Prioriteit: 🔴 Hoog
In 6 van de 8 onderzochte examenjaren, als “leg uit welke stof de grootste retentietijd heeft” (2–3p) of als berekening met piekoppervlakken en een standaard (3p).
Wat moet je kunnen?
- Met de polariteit van stof, stationaire en mobiele fase voorspellen welke stof de langste retentietijd heeft.
- Uit een chromatogram afleiden welke en hoeveel verschillende stoffen aanwezig zijn.
- Met piekoppervlakken en een standaardoplossing een molverhouding of gehalte berekenen.
- Uitleggen of een resultaat een hypothese ondersteunt.
De kern
- Retentietijd: tijd van injectie tot de piek. Kenmerkend voor een stof bij vaste omstandigheden.
- Een stof die meer lijkt op de stationaire fase (polair bij polair, apolair bij apolair) blijft langer hangen → langere retentietijd.
- Bij dunnelaagchromatografie (TLC) geldt hetzelfde: sterk gebonden aan de stationaire fase → kleine Rf.
- Piekoppervlak is evenredig met de hoeveelheid stof, maar de evenredigheidsfactor verschilt per stof. Daarom ijk je met een standaard.
| Methode | Hoe? |
|---|---|
| ijklijn | piekoppervlak meten van bekende concentraties; onbekende aflezen |
| standaardoplossing 1 : 1 | geeft de correctiefactor tussen twee stoffen |
| interne standaard | vaste hoeveelheid bekende stof toevoegen, oppervlakken vergelijken |

Zo wordt het gevraagd
- “Leg uit of vanilline bij deze kolom een kleinere of grotere retentietijd heeft dan decaan” op een polaire kolom (2024-2): 3p.
- “Leg uit … of de stationaire fase meer of minder polair was dan de mobiele fase” (2022-3).
- “Leg aan de hand van de structuurformules uit welke van deze drie mauveïnes de grootste retentietijd heeft” (2018-2).
- Molverhouding uit relatieve piekoppervlakken, via een standaardoplossing 1 : 1 (2025-1 vraag 5, 2022-3 vraag 10).
- Gehalte in g L⁻¹ met de interne-standaardmethode (2021-2).
Uitgewerkt voorbeeld
Retentietijd voorspellen (examenstijl, vergelijk 2024-2 vraag 11)
Een polaire kolom scheidt vanilline (heeft een OH-groep en C=O) en decaan (C₁₀H₂₂).
- Vanilline is polair en kan waterstofbruggen vormen met de polaire stationaire fase.
- Decaan is apolair: alleen zwakke vanderwaalsbinding met de stationaire fase.
- Vanilline blijft langer hangen: grotere retentietijd.
Molverhouding met een standaard (examenstijl, vergelijk 2025-1 vraag 5)
Standaard met A en B in molverhouding 1 : 1 geeft oppervlakken A : B = 1,25 : 1,00. Een monster geeft A : B = 2,50 : 1,60.
- Correctie A: ; B:
- Molverhouding A : B 1,25 : 1
Controle: zonder correctie had je 1,56 : 1 gevonden, te hoog, omdat A per mol een grotere piek geeft. ✓
Valkuilen
- Denken dat de grootste piek ook de langste retentietijd heeft (hoogte ≠ tijd).
- Piekoppervlakken direct als molverhouding gebruiken zonder correctie met de standaard.
- Het verkeerd omdraaien: polaire stof op een apolaire kolom heeft juist een korte retentietijd.
- Aantal pieken gelijkstellen aan aantal stoffen, terwijl twee stoffen samen één piek kunnen geven.
Test jezelf
Op een apolaire kolom: wie komt eerst, ethanol of hexaan?
Ethanol (polair, bindt zwak aan de apolaire fase); hexaan blijft langer hangen.
Waarom kun je piekoppervlakken van twee verschillende stoffen niet direct vergelijken?
Elke stof geeft per mol een ander detectorsignaal: je hebt een ijking of standaard nodig.
Wat betekent het als een monster een piek heeft bij dezelfde retentietijd als een referentiestof?
Die stof is waarschijnlijk aanwezig (zelfde omstandigheden). Zekerheid krijg je met een tweede methode, zoals MS.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2024 tijdvak 2, vraag 11: retentietijd vanilline versus decaan op een polaire kolom (3p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 4–5: stationaire fase kiezen, molverhouding met een standaard 1 : 1 (3p + 3p)
- 2022 tijdvak 3, vraag 9–10: polariteit van de fasen, molverhouding met correctie
- 2021 tijdvak 2, vraag 25–26: geur vergelijken met een tabel, gehalte met interne standaard
- 2018 tijdvak 2, vraag 2: grootste retentietijd uit de structuurformules (2p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 6 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 75%.
- 2025 tijdvak 2: vraag 24, 25
- 2025 tijdvak 1: vraag 4, 5
- 2024 tijdvak 2: vraag 11
- 2022 tijdvak 3: vraag 9, 10
- 2021 tijdvak 2: vraag 25, 26
- 2019 tijdvak 1: vraag 27
- 2018 tijdvak 2: vraag 2
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)