Toon met een berekening aan of het armoedeprobleem … wordt verminderd” bij een minimumtarief voor zzp’ers (2022-2 vraag 5).
Uitgewerkt voorbeeld
Maximumhuur (examenstijl, vergelijk 2023-2 vraag 26)
Vraag naar woningen: (duizenden); er zijn 500 duizend woningen (vast aanbod). Maximumhuur €200.
- Evenwicht zonder regulering: .
- Bij €200: duizend.
- Wachtlijst: 100 duizend huishoudens.
Valkuilen
- Bij een maximumprijs de gevraagde hoeveelheid als verhandelde hoeveelheid nemen.
- Een minimumprijs onder het evenwicht toch effect geven.
- Het welvaartsverlies vergeten bij de beoordeling.
Test jezelf
De minimumprijs ligt onder de evenwichtsprijs. Wat gebeurt er?
Niets: de markt komt gewoon in evenwicht.
Wie profiteert van een maximumhuur?
Huurders die wel een woning hebben (ze betalen minder); wie op de wachtlijst staat, heeft er niets aan.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2023 tijdvak 2, vraag 26–27: wachtlijst en huur (1p + 2p)
- 2022 tijdvak 2, vraag 5: minimumtarief voor zzp’ers (2p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 3 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 37,5%.
- 2026 tijdvak 2: vraag 4
- 2023 tijdvak 2: vraag 26, 27
- 2022 tijdvak 2: vraag 5
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)